6 – 12

Het beloofde een spannend avondje te worden. Want de tegenstander Onesimus staat slechts 2 punten achter ons op de ranglijst. Het begon echter vredelievend, want Bert was al snel klaar met een remise.

De laatste partij gaf ook een remise, maar daar tussendoor allemaal winstpartijen met 4-2 in ons voordeel wat een eindstad van 5-3 oplevert.

Zoran op bord 1 met zwart. Jeroen geeft het volgende door: “Zoran miste in de onderstaande stelling TxPh4, en speelde a5. Pion a5 is ook goed, aangezien deze een vrije doorloop naar a1 heeft. De witte Toren is nodig voor de dekking van g3 en kan niet deze pion stoppen. Dat is natuurlijk ook een goed plan.

1… a5 2. Kxh3 a4 3. Pg2 a3 (ook hier stuk winst gemist TxLg6) 4. Pf4 a2 5. Tc1 Le5 (voor de 3de keer stukwinst gemist LxPf4 en TxLg6) 6. Lxh5 Tg7 7. Lg6;

] en zwart wint op de volgende zet 0-1”

Bert: “Spelend op het tweede bord kreeg ik Scandinavisch voorgeschoteld. Een opening die ik maar in de marge ken. Het ging allemaal goed; Fritz vond dat ik in de opening betere zetten had kunnen doen, maar mijn tegenstander liet ook steekjes vallen. Het resultaat was een vlakke partij waarin noch ik, noch mijn tegenstander een plan kon bedenken. Een kleurloze remise op de 21e zet was het resultaat.”

Peter met wit op bord 4. Op het bord kwam de Drakenvariant van de Siciliaan. Lang rokeren, Dd2, Le3: ruilen op g7 en h4 spelen. Zo had ik het in de middag ervoor op internet nog gezien. Doorstoten, even wat offeren en mat zetten op de h-liin, zoiets zou Fischer ooit gezegd hebben. Maar ja, hoe doe je dat? De computer geeft wel steeds voordeel, maar ik weet er niet doorheen te breken. In de onderstaande stelling was Pf5 een optie (gf5: dan Dg5). Wel gezien en overwogen, maar niet gedaan. (gf5: dan Dg5)

En later speel ik Dd3 (met e5 en Th5 in gedachten) terwijl de computer Pf4 groot voordeel geeft.

Een gewonnen pion moest ik toch weer inleveren en er ontstond een remise-achtige-stelling. Omdat toen de teamstand 4,5-2,5 was besloten we tot remise.

Eelko met zwart op bord 5: “1.d4 Nf6 2.Nc3 g6 3.Bf4 Bg7 4.Nb5 d6 5.e3 O-O 6.f3 Nbd7 7.g4 c5 8.h4 Qa5+ 9.c3 Nd5 10.dxc5 Nxf4 11.exf4 dxc5 12.Bc4 a6 13.Na3 Bxc3+ 14.bxc3 Qxc3+ 15.Kf2 Qxa3 16.Bd5 Rb8 17.h5 Nf6 18.hxg6 hxg6 19.Nh3 Qb2+ 20.Kg3 e6 21.Bb3 b5 22.Qd6 Bb7 23.Qxc5 Rbc8 24.Qg5 Bxf3 25.Nf2 Bxh1 26.Rxh1 Rc3+ 27.Kg2 Qxf2+ 28.Kxf2 Ne4+ 29.Ke2 Nxg5 30.fxg5 Rd8 31.Rf1 Rd4 32.Rf3 b4 0-1 Maar toch, de meeste interessante stelling is op zet 24 nadat wit Dc5-g5 speelde.

Ik sloeg hier met de loper de pion op f3. Een sterke zet, maar Eelco Naarding had nog een betere zet gezien. Ziet u die ook?

Bord 6 – Chris met wit. “Mijn tegenstander rokeerde niet en had al zijn stukken op een kluitje rond de koning staan. Pas op de 16e zet werd er een pion geslagen. Toen zwart op de 26e zet een toren weggaf, was het afgelopen.”

Bord 8 Hans met Pc3-wit. Hans probeerde nog een remise voorstel, maar dat werd afgeslagen

Hieronder staat de stand na deze ronde. Met 12 uit 6 ongeslagen bovenaan. Wij spelen nog tegen Spijkenisse en Fianchetto heeft Pascal als laatste tegenstander.  We hebben het in eigen hand.

En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de pion terug in dezelfde doos”.

Kampioenskansen van RSB team-1 krimpen

(door Albert Segers)

De kampioenskansen van ons eerste RSB-team zijn flink gekrompen in Krimpen. Nu ook de uitslag van RSR Ivoren Toren binnen is, kunnen we beter zeggen dat de hoop van Auke is “verschrompeld” tot een nietig ashoopje. Er is de laatste weken wat zand in de motor geraakt van onze RSB teams. Het tweede team had een paar weken geleden ook al een totale OFF-day tegen Pascal waardoor ze geheel onnodig de koppositie verloren in klasse 2B. Alleen ons derde team weet zich aan deze malaise te onttrekken en ligt – met nog slechts één ronde te gaan – fier op ramkoers voor het kampioenschap: zij hebben alle zes wedstrijden gewonnen!

Na een vlotte heenreis naar Krimpen a/d IJssel kwamen we aan bij de speellocatie getiteld “De vrolijke vogelclub” oid. Nou ja, schakers zijn soms vreemde vogels en soms ook best wel vrolijk. We werden bij aankomst vriendelijk welkom geheten door onze clubgenoot Remko. Maar even later kwam de aap uit de mouw … Hij zou eerst WL zijn, maar viel op het laatste moment alsnog in voor Krimpen en dat hebben we geweten …

Het duurde vrij lang voordat er enige tekening in de wedstrijd kwam. Vrijwel alle stellingen leken, hoe interessant ze er ook uitzagen, gelijke kansen te bieden.

Guido (met zwart) wint als eerste zijn partij tegen ‘good old’ Joop Huijzer. Het was vrij origineel openingsspel van beide kanten, het ging lange tijd ook gelijk op, maar Guido kreeg op zet 25 toch een winnend initiatief op de damevleugel. En dat maakte hij overtuigend af.

Ikzelf (Albert) speelde met wit een moeizame partij. Ik heb eigenlijk geen moment het gevoel gehad dat ik ‘in control’ was. De opening was in dit kader ook bijzonder illustratief: wat begon als een Pirc/Modern ging via een Philidor over naar een hybride Italiaanse Spanjaard en mondde uit – geloof het of niet – in een onvervalste Konings-Indiër met de bekende wederzijdse aanval op de flanken. Dat laatste wilde ik eigenlijk vermijden (ik ben tenslotte geen 1.d4 speler) maar voelde me uiteindelijk toch gedwongen daartoe. De stelling bleef steeds wel oké voor wit, maar het ontbrak me dus aan een goed (consistent) plan. En op het kritieke moment dacht ik lang na over twee mogelijkheden en koos toen natuurlijk de verliezende zet. Maar zeker ook credits voor mijn tegenstander die het vlot en handig heeft gespeeld.

Scott moest het opnemen tegen clubgenoot Remko. Die had geen enkele schroom om Messemaker pijn te doen en speelde zoals gewoonlijk zijn scherpe tactische spel. Scott ging in op het pionoffer van Remko en stond toen volgens de comp wel iets beter, maar Remko had goede compensatie en Scott ging helaas al snel de fout in. Remko won niet allen de pionnen terug, maar had ook nog steeds de veel actievere stukken. Dit maakte Remko overtuigend en in stijl af.

Zodoende kwamen we dus op achterstand (1-2). Maar de stellingen van Peter, Kees en Jan beloofden de volle 3 punten. Auke stond in principe verloren, maar een remise van Rob (die op dat moment wel minder stond) zou ons alsnog aan de overwinning kunnen helpen.

Peter met wit bereikte geen echt voordeel vanuit de opening en in het middenspel (hij heeft volgens de comp ook enige tijd wat minder gestaan), maar wist uiteindelijk toch een “rotte kies” op c5 aan te boren. De druk werd flink opgevoerd en toen ging zijn tegenstander de fout in waardoor hij niet één maar twee pionnen ging verliezen. Dat was al snel onhoudbaar.

Kees (met zwart) speelt een bekende variant waarin hij twee pionnen offert, maar wit nog geen enkel stuk heeft ontwikkeld. Bij correct spel van wit zou dit een gelijkwaardige stelling opleveren, maar zijn tegenstander dacht én heel lang na én speelde het niet goed (wilde hij misschien te hardnekkig “de weerlegging” vinden?). Kees kwam uiteindelijk materiaal voor en had geen moeite om het punt binnen te halen.

Auke had het met zwart moeilijk tegen Diederick Casteleijn. Vanuit de opening kwam hij in de verdrukking op de damevleugel. Daar verloor hij veel tijd en toen switchte zijn tegenstander sterk naar de koningsvleugel met desastreuse gevolgen. Met een weliswaar onnodig maar zeer fraai stukoffer kreeg wit een onstuitbare aanval. Het mat was onafwendbaar en Auke gunde zijn tegenstander ook de uitvoering ervan.

Jan speelde met wit de opening niet optimaal en kwam licht in het nadeel. Maar nadat zijn
tegenstander iets te frivool met zijn torens omging, werden de bordjes fluks verhangen. Jan kreeg groot strategisch voordeel in het eindspel waar zijn tegenstander met lelijke structurele zwaktes te kampen had op de damevleugel. Dat leverde uiteindelijk twee pluspionnen op en dat maakte Jan vlot af.

Dit alles leverde dus een tussenstand van 4-3 in ons voordeel op. Alle ogen waren nu gericht op de partij van Rob, die opeens nog alle kanten op kon gaan.

Rob kwam met zwart best wel redelijk uit de opening, ondanks de – naar eigen zeggen – kreupele loper op b7. Maar op een gegeven moment kreeg wit toch wel behoorlijke druk op Rob’s koningsstelling. De stelling was echter enorm ingewikkeld en de kansen golfden op en neer en heen en weer. In wederzijdse tijdnood ontstond er een stelling waarin Rob twee lopers voor de toren had, maar wit beschikte over een geduchte pionnenwals op de koningsvleugel. Rob kreeg plotseling aanvalskansen over de witte velden, waardoor zijn loper dus van schlemiel de held werd! Helaas speelde Rob het niet optimaal (kan natuurlijk ook niet in tijdnood), hij kwam uiteindelijk wel een stuk voor maar toen werd de witte pionnenwals opeens onhoudbaar.

Zodoende eindigde dit bloedbad (‘no prisoners taken’) in een 4-4 gelijkspel. Voor Krimpen misschien ook onvoldoende, want die blijven in serieus degradatiegevaar.

Zo vlot als de heenreis verliep, zo langdurig was de thuisreis. De navi van Kees stuurde ons tientallen kilometers over smalle binnenweggetjes door uitgestrekte polders en het plassen/moerasgebied. Dit gevoel werd natuurlijk extra versterkt door het gegeven dat er drie nullen met Kees meereden …

Nu ook de uitslag van de concurrent RSR Ivoren Toren binnen is (winst op Erasmus), is het duidelijk dat we de kampioenstitel nu definitief kunnen afschrijven. Met nog één ronde te gaan en 2 matchpunten en 5 bordpunten achterstand is zelfs hopen niet realistisch meer. Heel jammer, twee ronden geleden zag het er nog zo rooskleurig uit!

Messemaker KNSB-team 1 gedegradeerd: hoe is het mogelijk?

(door Rob van de Walle)

Of moet de titel luiden: ‘Eerste kampioen in de 4 e klasse seizoen ’26 – ’27 bekend’?

Een half bordpunt te weinig om ons te handhaven: dat is de zure conclusie die we moesten trekken na de nederlaag van 4 ½ – 3 ½ ( de derde keer dat we deze uitslag maakten) tegen HWP Sas van Gent 2. We wisten aan het begin van het seizoen dat na het vertrek en afzeggen van enkele sterke spelers het moeilijker zou worden, maar dit was toch echt onnodig. De onverwachte nederlaag tegen (het toen op de laatste plaats staande) Goes in de vorige ronde, waar toen opeens van alles mis ging, heeft ons toch genekt.

Zeeuws-Vlaanderen, dat is toch een andere wereld. Waar we hier in het Westen het vaak moeten doen met rommelige buurthuizen met fanfarekorpsen in een belendende zaal en koffie uit een thermosfles, was Sluiskil een verademing. Veel parkeergelegenheid, een prachtige ruime speelzaal, een goede bar en analyseruimte. Ikzelf zag het helemaal zitten en zeker na een analyse van de ratings: dit moet lukken. Maar het liep anders.

Op bord 8 was Kees als eerste klaar. Kees liet toe dat de h-lijn open ging (zijn tegenstander had nog niet gerokeerd) en kreeg een aanval op zijn koning over zich heen. Na het verliezen van de h-pion was het snel voorbij.

Sjoerd op bord 1 kon spelen tegen de geïsoleerde d-pion van zijn tegenstander, maar overzag een trucje waardoor hij twee paarden tegen een toren won, maar ook nog een pion verloor waarbij zijn tegenstander zeer actieve torens had. Hij wist het nog net remise te houden.

Scott op bord 7 speelde een puike partij. Nimzo-Indisch waarbij een paard van zijn tegenstander op c3 belandde en gedekt moest worden met een pion op d4. Scott wist goed de druk erop te houden. Achteraf bleek het allemaal theorie te zijn geweest. Zijn tegenstander moest nauwkeurig spelen en vergaloppeerde zich toen hij zijn paard naar g4 speelde, terwijl zijn loper al op h3 stond. Scott maakte het keurig af. De stand was weer gelijk.

Ondertussen zag het er op de andere borden niet goed uit. Zoals gewoonlijk dit seizoen, stond Auke goed, maar Peter had een dode remisestelling (daar had ik toch op een vol punt
gerekend), Erik stond vanaf de opening al slecht en Jan overzag een standaard truc in een stelling waarbij (ook alweer) zijn tegenstander een geïsoleerde d-pion had: paard op e5, dame op e2, toren op e1 en dan slaan met het paard op f7. Bernard had een gelijke stelling. Hierdoor zag het er al met al slecht uit.

Ondertussen was Auke klaar. Hij had de afwikkeling van het middenspel beter beoordeeld dan zijn tegenstander en kwam in een D+2T eindspel waarbij hij met zijn torens op de 7 e rij kwam, twee pionnen won en uiteindelijk kon kiezen op welke manier hij de genadeklap ging uitdelen.

Jan had zich herpakt en wist van nog van niets iets te maken en leek zelfs te kunnen winnen. Bij het bord staande zagen we allemaal niet hoe wit zich nog kon redden, maar de witspeler vond de enige zet die niet verloor en slaagde erin de dames te ruilen, waarna het uit was.

Erik kwam uit de opening verkrampt te staan met twee passieve lopers en een kreupel paard. Hij offerde een pion op de damevleugel om ruimte te krijgen, waar zijn tegenstander niet op in ging, zodat hij daar niets bereikte. Toen offerde hij een paard tegen 2 centrumpionnen om zich te bevrijden, maar afgezien van dat zijn tegenstander een open koningsstelling had, waren er weinig aanknopingspunten. Toch leek Erik er nog iets van te kunnen maken, dreigde met twee verbonden vrijpionnen, maar zijn tegenstander verdedigde goed en trok de partij uiteindelijk naar zich toe. Als niet-spelend teamlid leer je nog wat over je collega’s: dat handschrift van Erik. Totaal onleesbaar! Moest ik elke keer omlopen om te zien wat zijn tegenstander had genoteerd om de partij goed te kunnen volgen.

Bleven over de partijen van Peter en Bernard. Peter kreeg Hollands tegen zich waarbij zwart er eerst in slaagde e5 te spelen en daarna ook zijn zwakke d-pion te ruilen. De stelling was helemaal dood. Achteraf bleek er voor Peter nog iets in gezeten te hebben:

Ome Fritz geeft een fantastische variant vanuit deze stelling: 1.Pe6 Txd2 2.Txd2 Da5 3.Lxg7+ Kg8 4.b4 Dxb4 5.Td4, waarna zwart het beste voortzet met 5…Te8 6.Txb4 Pxb4 met een waardering van +0.80. Tja dat moet je ook maar zien.

Peter probeerde er in het eindspel nog iets van te maken, maar zijn tegenstander verdedigde goed, waardoor het remise werd.

En dan bleef, met de stand 4-3 nog de partij van Bernard over. De dames waren er in de opening al afgegaan en er ontstond een eindspel waarbij Bernard een 2-1 meerderheid op de damevleugel had, maar de koning en paard van zijn tegenstander waren daar succesvol aan het rommelen. Er was niets van te maken en Bernard moest berusten in remise. De degradatie was een feit. En dan moet je nog twee uur terug in de auto hè.

Promotiedromen blijven dromen

(door Wibo Bourguignon)

De promotiedromen van RSB-2 zijn vervlogen na een onverwacht verlies tegen Pascal 1. Vooraf wisten we wel dat dit een geduchte tegenstander was, maar met 6-2 verliezen, dat had niemand verwacht. Veel teamgenoten deelden in de malaise: tweemaal werd pardoes een stuk weggegeven, in een mooie combinatie werd een penning over het hoofd gezien met stukverlies tot gevolg en in weer een andere partij werd door een moment van schaakblindheid een direct winnend schaak niet gezien. Alleen Rob wist al vrij snel zijn partij te winnen en zag daarna al deze malaise voorbij komen.

Onze directe concurrent WSW Internos 1 wist met moeite een gelijkspel te behalen, waardoor zij nu 1 matchpunt vóór staan op ons. Maar er liggen meer kapers op de loer zoals de stand na 5 ronden laat zien.

Onderstaand enkele verslagen van de beslissende momenten in de partijen.

Bord 4: Jeroen

Ik speelde tegen dezelfde tegenstander, Melvin Holwijn, waar Ivar afgelopen zaterdag in de KNSB-competitie tegen speelde. Met wit kwam geweigerd Damegambiet Charousek-variant op het bord. Op zich een rustige variant. Na de ruil van alle lichte stukken kreeg ik een iets actievere stelling, en miste ik al een eenvoudige pionwinst. Het voordeel verdween hierna, maar mijn 31e zet krijgt 3 vraagtekens: 31.Te5-e4??

Helemaal gemist dat Txg3+ dreigt. En het is meteen uit, -4.87. Ik speelde nog wel door, maar werd op zet 40 mat gezet.

Bord 5: Eelco

In een weinig inspirerende partij ruilde mijn tegenstander elk stuk af wat hij kon, zelfs als hij een pion kon winnen, of er een paard terug moest naar b1. In een gelijk eindspel kreeg ik dan uiteindelijk toch nog een kans:

Het paard op e1 zit nu serieus in de problemen, en kan ingesloten gaan worden. Stockfish geeft geen definitieve winst, maar houdt dit op -2 na 39. .. Ke4 . Ik had dit plan ook opgevat, maar dacht dat ik beter eerst met pion 39. ..e4 en dan 40. ..Bd1 het paard kon vastzetten. Maar na 39. .. e4 40. Nc2 Bd3 41. Nd4+ was het paard toch ontsnapt. Oeps, remise.

Bord 8: Wibo

Mijn tegenstander speelde iets te verdedigend waardoor hij 2 tempo’s verloor en ik een mooie aanvalstelling kon opbouwen. Na 20 zetten stond deze stelling op het bord, alles staat klaar voor de beslissende aanval.

Ik speelde 21. Lxd5 waarna volgde 21…cxd5 22. Pxd5 Lc8.

Hier miste ik helaas 23.Pf6+!, dat zou de partij direct beslissen. Ik dacht dat de dame kon terugnemen….. een gevalletje van schaakblindheid. Ik speelde 23.Pf4. Een paar zetten later werd het remise door noodzakelijke zettenherhaling.

Openluchtschaaktoernooi op zaterdag 2 mei

Vanaf 2 mei tot eind augustus verandert het plein achter de Agnietenkappel elke zaterdag weer in een openluchtschaak-festijn. Om de opening op 2 mei van het openlucht seizoen extra glans te geven, organiseert schaakclub Messemaker 1847 een Openluchtschaaktoernooi.

Schakers van alle niveaus zijn welkom om gratis deel te nemen. Er worden circa zes ronden (10 min per speler per partij) gespeeld op het openluchtschaakbord, de naastgelegen schaaktafels en het terras van Gouds Beleg.

  • Locatie: Nieuwe Markt (Achter de Agnietenkapel), Gouda
  • Datum: Zaterdag 2 mei 2026 (BIJ GOED WEER!)
  • Tijd: 13:00 – 16:30 uur
  • Inschrijven: Aanmelden kan eenvoudig door via Whatsapp of Signal een bericht te sturen naar Sjoerd Hubregtse (06 – 19 24 10 27).

Overdracht van de rode lantaarn na duur verlies tegen concurrent

(door Bernard Evengroen)

28 maart 2026 was een datum waar ik al even naartoe leefde. Dit seizoen is niet lekker gestart. Maar we leken als team in vorm te komen. Waar we in 2025 2 MP uit 5 wedstrijden hadden gescoord, waren er in 2026 al 3 MP in 2 wedstrijden. Nipte uitslagen die telkens de verkeerde kant op vielen, zorgden voor een zorgelijk groot degradatiespook rond de jaarwisseling.

Gelukkig zat half maart 2026 de sfeer er weer goed in. We hadden veerkracht getoond en van hele slechte papieren, was de strijd onderin en in de middenmoot van klasse 3E ongekend spannend. De top is sindsdien ongewijzigd en uitgelopen van de rest, maar de rest ontloopt elkaar niet veel. Door de goede resultaten in 2026 was de hoop en het vertrouwen op een winst tegen de hekkensluiter groot.

Hoewel het een thuiswedstrijd betrof, werd het startschot eerder in Goes geopend. Peter Scheeren speelde vooruit tegen Sven Stange. Dat eindigde in een gelijkspel. De overige 7 spelers van beide teams traden in Gouda tegen elkaar aan.

Ikzelf mocht achter de zwarte stukken van bord 7 plaatsnemen tegen Joey van de Braak. Hij verraste me op zet 2. Precies zijn bedoeling gaf hij aan. Maar door mijn antwoord werd hijzelf ook aan het denken gezet. Wat volgde was een stelling met veel stukken op het bord, waarin de witte koning onhandig in het midden bleef. Het lukte om verschillende dreigingen op te bouwen en uiteindelijk sloeg dat door.

Na het analyseren van mijn partij zag ik dat Auke ook gewonnen had. In het langslopen had ik een paar keer een stelling gezien, waar ik niet veel van begrijp. Maar Auke bleek zijn vorm van de laatste tijd vast te houden door zijn overwinning.

Op dat moment was de voorsprong met 2,5 – 0,5 royaal, maar een kort rondje langs de velden leerde anders. Rob stond op het eerste bord goed, maar de overige borden zagen er niet goed uit. In gesprek met Auke besprak ik hoopvol wie er voor de matchpunt(en) nog een resultaat konden halen.

Kees (bord 8) was een kwaliteit achter gekomen en zijn tegenstander had deze teruggegeven voor een toreneindspel met een pion meer. We hoopten dat er misschien daar een halfje vandaan kon komen. Dat bleek een illusie, want zijn tegenstander Luuk maakte het eindspel nauwkeurig af.

Dan was er Sjoerd (bord 6) die vorige wedstrijd een pionneneindspel tegen 2200+ won, zou hij dat trucje nog een keer uit kunnen halen, nu hij weer 2200+ tegenover zich kreeg? Winnen ging in ieder geval niet, want hij stond duidelijk minder. Ook dit eindspel was akelig nauwkeurig uitgeteld vanuit de Goese zijde.

Ook Jan (bord 5) had een eindspel met minder pionnen gekregen. Aangezien het een eindspel betrof met beide een toren en loper, had ik de hoop dat inclusief het offeren van een loper alle pionnen zouden verdwijnen. Ook dit bleek een illusie, want er verdwenen pionnen, maar alleen van zwart.

Toen ging het opeens hard, want met op papier een voorsprong in de tussenstand, waren de zo nodige matchpunten opeens heel ver weg.

Van de partij van Scott (bord 3) heb ik niet veel gevolgd, maar ook hij noteerde een nul. Ik waande me opeens weer in 2025, toen ook alles slecht uitviel.

Met een definitief verlies voor het team, vocht Rob (bord 2) nog door. Hij schrijft zelf over zijn partij het volgende:

Ik kreeg een Trompowski op het bord wat mijn tegenstander nogal merkwaardig behandelde. Ik rokeerde lang en speelde op een koningsaanval, maar objectief gezien was dat wat te langzaam. Mijn tegenstander probeerde er op de damevleugel wat van te maken, wat jammerlijk mislukte en ik twee gezonde pionnen won. Daarna ontstond een lange manoeuvreerpartij waarbij mijn tegenstander activiteit probeerde te krijgen en ik dat steeds voorkwam en probeerde stukken te ruilen. Hij moest steeds de goede zet zien te vinden en maakte uiteindelijk een fout waardoor ik een stuk zou winnen, waarop hij opgaf.

Dat bracht de eindstand op een 3,5 – 4,5 verlies tegen Goes, die ons daarbij op de ranglijst passeert. Hoewel we nu zelf laatste staan, staan plek 5 tot en met 10 nog steeds relatief dicht op elkaar. Er is de laatste ronde dus nog van alles mogelijk.

Tijd om de veerkracht die we met de jaarovergang hebben laten zien opnieuw te tonen. Dat mag al op 11 april tegen Sas van Gent. We hebben twee weken om onze focus daarop te leggen. Als tegen die tijd dit verlies nog te gevoelig ligt, is het mogelijk om over Antwerpen te rijden, maar dat laat ik aan de chauffeurs van dan.