Eerste winst voor Messemaker 4

Op vrijdag 21 februari j.l. speelde het vierde team tegen CSV 4. Het team van Cappelle aan den IJssel trad met vele jonge getalenteerde spelers aan. Wij hadden afzeggingen van onze sterkste speler Kees Vermijn en Jasper van Wijhe. Ze werden vervangen door respectievelijk Diko Kalkdijk en Kees van Wensveen. Het werd een knallende overwinning voor ons team 4.

Het was een vreemde wedstrijd; er waren veel jeugdleden, die al aardig gescoord hadden in de RSB, maar die tegen ons team allemaal het loodje legden. Het werd 7-1 voor Messemaker.

Diko Kalkdijk won als eerste na ongeveer een half uur. Daarna volgden veel winsten voor Messemaker. Er waren veel jeugdleden, maar de gemiddelde speelsterkte was veel lager dan wij uit eerdere wedstrijden hadden ervaren. Hoe deze grote verschillen kunnen bestaan binnen de RSB klasse 3C is mij een raadsel.

Albert-Jan Wagensveld

 

“Eerste winst voor Messemaker 4” verder lezen

4 x 4 voor het 4e team

Maandag 27 januari j.l. hebben wij, het vierde team van Messemaker 1847, een bijzonder resultaat geboekt tegen het vierde team van Erasmus. Of misschien toch weer niet zo’n bijzonder? Als je naar de stand in de klasse 3C van de RSB competitie kijkt staan er achter Messemaker toch wel erg veel vieren. Het was de vierde ronde van de competitie. We staan op de vierde plek. Ons team heeft 4 matchpunten, 4×4 bordpunten en noteert elke ronde tot nu toe een uitslag van 4-4!
We hebben het over het vierde team van Messemaker omdat er twee teams in de KNSB competitie spelen en twee teams in de RSB-competitie en niet te vergeten een team in de 4-tallen competitie van de RSB. Messemaker 1847 2 in klasse 3C van de RSB competitie is dus het vierde team.
Hieronder de verslagen van de teamleden over hun partij.

Albert-Jan

Ik had wit en opende met mijn gebruikelijke e4 en na zwarts e6 met f4. Het was geen koningsgambiet deze keer want er werd geen pion in de aanbieding gedaan. Zwart speelde zorgvuldig en zo kwamen zowel zwart als wit redelijk ontwikkeld uit de opening. Spannend werd het nadat ik met wit een pion sloeg (Pg5xe6) die na terugslaan door zwart in een afruil zou eindigen met twee pionnen winst voor wit. (zie diagram).

Dit dreigde nog verkeerd af te lopen voor mij want zwart speelde Dd8-e8, met indirecte aanval op de loper op e3. Maar na 4 zetten 1:Le3-g1 – De8-c6, 2:Pc3-e4 – Pf6xPe4, 3:d3xPe4 – Tf8-e8, en 4: La2-d5) eindigde het alsnog in een stuk winst voor wit. Na nog verder gespeeld te hebben en enkele stukken en pionnen te hebben afgeruild gaf zwart op.

De computer gaf thuis nog aan om uitgaande van het diagram, na Pxe6 het volgende te spelen voor zwart, dat inderdaad beter was, maar toch verrassend: La7xg2 schaak (!), KxLg2, Pf5xLe3 schaak!, De1xPe3, f7xPe6 met gelijk spel. Het paard op f5 is nu weggespeeld en afgeruild, waardoor de vork met schaak door de loper op e6 niet meer opgaat.

Wibo

Het komt niet vaak voor dat als ik met wit speel, mijn tegenstander verrast wordt door mijn openingskeuze. Deze keer dus wel. Al snel werd veel bedenktijd verbruikt en werden door mijn tegenstander vooral pionzetten gedaan (8 van de eerste 14 zetten). Hij kwam achter in ontwikkeling en er ontstonden zwakke velden in zijn stelling. Vervolgens wist ik de f-lijn te openen, waarmee de korte rokade heel moeilijk werd. Door mijn paarden op zijn zwakke velden te posteren wist ik langzamerhand de druk te vergroten en tegenspel tegen te houden. Uiteindelijk slaagde ik er in met een mooie combinatie een stuk te winnen. Daarna stribbelde hij nog wat tegen, maar na 36 zetten wat het mat onvermijdelijk. Een partij zoals ik ‘m graag speel!


Kees

Met zwart aan bord 1 speelde ik tegen D. Hetharia een ongelukkige partij. Op zet 11 speelde ik in een Konings-Indische opstellingTf8-e8, wat d4xe5 toeliet en vervolgens La3-d6 met aanval op mijn Dame op c7, waarna ik er eigenlijk niet meer aan te pas kwam. Ik had eerst e5-e4 moeten spelen, en daarna pas Tf8-e8 en de partij zou heel anders gelopen hebben. Na moeizame verdediging en gevaarlijke dreigingen van wit te hebben overleefd, werd ik op zet 34 toch nog verrast en midden op het bord mat gezet.

Chris

Aan bord 3 kwam ik met zwart na een Siciliaanse opening niet goed in mijn spel. De dameloper bleef de gehele partij opgesloten.
Het lukte me niet een goed plan te maken. Enkele makkelijk te pareren matdreigingen konden wit niet van de wijs brengen.
Hij kon, na een mooie combinatie, een mat forceren en won op deze manier.


Eelko

Een Franse partij waarbij in het begin van de partij de nadruk voor beiden op de damevleugel lag. Toen zwart met c5-c4 het spel aan die zijde op slot zette, besloot ik om op de koningsvleugel de boel open te gooien. Daar had ik meer ruimte en ik kon sneller mijn torens naar de koningsvleugel brengen dan zwart. Met het gewaagde g2-g4-g5 verraste ik Richard zichtbaar (zie diagram).
Zwart speelde f7-f6. Niet al te sterk. Achteraf bezien denk ik dat zwart beter op de damevleugel had kunnen proberen de a-pion op te spelen, bijvoorbeeld met 19…Lb4, 20.Df4 a5, 21.h4 a4, of 21…La4 en zwart krijgt mooi initiatief via de b-lijn.
De partij ging door met het ruilen van mijn e-pion tegen zwarts f-pion. Zwart nam uitaard terug met de g-pion. Het ruilen ging nog even door totdat zwart zijn koning ‘veilig’ naar h8 verplaatste. In deze stelling (zie diagram 2) stond ik er goed voor. Maar in mijn hoofd was ik al verder en speelde Pf4. Gretig pakte zwart mijn ongedekte g-pion en weg was al mijn voordeel.
De zwarte toren kwam daarna op f8 en ik werd haast gedwongen om de dames te ruilen. Met een beetje bluf en bravoure offerde ik nog mijn paard op d5. Zwart sloeg met de dame maar zag daarna de de dame hiermee min of meer vast stond. Blijkbaar was Richard te overrompeld en bood remise aan, wat ik maar al te graag aannam.


Eduard

Technisch gezien was het echt remise toen ik op de 41e zet het remise-aanbod van mijn tegenstander accepteerde. Moeilijke beslissing want de stand werd daarmee 4-3 in het voordeel van Erasmus 4 en we zouden dus nog hooguit gelijk kunnen spelen (wat kort daarna gelukkig ook gebeurde). Maar doorspelen had ook gekund. Veel bedenktijd had mijn tegenstander niet meer, maar ik had al wel in de gaten dat er in deze stelling nog heel veel zetten gedaan zouden moeten worden. Voordat je het weet wordt het dan uitvluggeren, met alle risico’s van dien. Ik speelde met zwart en moest toe zien hoe wit het spel vertraagde, dicht zette en zelf ook geen risico nam. Zelfs toen ik hem daartoe uitnodigde met een leuk gevonden, enigszins dubieuze zet die onmiddellijk zou leiden tot “schwindelerregende Verwicklungen” (mooie term uit Duitstalig schaakboek) koos hij voor de veilige route. Ik won nog wel een pion, maar daarmee niet de partij. Vrijdag 21 februari schaken we in Capelle aan de IJssel en dan moet het beter. Ja, dan speel ik beslist zoals het moet. Dat wil zeggen: ontzettend goed. (een rijmende knipoog naar Jules Deelder).