KNSB-bekerteam Messemaker wint overtuigend van Leiderdorp

 

In de derde ronde van de KNSB-beker hadden we geloot tegen Leiderdorp. In de KNSB-competitie speelt Leiderdorp met grootmeester Daan Brandenburg. Die was echter niet aanwezig in deze bekerwedstrijd en wij waren daarom de favoriet om deze wedstrijd te winnen. Die favorietenrol moet dan echter nog wel waargemaakt worden.

Vanuit de opening leek dat alleen Jan te lukken. Hij rokeerde lang en opende vervolgens de koningsvleugel waar hij al zijn stukken activeerde. Zijn tegenstander had daar misschien hardnekkiger kunnen verdedigen, maar in de partij lukte het hem niet om alle dreigingen te pareren. Zo kwamen we op een 1-0 voorsprong.

Ikzelf speelde een partij die Tal gespeeld zou kunnen hebben. Ik deed een aantal zetten die allemaal niet geheel correct waren, maar wel dusdanig ingewikkeld dat mijn tegenstander zwaar in de denktank moest. Toen dat niet meer ging – omdat mijn tegenstander nauwelijks tijd over had – ging hij in de fout en kon ik de partij in de aanval beslissen.

Ben speelde tegen de nog jeugdige Kiri Arnold. Hij was van tevoren gewaarschuwd dat ze beduidend beter schaakt dan haar rating en dat liet ze in de partij ook zien. In het middenspel stond ze wat beter en had ze met een interessant kwaliteitsoffer waarschijnlijk ook beter kunnen komen te staan. In de partij gebeurde dat niet en maakte ze later een fout waarvan Ben volledig profiteerde en de wedstrijd in ons voordeel besliste.

Zoals gewoonlijk was Peter Scheeren weer als laatste nog bezig. Een beetje ongewoon was echter wel dat hij een duidelijk minder eindspel had. Hij had namelijk gemist dat zijn tegenstander zijn pionnenstructuur kon verminken. Op kunstzinnige wijze wist Peter de stelling echter eerst in remisewateren te leiden en kon hij na een paar mindere zetten van zijn tegenstander zelfs op winst spelen. In het verre toreneindspel maakte zijn tegenstander een grote fout waarna het eenvoudig gewonnen was.

Zo wonnen we – misschien ietwat geflatteerd – met 4-0 van Leiderdorp. Daarmee hebben we de halve finale van poule C bereikt. In deze halve finale moeten we tegen Voorschoten, Delft of de winnaar van LSG tegen Kennemer Combinatie. Al deze teams zijn op papier iets sterker (of in het geval van LSG en Kennemer: véél sterker) dan wij zijn. In de volgende ronde wacht dus een mooie uitdaging om te kijken of we voor het eerst in onze geschiedenis de finale van de poule kunnen halen!

Peter Ypma

Lijfsbehoud Messemaker 3 aan zijden draadje na gelijkspel

Om nog een beetje realistische kansen te hebben op handhaving moest er gewonnen worden van RSR Ivoren Toren. Die kansen waren er zeker, maar uiteindelijk kwamen we niet verder dan een 4-4 gelijkspel.

De avond begon goed met een vlotte overwinning van Zoran na een blunder naar ik begreep. Bovendien stond Frans al erg goed. Vanuit het perspectief van zijn tegenstander Michael Fung zou je kunnen zeggen dat zijn provocatie goed werkte, maar objectief gezien was het onverantwoord om het pionoffer van Frans aan te nemen en moet Frans zonder enige twijfel gewonnen hebben gestaan. Helaas bleek de foutieve zet (ik denk tenminste dat het daar mis ging) Pxd4 te verleidelijk en vervolgens moest Frans er met de moed der wanhoop nog meer materiaal tegenaan gooien, maar zonder resultaat. Daarna ging het ook bij Jeroen en bij Frank mis en keken we lange tijd tegen een 3-1 achterstand aan. Na goede overwinningen van Leen en invaller Ben stond het weer gelijk en leek winst mogelijk. Zelf had ik het grootste deel van de avond een betere stelling, maar het eindspel waarnaar ik in de uitvluggerfase afwikkelde beoordeelde ik onterecht als beter. Enkele mindere zetten deden me daarna de das om. Uiteindelijk zorgde Erik nog wel voor een gelijkspel, die het knap afmaakte nadat zijn tegenstander Spaan te ver ging in zijn winstpogingen.

Messemaker 2 nog volop in kampioensrace

Messemaker 2 nog volop in kampioensrace

De uitwedstrijd tegen het Haagse SHTV2 vond plaats in de Bosbeskapel, gelegen in de Vruchtenbuurt, nabij Loosduinen. Het speelzaaltje bevond zich onder de kerk en bood uitzicht op de naastgelegen begraafplaats alwaar tijdens onze wedstrijd een uitvaart plaatsvond. Dit alles had tot relativerende gedachten kunnen leiden over onze bezigheden, maar uit de felle strijd die al spoedig op verschillende borden plaatsvond, bleek dat hier geen sprake van was.

Aan het eerste bord kreeg Frans een Fajarowicz-Boedapester voorgeschoteld door zijn tegenstander. Dat leidde tot een partij vol tactische grappen en grollen waarin nu eens wit en dan weer zwart de slimste leek te zijn. Uiteindelijk kwam een eindspel op het bord waarin voor geen van beide partijen eer viel te behalen: remise. Het eerste winstpunt werd door Frank binnengebracht. In een positionele partij wist hij een stuk te winnen (hoe precies, is mij ontgaan) waarna de winst niet moeilijk meer was. De winst bleek daarentegen wel heel moeilijk te vinden voor Jeroen. In een lastig pionneneindspel ging hij helaas in de fout en moest het punt aan de tegenstander laten. Achteraf zie hij hierover: “De gifbeker moet helemaal leeg gedronken worden. In een voordelig pionnen eindspel (pion meer) miste ik de winnende voortzetting en verloor alsnog ongelukkig de partij.”

Wouter speelde een uitstekende partij. Hij wist, met zwart spelend, zijn positioneel voordeel steeds verder uit te bouwen, totdat de witte stelling uiteindelijk instortte. De witspeler speelde nog er lang door met een dame en toren achterstand, maar moest uiteindelijk de onvermijdelijke nederlaag accepteren. Bernard offerde – met wit – in de opening een pion voor het initiatief. Dat wist hij al spoedig tot een mooie aanvalsstelling uit te bouwen. Met een stukoffer, dat zwart vanwege een spoedig mat niet mocht aannemen, brak hij de zwarte stelling open. Daarna was het een kwestie van de winst niet meer uit handen geven. Dat de zwarte koning midden op het bord werd mat gezet, was een passend slot.

Rob moest al vroeg in de partij een zeer gevaarlijk uitziende koningsaanval van zijn witspelende tegenstander zien te pareren. Dat lukt met enig kunst- en vliegwerk, maar het resultaat was wel een stelling vol positionele zwakheden die moeilijk was te verdedigen. Te moeilijk, bleek na verloop van tijd. Ook Leslie had te maken met een tegenstander die het woord opgeven niet in zijn vocabulaire had. Leslie had met zwart eerst een pion en vervolgens een kwaliteit buitgemaakt. In het eindspel vergrootte hij het materiële voordeel tot een volle dame en nog wist zwart van geen opgeven. Uiteindelijk was mat onvermijdelijk. In mijn eigen partij speelde ik goed tot mijn tegenstander op de 30ste zet remise aanbod. Ik stond wat beter en besloot door te spelen, maar ging daarop meteen in de fout door een pion te verspelen. Het eindspel van loper tegen paard was objectief gezien verloren, maar ik wist nog wat tegenkansen te scheppen en na verschillende fouten van beide partijen trok ik uiteindelijk aan het langst eind.

Al met al een zeer nuttige 5,5-2,5 overwinning die Messemaker 2 volop in de kampioensrace houdt. We staan nu samen met Voorschoten 2 op de gedeelde eerste plaats. Op 7 maart spelen we tegen elkaar in Gouda.

Kees Brinkers

Messemaker naar halve finale RSB-beker

De kwartfinale tegen RSR Ivoren Toren 1 liep uit op een ruime overwinning. De tegenstander was enigszins verzwakt doordat kopman Spaan niet in het bekerduel tegen ons meespeelde, maar intern in de “Champions League” (en deed daar wel goede zaken). Wij waren op volle sterkte en ratingfavoriet, maar ook de stellingen gaven mij al snel het gevoel dat het wel goed ging komen.

Peter stond misschien objectief dan wel dubieus (ten opzichte van zijn eigen woorden achteraf is dubieus nog een positieve kwalificatie), maar ik vond het een typischeYpma partij/stelling en was niet verrast dat Peter er tegen Paul Batenburg toch met het punt vandoor ging en nog wel als eerste.

Erik met wit tegen Michael Fung vond ik al snel prettig staan. Misschien was er weinig aan de de hand, maar de stelling speelde in elk geval prettiger voor wit en Erik kon uiteindelijk in het eindspel een pion winnen. Daarna was het voor mijn gevoel een kwestie van tijd voordat het punt zou worden binnen gesleept en zo ging het ook, zodat een halfje uit de resterende twee partijen voldoende zou zijn om door te bekeren.

Ik zei tegen Leen min of meer grappend dat remise spelen ok was. Min of meer grappend omdat de stelling er bij mij inmiddels wel erg goed uit zag. Met tegengestelde rokades was mijn aanval veel eerder dan een eventuele witte aanval.  Kort daarna werd de partij van Leen (tegen Paul Tromp) inderdaad remise. Of dat door mij kwam weet ik niet, wel begreep ik achteraf dat Leen duidelijk beter zou hebben gestaan, iets wat mij ontgaan was. Hoe dan ook het beslissende halfje, dus dat was mooi. Daarna kon ik de kers op de taart zetten door in het uitvluggeren mijn voordeel tegen Herman Keetbaas gedecideerd in winst om te zetten.

RSB wedstrijd 6 december viertal tegen Overschie

door Kees van Wensveen

De tweede wedstrijd van ons viertal eindigde evenals de eerste wedstrijd in een gelijkspel.De eerste wedstrijd vorige maand tegen Ivoren Toren in Rotterdam eindigde in winst voor John en Micha en verlies voor Rob en mij.Deze keer speelden we weer in Rotterdam tegen het viertal van Overschie. Erwin viel in voor Micha, die andere dingen aan het hoofd heeft ivm met de geboorte van zijn dochter.Weer wisten de jongeren, John en Erwin, hun partij te winnen en verloren Rob en ik opnieuw. Zou het toch met de leeftijd te maken hebben?

De reis naar Rotterdam-Overschie verliep niet helemaal vlekkeloos. Rob reed deze keer en we waren om kwart over zeven bij de Hoog. Alleen John ontbrak nog. Hij belde al snel naar Rob met het verzoek hem even op te halen want zijn scooter wilde niet starten. De Bosweg, waar John stond te wachten, ligt niet echt op de route, zodat we met enige vertraging in Rotterdam aankwamen. Toen nog de speellocatie van Overschie vinden. Ook dat viel niet mee. Ik wist dat het in de Kerk was en de verlichte toren van die kerk zagen we al snel, maar de navigatie had andere plannen. De zei:”bestemming bereikt”, maar de Kerk was nergens meer te zien. Inmiddels was het 10 minuten voor 8. Rob negeerde een weg met éénrichtingsverkeer om sneller te zijn. We zagen toen al snel weer de betreffende Kerk, maar geen parkeerplaats. Rob zag een smal weggetje langs de Schie op loopafstand van de Kerk en dacht daar een parkeerplek te vinden. Geen parkeerplek in dat smalle straatje. Sterker nog het straatje ging over in een fietspad en keren was uitgesloten. We moesten toen op hetzelfde smalle weggetje een kilometer achteruit rijden. Dat duurde even.Rog zei: “ik zet jullie bij de Kerk af en ga dan een parkeerplek zoeken”.  Toen zat het toch nog even mee, want op het Kerkplein zelf was precies nog één plekje vrij. Eerste keer toen we er langs reden niet gezien. Zodoende waren we klokslag 8 uur binnen en konden gelijk aanschuiven voor de wedstrijd.

Ik speelde deze keer aan het vierde bord en had een zeer jeugdige speler tegenover mij die in een razend tempo speelde. De deur van het zaaltje waar we in speelden ging regelmatig open omdat andere clubleden kwamen kijken of omdat we iets te drinken haalden. Elke keer maakte deze deur een irritant snerpend geluid. De scharnieren moeten nodig eens gesmeerd worden. Verder zat mijn tegenstander gezellig een zak chips te eten en dat niet alleen, maar de teamgenoot rechts van mij had een dergelijke knisperende zak met lekkers.Allemaal geen excuus voor mijn verlies. Zoals gezegd: mijn tegenstander dacht blijkbaar veel sneller dan ik en speelde in een erg hoog tempo en daar kan ik slecht tegen. Ik laat me te gemakkelijk verleiden om in dat tempo mee te gaan en kom dan in de situatie van eerst zetten en daarna pas denken. Absoluut verkeerd. Volgende keer nog meer aan denken!


Verslag Erwin Wouterson

Vandaag mocht ik invallen voor Micha en trof ik Timo Zunderman met zwart op bord 2. Mijn tegenstander opende met e4 waarna ik koos voor een Frans vervolg. Mijn tegenspeler verkoos de afruilvariant op d5. Na twaalf zetten waren beide loperparen en een van de paarden koppels afgeruild. Met een solide pion structuur én een actieve dame vanaf d6 kon ik mijn positie verder uitbouwen. In de volgende positie kon ik met Txe1+ een belangrijke centrum pion op d4 winnen.

Kort na het winnen van de d4 pion wist ik mijn tegenspeler te verleiden tot een dameruil op e4. Na het centraliseren van mijn overgebleven stukken kon ik op de e-lijn de laatste torens afruilen. Het eindspel: paard, koning en één pluspion zag er rooskleurig uit.

Inmiddels werd mij duidelijk dat er een 2-1 achterstand was ontstaan en met lichte tijdsnood aan mijn zijde (4 minuten op de klok) kon ik met juist rekenwerk profiteren van zetdwang waarna mijn pluspion de wedstrijd kon beslissen:

Mijn tegenspeler probeerde nog met zijn koning op d4 de boel dicht te houden maar na de “wachtzet” Kd6 ontstond er voor mijn tegenspeler de zetdwang en moest hij de weg vrij maken voor mijn koning. Het remiseaanbod in bovengenoemde stelling werd dan ook niet door mij geaccepteerd. Niet veel zetten later moest mijn tegenspeler opgeven nadat mijn pion met ondersteuning van koning op c2 was beland en hij gedwongen het veld c1 met zijn koning moest verlaten.

Met deze overwinning wist ik Messemaker 1847 V1 op 2-2 te brengen en was mijn eerste invalsronde voor mij een succes.

4 x 4 voor het 4e team

Maandag 27 januari j.l. hebben wij, het vierde team van Messemaker 1847, een bijzonder resultaat geboekt tegen het vierde team van Erasmus. Of misschien toch weer niet zo’n bijzonder? Als je naar de stand in de klasse 3C van de RSB competitie kijkt staan er achter Messemaker toch wel erg veel vieren. Het was de vierde ronde van de competitie. We staan op de vierde plek. Ons team heeft 4 matchpunten, 4×4 bordpunten en noteert elke ronde tot nu toe een uitslag van 4-4!
We hebben het over het vierde team van Messemaker omdat er twee teams in de KNSB competitie spelen en twee teams in de RSB-competitie en niet te vergeten een team in de 4-tallen competitie van de RSB. Messemaker 1847 2 in klasse 3C van de RSB competitie is dus het vierde team.
Hieronder de verslagen van de teamleden over hun partij.

Albert-Jan

Ik had wit en opende met mijn gebruikelijke e4 en na zwarts e6 met f4. Het was geen koningsgambiet deze keer want er werd geen pion in de aanbieding gedaan. Zwart speelde zorgvuldig en zo kwamen zowel zwart als wit redelijk ontwikkeld uit de opening. Spannend werd het nadat ik met wit een pion sloeg (Pg5xe6) die na terugslaan door zwart in een afruil zou eindigen met twee pionnen winst voor wit. (zie diagram).

Dit dreigde nog verkeerd af te lopen voor mij want zwart speelde Dd8-e8, met indirecte aanval op de loper op e3. Maar na 4 zetten 1:Le3-g1 – De8-c6, 2:Pc3-e4 – Pf6xPe4, 3:d3xPe4 – Tf8-e8, en 4: La2-d5) eindigde het alsnog in een stuk winst voor wit. Na nog verder gespeeld te hebben en enkele stukken en pionnen te hebben afgeruild gaf zwart op.

De computer gaf thuis nog aan om uitgaande van het diagram, na Pxe6 het volgende te spelen voor zwart, dat inderdaad beter was, maar toch verrassend: La7xg2 schaak (!), KxLg2, Pf5xLe3 schaak!, De1xPe3, f7xPe6 met gelijk spel. Het paard op f5 is nu weggespeeld en afgeruild, waardoor de vork met schaak door de loper op e6 niet meer opgaat.

Wibo

Het komt niet vaak voor dat als ik met wit speel, mijn tegenstander verrast wordt door mijn openingskeuze. Deze keer dus wel. Al snel werd veel bedenktijd verbruikt en werden door mijn tegenstander vooral pionzetten gedaan (8 van de eerste 14 zetten). Hij kwam achter in ontwikkeling en er ontstonden zwakke velden in zijn stelling. Vervolgens wist ik de f-lijn te openen, waarmee de korte rokade heel moeilijk werd. Door mijn paarden op zijn zwakke velden te posteren wist ik langzamerhand de druk te vergroten en tegenspel tegen te houden. Uiteindelijk slaagde ik er in met een mooie combinatie een stuk te winnen. Daarna stribbelde hij nog wat tegen, maar na 36 zetten wat het mat onvermijdelijk. Een partij zoals ik ‘m graag speel!


Kees

Met zwart aan bord 1 speelde ik tegen D. Hetharia een ongelukkige partij. Op zet 11 speelde ik in een Konings-Indische opstellingTf8-e8, wat d4xe5 toeliet en vervolgens La3-d6 met aanval op mijn Dame op c7, waarna ik er eigenlijk niet meer aan te pas kwam. Ik had eerst e5-e4 moeten spelen, en daarna pas Tf8-e8 en de partij zou heel anders gelopen hebben. Na moeizame verdediging en gevaarlijke dreigingen van wit te hebben overleefd, werd ik op zet 34 toch nog verrast en midden op het bord mat gezet.

Chris

Aan bord 3 kwam ik met zwart na een Siciliaanse opening niet goed in mijn spel. De dameloper bleef de gehele partij opgesloten.
Het lukte me niet een goed plan te maken. Enkele makkelijk te pareren matdreigingen konden wit niet van de wijs brengen.
Hij kon, na een mooie combinatie, een mat forceren en won op deze manier.


Eelko

Een Franse partij waarbij in het begin van de partij de nadruk voor beiden op de damevleugel lag. Toen zwart met c5-c4 het spel aan die zijde op slot zette, besloot ik om op de koningsvleugel de boel open te gooien. Daar had ik meer ruimte en ik kon sneller mijn torens naar de koningsvleugel brengen dan zwart. Met het gewaagde g2-g4-g5 verraste ik Richard zichtbaar (zie diagram).
Zwart speelde f7-f6. Niet al te sterk. Achteraf bezien denk ik dat zwart beter op de damevleugel had kunnen proberen de a-pion op te spelen, bijvoorbeeld met 19…Lb4, 20.Df4 a5, 21.h4 a4, of 21…La4 en zwart krijgt mooi initiatief via de b-lijn.
De partij ging door met het ruilen van mijn e-pion tegen zwarts f-pion. Zwart nam uitaard terug met de g-pion. Het ruilen ging nog even door totdat zwart zijn koning ‘veilig’ naar h8 verplaatste. In deze stelling (zie diagram 2) stond ik er goed voor. Maar in mijn hoofd was ik al verder en speelde Pf4. Gretig pakte zwart mijn ongedekte g-pion en weg was al mijn voordeel.
De zwarte toren kwam daarna op f8 en ik werd haast gedwongen om de dames te ruilen. Met een beetje bluf en bravoure offerde ik nog mijn paard op d5. Zwart sloeg met de dame maar zag daarna de de dame hiermee min of meer vast stond. Blijkbaar was Richard te overrompeld en bood remise aan, wat ik maar al te graag aannam.


Eduard

Technisch gezien was het echt remise toen ik op de 41e zet het remise-aanbod van mijn tegenstander accepteerde. Moeilijke beslissing want de stand werd daarmee 4-3 in het voordeel van Erasmus 4 en we zouden dus nog hooguit gelijk kunnen spelen (wat kort daarna gelukkig ook gebeurde). Maar doorspelen had ook gekund. Veel bedenktijd had mijn tegenstander niet meer, maar ik had al wel in de gaten dat er in deze stelling nog heel veel zetten gedaan zouden moeten worden. Voordat je het weet wordt het dan uitvluggeren, met alle risico’s van dien. Ik speelde met zwart en moest toe zien hoe wit het spel vertraagde, dicht zette en zelf ook geen risico nam. Zelfs toen ik hem daartoe uitnodigde met een leuk gevonden, enigszins dubieuze zet die onmiddellijk zou leiden tot “schwindelerregende Verwicklungen” (mooie term uit Duitstalig schaakboek) koos hij voor de veilige route. Ik won nog wel een pion, maar daarmee niet de partij. Vrijdag 21 februari schaken we in Capelle aan de IJssel en dan moet het beter. Ja, dan speel ik beslist zoals het moet. Dat wil zeggen: ontzettend goed. (een rijmende knipoog naar Jules Deelder).