RSB wedstrijd 6 december viertal tegen Overschie

door Kees van Wensveen

De tweede wedstrijd van ons viertal eindigde evenals de eerste wedstrijd in een gelijkspel.De eerste wedstrijd vorige maand tegen Ivoren Toren in Rotterdam eindigde in winst voor John en Micha en verlies voor Rob en mij.Deze keer speelden we weer in Rotterdam tegen het viertal van Overschie. Erwin viel in voor Micha, die andere dingen aan het hoofd heeft ivm met de geboorte van zijn dochter.Weer wisten de jongeren, John en Erwin, hun partij te winnen en verloren Rob en ik opnieuw. Zou het toch met de leeftijd te maken hebben?

De reis naar Rotterdam-Overschie verliep niet helemaal vlekkeloos. Rob reed deze keer en we waren om kwart over zeven bij de Hoog. Alleen John ontbrak nog. Hij belde al snel naar Rob met het verzoek hem even op te halen want zijn scooter wilde niet starten. De Bosweg, waar John stond te wachten, ligt niet echt op de route, zodat we met enige vertraging in Rotterdam aankwamen. Toen nog de speellocatie van Overschie vinden. Ook dat viel niet mee. Ik wist dat het in de Kerk was en de verlichte toren van die kerk zagen we al snel, maar de navigatie had andere plannen. De zei:”bestemming bereikt”, maar de Kerk was nergens meer te zien. Inmiddels was het 10 minuten voor 8. Rob negeerde een weg met éénrichtingsverkeer om sneller te zijn. We zagen toen al snel weer de betreffende Kerk, maar geen parkeerplaats. Rob zag een smal weggetje langs de Schie op loopafstand van de Kerk en dacht daar een parkeerplek te vinden. Geen parkeerplek in dat smalle straatje. Sterker nog het straatje ging over in een fietspad en keren was uitgesloten. We moesten toen op hetzelfde smalle weggetje een kilometer achteruit rijden. Dat duurde even.Rog zei: “ik zet jullie bij de Kerk af en ga dan een parkeerplek zoeken”.  Toen zat het toch nog even mee, want op het Kerkplein zelf was precies nog één plekje vrij. Eerste keer toen we er langs reden niet gezien. Zodoende waren we klokslag 8 uur binnen en konden gelijk aanschuiven voor de wedstrijd.

Ik speelde deze keer aan het vierde bord en had een zeer jeugdige speler tegenover mij die in een razend tempo speelde. De deur van het zaaltje waar we in speelden ging regelmatig open omdat andere clubleden kwamen kijken of omdat we iets te drinken haalden. Elke keer maakte deze deur een irritant snerpend geluid. De scharnieren moeten nodig eens gesmeerd worden. Verder zat mijn tegenstander gezellig een zak chips te eten en dat niet alleen, maar de teamgenoot rechts van mij had een dergelijke knisperende zak met lekkers.Allemaal geen excuus voor mijn verlies. Zoals gezegd: mijn tegenstander dacht blijkbaar veel sneller dan ik en speelde in een erg hoog tempo en daar kan ik slecht tegen. Ik laat me te gemakkelijk verleiden om in dat tempo mee te gaan en kom dan in de situatie van eerst zetten en daarna pas denken. Absoluut verkeerd. Volgende keer nog meer aan denken!


Verslag Erwin Wouterson

Vandaag mocht ik invallen voor Micha en trof ik Timo Zunderman met zwart op bord 2. Mijn tegenstander opende met e4 waarna ik koos voor een Frans vervolg. Mijn tegenspeler verkoos de afruilvariant op d5. Na twaalf zetten waren beide loperparen en een van de paarden koppels afgeruild. Met een solide pion structuur én een actieve dame vanaf d6 kon ik mijn positie verder uitbouwen. In de volgende positie kon ik met Txe1+ een belangrijke centrum pion op d4 winnen.

Kort na het winnen van de d4 pion wist ik mijn tegenspeler te verleiden tot een dameruil op e4. Na het centraliseren van mijn overgebleven stukken kon ik op de e-lijn de laatste torens afruilen. Het eindspel: paard, koning en één pluspion zag er rooskleurig uit.

Inmiddels werd mij duidelijk dat er een 2-1 achterstand was ontstaan en met lichte tijdsnood aan mijn zijde (4 minuten op de klok) kon ik met juist rekenwerk profiteren van zetdwang waarna mijn pluspion de wedstrijd kon beslissen: 

Mijn tegenspeler probeerde nog met zijn koning op d4 de boel dicht te houden maar na de “wachtzet” Kd6 ontstond er voor mijn tegenspeler de zetdwang en moest hij de weg vrij maken voor mijn koning. Het remiseaanbod in bovengenoemde stelling werd dan ook niet door mij geaccepteerd. Niet veel zetten later moest mijn tegenspeler opgeven nadat mijn pion met ondersteuning van koning op c2 was beland en hij gedwongen het veld c1 met zijn koning moest verlaten.

Met deze overwinning wist ik Messemaker 1847 V1 op 2-2 te brengen en was mijn eerste invalsronde voor mij een succes. 

Een spannende wedstrijd

Het was een spannende wedstrijd voor het vierde team op maandag 25 november. Wibo Bouguignon had kort van tevoren afgezegd. Onze reserve Kees van Wensveen viel voor hem in. Omdat Kees niet als ‘kanonnenvlees’ op bord twee wilde, werd er nog het nodige heen en weer geschoven. Uiteindelijk werd tegen het vierde team van Barendrecht IJsselmonde gelijkspel: 4 – 4.

Hier volgt een korte impressie door enkele teamleden in willekeurige volgorde.

Albert-Jan Wagensveld

Ik opende met koningsgambiet en kwam er niet slecht uit.  Maar net toen ik op de 26e zet dacht prachtige kansen te zien voor een vernietigende aanval, kwam zwart met een (ik moet zeggen briljant) dameoffer, waarmee hij na drie zetten via een onvermijdbare paardvork mijn dame terugnam en ik ook nog een toren achter kwam te staan (zie diagram 1).

Diagram 1: na 25…De6xh3 26.Pf3-e1.
Zwart dreigt met 26…Dh1+!

Na nog een mislukte paardvork op twee torens die mij door een tussenschaakje op een afruil van twee paarden tegen een toren kwam te staan, werd mijn achterstand erg groot. Ik zag nog een kleine kans op een promotie en haalde er de zevende lijn mee. Maar toen ook daar effectief een stokje voor werd gestoken moest ik opgeven.
Latere analyse gaf aan dat ik op de zet vóór het dameoffer een winnende combinatie had gehad met paard b6 schaak (in plaats van Pf3-e1) (zie diagram 2). Maar ja, dat was tien zetten lang schaakjes geven, want met één zet van zwart zou ik zelf mat staan.

Diagram 2

Eduard Dame

Met zwart kon ik mijn favoriete Russische opening spelen. De avond begon dus meteen al goed. Om vervolgens niet bang te zijn voor twee dubbelpionnen. Want waar deze samenwerken met de buurpionnen, ontstaan mooi vestingwerkjes. En……….. je krijgt open of halfopen lijnen. Wit vertikte het om te rokeren; de koning bleef vervolgens precies tussen de open d- en open de f-lijn bleef staan. Een dodelijke aanval kon niet uitblijven (zie diagram). Het loperoffer dat daarvoor nodig was, mocht die naam niet dragen. Het enige dat ik mij kan verwijten is dat ik mat in zes niet uitvoerde, terwijl ik het na lang nadenken wel van plan was om het vonnis zo te voltrekken. Hoe werkt het daar eigenlijk daarboven in die hersenpan? Nou ja, het bleef moeilijker om te verliezen dan om te winnen. De hand werk naar mij uitgestoken en we stonden met 4-3 voor.

Chris Kraaijeveld

Mijn tegenstander bleek een goede kenner van de opening c4-e5-Pc3  te zijn, maar daarna raakte hij het spoor bijster. Ik kwam al snel een stuk voor, daarna nog wat pionnen. Na ongeveer drie kwartier en 33e zetten was het afgelopen.

Kees Vermijn

Ik speelde met zwart tegen Roel de Hoop een Spaanse partij. Mijn tegenstander kende deze opening kennelijk niet zo goed, en na 11. b2-b4, c5xb4 kreeg ik kansen op de damevleugel.
De ontwikkeling van zijn dame-paard Pb1-d2 volgde pas op zet 28! Met 20. Dd1-c1 liet hij zijn paard op f3 in de steek, waardoor ik met Ld5xf3 zijn koningsstelling kon slopen en met de manoevre Ta8-a4,  -h4 en later Tf8-f6, -h6 kreeg ik een krachtige aanval op h3. Met een paardoffer op e2, dat hij niet mocht aannemen, omdat het anders mat in 5 zou zijn, besliste ik de partij tenslotte. Na Pe2-f4 was er geen verdediging meer mogelijk.

Eelko de Groot

Aan het zesde bord speelde ik tegen Erik Wijnbelt. Toen ik later thuis de partij in mijn schaakdatabase invoerde zag ik dat ik 3 jaar geleden ook tegen hem mocht spelen. Beide keren kwam de Owen Defence op het bord. Deze keer liet ik mijn e-pion slaan en stoomde met mijn d-pion op. Op zet 8 stond deze al op d6. Erik gaf achteraf toe dat hij deze pion beter had kunnen slaan. In de partij had hij er veel last van. Zijn witte loper waarmee hij op e4 geslagen had, bleef voor de pionnen staan. Een prachtig doelwit voor mij. In een poging deze in te sluiten kwam het uiteindelijk tot een ruil en nadat wij beiden gerokeerd hadden, hield ik een mooie stelling over:

Ploeteren tot het eind

Het was ploeteren voor het vierde team tegen Overschie. Met een gelijkspel gingen we opgelucht naar huis. Het had winst kunnen zijn, maar ook net zo goed verlies.

De avond werd door Eelko geopend. Hij zette na 27 zetten de witte koning van Cor van Lennep mat. Dit ging echter niet zonder slag of stoot. Verschillende tussenschaakjes waren nodig om te voorkomen dat zwart te veel materiaal zou verliezen. Je zou kunnen zeggen: een partij met kansen en blunders over en weer. In de partij zagen we alleen de kansen. De blunders openbaarden zich tijdens de analyse. Maar als je dan uiteindelijk de aanval van wit weet af te slaan en zelf je aanval ziet slagen dan maakt een blundertje meer of minder niet meer uit. En voor Cor? Die weet dat hij volgende keer iets beter de kansen van de tegenstander in de gaten moet houden.

Hieronder een stelling uit de partij tussen Eelko en Cor. Wit heeft net met de d-pion op c5 geslagen. Zwart gaat verder met Tae8. Deze druk wordt uiteindelijk teveel voor wit. Maar in deze stelling was Dd3+ waarschijnlijk beter geweest.

Jasper had een wandelende koning. Helaas was het zijn eigen koning. Opgejaagd door de witte stukken van Martin Schlüter was het lastig voor Jasper om uitwegen te blijven vinden. Op een gegeven moment lukt dat niet meer en Jasper moest in Martin zijn meerdere erkennen.

Minas had een fraaie combinatie die hem uiteindelijk een vork van toren en dame opleverde. Logische wijs mocht hij zijn paard tegen een toren ruilen. Later in het spel gaf zijn tegenstander, in een vlaag van schaakblindheid, zijn tweede toren weg en stond Minas pardoes een stuk voor. Da’s lekker spelen. Z’n tegenstander gaf niet lang daarna op.

Albert-Jan moest in Wil de Gids zijn meerdere erkennen. Het was voor hem een zware partij. Wil duwde hem steeds verder in de verdrukking. Wit deed gewoon betere zetten dan zwart. Van tijd tot tijd kostte dat een pion en in het eindspel stond Albert-Jan intussen drie pionnen achter. “Een hopeloze situatie”, aldus Albert-Jan na afloop. Als wanhoopsdaad zag hij nog een kleine kans om via een torenoffer een promotie te forceren. De kans van slagen was klein, maar het alternatief was om gelijk maar op te geven. De witte loper werd geslagen door de zwarte toren. Wil sloeg terug met zijn pion en het promotiepad voor Albert-Jan lag vrij. De vrijpion dacht wit snel te slaan met de witte toren, maar door tussenplaatsing van de zwarte loper kon Albert-Jan deze lijn blokkeren. Daarna moest wit zijn toren ‘buitenom’ naar het promotie veld brengen. Helaas voor Albert-Jan maar witte toren was daar was net op tijd. Albert-Jan kon het slaan van zijn promotiepion nog net voorkomen, maar daardoor stond de zwarte loper, evenals de witte toren, vast op die plaats. Hij had geen speelbare stukken meer en de overmacht van de vier witte vrijpionnen en een loper noodzaakten Albert-Jan om de partij opgeven.

Kees en Chris hadden allebei een degelijke partij. Dit was zeker ook een verdienste van hun tegenstanders, Jurriaan Verbeek en Mario Angelo Dirks. Een mooie remise werd afgesproken.

Chris overdenkt zijn stelling. Niet veel later komt hij en Mario remise overeen.

Eduard dacht de zwarte dame van Ruud Gorseman in te sluiten. Maar die lopers kruipen overal maar tussendoor. Zwart zette witte de toren en dame onder druk. De kwaliteit van wits stelling ging drastisch naar beneden als Eduard de ongelijke ruil had geaccepteerd. De teleurstelling van het niet kunnen vangen van de zwarte dame, was te groot. Eduard gaf de partij op.

Wibo was de hekkensluiter. Zijn tegenstander Serge Erdtsieck opende met c4. Na 8 zetten kwam er een vergelijkbare stelling op het bord als waarmee Wibo tegen een sterke clubgenoot 1½ week ervoor had verloren.  Die had hij goed geanalyseerd en dat betaalde zich uit in een betere stelling en een ongenaakbare loper op het sterke veld d4. Daarnaast had hij in het eindspel ruim meer tijd over dan Serge, en dat heeft hem gered. Op zich stond hij er goed voor. Maar door een kleine onzorgvuldigheid werd de witte dame nog gevaarlijk. De spanning was te snijden. De klok van wit tikte onverbiddelijk door. Nog 4 minuten, nog 3 minuten, nog 2 minuten. De tijd was te weinig om de witte stukken in positie te brengen. Wibo speelde de zwarte dame, schaak. De witte koning zocht een uitweg, en zag de verre toren over het hoofd. Die had remise kunnen houden, maar de koning ging lopen. Wibo speelde de toren, weer schaak! Zwarts stukken dreven de witte koning nog verder uit zijn paleis. Gracieus schreed de zwarte dame opzij. De witte koning zat gevangen en viel. Chapeau voor Wibo. Met 4-4 gaan de Messemakers opgelucht naar huis.

Wibo en Serge zoekend naar de winst

Vierde team speelt gelijk tegen De IJssel 2

Verslag van de RSB-wedstrijd Messemaker team 4 tegen De IJssel 2, thuis gespeeld op 18 maart.

Eduard Dame kwam bij vergissing niet opdagen. Ed Reibel viel voor hem in. Het was een spannende wedstrijd. Het Messemaker team speelde ter nauwer nood gelijk tegen De IJssel, het werd 4 – 4.

Bord 1: Frank v.d. Pavoort – Zoran Zekusic (1 – 0)

Bord 2: Gerard v.d. Wouden – Albert-Jan Wagensveld (1 – 0)

Ik speelde met wit en opende met koningsgambiet. Mijn tegenstander antwoordde nog sneller dan ik de klok kon indrukken. Hij kende de antwoorden blijkbaar ook, want ik kwam er niet echt goed uit. Bij een dreigende afruil op f3, waarbij ik de keus zou hebben tussen nemen met de pion, wat de koningstelling opengooide, of kwaliteits verlies, verzon ik een combinatie. Ik offerde de loper op f7 met schaak, waarna de koning de loper sloeg. Hierna kon ik een tussenschaak geven met mijn paard dat gepend stond op straffe van dameverlies. Hierna kon ik de zwarte loper terugnemen met pionwinst. De zwarte koningstelling zag er nu gehavend uit. Toch zag zwart kans het mij moeilijk te maken. Maar het keerpunt was op de 21e zet. Daar beging ik een blunder. Ik speelde pion f4-f5 en had onvoldoende nagedacht over het hierdoor mogelijke loper offer met schaak op h2. Daar zat een aftrekje in dat mij bijna de dame kostte. Ik kon echter nog net dameverlies vermijden en zonder stukverlies wegkomen maar wel ten koste van twee pionnen. Deze achterstand werd mij tenslotte toch noodlottig. Na afruil van stukken ontstond een onhoudbare promotie van zwart met onmiddellijke matdreiging. Helaas.

Bord 3: Mick v.d. Berg – Wibo Bourguinon (½ – ½)

Bord 4: Rick Duine – Annie de Jong (0 – 1)

Bord 5: Leen Boonstra – Mina Avedessian (½ – ½)

Bord 6: Menno van Dijk – Eelko de Groot (0 – 1)

Net na de opening won ik een pionnetje. Echter zwart hield de druk hoog. Gelukkig voor mij kon zwart weinig met zijn loper. Richting het eindspel maakte ik een foutje door de dames te ruilen. Zwart kreeg hierdoor meer spel maar kon daar, gezien het geringe aantal minuten dat Menno nog op de klok had staan, weinig voordeel uit halen. Zwart maakte vervolgens zelf een klein vergissing, waarschijnlijk ook door tijdnood. Ik kon zwart’s verbonden vrijpion ophalen en kreeg het voordeel terug. Hierna was de part snel in mijn voordeel beslist.

Bord 7: Sjaak in ’t Veld – Hans van Offeren (1 – 0)

Bord 8: Aad v.d. Meer – Edgar Reibel (0 – 1)

Messemaker 3 sluit seizoen goed af

Er stond voor ons niets meer op het spel, geen tactische opstelling dit keer, of de wissel van Bert (die als wedstrijdleider optrad, waarvoor dan) voor Henk moet zo worden opgevat. Het was in elk geval een wissel die goed uitpakte.

Voor Peter liep het dit seizoen niet allemaal naar wens in de RSB, maar dit keer wist hij redelijk overtuigend (zo leek het tenminste) als eerste te winnen van een sterke tegenstander. Er volgden regelmatige remises van Wouter en Frans, waarna Erik de voorsprong met een mooi torenoffer kon vergroten naar een marge van twee. Kees kreeg een stevige aanval over zich heen, wist nog weg te komen met verlies van een pion (wat vanaf de zijlijn bezien al een prestatie leek), maar kon er uiteindelijk geen zwaar bevochten halfje uit halen. Zelf had ik na het opgeven van mijn zwarte loper terwijl ik g6 had gespeeld behoorlijke problemen met mijn zwarte velden en wit had me meer op de proef kunnen stellen. Toen uiteindelijk de dames eraf gingen begon ik voorzichtig te denken dat er misschien meer in zat dan remise, maar dat zat er toch niet in, remise dus. Van de laatste twee partijen heb ik het eind niet gezien. Leen ging door zijn vlag hoorde ik. Altijd zuur en vooral omdat hij naar mijn idee eerder op de avond erg goed stond. Henk stond voor mijn gevoel juist de hele avond wat lastig, maar wist dus te winnen en daarmee de teamwinst veilig te stellen. Zulke invallers hebben we nodig, bedankt!

Met de 4½ – 3½ winst kwamen we net een half bordpuntje tekort om over Krimpen heen te wippen in de eindstand, maar niemand die hier wakker van lag. We kunnen terugkijken op een prima seizoen waarin we als vierde of vijfde zullen eindigen.

Messemaker verslaat koploper in RSB hoofdklasse

Voor de thuiswedstrijd tegen koploper Charlois Europoort traden we voor de gelegenheid aan in een tactische opstelling. Dit concept werd nog wat versterkt doordat kopman Peter Ypma zich vanwege ziekte moest afmelden. Hieronder kort de gebeurtenissen zoals ik die ervaren heb. Bert op bord 2 speelde niet slecht maar FM Michel de Wit bleek duidelijk een maatje te groot. Wouter leek aan het topbord snel ten onder te gaan, knokte zich nog terug, maar ook hier was het klasseverschil met FM Julian van Overdam te groot. Aan bord 3 bood Kees goed weerwerk en leek op weg naar een verdiende remise, maar blunderde en bleef eveneens puntloos. Zo wisten we aan de topborden geen halfje te sprokkelen en keken we halverwege de avond tegen een 0-3 achterstand aan. Niemand kon op dat moment bevroeden dat hiermee de koek voor onze bezoekers uit Charlois op was. Ik dwong mijn tegenstander min of meer tot een kwaliteitsoffer dat er nog wel gevaarlijk uit zag, maar wist de winst te vinden. Kort daarop won Frans van zijn tegenstander, die bijna een uur te laat was en tijd tekort kwam. Leen stond al een tijdje verloren, maar terwijl mijn tegenstander en ik onze partij aan het analyseren waren viel alles onze kant op. Erik won zijn betere dame-eindspel, Leen greep de kans die hij kreeg met beide handen aan en won nog en ook Frank wist te winnen, enigszins geholpen doordat zijn tegenstander remise uit de weg moest gaan om nog een matchpunt veilig te stellen.

Hieronder de partijverslagen zoals de spelers die beleefd hebben:

Bert Vlot: Ik kwam op het tweede bord met wit spelend bevredigend uit de opening. In het middenspel offerde ik een pion in de hoop gebruik te kunnen maken van een verzwakking in de zwarte koningsstelling. Helaas te optimistisch ingeschat. Mijn solide spelende tegenstander dwong mij tot afruil van stukken, waarna er een toreneindspel overbleef met een pion minder. Na gedwongen torenruil hoopte ik met een naar mijn inschatting gunstiger positie van de koning de zaak nog remise te kunnen houden, maar, mijn tegenstander speelde het eindspel feilloos uit. Op de 45e zet moest ik capituleren.

Kees Vermijn: Dat pakte goed uit die tactische opstelling. Ik was helaas één van de slachtoffers op bord 3 met zwart nog wel tegen Cor de Wit met een rating van 2027, zo’n 300 Elo-punten meer dan ik, maar in de partij lukte het me toch vrij aardig om tot de 30e zet gelijk spel te houden. Een remise zat er toch zeker nog wel in dacht ik, met ieder 7 pionnen, 2 torens, 1 loper en 1 paard. Ik had bovendien de halfopen f-lijn en dacht dat ik met mijn paard op f4 kon komen…, maar mijn tegenstander was eerder en ik kwam in een lastige penning terecht die me na een blunder zelfs mijn paard kostte.

Arjan van der Leij: In een franse Tarrasch koos mijn tegenstander voor een pionoffer dat kennelijk in de mode is. De daarna geinvesteerde tijd betaalde zich uit, want zwart was de eerste die mis tastte en moest praktisch gedwongen een kwaliteit geven. Evenwel was dit zeker niet zonder gevaar, maar ik leek even later met een mooi ogende zet af te wikkelen naar een eindspel dat normaliter moet winnen. Mijn tegenstander liet me dat zelfs niet meer bewijzen en gaf op. Groot was de verrassing toen ‘Het Beest’ me thuis achter de computer liet zien dat mijn slotzet het voordeel vergooide en de stelling waardeerde op 0.00.

Frans Bottenberg: Mijn tegenstander had de speelzaal pas met drie kwartier vertraging kunnen vinden en bleef de gehele partij (ruim) achterstand op de klok houden. Op het bord lag het initiatief bij wit en interessant werd het toen zwart een toren gaf (of moest geven). Als compensatie daarvoor stond mijn paard wat afgelegen op a8 en had zwart drie, later vier, pionnen meer. In die fase liet zwart zich, wellicht onder druk van de klok, wegspelen: het witte paard kwam van a8 op het sterke veld f6 en zwart kon niets met zijn pionnenoverschot doen. Twee zetten voor het onvermijdelijke mat gaf zwart op.

Erik Hennink: Met zwart kwam ik op bord 5 prima uit de opening. De stelling was ongeveer in evenwicht al had ik een iets actievere stelling. In het middenspel werden bijna alle stukken geruild, maar met een sterk paard op d4 had ik een duurzaam voordeeltje in handen. Door het paard op het juiste moment te ruilen kon ik een pion buitmaken, al was het overgebleven dame-eindspel niet eenvoudig. Door steeds te dreigen de dames te ruilen, wat mijn tegenstander uit de weg moest gaan, kon ik nog een pion winnen waarna mijn tegenstander opgaf.

Leen de Jong: Met zwart spelend meteen een verrassing 1) d4 – d5 2) Lg5 – waar ik niet goed op reageerde. na 2) .. Pf6 3) Lxf6 – gf6 4) c4 – c6 5) e3 – Db6 6) Dc2 – Le6 7) cd5 – Lxd5 ? is het al mis. Eerst ruilen op c4 is beter.  Nu raakte de loper op d5 na Pg1-e2-f4 zwaar in de problemen. Na 14 zetten en inmiddels een uur minder op de klok was de stelling al verschrikkelijk. Om nog even te kunnen leven was nu Lb4 ruilen tegen Pc3 noodzakelijk. In plaats daarvan gebeurde het schijnbare actieve foute Ld6 en Dc7, welke wit eenvoudig pareerde.  Wit koos uit het aantal mogelijke winnende voortzettingen uiteindelijk voor kwaliteitswinst en een pion.  Waarschijnlijk door tijdsvoorsprong ( 45 tegen 5 min ) of het besef al uren gewonnen te staan verslapte wit door 24) g3 te spelen totaal niet bedacht op het antwoord 24) .. Dh3.  Voor het oplossen van matdreiging moest wit de dame geven voor een stuk, waarna het eindspel (D+T tegen T+T) voor mij gewonnen was. Na alle pech nu een erg gelukkige overwinning dit seizoen.

Frank Michielen: Mijn partij ging vanaf het begin gelijk op. Mijn tegenstander verbruikte echter veel tijd aan het begeleiden van de tegenstander van Frans naar de speelzaal. Hij maakte echter geen echte fouten en toen Frans kon beginnen, ging mijn tegenstander er ook voor zitten. Hij onderschatte een aanval van mij enigszins en na een paar mindere zetten van hem had ik het snel kunnen afmaken. Helaas zag ik dit niet. Ik hield wel een aanval, maar gaf mijn tegenstander plotseling kans op remise door zetherhaling. Hij keek nog even om zich heen en zag bij een stand van 3 – 3 Leen op winst staan. Zijn wanhoopspoging om winst voor hem en dus 4 – 4 te behalen, mislukte en ik kon hem uiteindelijk mat zetten.

Overschie te sterk voor Messemaker 4

Het was een spannende wedstrijd.
Eduard Dame had ruim tevoren afgezegd. Jasper van Wijhe viel voor hem in. Het Messemaker team moest het echter afleggen tegen Overschie, het werd 4½ – 3½ in het voordeel van Overschie 3.

BORD 1 Jurriaan Verbeek – Zoran Zekusic 1 – 0
BORD 2 Mario Angelo Dirks – Annie de Jong ½ – ½
BORD 3 Jan de Liefde – Wibo Bourguinon 1 – 0
Alle voortekenen voor een goede partij waren aanwezig: we waren ruim op tijd, we speelden in een kerk en mijn tegenstander heette De Liefde.Maar al bij zijn eerste zet begon ik aan de voortekenen te twijfelen: Jan opende met een bekende, maar voor mij zeer lastig te bespelen opening. Hij speelde vlotjes de zetten en na 10 zetten had ik al een kwartier tijdachterstand terwijl bij hem nog steeds 1:30 uur op de klokken stond. Na 20 zetten had ik licht voordeel, kon ik zijn h-pion nemen, maar daarmee kwamen de lijnen open op mijn koningsstelling. Niet gedaan dus, maar Fritz was het daar achteraf niet mee eens. Daarna bleek dat Jan de Liefde meer liefde had voor het spel dan voor zijn tegenstander. Langzamerhand werd ik steeds verder teruggedrongen en Jan wist met een paar mooie en strategische manoeuvres de partij te winnen om een manier als ik zelf graag had gewild. Had ik toch vooraf eerst een schietgebedje moeten doen?
BORD 4 Dick Bothof – Albert-Jan Wagensveld 0 – 1
Ik had zwart en mijn tegenstander opende met het damegambiet. Mijn eerste kunstje bleek te werken om na h6 en f5, te slaan op f4, en, na terugslaan door witte loper, b5 op te spelen, die de witte loper aanvalt en met deze tempowinst een sterke pionnenrij op de damevleugel te creëren na f4. Hierna speelde ik overmoedig door mijn paard in de aanval te gooien op de koningsvleugel, die daar nog even niet geslagen kon worden door een matdreiging, die de aandacht van wit opeiste. Maar wit pareerde de mataanval op onvoorzien effectieve wijze, waarna alsnog verlies van het paard dreigde. Door gecompliceerde zetten bleef mijn verlies echter toch beperkt tot slechts een pion. Hierna ruilde mijn tegenstander alle andere stukken af, en hoopte met zijn pluspion te promoveren. Daar zag het op het laatst dan ook wel naar uit. Gedreven door wanhoop herinnerde ik mij het advies van Leen de Jong, om niet te verdedigen, maar de aanval te zoeken op de andere flank. Dat bleek boven verwachting succesvol. Het had nog gepareerd kunnen worden, maar na zijn pionzet g3 verspeelde mijn tegenstander deze mogelijkheid, de pion brak door en wit gaf op.
BORD 5 Daniël van Saane – Minas Avedissian 1 – 0
BORD 6 Ruud Gorseman – Eelko de Groot 0 – 1
Een fraaie partij kwam er op het bord. Wit stond in de eerste helft van de partij ietsje actiever maar het lukte Ruud niet om de verdediging van zwart te breken. “Ik had niet echt een plan”, zei Ruud na afloop. Mijn plan was om een pionnenmeerderheid op de damevleugel te krijgen. Constante druk op centrum bracht mij niet de pionnenmeerderheid maar wel stukwinst. Uiteraard stond ik niet meteen gewonnen maar het speelde wel een stuk makkelijker. Beter gezegd, Ruud had meer tijd nodig en op zet 38 viel wit’s vlag.
BORD 7 Wil de Gids – Hans van Offeren 0 – 1
BORD 8 Martin Schlüter – Jasper van Wijhe 1 – 0

Overzicht van alle uitslagen in de RSB klasse 3C

Stand in de RSB klasse 3C

Team 3: Messemaker bijna zeker van handhaving in RSB hoofdklasse

De zevende wedstrijd van het seizoen alweer mochten we aantreden tegen Erasmus. Dit toch zeker niet zwakke team stond voor deze wedstrijd gedeeld laatste wat maar weer bevestigt dat handhaving in deze klasse van tien teams en maar liefst vier degradanten een zware klus is. Het werd uiteindelijk een zwaarbevochten 4-4, waardoor handhaving zeker lijkt. Hieronder een verslag in vogelvlucht.

Tijdens de wedstrijd zag het er al snel moeizaam uit. Helaas moest Leen al snel capituleren na te zijn verrast door een paardoffer op h7 en ook Bert had het erg lastig tegen clubgenoot Henk de Kleijnen. Veel positiefs kon daar op dat moment niet tegenover worden gezet. Peter werd vervolgens verrast door het zeer sterke d6-d5 in een stelling met witte pionnen op c4 en e4. Uiteindelijk kon Peter niet ontevreden zijn met een afwikkeling naar een te keepen eindspel door een eerder gewonnen kwaliteit terug te geven en dit werd inderdaad remise. Wouter boekte een evenwichtige remise. Erik overzag een kleine combinatie die een kleine kwaliteit kostte, maar leek voldoende compensatie te hebben om remise te maken. Mijn tegenstander miste een kleine wending waardoor ik de zwarte stelling met een pion op e6 helemaal in kon snoeren. De beste praktische kans leek me om dan maar een stuk te offeren voor twee pionnen, waarna je misschien nog kan rommelen, maar dat gebeurde niet. Met een paar rake klappen kon ik het mooi afmaken en de gelijkmaker op het scorebord brengen. Dit leek een beetje de ommekeer van de wedstrijd, want inmiddels had Bert zich teruggeknokt en zat weer in de wedstrijd, zag het er bij Frans veelbelovend uit en werd het bij Erik inderdaad remise. Alleen Frank stond zeer matig en passief met een zwarte vrijpion op c2 in een eindspel met zwarte stukken. Bert wist inderdaad nog knap remise te maken en Frans bracht het gewonnen eindspel overtuigend tot winst. Frans sleepte met zijn zege een matchpunt binnen en nu was de vraag of Frank er nog meer van zou kunnen maken. Frank bleef vechten voor wat hij waard was en het bleef spannend omdat zijn tegenstander enkele malen een directe winst miste. Uiteindelijk bleek het onhoudbaar en moest hij toch capituleren.

Team 4 pakt winst tegen Sliedrecht

Verslag van de RSB-wedstrijd Messemaker team 4 tegen Sliedrecht 4, gespeeld op 28 januari te Gouda.

Het was een spannende wedstrijd. Annie de Jong moest afzeggen wegens griep, opgelopen op het Tata Steel Chess Tournament in Wijk aan Zee, waar een kleine griep epidemie de ronde gedaan schijnt te hebben. Gelukkig kon Diko Kalkdijk voor haar invallen.

Eelko de Groot belde nog drie kwartier voor de aanvang van de wedstrijd, dat de trein waarmee hij naar ons onderweg was, bij Woerden tot stilstand was gekomen door een stroomstoring. Dit zou nog tot rond ’s avonds 10 uur gaan duren was de schatting van het omroepbericht. 
Gelukkig kon Chris Kraaijeveld voor hem invallen. Nog leuk om te melden dat beide invallers een winstpunt scoorden. Mede hierdoor kon Messemaker met de teamwinst strijken. Het werd 5 – 3. Proficiat!

Albert-Jan Wagensveld

[su_table]
BORD 1 Zoran Zekusic – L. Koppelaar 1 – 0
Toen de partij van start ging zag ik een symmetrische opening en dacht voor me zelf dat het een moeizame partij zou worden. Daarom begon ik zo snel mogelijk me klaar te maken voor de aanval. Op een gegeven moment zag ik een loper ingesloten staan met de kans een pion te ruilen voor een loper, maar dat zou een grote fout zijn omdat deze aanval dieper was dan dat ik dacht. De loper heb ik losgelaten en de aanval gericht op de dame vleugel waar de rokade van hem plaatsvond. Leo wist snel en veilig torens te verplaatsen en daarmee te voorkomen dat mijn dame in de buurt van zijn koning kwam. Het was inmiddels al de 30e zet en ik stond beter met veel ruimte en lichte aanval op de koningsvleugel. Met twee torens wist ik zijn koning uit de beveiligde hoek weg te jagen naar open veld waar het mat plaatsvond. Mijn winst zorgde voor een gelijke 3-3 teamstand met nog twee partijen te gaan.
BORD 2 Diko Kalkdijk – M. Klein 1 – 0
 
BORD 3 Wibo Bourguinon – W. Hokken 0 – 1
Voorafgaand aan deze wedstrijd had ik een kijkje genomen op de website van Sliedrecht. Geweldig, wat een leuke en creatieve verslagen stonden op de website van deze actieve vereniging! Daar kan ik niet aan tippen. Natuurlijk ook naar de spelers van Sliedrecht 4 gekeken. Allen met een iets lagere rating dan ons team, met één uitzondering, hun 20-voudig clubkampioen, Wim Hokken (ELO 1935). Hij speelde steeds op bord 3 en laat ik daar nu ook staan opgesteld. Remise was mijn doel, maar dat speelt toch niet echt lekker. Hij week al gauw af van de gebaande paden, maar tot zet 20 ging het prima. Ik wist zelfs zijn e-pion te winnen, maar kwam direct bedrogen uit. Na het nemen van deze giftige pion stonden mijn dame en toren op een diagonaal en moest ik een kwaliteit inleveren. Waarom van mijn remiseplan afgeweken?! Wim kwam daarna goed op stoom en met twee krachtzetten op de 25e en 29e zet was het pleit beslecht.
BORD 4 Albert-Jan Wagensveld – H. Hartog 1 – 0
Mijn tegenstander werd verrast door mijn koningsgambiet, want hij trok een diepe frons op de tweede zet. Hij kwam ronduit slecht te staan met een matdreiging op de zevende zet. Die matdreiging werd afgeslagen en hij kwam aardig terug en ik liet er een pion verlies bij. En dus werd het nog een hele strijd, waarbij zwart moeilijk stond en pas laat in de partij zijn torens aan de strijd gingen deelnemen. Maar dat werd uitkijken voor mij want de matdreigingen kwamen nu van zwart. Na de nodige afruil had ik een promotiepion op de zevende rij staan, die moest worden geblokkeerd door zwarts toren door het promotieveld te bezetten, terwijl er “hulp” onderweg was om de promotiepion op te ruimen. Toch slaagde ik er met wit in om de promotiepion op nog het bord te houden. Dit had tot gevolg dat zwarts toren verder niet gebruikt kon worden. Na verdere afruil van pionnen blunderde zwart in tijdnood door een pion te slaan die hem na een familie-schaakje een paard kostte. Hierna waren de vooruitzichten voor zwart hopeloos en gaf hij na enkele zetten op. 1 – 0.
BORD 5 Minas Avedissian – P. de Voogd 1 – 0
 
BORD 6 Chris Kraaijeveld – J. Gijsen 1 – 0
 
BORD 7 Hans van Offeren – A. van Houwelingen 0 – 1
 
BORD 8 Eduard Dame – M. de Beer 0 – 1
Extreem balen. Geen idee waarom ik al vroeg in de opening een blunderzet deed. Als je met een loper de zwarte dame aanvalt, dan moet deze zelf wel gedekt staan. De jeugd leert dit al in stap 1. Daarna modderde ik tot tien uur nog wat door met name om het moraal in ons team niet aan te tasten. Maar net als burgemeester Krikke van Den Haag die precies wist te vertellen wat anderen wel en zij niet fout deed bij de Scheveningse vuurstapels in de Oudejaarsnacht, denk ik dat mijn blunder er door veroorzaakt werd dat bord 8 deze keer bij de bar stond en niet aan het eind van de zaal. Vandaar het verzoek voor de volgende keer; graag gewoon weer de volgorde die iedereen gewend is.
[/su_table] Overzicht van alle uitslagen in de RSB klasse 3C
Stand in de RSB klasse 3C

RSB team uitgeschakeld in beker

Vooraf beloofde de kwartfinale een spannende aangelegenheid te worden, omdat wij niet op volle sterkte konden aantreden was tegen HZP Schiedam op papier licht favoriet, en dat kwam ook uit. Frank (bord 4) won een pion (of zijn tegenstander offerde deze), maar stond onder druk. Na ampele overwegingen werd de aangeboden remise geaccepteerd. Enige tijd later kreeg ook Erik (bord 1) een remiseaanbod van good old John van Baarle. Deze partij leek constant in evenwicht te zijn geweest en een andere uitslag lag niet voor de hand. Echter was Leslie (bord 3) in ernstige moeilijkheden en zou het dus van mij moeten komen, maar dat leek zeker tot de mogelijkheden te behoren. Na enig overleg daarom ook bij Erik remise. Bij een 2-2 zou er natuurlijk worden gesnelschaakt, waarbij wij wel als voordeel hadden dat we door zouden bekeren als ook dit in 2-2 zou eindigen. Leslie slaagde er inderdaad niet in het tij te keren en moest zijn koning omleggen waarna de druk bij mij lag om er 2-2 van te maken.

In bovenstaande stelling had ik zojuist b3 gespeeld en leek de 2-2 in de maak. Zwart had zich enkele zetten eerder al (onnodig) gedwongen gevoeld een kwaliteit te geven en na het spelen van de loper zou vernietigend Tcc7 volgen. Zwart speelde echter het verrassende Pc5! Praktisch erg sterk met weinig tijd en ook objectief gezien de beste zet. De beste reactie was Dg3 omdat wit na Tf7 Txf7 Kxf7 bxc4 b3 niet meer hoeft te vrezen voor een extra toren in de aanval en hoewel niet geheel zonder gevaar zou wit dit moeten redden. Ik zag echter de variant Dg3 Pxb3+ axb3 (in plaats daarvan is Kb2 mogelijk) Da5+ Kb1 Ld3+ en sloeg daarom maar direct op c4. Na b3 stond ik objectief nog steeds goed, maar het was erg lastig met weinig tijd. Wie zou hier de door de engine aangegeven zet Td1 spelen? Ik speelde het zwakke Df2 en ging even later jammerlijk ten onder.