Messemaker weet net niet te winnen van sterk DD

(door Peter Ypma)

In de tweede ronde moesten we tegen de koninklijke schaakgenootschap DD. De club en het herenhuis waarin ze spelen straalt een glansrijke geschiedenis uit. In dit Nationaal Schaakgebouw heeft de FIDE zijn hoofdgebouw gehad, is Jan Hein Donner een groot schaker geworden en is schaakclub DD zesmaal Nederlands kampioen geworden. De tijd dat DD kampioen van Nederland was is al even voorbij. Het lijkt er echter op dat ze oude tijden willen laten herleven, want tegen ons werd een zeer sterk team opgetrommeld met onder andere de bekende grootmeesters Fedorchuk en Van der Wiel. Dit team was met een gemiddelde rating van 2265 zelfs sterker dan vrijwel alle teams die een klasse hoger dan ons spelen. Zo bekeken mag de 4-4 als een overwinning gevierd worden. Dat werd het echter niet. Iedereen voelde na afloop namelijk dat er meer in gezeten had. Dat is denk ik te lezen aan de volgende verslagen van alle spelers.

Ben van Geffen: Ik had me voorbereid op vier tegenstanders, namelijk de vier die waarschijnlijk met wit zouden spelen. En jawel, Jeroen Blokhuis (rating 2325) was één van die vier. Siciliaans of Spaans waren de beide mogelijkheden. Ik koos voor Spaans met 3…. g6, wat tamelijk onbekend is. Helaas ook voor mij. Wit stelde zich rustig op met 4.d3. Op zet 6 sloeg hij met de loper op c6, waarop ik met dxc6 terugsloeg (het paard van e7 stond nog gepend, dat in tegenstelling tot de variant die ik aan o.a. John van der Wiel liet zien….). Interessant zou echter 6…. bxc6!? geweest zijn, en gevolgd door 7.Dd2 h6 8.Le3 zou dan 8…. f5! heel sterk zijn. Nu deed ik ook 8…. f5?! en mijn tegenstander antwoordde sterk 9.Dc3! en ik kwam in de problemen. In de zetten hierna had ik nog wel kansen op (voldoende) tegenspel, maar ik kon de juiste methode niet vinden. Ik kwam eerst één, later twee pionnen achter en ondanks mijn hardnekkige tegenspel liet Jeroen zich op geen enkele manier van de wijs brengen. Uiteindelijk gaf ik op de 51ste zet op in kansloze positie. Jammer!

Peter Ypma: Ik was niet echt tevreden met mijn openingsopzet. Hierdoor kwam ik een beetje passief te staan. Mijn tegenstander wilde echter te veel en opende de stelling op een onhandige manier. Vervolgens rekende ik beter dan mijn tegenstander en wist ik alle stukken van mijn tegenstander naar slechte velden te jagen. Door deze positionele druk won ik eerst een pion en vervolgens een kwaliteit en daarmee de partij.

Wim Heemskerk: Om een of andere vreemde reden had ik het sterke voorgevoel dat ik tegen John van der Wiel zou spelen. En om nog vreemdere reden besloot ik iets anders voor te bereiden dan mijn normale repertoire, Frans of Siciliaans. In de database zag ik dat van der Wiel steevast dezelfde aanpak tegen de Philidor kiest: snelle dameruil met marginaal betere stelling voor wit. Ach, met zwart tegen een grootmeester moet je bereid zijn voor een halfje te zweten dus in de week voor de wedstrijd heb ik dat eindspel (‘dameloze middenspel’) uitgebreid bekeken. Vluchtig nam ik ook nog wat andere systemen door, voor het geval John voor een meer principiële aanpak van de Philidor zou gaan. Tot slot ook nog even gekeken naar wat 1.d4-systemen die de andere DD-ers spelen, kortom, ik was er zaterdag helemaal klaar voor.
Tot op het moment dat de opstelling bekend werd….. Van der Wiel nam niet plaats op bord twee, maar op drie. En tegenover me zat ineens grootmeester Fedorchuk, met een elo van 2634. Dat is een flink maatje groter dan de IGM uit Voorschoten om nog maar te zwijgen van de FM uit Bodegraven. Tja, wat nu? Totaal niet verwacht dat Fedorchuk nog op de loonlijst van DD stond en ook geen flauw idee wat hij hij speelde. Na een kordaat uitgevoerd 1.e2-e4 leek een theoretisch duel in een scherpe Siciliaan natuurlijk zelfmoord, maar moest ik voor m’n vertrouwde Frans gaan of op mijn voorbereiding in de Philidor  vertrouwen? Na ampele overwegingen koos ik voor het laatste en voerde, uiterlijk even kordaat maar innerlijk toch wat onzeker, mijn eerste zetten uit. Uiteraard volgde Fedorchuk een andere aanpak dan van der Wiel en na een zet of tien begon ik me wat verdwaald te voelen in de zee van mogelijkheden. Alles leek zo op elkaar…
Maar al met al verliep het vrij redelijk en op zet 19 had wit de keuze tussen een verminking van mijn pionnenstructuur dat mij een passieve maar heel stevige stelling zou geven, of het winnen van een pionnetje waarna ik dankzij zijn ongelukkig gepende loper flink initiatief zou krijgen. Fedorchuk dacht hier lang over na en groot was mijn verbazing toen hij na afloop zei “Zis isz still theoretical pozzisjion.” Voor hem was het nog allemaal bekend terrein! Het verminken van mijn structuur was “best moef, waait isz better but black isz solid, vverrie solid.” Hij koos daarom voor de pionwinst die vrijwel nooit gespeeld is. Ik ging voor mijn geplande initiatief, maar  de grootmeester liet bij de analyse zien dat er een reden is dat de pionwinst niet gespeeld wordt. Met het verrassende, maar achteraf o zo logische schijnoffer Pd5 is het witte voordeel meteen verdwenen. Het stuk kan op maar liefst vier manieren geslagen worden, maar wit kan niet profiteren. Sterker nog, hij heeft maar één manier om de boel in evenwicht te houden. Letterlijk, want Stockfish geeft heel clean 0.00 aan! Ik heb de zet geen moment overwogen en Fedorchuk bekende dat hij de paardzet pas zag, nadat hij de pion geslagen had. Aha, dat hebben die lui dus ook…  Maar niet alleen had ik de zet niet gezien, ook mijn ‘initiatief’ had ik verkeerd ingeschat. Drie zetten later was dat totaal verdwenen en wit stond gewoon een gezonde pion voor.  Met vaste hand werd ik vervolgens naar de slachtbank gevoerd.

Ed Roering: Wat een teleurstelling. Dit keer bracht bord 1 me geen geluk. En het begon nog wel zo goed. Na 15 zetten had ik al een gezonde pion gewonnen en stond op +2.5 Een aantal zetten later zelfs op ruim +3. Maar ook dat was vanmiddag niet aan mij besteed. In principe hield ik het voordeel nog wel vast, want het ongelijke-lopereindspel met een pion meer was op diverse momenten straal gewonnen. Ook na Lb8 nog, al was dat een zet eerder veel sterker. Ik had dan de loper kunnen offeren voor twee verbonden vrijpionnen en in combinatie met de ook vrije f-pion was dit een makkelijke winst geweest. Maar goed, ik ben geen computer en als alles lijkt te winnen kies je voor de variant die je als eerste ziet. En dan kan het gebeuren dat het opeens toch remise blijkt te zijn, ondanks twee pluspionnen. Ik baal hier ontzettend van, want het kost ook meteen een matchpunt.  Dit had gewoon niet mogen gebeuren. Had eindspelkunstenaar Peter S. mijn plek maar in mogen nemen na de tijdcontrole, dan was het anders gelopen.

Peter Scheeren: Tien jaar geleden maakte ik, na een rustpauze van ca. 15 jaar, mijn comeback in de KNSB-competitie, als invaller (op het eerste bord) in het team van Messemaker. Ik mocht toen meteen tegen mijn oude schaakmaat John van der Wiel aantreden en ik wist die partij zowaar te winnen. Deze keer was de kans klein dat ik weer tegen hem zou spelen, want DD staat erom bekend dat zij de bordvolgorde elke keer wisselen en ook wij hadden een ongebruikelijke bordvolgorde. Maar zie: op bord drie was het toch weer John van der Wiel die tegenover mij plaatsnam. Hoewel hij natuurlijk niet zoveel meer schaakt als in zijn glorietijden, is hij nog wel beter op de hoogte van openingen dan ik. Zo kon het gebeuren dat ik met wit al na 10 zetten, na een pionoffer van zwart, ‘out of book’ was, terwijl die stelling voor mijn tegenstander nog overbekend was. Na ampele overwegingen wist ik een directe overrompeling te voorkomen en na 18 zetten bood John plotseling remise aan. Dat kwam voor mij enigszins als een verrassing, maar het aanbod was objectief gezien wel terecht: zwart kon de pion terugwinnen en een vrijwel gelijke stelling op het bord brengen. Mede omdat ik al de nodige bedenktijd verbruikt had nam ik dat aanbod (na overleg met de teamcaptain) aan, hoewel ik eigenlijk helemaal niet houd van dergelijke ‘grootmeesterremises’.

Jan Evengroen: Op de prachtige locatie bij DD op bezoek waar in een grijs verleden J.H. Donner menig potje speelde. De prijzenkasten geven een bijzondere sfeer aan de speelzaal en ik had het idee dat zelfs de rook uit oude tijden nog aanwezig was. Met wit speelde ik tegen Edgar Blokhuis. De Spaanse opening kwam op het bord waarin zwart het loperpaar heeft en wit een pluspion op de koningsvleugel. Lange tijd ging de partij gelijk op maar door een mindere zet verslechterde mijn stelling. Mijn berekening om de c pion te laten promoveren klopte niet waardoor verlies onafwendbaar was.

Henk-Jan Evengroen: Met wit kwam ik met ontwikkelingsvoorsprong uit de opening. Mijn tegenstander had nog niet gerokeerd, terwijl mijn stukken al nagenoeg volledig ontwikkeld waren. Hierdoor kreeg ik de kans op f7 te offeren, waarna een gevaarlijke koningsaanval zou ontstaan. Het lukte mij echter niet om een winnende aanval of materiaalwinst te berekenen. Na de analyse thuis bleek dat het offer toch wel heel goed was, alhoewel er geen directe winst in zat, maar zwart had voldoende zwaktes om het stukoffer te rechtvaardigen. Doordat ik dit offer naliet kwam ik steeds wat minder te staan, waardoor er niet meer in zat dan een gelijkspel. Mijn tegenstander ging echter voor de winst, waardoor hij de fout in ging. 

Erik Hennink: Met zwart kwam ik met een ongeveer gelijke stelling prima uit de opening. In het middenspel werden er veel stukken geruild en kwam ik een pion achter, maar kreeg hiervoor wel compensatie in de vorm van het loperpaar. Ik ruilde het loperpaar in voor een actieve toren op de 2e rij en zou de pion achter zeker gaan terugwinnen doordat de koning en de toren van wit erg passief stonden. Mijn tegenstander had in het begin van de partij veel tijd verbruikt waardoor hij nog 20 minuten overhad voor 20 zetten tot de tijdcontrole en ik hem verder onder druk zette. Hij probeerde aan de druk te ontkomen door actief tegen te spelen, maar verloor hierdoor wel een aantal pionnen. Ik kreeg 3 verbonden vrijpionnen, maar hij behield ook zijn kansen met 3 tegen 1 aan de andere vleugel. In de spannende tijdnoodfase waren mijn pionnen sneller en zijn tegenspel was gevaarlijk maar ik kon deze pareren. Vlak voor de tijdcontrole haalde ik een dame en mijn tegenstander ging door zijn vlag in een verloren stelling.