Messemaker verslaat Botwinnik in 1e ronde KNSB-beker

(door Peter Ypma)

Nog regelmatig denken we terug aan de tijd dat het ons vier jaar op rij lukte om te overwinteren in de beker. Eén keer lukte dit door regerend landskampioen En Passent met 4-0 te verslaan. Ik kan mij het ongeloof op de gezichten van de tegenstander nog goed herinneren. Helaas moeten we het inmiddels echter al een paar jaar doen met herinneringen aan overwinteren, want het zit al een paar jaar niet echt mee. Misschien komt daar nu verandering in, want het is ons eindelijk weer een keer gelukt om door de eerste ronde heen te komen. Met mooie (en ietwat geflatteerde) cijfers hebben we Botwinnik verslagen. Dit betekent dat we in de volgende ronde alleen nog revanche hoeven te nemen op Oegstgeest om weer eens te overwinteren. We gaan ervoor. Hieronder een kort verslag van de partijen tegen Botwinnik zoals de teamgenoten hem beleefd hebben.

Peter Ypma: Afgelopen week viel ik in de RSB competitie in. Ik speelde toen een bedroevend slechte partij waarbij ik al mijn geld zette op een aanval waar ik totaal niet in geloofde. Ondertussen misrekende ik mij waardoor ik mijn b-pion weggaf. Ik mocht van geluk spreken dat mijn tegenstander het niet zo nauwkeurig verder speelde waardoor ik nog een remise kreeg. De partij van vandaag leek verassend veel op die van vorige week. Ik kreeg dezelfde opening op het bord en wederom koos ik voor de koningsaanval. Daarbij gaf ik weer mijn b-pion weg. Dit keer was het echter een bewust offer dat ervoor zorgde dat de stukken van mijn tegenstander verkeerd kwamen te staan. Hier profiteerde ik goed van en in de aanval won ik een stuk en vervolgens de partij.

Peter Scheeren: De witspeler speelde Hollands in de voorhand en na een zet of 10 was de stelling min of meer in evenwicht. Toen begon hij echter wat aarzelend te spelen en door een verrassende ruil van een van mijn lopers tegen zijn paard kreeg ik druk tegen zijn zwakke d-pion. Daarmee was de partij zeker nog niet beslist, maar na aanhoudend aarzelend spel van wit kon ik het initiatief verder uitbouwen. Dat resulteerde in een gunstig eindspel waarin de witte stukken erg ongelukkig stonden. Na een afwikkeling kreeg ik een glad gewonnen toreneindspel dat mijn tegenstander tegen beter weten in nog heel lang bleef doorspelen, maar het resultaat stond uiteraard vast: 0-1.

Ben van Geffen: Met zwart kreeg ik een onbekend gambiet voor mijn kiezen en ik besloot de aangeboden pion te pakken en te verdedigen. Dat was waarschijnlijk te riskant. Wit kreeg een mooie stelling en ik moest de pion al inleveren. De witte druk bleef echter en mijn tegenstander kon een sterke aanvalszet doen, die ik vermoedelijk niet zou hebben “overleefd”. Hij speelde iets anders en ik kon een gelijke stelling bereiken. Mijn remiseaanbod werd afgeslagen. Er ontstond een eindspel met ieder 2 torens en evenveel pionnen. Eén stel torens verdween en toen had het remise moeten worden. Wit speelde nog steeds op winst en daar lag mijn  kans. Ik ruilde de laatste torens en gokte op mijn meerderheid op de damevleugel. Mijn tegenstander kon bij correct spel wel winnen, maar het was moeilijk en hij sloot met 39.g4?? zijn eigen koning af. Ik had een gewonnen pionneneindspel! In de hectische slotfase gaf ik met een blunder eerst nog de winst weg, maar een paar zetten deed wit hetzelfde en leverde mijn pionnendoorbraak alsnog een dame op en even later de winst!

Frans Bottenberg: Een bekerwedstrijd brengt (bij mij) altijd wat extra spanning met zich mee, immers met een viertal telt het persoonlijke resultaat zwaarder. En dan nog dat snelschaken in geval van 2-2. De rol van held of die van schlemiel liggen dan dicht bij elkaar. Interessant artikel overigens in de NRC van afgelopen zaterdag over het verschijnsel ‘choking’ bij tennis onder de titel ‘Het verstikkende matchpoint’. Een paar citaten: ‘Zodra gedachten naar iets anders uitgaan dan naar de taak, verslechtert dat de prestatie’ en ‘Denken aan winnen of verliezen is de grootste afleiding in de sport’. Deze inleiding is nodig, want over mijn partij heb ik niet veel te melden. Net als bij Peter Ypma valt een vergelijking met de partij uit de RSB-competitie tegen Charlois Europoort op: bij mij wat betreft het resultaat (remise) en het geringe aantal zetten (21). Kort na de opening maakte ik een strategische fout door een centrumpion te ruilen, waar doorschuiven geboden was. Mijn tegenstander kreeg daardoor meer ruimte voor zijn stukken en voor mij was er nauwelijks een plan te verzinnen. Gelukkig bleek mijn tegenstander te behoren tot de categorie spelers die meer waarde hecht aan het voorkomen van (vermeende) mogelijkheden bij de andere partij dan aan het zoeken naar en gebruik maken van de eigen kansen en mogelijkheden. Toen de mogelijkheid van een zetherhaling zich voordeed grepen we die beide aan. Geen heldenrol, maar gelukkig ook niet die andere… .