Een spannende wedstrijd

Het was een spannende wedstrijd voor het vierde team op maandag 25 november. Wibo Bouguignon had kort van tevoren afgezegd. Onze reserve Kees van Wensveen viel voor hem in. Omdat Kees niet als ‘kanonnenvlees’ op bord twee wilde, werd er nog het nodige heen en weer geschoven. Uiteindelijk werd tegen het vierde team van Barendrecht IJsselmonde gelijkspel: 4 – 4.

Hier volgt een korte impressie door enkele teamleden in willekeurige volgorde.

Albert-Jan Wagensveld

Ik opende met koningsgambiet en kwam er niet slecht uit.  Maar net toen ik op de 26e zet dacht prachtige kansen te zien voor een vernietigende aanval, kwam zwart met een (ik moet zeggen briljant) dameoffer, waarmee hij na drie zetten via een onvermijdbare paardvork mijn dame terugnam en ik ook nog een toren achter kwam te staan (zie diagram 1).

Diagram 1: na 25…De6xh3 26.Pf3-e1.
Zwart dreigt met 26…Dh1+!

Na nog een mislukte paardvork op twee torens die mij door een tussenschaakje op een afruil van twee paarden tegen een toren kwam te staan, werd mijn achterstand erg groot. Ik zag nog een kleine kans op een promotie en haalde er de zevende lijn mee. Maar toen ook daar effectief een stokje voor werd gestoken moest ik opgeven.
Latere analyse gaf aan dat ik op de zet vóór het dameoffer een winnende combinatie had gehad met paard b6 schaak (in plaats van Pf3-e1) (zie diagram 2). Maar ja, dat was tien zetten lang schaakjes geven, want met één zet van zwart zou ik zelf mat staan.

Diagram 2

Eduard Dame

Met zwart kon ik mijn favoriete Russische opening spelen. De avond begon dus meteen al goed. Om vervolgens niet bang te zijn voor twee dubbelpionnen. Want waar deze samenwerken met de buurpionnen, ontstaan mooi vestingwerkjes. En……….. je krijgt open of halfopen lijnen. Wit vertikte het om te rokeren; de koning bleef vervolgens precies tussen de open d- en open de f-lijn bleef staan. Een dodelijke aanval kon niet uitblijven (zie diagram). Het loperoffer dat daarvoor nodig was, mocht die naam niet dragen. Het enige dat ik mij kan verwijten is dat ik mat in zes niet uitvoerde, terwijl ik het na lang nadenken wel van plan was om het vonnis zo te voltrekken. Hoe werkt het daar eigenlijk daarboven in die hersenpan? Nou ja, het bleef moeilijker om te verliezen dan om te winnen. De hand werk naar mij uitgestoken en we stonden met 4-3 voor.

Chris Kraaijeveld

Mijn tegenstander bleek een goede kenner van de opening c4-e5-Pc3  te zijn, maar daarna raakte hij het spoor bijster. Ik kwam al snel een stuk voor, daarna nog wat pionnen. Na ongeveer drie kwartier en 33e zetten was het afgelopen.

Kees Vermijn

Ik speelde met zwart tegen Roel de Hoop een Spaanse partij. Mijn tegenstander kende deze opening kennelijk niet zo goed, en na 11. b2-b4, c5xb4 kreeg ik kansen op de damevleugel.
De ontwikkeling van zijn dame-paard Pb1-d2 volgde pas op zet 28! Met 20. Dd1-c1 liet hij zijn paard op f3 in de steek, waardoor ik met Ld5xf3 zijn koningsstelling kon slopen en met de manoevre Ta8-a4,  -h4 en later Tf8-f6, -h6 kreeg ik een krachtige aanval op h3. Met een paardoffer op e2, dat hij niet mocht aannemen, omdat het anders mat in 5 zou zijn, besliste ik de partij tenslotte. Na Pe2-f4 was er geen verdediging meer mogelijk.

Eelko de Groot

Aan het zesde bord speelde ik tegen Erik Wijnbelt. Toen ik later thuis de partij in mijn schaakdatabase invoerde zag ik dat ik 3 jaar geleden ook tegen hem mocht spelen. Beide keren kwam de Owen Defence op het bord. Deze keer liet ik mijn e-pion slaan en stoomde met mijn d-pion op. Op zet 8 stond deze al op d6. Erik gaf achteraf toe dat hij deze pion beter had kunnen slaan. In de partij had hij er veel last van. Zijn witte loper waarmee hij op e4 geslagen had, bleef voor de pionnen staan. Een prachtig doelwit voor mij. In een poging deze in te sluiten kwam het uiteindelijk tot een ruil en nadat wij beiden gerokeerd hadden, hield ik een mooie stelling over: