Belangrijke winst voor Messemaker 1 tegen Philidor Leiden

De wedstrijd was ongekend spannend. Ik heb nog nooit zo vaak een speler in de analyseruimte horen zeggen “We gaan toch winnen” of “We gaan toch verliezen”. De inschatting van de posities bleef steeds veranderen. Uiteindelijk viel het muntje voor ons de goede kant op door onder andere een knap eindspel van Peter Scheeren, absurde knoklust van Erik en handig gebruik van tijdnoodfase van Jan. Tel daar nog een remiseaanbod voor Peter Ypma in dubieuze stelling bij op en het is duidelijk dat het op een aantal borden meezat. Er waren echter ook gemiste kansen. Ed wist niet te winnen met een kwaliteit meer, Ben was niet doortastend genoeg in zijn mooie aanvalsstelling en de tegenstander van Henk-Jan had niet genoeg compensatie voor zijn geofferde pion. Het maakte allemaal echter niet uit, omdat we mede door de snelle remise van Frans op een 4,5-3,5 overwinning uitkwamen. Daarmee staan we voorlopig tweede met 5 matchpunten uit 3 wedstrijden. Dat is een prima score: vooral omdat we al drie medefavorieten gehad hebben.

Peter Ypma: Ik speelde in de opening te traag. Daardoor zou mijn tegenstander eerder zijn met het openen van de stelling tenzij ik een pion offerde. Hoewel ik niet geloofde in mijn compensatie deed ik dat toch. Een paar zetten later bleek ik inderdaad amper compensatie te hebben. Op dat punt kreeg ik echter een remise-aanbod. Die nam ik aan, zodat er eigenlijk niets gebeurd was. 

Peter Scheeren: Mijn tegenstander speelde in het Spaans een variant met een versneld 8. d2-d4. Ik kende deze variant wel een beetje, maar mijn tegenstander kennelijk veel minder want na zet 11 begon hij lang na te denken. Hij kwam er uiteindelijk wel goed uit en na een afwikkeling kregen we een eindspel van T+L (van wit) tegen T+P (van zwart), met elk nog 5 pionnen op de lijnen a, b, f, f en h. Nu zegt de eindspeltheorie dat een loper bij pionnen op 2 vleugels meestal sterker is dan een paard, maar bij zwakke pionnen is een paard weer sterker dan een loper en bovendien kreeg ik mijn paard op het mooie centrale veld d4. Dat, in combinatie met de zorgelijke toestand op de borden van mijn teamgenoten,  maakte dat ik op winst speelde en dus ook zijn remiseaanbod op zet 29 afsloeg. In tijdnood speelde hij het niet op zijn best en wist ik één van zijn f-pionnen èn zijn h-pion te veroveren. Daar stond tegenover dat hij inmiddels alle pionnen op de damevleugel had weten te ruilen. Aldus ontstond na de 53e zet van wit de volgende stelling (zie diagram).

Het slot is leuk: zwart offert al zijn stukken om de h-pion te laten promoveren: 53…h4 54.Txf6 h3 55.Txf5 (op 55.Lxf5 volgt 55…Txf5!) h2 56.Txg5 Pf4+! 57.Ke3 h1D en als wit nu het paard pakt met 58.Kxf4 wint zwart niet de loper met 58…Dxb1? (waarna het moeilijke eindspel van D tegen T+pi op het bord zou komen) maar de toren met 58…Dc1+. Het blijft leuk om partijen op zo’n manier in het eindspel te winnen!

Erik Hennink: Met zwart kwam ik op bord 4 iets minder uit de opening. Na de opening koos ik het verkeerde plan wat met sterk spel werd weerlegd door mijn tegenstander. Ik was daardoor gedwongen een stuk voor een pion te geven met kans pion nog een pion te winnen. Objectief gezien stond ik verloren, maar door een onhandigheid van mijn tegenstander kon ik het stuk terugwinnen, al bleef ik minder staan. In de spannende tijdnoodfase draaide het uit op een toreneindspel waar ik 2 pionnen achter stond. Wel had ik een actieve toren en een duidelijk plan om de pionnen op de damevleugel te ruilen zodat alleen de h- en f-pijn voor wit zouden overblijven. Gelukkig voor mij liet mijn tegenstander dit gebeuren zodat ik dit theoretische remise-eindspel op het bord kreeg. De stand was 4-3 in ons voordeel zodat de druk er bij beide spelers maximaal op zat. Met voldoende bedenktijd op de klok vond ik de juiste verdediging, waardoor mijn tegenstander genoeg moest nemen met remise en de teamoverwinning over de streep werd getrokken. Op basis van mijn spel had ik zeker geen halfje verdiend, maar op basis van werklust misschien wel.

Ed Roering: Mijn eerste zwartpartij had een bijzonder verloop. Ik kende de openingsvariant die op het bord kwam wel, maar niet in detail, omdat wit het niet vaak zo speelt. Na 10 zetten wist ik niet precies hoe het verder zou gaan, maar ik kon me nog wel herinneren dat de elfde zet van mijn tegenstander niet de eerste keus is. Hij dacht er ook enige tijd over na, dus wist het ook niet precies meer. Twee zetten later liet hij kwaliteitswinst tegen een pion voor mij toe. Hij gaf later toe dat hij had overzien dat in een van de varianten Ld3xh7+, waarna mijn dame ongedekt zou staan, niet kon, omdat er een pion op e4 was komen te staan. De computer geeft aan dat de stelling na mijn kwaliteitswinst gelijk is, al dacht iedereen dat zwart beter stond. Ik speelde een paar goede zetten en mijn tegenstander speelde het niet optimaal. Wanneer ik rond de 20e zet mijn witte loper eindelijk had ontwikkeld, naar g4, dan had ik voordeel gehad (+1,4). Om te zien dat dit goed was had ik wel een kleine combinatie moeten zien, maar had ik er goed naar gekeken dan had ik dat wel moeten zien. Ik zag echter een andere zet die me groot voordeel leek op te leveren. Maar helaas, het mocht niet zo zijn. Mijn tegenstander vond een mooi dameoffer, waarna er een curieus eeuwig schaak op het bord kwam. Mijn K stond op h8, pionnen op h6 en g7. Zijn loper stond op c4 en hij sloeg met zijn paard op e5. Ik won een stuk met Dxd6, maar na Dxd4,Dxd4 volgde Pg6+,Kh7 Pf8+,Kh8 Pg6+ en ik kon niet ontsnappen. Dat ik deze combinatie nooit eerder heb gezien zal een van de redenen zijn dat ik het niet zag in mijn vooruitberekening. Jammer, met wat meer scherpte had ik gewoon 3 uit 3 kunnen hebben. Maar ja, als Narsingh had kunnen scoren had hij bij Barcelona gevoetbald en zijn carriere niet bij Feyenoord beëindigd. 🙂 Wat we als team wel goed doen is dat als de een wat minder speelt stijgt een ander boven zichzelf uit. Helaas heb ik het eindspel van Peter S. niet live aanschouwd, maar petje af weer. Jan zag ik wel live ‘vegen’, met zwart nog wel, klasse! En dan de volharding waarmee Erik matchwinner werd. Dat moet hem een geweldig gevoel hebben gegeven. Als we dit vasthouden komen we weer ver dit jaar!

Frans Bottenberg: In de opening haalde ik twee varianten door elkaar, waarna mijn tegenstander ten koste van een pion tactische kansen kreeg. Voor zijn 12e zet nam hij zeer ruim de tijd om de gevolgen van een tweetal tijdelijke paardoffers uit te rekenen. Over de resultaten van dat rekenwerk was hij kennelijk niet tevreden want hij koos een andere zet. Twee zetten later bood hij, mede met het oog op zijn geslonken bedenktijd, remise aan, hetgeen ik aannam. Er zou een middenspel ontstaan met dame en pion tegen twee torens, met (ook volgens de computer) gelijke kansen. Overigens stonden de remises van Peter Y en Ed al op het scorebord toen ik op zet 14 het remise-aanbod aannam.  Wel was ik ruim op tijd klaar om de fraaie winstvoeringen van Jan en Peter S te kunnen volgen en de winnende remise van Erik!

Jan Evengroen: Met zwart speelde ik tegen Leonore Braggaar. Ik had me voorbereid op drie spelers van Philidor en hier was Leonore er één van. De Franse Winawer kwam op het bord, deze variant had ik ‘s morgens nog op het bord gehad middels een illustratiepartij van Grischuk. Alle goede voorbereiding ten spijt na de openingsfase ging de partij anders. Een moeilijke en complexe opening, met vaak wisselende kansen. Na Dh7 van wit miste ik het tijdelijke paardoffer Pf5 waardoor wit beter kwam te staan. In de tijdnoodfase wist ik echter beslissend voordeel te halen.

Ben van Geffen: Ik had een paar interessante dingen voorbereid. Eén ervan kwam (een beetje) op het bord tegen zwartspeler Nico Kuijf. Alles gaat altijd anders in het schaakspel en al snel waren we op onszelf aangewezen. Ik kwam heel aardig uit de opening en kreeg aanvalskansen. Een belangrijk moment kwam op zet 12. Zwart had zojuist de bekende Siciliaanse zet 11…. a6 gespeeld en ik antwoordde met de “positionele” zet 12.a4?! Later in de analyse werden mij door Ed R. de goede mogelijkheden 12.f5 en 12.g4 gesuggereerd. Die zetten gaven waarschijnlijk betere kansen, hoewel de computer goede verdedigingen aangeeft. Zeker is wel dat die laatste twee zetten mij meer kansen op voordeel gegeven hadden. Mijn tegenstander speelde slim zijn “mindere” P om naar c6 en toen ik op zet 14 alsnog besloot tot 14.g4!? vond zwart met 14…. f5! het beste (enige?) antwoord. Wit leek nog heel goed te staan, maar een aantal zetten later kwam zwart met het sterke 18…. Dd7! en hij bood remise aan. Ik zag geen enkele reden om dat aanbod af te wijzen en accepteerde het halve punt.

Henk-Jan Evengroen: Met wit kreeg ik een Nimzo-Indisch tegen mij. Hier kwam ik goed uit, waarna mijn tegenstander besloot een pion te offeren. Zwart had hiervoor niet al te veel compensatie, maar door wat minder nauwkeurige zetten werd mijn stelling steeds minder. Ik besloot de pion terug te geven en kwam in een iets beter eindspel. Hierbij koos ik echter niet de beste voortzetting, waardoor het direct erg lastig werd. Ik werd steeds meer onder druk gezet, waarna mijn stelling instortte. 

Messemaker weet net niet te winnen van sterk DD

(door Peter Ypma)

In de tweede ronde moesten we tegen de koninklijke schaakgenootschap DD. De club en het herenhuis waarin ze spelen straalt een glansrijke geschiedenis uit. In dit Nationaal Schaakgebouw heeft de FIDE zijn hoofdgebouw gehad, is Jan Hein Donner een groot schaker geworden en is schaakclub DD zesmaal Nederlands kampioen geworden. De tijd dat DD kampioen van Nederland was is al even voorbij. Het lijkt er echter op dat ze oude tijden willen laten herleven, want tegen ons werd een zeer sterk team opgetrommeld met onder andere de bekende grootmeesters Fedorchuk en Van der Wiel. Dit team was met een gemiddelde rating van 2265 zelfs sterker dan vrijwel alle teams die een klasse hoger dan ons spelen. Zo bekeken mag de 4-4 als een overwinning gevierd worden. Dat werd het echter niet. Iedereen voelde na afloop namelijk dat er meer in gezeten had. Dat is denk ik te lezen aan de volgende verslagen van alle spelers.

Ben van Geffen: Ik had me voorbereid op vier tegenstanders, namelijk de vier die waarschijnlijk met wit zouden spelen. En jawel, Jeroen Blokhuis (rating 2325) was één van die vier. Siciliaans of Spaans waren de beide mogelijkheden. Ik koos voor Spaans met 3…. g6, wat tamelijk onbekend is. Helaas ook voor mij. Wit stelde zich rustig op met 4.d3. Op zet 6 sloeg hij met de loper op c6, waarop ik met dxc6 terugsloeg (het paard van e7 stond nog gepend, dat in tegenstelling tot de variant die ik aan o.a. John van der Wiel liet zien….). Interessant zou echter 6…. bxc6!? geweest zijn, en gevolgd door 7.Dd2 h6 8.Le3 zou dan 8…. f5! heel sterk zijn. Nu deed ik ook 8…. f5?! en mijn tegenstander antwoordde sterk 9.Dc3! en ik kwam in de problemen. In de zetten hierna had ik nog wel kansen op (voldoende) tegenspel, maar ik kon de juiste methode niet vinden. Ik kwam eerst één, later twee pionnen achter en ondanks mijn hardnekkige tegenspel liet Jeroen zich op geen enkele manier van de wijs brengen. Uiteindelijk gaf ik op de 51ste zet op in kansloze positie. Jammer!

Peter Ypma: Ik was niet echt tevreden met mijn openingsopzet. Hierdoor kwam ik een beetje passief te staan. Mijn tegenstander wilde echter te veel en opende de stelling op een onhandige manier. Vervolgens rekende ik beter dan mijn tegenstander en wist ik alle stukken van mijn tegenstander naar slechte velden te jagen. Door deze positionele druk won ik eerst een pion en vervolgens een kwaliteit en daarmee de partij.

Wim Heemskerk: Om een of andere vreemde reden had ik het sterke voorgevoel dat ik tegen John van der Wiel zou spelen. En om nog vreemdere reden besloot ik iets anders voor te bereiden dan mijn normale repertoire, Frans of Siciliaans. In de database zag ik dat van der Wiel steevast dezelfde aanpak tegen de Philidor kiest: snelle dameruil met marginaal betere stelling voor wit. Ach, met zwart tegen een grootmeester moet je bereid zijn voor een halfje te zweten dus in de week voor de wedstrijd heb ik dat eindspel (‘dameloze middenspel’) uitgebreid bekeken. Vluchtig nam ik ook nog wat andere systemen door, voor het geval John voor een meer principiële aanpak van de Philidor zou gaan. Tot slot ook nog even gekeken naar wat 1.d4-systemen die de andere DD-ers spelen, kortom, ik was er zaterdag helemaal klaar voor.
Tot op het moment dat de opstelling bekend werd….. Van der Wiel nam niet plaats op bord twee, maar op drie. En tegenover me zat ineens grootmeester Fedorchuk, met een elo van 2634. Dat is een flink maatje groter dan de IGM uit Voorschoten om nog maar te zwijgen van de FM uit Bodegraven. Tja, wat nu? Totaal niet verwacht dat Fedorchuk nog op de loonlijst van DD stond en ook geen flauw idee wat hij hij speelde. Na een kordaat uitgevoerd 1.e2-e4 leek een theoretisch duel in een scherpe Siciliaan natuurlijk zelfmoord, maar moest ik voor m’n vertrouwde Frans gaan of op mijn voorbereiding in de Philidor  vertrouwen? Na ampele overwegingen koos ik voor het laatste en voerde, uiterlijk even kordaat maar innerlijk toch wat onzeker, mijn eerste zetten uit. Uiteraard volgde Fedorchuk een andere aanpak dan van der Wiel en na een zet of tien begon ik me wat verdwaald te voelen in de zee van mogelijkheden. Alles leek zo op elkaar…
Maar al met al verliep het vrij redelijk en op zet 19 had wit de keuze tussen een verminking van mijn pionnenstructuur dat mij een passieve maar heel stevige stelling zou geven, of het winnen van een pionnetje waarna ik dankzij zijn ongelukkig gepende loper flink initiatief zou krijgen. Fedorchuk dacht hier lang over na en groot was mijn verbazing toen hij na afloop zei “Zis isz still theoretical pozzisjion.” Voor hem was het nog allemaal bekend terrein! Het verminken van mijn structuur was “best moef, waait isz better but black isz solid, vverrie solid.” Hij koos daarom voor de pionwinst die vrijwel nooit gespeeld is. Ik ging voor mijn geplande initiatief, maar  de grootmeester liet bij de analyse zien dat er een reden is dat de pionwinst niet gespeeld wordt. Met het verrassende, maar achteraf o zo logische schijnoffer Pd5 is het witte voordeel meteen verdwenen. Het stuk kan op maar liefst vier manieren geslagen worden, maar wit kan niet profiteren. Sterker nog, hij heeft maar één manier om de boel in evenwicht te houden. Letterlijk, want Stockfish geeft heel clean 0.00 aan! Ik heb de zet geen moment overwogen en Fedorchuk bekende dat hij de paardzet pas zag, nadat hij de pion geslagen had. Aha, dat hebben die lui dus ook…  Maar niet alleen had ik de zet niet gezien, ook mijn ‘initiatief’ had ik verkeerd ingeschat. Drie zetten later was dat totaal verdwenen en wit stond gewoon een gezonde pion voor.  Met vaste hand werd ik vervolgens naar de slachtbank gevoerd.

Ed Roering: Wat een teleurstelling. Dit keer bracht bord 1 me geen geluk. En het begon nog wel zo goed. Na 15 zetten had ik al een gezonde pion gewonnen en stond op +2.5 Een aantal zetten later zelfs op ruim +3. Maar ook dat was vanmiddag niet aan mij besteed. In principe hield ik het voordeel nog wel vast, want het ongelijke-lopereindspel met een pion meer was op diverse momenten straal gewonnen. Ook na Lb8 nog, al was dat een zet eerder veel sterker. Ik had dan de loper kunnen offeren voor twee verbonden vrijpionnen en in combinatie met de ook vrije f-pion was dit een makkelijke winst geweest. Maar goed, ik ben geen computer en als alles lijkt te winnen kies je voor de variant die je als eerste ziet. En dan kan het gebeuren dat het opeens toch remise blijkt te zijn, ondanks twee pluspionnen. Ik baal hier ontzettend van, want het kost ook meteen een matchpunt.  Dit had gewoon niet mogen gebeuren. Had eindspelkunstenaar Peter S. mijn plek maar in mogen nemen na de tijdcontrole, dan was het anders gelopen.

Peter Scheeren: Tien jaar geleden maakte ik, na een rustpauze van ca. 15 jaar, mijn comeback in de KNSB-competitie, als invaller (op het eerste bord) in het team van Messemaker. Ik mocht toen meteen tegen mijn oude schaakmaat John van der Wiel aantreden en ik wist die partij zowaar te winnen. Deze keer was de kans klein dat ik weer tegen hem zou spelen, want DD staat erom bekend dat zij de bordvolgorde elke keer wisselen en ook wij hadden een ongebruikelijke bordvolgorde. Maar zie: op bord drie was het toch weer John van der Wiel die tegenover mij plaatsnam. Hoewel hij natuurlijk niet zoveel meer schaakt als in zijn glorietijden, is hij nog wel beter op de hoogte van openingen dan ik. Zo kon het gebeuren dat ik met wit al na 10 zetten, na een pionoffer van zwart, ‘out of book’ was, terwijl die stelling voor mijn tegenstander nog overbekend was. Na ampele overwegingen wist ik een directe overrompeling te voorkomen en na 18 zetten bood John plotseling remise aan. Dat kwam voor mij enigszins als een verrassing, maar het aanbod was objectief gezien wel terecht: zwart kon de pion terugwinnen en een vrijwel gelijke stelling op het bord brengen. Mede omdat ik al de nodige bedenktijd verbruikt had nam ik dat aanbod (na overleg met de teamcaptain) aan, hoewel ik eigenlijk helemaal niet houd van dergelijke ‘grootmeesterremises’.

Jan Evengroen: Op de prachtige locatie bij DD op bezoek waar in een grijs verleden J.H. Donner menig potje speelde. De prijzenkasten geven een bijzondere sfeer aan de speelzaal en ik had het idee dat zelfs de rook uit oude tijden nog aanwezig was. Met wit speelde ik tegen Edgar Blokhuis. De Spaanse opening kwam op het bord waarin zwart het loperpaar heeft en wit een pluspion op de koningsvleugel. Lange tijd ging de partij gelijk op maar door een mindere zet verslechterde mijn stelling. Mijn berekening om de c pion te laten promoveren klopte niet waardoor verlies onafwendbaar was.

Henk-Jan Evengroen: Met wit kwam ik met ontwikkelingsvoorsprong uit de opening. Mijn tegenstander had nog niet gerokeerd, terwijl mijn stukken al nagenoeg volledig ontwikkeld waren. Hierdoor kreeg ik de kans op f7 te offeren, waarna een gevaarlijke koningsaanval zou ontstaan. Het lukte mij echter niet om een winnende aanval of materiaalwinst te berekenen. Na de analyse thuis bleek dat het offer toch wel heel goed was, alhoewel er geen directe winst in zat, maar zwart had voldoende zwaktes om het stukoffer te rechtvaardigen. Doordat ik dit offer naliet kwam ik steeds wat minder te staan, waardoor er niet meer in zat dan een gelijkspel. Mijn tegenstander ging echter voor de winst, waardoor hij de fout in ging. 

Erik Hennink: Met zwart kwam ik met een ongeveer gelijke stelling prima uit de opening. In het middenspel werden er veel stukken geruild en kwam ik een pion achter, maar kreeg hiervoor wel compensatie in de vorm van het loperpaar. Ik ruilde het loperpaar in voor een actieve toren op de 2e rij en zou de pion achter zeker gaan terugwinnen doordat de koning en de toren van wit erg passief stonden. Mijn tegenstander had in het begin van de partij veel tijd verbruikt waardoor hij nog 20 minuten overhad voor 20 zetten tot de tijdcontrole en ik hem verder onder druk zette. Hij probeerde aan de druk te ontkomen door actief tegen te spelen, maar verloor hierdoor wel een aantal pionnen. Ik kreeg 3 verbonden vrijpionnen, maar hij behield ook zijn kansen met 3 tegen 1 aan de andere vleugel. In de spannende tijdnoodfase waren mijn pionnen sneller en zijn tegenspel was gevaarlijk maar ik kon deze pareren. Vlak voor de tijdcontrole haalde ik een dame en mijn tegenstander ging door zijn vlag in een verloren stelling.

Goede start van Messemaker 1 in KNSB-competitie

Algemeen verslag (door Peter Ypma): Ik heb altijd veel respect voor toeschouwers die speciaal voor ons eerste of tweede team naar het denksportcentrum komen. Ik vind het kijken naar partijen van clubgenoten namelijk een zenuwslopende aangelegenheid. Op het ene bord zie je een gewonnen stelling verdampen. Tegelijk wordt op een ander bord een mooie aanval niet bekroond met een mat en moet je maar hopen dat het nog steeds gewonnen is. Op dit alles mag je geen enkele invloed uitoefenen. Je probeert dus met een gestreken gezicht naar de borden te kijken, terwijl je hart in je keel bonkt. Nee, geef mij maar gewoon een wedstrijd die zo mijn aandacht in beslag neemt dat ik alle kansen en fouten op de andere borden mis en alleen een globaal beeld van iedere partij heb gevormd in de snelle rondjes die je als teamcaptain langs de borden maakt. Zo’n spannende partij was mij vandaag echter niet vergeven. Het enige wat spannend was aan de partij was of mijn tegenstander te laat of niet vertrokken was uit Hilversum. Aan het feit dat hij uiteindelijk niet aangekomen is, zet ik mijn geld in op dat hij niet vertrokken is. Hierdoor was ik dus overgeleverd aan het observeren van de andere partijen. Die waren verre van saai. Ben nam mijn rol over van het spelen van een absurde partij waarbij beide spelers waarschijnlijk vijf winsten gemist hebben. De uitslag van zo’n wedstrijd kan natuurlijk alleen remise zijn. Een bord hoger toverde Jan ook een hele onduidelijke stelling op het bord. De koningen waren tegenovergesteld gerokeerd en alleen een helderziende kon vertellen wiens aanval zou gaan doorslaan. Uiteindelijk bleek dat de aanval van Jan te zijn. Dat was het winnende punt, want op dat moment hadden Wim en Erik ook al gewonnen. Wim deed dat op zijn normale positionele manier, ook al gebruikte hij ook nog best wat tactiek om het gewonnen eindspel uit te schuiven. Ook Erik won op een positionele manier. Het was een stelling van goed paard tegen slechte loper. Mijn gevoel zei dat zwart niet genoeg zwaktes had om de stelling te moeten verliezen. Zoals het ging lukte het Erik echter wel om de zwarte vesting te breken. Ook de tegenstander gingen niet helemaal met lege handen naar huis. Andere Peter offerde een kwaliteit. Dat bood goede kansen, maar helaas niet zoals hij in de partij verder ging. Ook Henk-Jan moest in het stof bijten. Overigens wel nadat hij behoorlijk kwam te staan doordat hij een opening op het bord kreeg die hij afgelopen zomer uitvoerig had geanalyseerd, omdat de opening in Dieren drie keer in zijn partijen voorkwamen. Ondanks die voorbereiding kwam Henk-Jan weer in zware tijdnood (dat is slecht voor mijn gezondheid; Henk-Jan: speel eens wat sneller!) en daar ergens ging het mis. Tot slot speelde Ed ook een partij die mij een paar jaar ouder maakte. Hij miste namelijk een winst of drie en kreeg in plaats daarvan een eindspel dat misschien wel en misschien niet gewonnen was. Of het zo was, is niet zo interessant. Wat wel interessant is, is dat het Ed uiteindelijk lukte om het punt binnen te halen. Al met al kunnen we terugkijken op een mooie 5.5-2.5 overwinning. Hieronder lees je hoe mijn teamgenoten hun eigen partij hebben ervaren.

Peter Ypma: Na de partij grapten een aantal teamgenoten dat het mij nu ook een keer gelukt was om een foutloze partij te spelen. Ik hoefde daar niet veel meer voor te doen dan vóór 13:00 op de club te arriveren. Mijn tegenstander had namelijk zichzelf verslagen door niet of te laat van huis te vertrekken. Hierdoor won ik de partij door slechts één zet te spelen. Als ik dat van tevoren had geweten, had ik nog een fout in mijn partij kunnen verweven met 1.a4! Nu ik echter al 1.c4 gespeeld had, kun je met recht zeggen dat iedere zet goed was. Tussenstand: 1-0

Peter Scheeren: Na een rustige opening was het lange tijd voor beide partijen moeilijk om een goed plan te vinden. Dat kostte beide spelers, maar vooral mijzelf, dan ook veel bedenktijd. Dat wreekte zich toen de stelling in het centrum werd geopend: ik speelde daarbij een prima kwaliteitsoffer en kreeg hiervoor een pion en een paar mooie lopers, maar door tijdgebrek speelde ik het niet goed en kreeg wit alle gelegenheid om mijn loperpaar onschadelijk te maken en met de kwaliteit meer te winnen. Voor de teamwinst maakte dat gelukkig niets uit.

Ed Roering: Met wit kreeg ik een opening op het bord die voor zwart een beetje dubieus is. Maar je krijgt het nooit op het bord, je kent wel de ideeën,  maar hoe het precies zit weet je toch net niet. Mijn tegenstander speelde de eerste 10 zetten ook nog eens à tempo. Ik gebruikte meer dan een half uur. Er stond een stelling op het bord met draakachtige kenmerken en ik had net h4 gespeeld. Na nog eens ruim 10 minuten ging ik voor het pionoffer h5 en dat blijkt, hoewel zelden gespeeld, zo’n beetje de weerlegging van zwarts opstelling. Mijn tegenstander weigerde het offer trouwens, maar hierdoor belandde hij in een verloren stelling. Nu was het zijn beurt heel lang na te denken, maar dit hielp niet meer. Al moet gezegd dat ik hem één zet de kans gaf terug te komen. Toen hij dat niet deed, was het weer verloren.  In wanhoop offerde hij een stuk, waarna ik met dame, toren en loper zijn koning over het bord kon jagen. Lang ging dit goed, maar op de 32e zet miste ik onder druk van de klok mat of damewinst. Ik was gefocust op het winnen van het stuk. Dat lukte wel, maar daardoor kreeg hij nog de kans af te wikkelen naar een eindspel met 2 pionnen voor een loper. Hij moest op de 41e zet daarover beslissen en nam daar nagenoeg het hele half uur voor dat hij erbij kreeg. Vervolgens ruilde hij geen dames en toen was het in een paar zetten over. Hij had het genoemde eindspel als totaal verloren beschouwd. Nu was dat helemaal niet zo duidelijk, al zijn de kansen wel voor wit natuurlijk. Al met al een mooi begin van het seizoen tegen een sterke tegenstander.

Ben van Geffen: Ik houd van de klassieken in het schaak, zoals in het Tweepaardenspel in de nahand de zet 4.Pg5!? Nog nooit antwoordde een tegenstander in een serieuze partij 4…. Lc5!?, de oude zet waarmee Paul Keres in de grijze oudheid successen boekte. Gisteren kreeg ik die zet, theoretisch wel wat “dubieus” bevonden, maar zeker niet zonder verdiensten, op mijn bordje! Ik had, juist vrijdag terug van een intensieve vakantietocht, niets voorbereid. Toch speelde ik het best goed, lange tijd. Zo rond zet 12 begon ik wat te aarzelen, in goede stelling. Een of twee keer verzuimde ik een iets betere zet te doen. Mijn  zet 17.h3?? (ipv 17.P4f3!) was een regelrechte blunder. Ik kwam een kwaliteit achter en de stelling moest als verloren worden beschouwd. Met 20.e5! startte ik onmiddellijk een wanhoopsoffensief, waarop zwart niet goed reageerde. Als ik daarna 23.P2f3! (weer die paardzet!) had gedaan, zou ik zowaar nog gewonnen hebben! Nu was mijn initiatief wel voldoende voor een remise door herhaling van zetten. Wat een spectaculaire partij, mede dankzij mijn tegenstander!!

Wim Heemskerk: Mijn tegenstander wikkelde, met wit nota bene, vanuit de opening regelrecht af naar een voor hem slechter staand eindspel. Na een zet of tien had ik een betere pionnenstructuur en actievere stukken. Bovendien bood de stelling alle kans dat verder uit te bouwen en had wit geen enkel tegenspel. Dat uitbouwen lukte gestadig en rond de 35e zet begon het oogsten. Wit spartelde nog even door tot na de tijdnoodfase en gaf op de 42e zet op. Niet spectaculair, maar wel prettig om zo weer eens te winnen want dat soort ‘strakke potjes’ lukken me de laatste tijd niet meer zo vaak…

Erik Hennink: Met wit kwam ik op bord 6 prima uit de opening. Mijn tegenstander liet me het centrum innemen en probeerde via de flank tot aanval te komen. Het lukte mij om zijn flankaanval te neutraliseren en ik had daarmee een comfortabele stelling. Zwart besloot in het middenspel een concessie te doen door het centrum te sluiten, maar kreeg hiervoor wel een slechte loper terug. Nu het centrum en de damevleugel volledig waren vastgezet was alleen de koningsvleugel nog over om door te breken. Nadat de dames van het bord gingen en ik mijn loper voor zijn paard ruilde, was het mijn plan om de koningsvleugel te openen en een eindspel te spelen van goed paard tegen slechte loper. In het eindspel werd een paar torens geruild en ik probeerde de laatste toren te ruilen om zo een voor mij gunstig eindspel in te gaan. Zwart ging dit uit de weg, maar daardoor kreeg ik een sterke toren en het overwicht in de partij. In de slotstelling stond zwart helemaal vast, kon geen goede zet meer doen en gaf op. Met de mooie overwinning van het team was dit een goed begin van het seizoen..

Jan Evengroen: Met zwart speelde ik tegen Gert Pijl. Na een waardeloos seizoen vorig jaar, begon ik vol goede moed. Een nieuw seizoen, dus nieuwe kansen. De Franse opening kwam op het bord, een variant die ik lange tijd niet op het bord had gehad. Wit rokeerde lang en ik kort, waardoor zowel mijn tegenstander als ik op koningsaanval gingen. Mijn zwartveldige loper was een ijzersterk stuk. De stukken van mijn tegenstander wist ik in een lastige penning te krijgen. Deze penning werd hem teveel en de partij werd besloten met een mooie matcombinatie.

Henk-Jan Evengroen: Met zwart kreeg ik een Italiaanse opening tegen mij. Tijdens het Open NK in Dieren kreeg ik deze opening ook enkele keren tegen mij, waardoor ik enigszins gekeken heb hoe ik hiermee actief spel kan bereiken. Door lang te wachten met d6 probeer ik in een gunstige stelling d5 te kunnen spelen. In de partij lukte dit waardoor ik een ogenschijnlijk prettige stelling kreeg met zwart. Wit kan echter steeds beter te staan en uiteindelijk verloor ik hierdoor materiaal en de partij. Bij de analyse bleek echter dat ik misschien wel helemaal niet beter heb gestaan, en dat ik dus eerder op zoek had moeten gaan naar risicolozere voortzettingen. 

Messemaker 1 winterkampioen in 2C

Na de ronde gaf Erik mij het goede advies “Schat nooit in hoe alle borden staan na anderhalf uur. Alles verandert toch nog!”. Dat bleek vandaag weer erg juist. De twee borden waar wij slechter stonden (Peter en Peter), wisten wij te winnen. Aan de andere kant haalden we precies 50% uit de stellingen waar wij het betere van het spel hadden. Van deze groep spelers wist alleen Ed te winnen. Dat deed hij op zijn typische wijze. Vanuit de opening een voordeeltje en die niet meer weggeven. Jan had ook vanuit de opening een leuk voordeeltje, maar gaf dat met ÈÈn zet weg en moest de enige nederlaag van ons team slikken. De overige vier spelers kwamen uiteindelijk op remise uit. Hierdoor hebben we de wedstrijd met 5-3 gewonnen en gaan we als winterkampioen de winterstop in. De doelstelling is duidelijk: zorgen dat we aan het eind van het seizoen nog steeds bovenaan staan.
Hieronder leest u het verslag zoals alle spelers hun partij hebben beleefd.

Peter Ypma:
In de opening had ik de keuze tussen zetherhaling en een passieve stelling. Ik koos voor het tweede, maar ik kwam er al snel achter dat dit niet verstandig was. We kregen namelijk een stelling met tegenovergestelde rokades, waarbij mijn tegenstander al een moordende aanval had en ik nog totaal niet. Mijn tegenstander viel echter te langzaam aan, waardoor ik tijd had om te doen alsof ik ook aanval had. Met een beetje hulp van mijn tegenstander kreeg ik die aanval ook en wist ik af te wikkelen naar een eindspel met twee pionnen meer. In dat eindspel had mijn tegenstander nog wel goede remisekansen dankzij eeuwig schaak constructies. In de partij kreeg hij die echter niet voor elkaar – en wist ik de partij met matige techniek alsnog te winnen.

Wim Heemskerk:
In plaats van een lang verhaal met smoesjes lijkt een korte conclusie meer op z’n plaats: het lukt me domweg niet meer om betere/gewonnen stellingen ook echt te winnen.

Peter Scheeren:
Met zwart kwam ik deze keer – in tegensteling tot mijn vorige (zwart)partijen – niet goed uit de opening. Was ik nog niet goed wakker? Of moest ik nog bijkomen van de crash van mijn PC eerder die ochtend? Hoe het ook zij, na 15 zetten stond ik gewoon een pion achter bij slechtere stelling. Kennelijk schrok mijn tegenstander hier ook zo van dat hij prompt op zet 17 een grote fout maakte, waardoor ik zijn koning kon belagen met Dh3 en Pg4. Om niet mat te gaan moest hij een stuk geven en gaf daarna op zet 24 op. Een gelukkige overwinning en een belangrijke bijdrage aan de teamoverwinning. De rest van het weekend was ik bezig om de gevolgen van mijn computercrash ongedaan te maken, dat is zowaar ook gelukt. Al met al dus uiteindelijk een zeer geslaagd weekend voor mij!

Erik Hennink:
Met wit kon ik op bord 4 geen voordeel uit de opening bereiken. Al vroeg in de partij werden de dames geruild en later in de partij alle torens. In de stelling die overbleef dachten beide partijen de iets betere kansen te hebben, maar het bleek na een aantal zetten dat een winstpoging van beide kanten vruchteloos was. Daarna werd snel remise overeengekomen wat een terechte uitslag was van een partij zonder veel vuurwerk.

Henk-Jan Evengroen:
Met zwart kreeg ik het schots gambiet tegen. Hier kwam ik opzich redelijk uit, waardoor ik na de opening een klein plusje had. Ik koos echter niet de beste voortzetting waarna de stelling snel vervlakte, waardoor een gelijkspel onvermijdelijk was.

Ed Roering:
Met wit spelend kwam de partij helemaal in mijn straatje. Bekend terrein, genoeg tijd en een tegenstander die veel tijd verbruikte in de opening. De dames werden snel geruild, waarna zwarts enige troef een sterk paard op d5 was. Hij had echter ook een ontwikkelingsachterstand en een zwakke geïsoleerde pion op c6. Ik kon de pion belegeren, waarna mijn tegenstander in tijdnood geen verdediging kon vinden. De pion bleef behouden, maar zwart ging uiteindelijk ten onder aan het zwakke veld c5. Uiteindelijk overzag hij dat ik daar met mijn loper zijn toren op b4 aanviel. Na deze kwalwinst was de partij snel voorbij. Maar ook het weghalen van de toren had geen soelaas meer geboden, de witte stelling was te sterk en de zwarte te vol met zwaktes.

Bernard Evengroen:
Met wit kwam ik met wat ruimtevoordeel uit de opening. Hoe ik hier gebruik van kon maken of verder uitbouwen zag ik echter niet. Het gevolg was dat ik iets te enthousiast was en een pion verloor. Om activiteit te houden besloot ik een tweede pion te geven. Hierdoor kwamen mijn beide toren op de achtste lijn. Mede door een onhandigheid van mijn tegenstander kon ik een zettenherhaling forceren. Veel kans op meer had ik niet (meer), want er stond een derde pion van mij op het punt het bord te verlaten. Bedankt voor het invallen en veel succes met het (ik hoop) promoveren!

Jan Evengroen:
(verslag volgt)

Messemaker 1 boekt enigszins geflatteerde overwinning

In het Polderhuis in Santpoort was het voor veel kinderen een spannende dag. Sinterklaas kwam namelijk met een berg pieten op bezoek. Het was duidelijk dat dit bezoekje van de goedheiligman ook de schakers van Messemaker en Santpoort beïnvloedde. Er werd namelijk op meerdere borden over en weer cadeautjes weggegeven. Hierdoor was het ook voor ons lange tijd een spannende dag. Op het eind van de dag bleken de spelers van Santpoort iets beter voor goedheiligman te spelen dan wij. Hierdoor wonnen we – ietwat geflatteerd – met 5,5-2,5.

Peter Ypma:

In de opening offerde ik eerst een pion en vervolgens een stuk waarvoor ik een gevaarlijke aanval kreeg. Mijn tegenstander koos er wijselijk voor om het stuk direct terug te geven, waardoor ik een gezonde pion voorbleef. Ik kon echter niet lang genieten van deze mooie stelling, want door twee waardeloze zetten op rij verloor ik mijn pluspion en werden al mijn stukken teruggedrongen naar slechte velden. In de fase die volgde, speelde ik weer goed en knokte ik mij terug naar een gemakkelijk te keepen eindspel. Dan moet ik echter niet proberen om een winstpoging te doen. Door deze onverstandige daad kreeg ik een eindspel met ieder twee torens en drie pionnen. Dit moet gewonnen zijn geweest voor mijn tegenstander dankzij zijn ver opgerukte vrije b-pion. In de partij gaf mijn tegenstander mij echter de kans om een toren te offeren voor zijn drie pionnen. Vervolgens bleken mijn drie pionnen te lastig tegen te houden te zijn – al heeft mijn tegenstander onderweg wel een remisewending gemist.

Peter Scheeren:

Santpoort beschikt zowaar over een heuse Grootmeester: Harmen Jonkman. Deze is echter net als ikzelf al geruime tijd niet meer actief in toernooischaak en zijn rating is gezakt naar een vergelijkbare waarde als de mijne (ca. 2380). Het was dan ook een min of meer gelijkopgaande strijd, hoewel ik op een gegeven moment toch wel enig voordeel had met een loperpaar tegen een paardenpaar, ondanks de ietwat gesloten stelling. Door een wat ongelukkige zetvolgorde moest ik echter een zwart blokkadepaard op e4 toelaten, gedekt door het andere paard,  en daarmee waren winstkansen voor mij verkeken. Sterker nog, Harmen het het nog wel even kunnen proberen, maar na ampele overwegingen deed hij dat niet en kwamen we remise overeen.

Henk-Jan Evengroen:
Zoals gewoonlijk met wit kreeg ik een rustige opening waarin ik een klein plusje had. Doordat mijn tegenstander een fout maakte won ik een kleine kwaliteit. Bij de afruil kwamen bij mij de stukken wel wat gedrongen te staan, maar dat kon ik al snel verhelpen. Mijn paard dat ik op a4 had geposteerd kon ik met tempo via b6 – c8 – e7 naar f5 spelen. Tijdens deze manoeuvre kon zwart zijn stukken niet verbeteren waardoor een gewonnen stelling ontstond en ik materiaal won.
Erik Hennink:

Ik kwam op bord 2 met zwart goed uit de opening doordat mijn tegenstander voor hem op onbekend terrein was. Hierdoor kon ik vlak na de opening een stelling bereiken die ongeveer in evenwicht was met wellicht een klein voordeeltje voor mij. Het bleek echter lastig om echt voordeel te bereiken en nadat een aantal stukken werden geruild, bleef er te weinig materiaal over en was een winstpoging vruchteloos. Hierna werd snel de vrede getekend en was ik tevreden met een prima resultaat tegen een sterke tegenstander.

Wim Heemskerk:

Na driemaal zwart mocht ik het eindelijk ook een keer met de witte stukken proberen. Dat ging voorspoedig en in het middenspel won ik twee pionnen. Helaas klinkt dat beter dan het in werkelijkheid was. De extra pionnen waren allebei dubbelpionnen (b4+b5 en d4+d5), waardoor er erg weinig ruimte was om te manoeuvreren. Zodra ik een stuk verzette, moest ik de dekking van b5 of d5 opgeven en daarna zou ook zijn broertje er vlak achter vallen. Gek genoeg oogde mijn stelling veel mooier voordat ik zo gretig geslagen had. Het lukte me niet een zinnig plan te bedenken en toen ik minder dan een minuut over had, greep mijn tegenstander zijn psychologische kans en bood remise aan. Met het oog op de gunstige stand van de wedstrijd nam ik dat maar aan. Enigszins teleurgesteld probeerde ik thuis met de computer de juiste weg naar winst te vinden. In eerste instantie telt dat ding natuurlijk braaf het hout en geeft mijn stelling een vette +1,5. Maar als ik dan een paar zetten doe volgens zijn ‘eerste keuze’, loopt de waardering steevast terug naar onder de +0,5. Blijkbaar was het objectief dus helemaal niet zo’n groot voordeel geweest als ik tijdens de partij dacht. Ik weet niet of ik nou tevreden moet zijn of niet, maar duidelijk is dat pionnen niet meer zijn wat ze ooit waren!

Ed Roering:

Na 12 zetten theorie speelde ik mijn dame terug, iets wat vaak niet in de logische lijn van een opening ligt. Mijn tegenstander kon toen met een schijnoffer stukken ruilen en de c-lijn bezetten. Mijn enige kans was om hem nog enigszins aan het schrikken te brengen met een soort van koningsaanval, maar dat lukte duidelijk niet. Wit won een pion en dirigeerde zijn stukken naar sterke velden. Na dameruil werd het er niet beter op voor me, veel tijd had ik ook al niet. Maar toen stak mijn tegenstander mij de helpende hand toe. Hij bood torenruil aan in de gedachte zo een tweede pion te winnen. Dat lukte, maar hij zag over het hoofd dat ik daarmee de open c-lijn kreeg. Mijn toren kwam op de onderste rij, waarna hij niet naar h2 mocht. Met ..,Pg3 zou ik dan ondekbaar mat op h1 op het bord brengen.
Een winstpoging van wit zou moeten beginnen met de koning naar e2 spelen, maar dan zou ik niet alleen a2 winnen, maar ook g2. En dat kon hij niet toelaten. Hij bood daarom remise aan, wat ik direct accepteerde. Ik kon de pion op a2 slaan, maar met weinig tijd, nog steeds een pion minder en na de partij al in gedachte te hebben opgegeven was ik al lang blij met remise. Bovendien vereist het wel iets meer dan een vluchtige blik om te zien dat zwart beter staat, ondanks de minuspion (vrijpion op b3). Het probleem is de koning op de onderste rij, de actieve zwarte toren op de tweede rij en het paard dat naar g3 en later eventueel naar f4 of f5 kan.
Tja, het blijft een moeilijk spel, waarbij het er om gaat de kansen te pakken die je vaak maar weinig krijgt. Niet waar? 🙂

Ben van Geffen:

Ook in mijn partij wisselden de kansen. Een feit is echter dat ik heel slecht heb gestaan, zelfs aan het einde, toen wit met nog 2 minuten op de klok (en ik 4) de zetten maar herhaalde en ik de benauwde remise binnensleepte. Helaas kwamen mijn voorbereidingen niet op het bord. Het werd Tweepaardenspel in de Nahand met 4.d3, waarop ik een tamelijk onbekend variantje speelde. Mijn tegenstander pakte ruimte op de damevleugel en daar reageerde ik niet goed op, waardoor hij druk kon blijven uitoefenen. Maar na ruim 20 zetten deed hij een paar mindere zetten en kon ik wat tegenspel ontwikkelen met o.a. 24… f5. Na het slechte 25 f3 (?) kon ik even later het sterke 26… Pa4 (!) spelen, waardoor ik geforceerd pion c3 won. Ik liet mijn paard echter te vlug weer wegspringen naar a4 in plaats van het te dekken over de c-lijn, met goed spel. Wit won zijn pion terug en pakte er later nog een. Ik creëerde wat activiteiten door mijn loper naar betere velden te dirigeren, maar wit bleef goed staan. Ik blokkeerde zijn vrije pluspion van b5 en was de baas op de zwarte velden. Ook moest mijn opponent oppassen voor tegenspel op de koningsvleugel en eventueel op de onderste lijn. Gelukkig voor mij kostte alles hem veel tijd en uiteindelijk berustte hij in remise. Gelukkig had Peter Ypma iets eerder de stand op 5-2 gebracht, zodat ons “niets”meer kon gebeuren!

Messemaker 1 koploper dankzij ruime overwinning

Afgelopen zaterdag speelde Messemaker 1 in de 3e ronde van de KNSB-competitie tegen het Zeeuwse Landau, Op papier een van de zwakkere teams, maar aangezien Messemaker met twee invallers moest spelen werd er toch een spannende wedstrijd verwacht. Misschien om die reden was er zowaar enig publiek op afgekomen, waaronder Messemaker-jeugdspeler Lennart v.d. Bos, die wel eens wilde zien hoe  dergelijke wedstrijden “in het echie” verlopen. Welnu: het werd een walk-over voor Messemaker: de Zeeuwen werden met 3 remises naar huis gestuurd. Hierdoor staat Messemaker 1 nu – ondanks de beschamende nederlaag in de 1e ronde – op  kop in klasse 2C!

Onderstaand de individuele partijverslagen (wordt nog aangevuld).

Henk-Jan Evengroen:
Met wit kreeg ik een wat ongebruikelijke opening tegen mij: 1. d4 d5 2. c4 e6 3. Pc3 f5. Na mijn stukken ontwikkeld te hebben, maakte mijn tegenstander een fout waardoor zijn koning onveilig in het midden kwam te staan. Hier kon ik gebruik van maken waarna de dreigingen mijn tegenstander te veel werden.

Peter Scheeren:
In een Engelse opening met witte pionnen op c4 en e4 (en dus een “gat” op d4) kreeg ik na een zet of 20 het initiatief door opening van de b-lijn, Ik profiteerde daar niet optimaal van, zodat even later mijn b-lijn voordeel weer verdwenen was, maar ik had nog wel een klein voordeeltje dankzij een slechte witte loper. In opkomende tijdnood liet mijn tegenstander een loperoffer toe en daarna stortte hij (c.q. zijn stelling) volledig in.

Ben van Geffen:
Gelukkig had malheur met mijn auto, die slechts sputterend Gouda bereikte na een “helse rit”, niet tot gevolg dat ik veel te laat de schaakzaal betrad. In de wedstrijd trof ik met zwart de speler met de hoogste rating van dit Landau-team. Ik had vooraf een paar van zijn partijen bekeken en was onder de indruk van zijn originele spel. En dat bleek in onze partij: hij speelde het Middengambiet met 3.Dxd4. Van lang geleden kende ik dat wel een beetje en ik speelde actief tegen. Beide spelers gebruikten veel tijd, want er waren natuurlijk haken en ogen…. Voor mijn gevoel stond ik misschien een tikkeltje minder en na mijn 13e zet bood ik remise aan! Jan Evengroen had zojuist voor 1-0 gezorgd en de overige borden zagen er goed uit. Mijn tegenstander accepteerde het aanbod. Hij vond dat hij met een kwartier (ik had nog een klein half uur) te weinig tijd over had om risico te nemen. Ik was er tevreden mee en ik ben even voor het einde van de wedstrijd naar huis gegaan. Mijn auto deed nog steeds heel vervelend, ik reed de hele afstand maximaal 60 km/u (over de rijksweg!). Maar ik ben thuisgekomen. Morgen naar de garage.

Wim Heemskerk:
Geheel volgens de klassieke aanpak probeerde ik met zwart eerst gelijkspel te krijgen en daarna pas naar meer te zoeken. Mijn tegenstander leek eerst mee te werken, maar toen ik dacht een pion te gaan winnen begon hij tegen te strubbelen. Een verrassende koningszet richting het centrum gooide roet in mijn plannen en met een te snelle pionopmars liet ik mijn voordeel vervolgens verzanden. Met allebei alleen nog zware stukken en gelijk materiaal zat er weinig anders op dan zijn remiseaanbod aan te nemen.

Frank Michielen:

Ik kwam met zwart met wat ruimtegebrek uit de opening. Toen ik wilde vereenvoudigen door stukken te ruilen, zag mijn tegenstander een schaakje over het hoofd, waardoor zijn koningsstelling ernstig werd verzwakt (pionnen op h2 en h3). Vanaf dat moment stond ik wat beter. Na afruilen van alle torens, kreeg ik een remiseaanbod. Ik stond nog steeds beter, maar het was nog niet eenvoudig en kans op een foutje was erg groot. Mede gezien de stand in de wedstrijd en dat ik de vorige dag in de RSB mijn stelling op het eind verprutste besloot ik het remiseaanbod aan te nemen.

Ed Roering:

Met wit speelde ik tegen een jongedame met een rating van rond de 1700. Is zo’n rating betrouwbaar, is het een talentje, je weet het niet. Na een paar openingszetten had ik wel het idee dat ze de opening niet zo goed kende. Ze speelde iets ongebruikelijks en ging vervolgens over iedere zet 5-10 minuten nadenken. Met als gevolg dat er na ongeveer 24 zetten nog maar 1,5 minuut resteerde. Ik had nog bijna een half uur en stond inmiddels ruim +1. Ik kon toen op de damevleugel mijn vrije c-pion naar c6 doorstoten en dan was het met weinig tijd erg moeilijk voor haar geworden.
Ik ging echter mooi proberen te spelen met als gevolg dat zij steeds redelijk makkelijke verdedigingszetten kon doen. En dat viel ook nog eens goed uit, zodat de stelling weer in evenwicht kwam. Bovendien verdween bijna mijn hele tijdvoorsprong. Het werd echt spannend, er stonden veel elopunten op het spel. Gelukkig maakte zij in het zicht van de remisehaven een grote fout. Zij liet dames ruilen, waarna mijn vrije a-pion alleen te stoppen was door er haar loper voor te geven. Het eindspel L + 3 pionnen tegen 4 pionnen was vervolgens heel makkelijk gewonnen. Met de hakken over de sloot zullen we maar zeggen.

Kees Brinkers:

Over zijn eerste zet dacht mijn tegenstander ruim een minuut na en ook voor bijna alle volgende zetten nam hij ruim de tijd. Op de 24ste zet – ik had inmiddels bij goede stelling een pion gewonnen – was er voor mijn opponent minder dan een halve minuut bedenktijd over. Om die reden gaf hij zich maar gewonnen.

Jan Evengroen:

Verslag volgt.

Messemaker 1: Goede start wordt slechte start

Op papier waren we vandaag zwaar favoriet tegen Oegstgeest. Tel daar een vroege 2-0 voorsprong bij op en de vraag rijst: “Wat kan er nog fout gaan?” Als die vraag gesteld wordt, is dat echter vaak geen goed teken. Dat bleek ook vandaag. Aan het eind van de middag hadden we namelijk met 4.5-3.5 verloren.
Feit is dat we een uitstekende start hadden. Ik won een vooruitgespeelde partij in stijl. Vervolgens wist Erik in slechts 17 zetten te laten zien hoe je van een kapotte koningsstelling profiteert. Naast deze twee mooie partijen ging er echter vooral heel veel mis: Peter Scheeren vergat dat hij er nog een half uur bijkreeg. Ed had een pionoffer voorbereid, maar was vergeten hoe hij compensatie kon krijgen. Jan had een opening gekozen die lastig speelde. Wim zag de ene winst na de andere, maar speelde ze niet. Henk-Jan liet zich trucen en Ben liet de stelling onnodig dicht schuiven.
Al met al mogen we misschien niet eens klagen dat we nog 3.5 bordpunt (Peter S speelde remise en Wim kreeg het punt uiteindelijk nog in zijn schoot geworpen) hebben overgehouden aan deze wedstrijd. Een zure, maar niet onterechte nederlaag in Leiden.

Bord 3: Peter Ypma (winst, tussenstand 1-0)

Op dinsdag had ikzelf al vooruitgespeeld tegen Joop Piket. Dit werd een zeldzaam lekker potje waarin de zwarte koning niet uit het centrum wist te vluchten. In onderstaande stelling deelde ik de genadeklap uit.

Ik speelde 19.Pd6 met de dreiging om met de dame op e8 te slaan. Op 19…Pe7 volgt 20.Pxf7+ en 21.Pxh8. Mijn tegenstander probeerde dus maar 19…Ph6. Daarop komt echter 20.Pxb7+. Dit paard kun je niet nemen vanwege Dd6+ waarna de loper op f6 en de toren op h8 verloren gaat. In de partij speelde mijn tegenstander dus 20…Kd7, maar na 21.Db4 staan de zwarte stukken bijna historisch slecht. De partij duurde dan ook niet lang meer.

Bord 5: Erik Hennink (winst, tussenstand 2-0)

Op bord 5 met wit zette ik mijn tegenstander vanuit de opening meteen onder druk. Zwart probeerde onder de druk uit te komen en deed daardoor een concessie doen aan de verdediging van zijn koning. Dit gaf mij goede mogelijkheden om de aanval op de vijandelijke koning in te zetten. Mijn aanval werd dusdanig sterk dat mijn tegenstander gedwongen was een stuk te geven. Toen hij dat niet deed kreeg ik doorslaggevende aanval en mat was onafwendbaar. Hierdoor begon ik goed aan het seizoen, maar door de nederlaag van het team eindigde de dag toch in mineur.

Bord 2: Peter Scheeren (½ – ½, tussenstand 2½ – ½)

Mijn tegenstander Fred Slingerland speelde de opening (een Spaanse ruilvariant) erg snel maar niet erg ambitieus. Daardoor kreeg ik met zwart al vrij snel een min of meer gelijke stelling. Ook daarna bleef Fred snel spelen, maar ik had gezien de solide witte opstelling nauwelijks mogelijkheden om met zwart iets te bereiken. Op de 40e zet besloot ik om dan maar af te wikkelen naar een remise-eindspel, de vrede werd snel daarna getekend.

Bord 1: Henk-Jan Evengroen (verlies, tussenstand 2½ – 1½)

Bij gebrek aan een verslagje van Henk-Jan een verslagje van de captain: voor mijn gevoel kwam Henk-Jan lekker uit de opening. Hij had met wit meer ruimte en controle over het centrum. Toen ik echter terugkwam van de analyse van de partij van Erik zag het er echter ineens vrij kansloos uit. Henk-Jan had namelijk een kleine kwaliteit (Toren tegen Loper + Paard) verloren. Henk-Jan wist hier echter nog het beste van te maken door een kwaliteit terug te offeren voor twee verbonden vrijpionnen. Ik geloofde niets van de stelling die Henk-Jan overhield, maar het werd toch nog verdraaid spannend. Het zou mij niets verbazen als er ergens nog een remisewending had ingezeten. Zoals het ging, verloor Henk-Jan echter helaas alsnog de partij.

Bord 4: Ed Roering (verlies, tussenstand 2½ – 2½)

ik had geen bezwaar met zwart tegen de Niet te spelen, de laatste 2x had ik met zwart vrij makkelijk van hem gewonnen. En ik zou me goed kunnen voorbereiden. Ik koos een opening waar ik Dubov makkelijk remise mee had zien spelen in een snelschaakpartij tegen Carlsen. Dan moet het toch speelbaar zijn?! Ik offerde twee pionnen in de opening, waarvan ik er altijd een van zou terugkrijgen. Het ging zoals ik had gehoopt, hij moest lang nadenken, want hij kende het niet. Al snel had ik 35 minuten meer op de klok. Nadeel van een opening voor het eerst spelen is echter dat je op een gegeven moment toch ook op onbekend terrein komt en dan niet precies weet waar de kansen liggen. En zo ging het nu ook. Ik ging ook lang denken en langzaam verdween mijn compensatie voor de pion. Mijn tegenstander speelde het goed, ook in lichte tijdnood. Ik won nog een kwal, maar hij kreeg daar het loperpaar en twee verbonden vrijpionnen voor. Na dameruil was dat ruim voldoende voor de winst.

Bord 8: Jan Evengroen (verlies, tussenstand 2½ – 3½)

Op verzoek ook hier een verslag van de teamcaptain:
Jarenlang heb ik met enige regelmaat de zet 1.b3 gespeeld. Stiekem hoopte ik altijd dat de tegenstander dan 1.d5 en 2.c5 speelde. Er is dan namelijk een heerlijke opzet voor wit met een paard op e5 ondersteund door een geweldige loper op b2 en een pion op f4. Ik weet dat die stelling objectief niet beter is voor wit, maar al mijn partijen met die opening leek ik vrijwel automatisch te winnen. Dat lukte zelfs tegen veel sterkere tegenstanders. Schijnbaar is de zwarte stelling gewoon heel lastig om te hanteren.
Vandaag kreeg Jan deze stelling met zwart waarin hij bovendien nog een tempo of twee had verspeeld. Zijn tegenstander profiteerde hiervan, zoals ik ook al zo vaak geprofiteerd had. Uiteindelijk lukte het Jan nog wel om een eindspel te bereiken met twee torens tegen een dame. Hierin had hij remise-kansen, maar toen puntje bij paaltje kwam, bleken de opgelopen kleerscheuren te groot.

Bord 7: Ben van Geffen (verlies, tussenstand 2½ – 4½)

Vooropgesteld zeg ik dat mijn tegenstander het slim en goed speelde. Maar ik werkte ook wel een beetje (erg) mee. Er kwam een Siciliaanse Kan op het bord en dat is niet een variant die ik vaak heb tegen gehad en ook een variant die ik niet zo goed ken (laat staan “beheers”). Zo had ik op zet 10 de zet e5! moeten spelen, met voordeel voor wit, omdat de stelling open blijft. Ik aarzelde echter te lang en zwart kreeg de kans de zaak dicht te houden, waardoor hij op de damevleugel volkomen veilig kwam te staan en zelfs de meerderheid in het centrum had. Hij kon een paard naar d4 dirigeren en ik niets naar d5…. Toen ik al zo goed als verloren stond begon ik wat te rommelen, maar ook daarop reageerde mijn opponent naar behoren. De trucs raakten op en ik belandde in een slecht eindspel met een bittere nul als gevolg.
Ook wel een “risico” van altijd open Sicilianen spelen, natuurlijk. Ik blijf mijn spel echter verbeteren, ook al kost dat veel werk. Ze zijn nog niet van me af, die zwarte Sicilianen….

Bord 6: Wim Heemskerk (winst, eindstand 3½ – 4½)

Met zwart kwam ik prima uit de opening en na passief spel van mijn tegenstander had ik al snel groot voordeel. In plaats van nauwkeurig te blijven dacht ik vlot te kunnen winnen en gaf een groot deel van mijn voordeel pardoes weer weg. Gevolg was dat ik weer moest ploeteren voor de winst in een toreneindspel met slechts één pluspion. Mijn tegenstander, die ik al 45 jaar ken en die zelfs nog een tijdje mijn bridgepartner geweest is, bood verschillende keren remise aan. Voor een buitenstaander oogt dat niet netjes, zoiets doe je niet met materiaal achter, maar ik wist maar al te goed wat voor vlees ik in de kuip had en schonk er geen aandacht aan. Des te meer ergerde ik me aan mijn eerdere oppervlakkigheid, vooral ook omdat de remisegrens dichter en dichterbij kwam. Uiteindelijk mondde het eindspel uit in 2-tegen-1 pion met allebei nog een toren. Objectief was het inderdaad remise, zoals zo vaak in toreneindspelen, maar dan moest wit nog wel het juiste verdedigingsplan vinden. Dat lukte hem niet, al was het niet zo heel moeilijk. Gelukkig maar, want anders had ik het nog jaren van hem aan moeten horen….

Messemaker 1 verliest kansloos van Oud-Zuylen

In de thuiswedstrijd tegen het Utrechtse Oud Zuylen wist ons vlaggeschip geen vuist te maken en de wedstrijd werd vrij kansloos verloren. Weliswaar begin de wedstrijd goed door een snelle overwinning van Peter 1 op bord 1, maar daar stond een bijna net zo snelle nederlaagf van Peter 2 op bord 2 tegenover. Ook op de andere borden was er weinig reden tot vreugde en uiteindelijk wist alleen Ben nog een overwinning te nehalen. Daar stonden echter vier andere nederlagen tegenover. Hieronder de verslagen van de teamleden.

Peter S:

Een vreemde gewaarwording voor mij: na 20 zeten stond ik met zwart al volkomen gewonnen en na ca. 2 uur spelen was ik als eerste klaar. Mijn tegenstander had blijkbaar een slechte dag: hij speelde erg oppervlakkig en ik had me dan ook nauwelijksc hoeven inspannen om deze partij te winnen.

Peter Y:

Na de eerste ronde was ik even in de veronderstelling dat ik iets van het schaakspel begreep. Vandaag bleek echter dat dit ijdele hoop was. Tijdens een groot deel van de partij dacht ik dat ik mijn tegenstander positioneel aan het wegschuiven was. Plotseling stond mijn koning echter mat. Als ik eerlijk ben, snap ik eigenlijk nog steeds niet waarom ik minder stond. Het feit dat mijn tegenstander dat wel doorzag, geeft aan dat hij volledig terecht heeft gewonnen.

Jan:

Met wit speelde ik tegen Marcel van Os. Er kwam een Siciliaanse opening op het bord. Na de openingsfase konden beide spelers niet veel anders dan hun zetten herhalen. Omdat ik toch zin had in een middagvullend programma zocht ik naar een plan dat deze zettenherhaling zou voorkomen. In de wetenschap dat het een duidelijk mindere zet was, voerde ik g2-g4 uit waardoor mijn Koning op de tocht kwam te staan. De rest van de partij moest ik keepen en heeft zwart ongetwijfeld gewonnen gestaan. Middels een pionneneindspel g+h pion tegen een h pion kon ik uiteindelijk toch nog remise bereiken.

Henk-Jan:

Met zwart ging ik het zoals gewoonlijk weer proberen met een koningsindische partij. Mijn tegenstander speelde een opening die ik iets meer dan 10 jaar geleden voor het laatst tegen mij kreeg op een Nederlands Kampioenschap tegen Robin van Kampen. Met behulp van een goede voorbereiding kwam ik die partij heel goed uit de opening. Tijdens mijn partij vandaag wist ik mij alleen nog maar enkele ideeën uit die eerdere partij te herinneren, waardoor ik het helemaal verkeerd speelde en al snel slecht kwam te staan. Door wat onnauwkeurige zetten stond mijn dame ingesloten en was het verloren.

Ben:

Met zwart speelde ik tegen de zeker niet zwakke invaller Amindo Naarden. Ik kreeg mede daardoor niets van mijn voorbereiding op het bord en de variant die ik wel tegen kreeg beloofde mij niet veel winstkansen. Het werd een interessante partij waarin wit zo rond zet 20 gevaarlijk kwam opzetten op de koningsvleugel. Ik vreesde al een moeilijk middagje, maar ik verdedigde actief en kwam licht in het voordeel met een zwart paard op e3. Wit nam daar geen genoegen mee en offerde een kwaliteit tegen die gekke knol. Dat gaf onvoldoende tegenspel en ik kon gaan bedenken hoe ik het ontstane eindspel moest gaan winnen. Het kostte nog wel wat tijd, maar zetje voor zetje nauwkeurig spelend wist ik, nog steeds met een kwal meer, de belangrijke pion op e4 te veroveren, waardoor de witte stelling zou instorten. Mijn tegenstander gaf terecht op na die 56ste zet van zwart. Jullie begrijpen dat ik met een blij hoofd thuiskwam….

Arjan:

Met wit kreeg ik in eerste instantie de voorbereiding op het bord, maar zwart week al snel af met een zet die niet al te vaak wordt gespeeld en ik verder niet had bekeken. Echt bekend was het voor mijn tegenstander ook niet, want we verbruikten beiden veel tijd. Ik leek er beter uit te komen met een koning die op f2 gevoelsmatig toch wat prettiger stond dan zijn collega op f8. Ik kon daar echter niet van profiteren en in de tijdnoodfase wist zwart met een tijdelijk kwaliteitsoffer af te wikkelen naar een dame-eindspel met een pion meer. Deze pion stond in no-time op a2 en kon op zet 40 zelfs promoveren, ware het niet dat de zwarte koning dan mat zou gaan met f4-f5. Na de 40e zet besteedde mijn tegenstander bijna het volledige extra half uur om de winst te vinden, maar slaagde daar niet in. Helaas hielp ik hem een handje door met nog alle tijd, onbegrijpelijk, niet eenvoudig de pion op a2 met schaak op te halen, waardoor een vermoedelijke remise op slag veranderde in een nul.

Ed:

Met zwart spelend kende ik veel ideeën in de opening, maar blijkbaar niet alle finesses. Op zet 13 had ik een prettige stelling kunnen bereiken, maar dan had ik de sleutelzet ..,Ta4 als vervolg moeten zien, om de witte pion op d4 onder vuur te nemen. Met een uur op de klok dacht ik 38 minuten na, maar vond de beste voortzetting niet. Ik ging een lange combinatie in, maar zoals zo vaak zie je dan in de verte ergens een zet over het hoofd. Zo ook nu en na een afwikkeling bleef ik een pion achter. Ik dacht nog enige compensatie te hebben, maar mijn tegenstander maakte het bekwaam af.

Wim:

Na een rustige Engelse opening had ik rondom de 15e zet de optie een zetherhaling ‘af te dwingen’. Maar ja, zo’n korte remise met wit in een teamwedstrijd leek me niet verstandig. Stom, stom, stom… In plaats daarvan koos ik voor een tijdrovende (zowel op de klok als op het bord) lopermanoeuvre: Ld2-e3-f4-d2 in drie achtereenvolgende zetten. Daar was ik natuurlijk niets mee opgeschoten en mijn tegenstander greep zijn kans door met Lg7xPc3 en Dxa2 een pion te winnen. Het gemis van zijn loper op g7 en de onhandige positie van de dame op a2 gaf me voldoende tegenspel en spoedig won ik mijn pion terug met wederom een gelijke stelling. “Ik wilde eigenlijk remise aanbieden” zei Nieuwenhuis na afloop, maar helaas voor ons deed hij dat niet. Zijn ‘aanval’ op mijn koning was makkelijk te pareren, maar niet zoals ik het deed en met open ogen trapte ik in een truuc die mijn dame kostte. De slechte nacht die onze captain had begrijp ik volkomen!

Rob:

Ondanks een kleine onnauwkeurigheid van mijzelf in de opening (damegambiet), kwam ik via een kleine omweg toch in een hoofdvariant terecht die ik de vrijdag nog had bekeken. Mijn tegenstander probeerde met c5 tegenspel te creëren, hij deed dit echter te vroeg waardoor ik actief stukkenspel en een mooi centrum overhield. Halverwege de wedstrijd werd er onder druk nog een fout gemaakt, waardoor ik een pion kon winnen. Helaas maakte ik een rekenfout, waardoor ik een variant ten onrechte afschreef tijdens de schermutselingen rondom de pionwinst. Hierdoor kreeg ik flink wat tegenspel te verduren. Een tweede mindere zet zorgde ervoor dat er een stelling ontstond waarbij ik twee pionnen extra had tegen een kwaliteit. De torens van mijn tegenstander waren te actief om met de pionnen te kunnen gaan lopen. In een stelling waarbij de computer een score van 0.00 aangaf werd er remise aangeboden. Na kort te hebben gekeken of er nog iets in zat, heb ik die remise aangenomen.

Erik:

Met zwart kwam ik op bord 3 iets minder uit de opening. Om onder de druk van wit uit te komen ruilde ik in het vroege middenspel een toren tegen een paard en een centrumpion. Ook al stond ik qua materiaal gezien achter, ik had voldoende compensatie met een sterke loper en een mooie open lijn waardoor de kansen ongeveer in evenwicht waren. In het vervolg van de partij probeerden beide spelers het initiatief naar zich toe te trekken, maar het evenwicht werd niet meer gebroken en de partij eindigde met zettenherhaling. Het was erg jammer dat het team verloor, maar voor mij persoonlijk een prima eerste wedstrijd van het seizoen.


Zie de uitslagen en standen van klasse 1A.

Gelijkspel voor Messemaker 1 in uitwedstrijd tegen Groningse Sissa 2

Het vlaggenschip van Messemaker had als openingswedsterijd een verre uitwedstrijd tegen het Groningse Sissa 2 (promovendus van vorig seizoen) op het programma. Dat leidde in de aanloop naar de wedstrijd tot een uitvoerige maildiscussie over de wijze van vervoer: ontspannend in de trein (maar wel langdurig mede vanwege een omleiding), meer dan twee uur in de auto (vermoeiend voor de chauffeur) of wellicht kan die autorit een stuk korter duren (Arjan)? Uiteindelijk werden er een trein-ploeg en een auto-ploeg geformeerd, reden er daarnaast twee teamleden met de auto op eigen gelegenheid en bleek één teamlid al een paar dagen eerder naar Groningen te zijn afgereisd. Ondanks deze versnippering (en ook nog een wegblokkade bij Hoevelaken) waren alle spelers keuirg op tijd in Groningen aanwezig.

Deze wedstrijd moest het team maar liefst drie invallers opstellen, die oneerbiedig uit het tweede team geplukt waren. In het verslag van het tweede team is te lezen wat de gevolgen hiervan waren voor dat team.

Hoe dan ook, het was een spannende en gelijkopgaande wedstrijd, dat laatste in alle opzichten: de treinploeg scoorde 50%, de overigen tezamen eveneens; de chauffeurs scoorden ondanks hun vermoeiende reis 50%; de invallers scooorden 50%; de “jeugdspelers” (“jeugd” in dit geval ruim gerekend: t/m 25 jaar) scoorden 50%; de eerste 5 borden scoorden even goed (50%) als de onderste 5 borden; de witspelers scoorden even goed (50%) als de zwartspelers.
Al vroeg in de wedstrijd won Peter Ypma een keurige aanvalspartij (en deze keer tegen zijn gewoonte in op overzichtelijke wijze). Enigszins onnodige nederlagen van kopman Henk-Jan Evengroen en invaller Jan Cheung deden de balans naar Sissa overhevelen. Wij boften vervolgens met een gelukkige overwinning van Erich Karstan (door tijdsoverschrijding!), maar daar stond een terechte nederlaag van Wim Heemskerk tegenover.

Het was tegen het eind van de middag dan ook erg spannend, toen er nog 2 partijen bezig waren bij de stand 4,5-3,5 voor Sissa 2, met een zeer goede (maar nog niet meteen gewonnen) stelling voor onze man Ed Roering en een moeilijk (maar nog niet verloren) toreneindspel voor onze Jan Evengroen. Het liep goed af: Ed wist zijn partij te winnen en Jan maakte op knappe wijze remise.
Een redelijke seizoenstart waar het team tevreden over was en daarom was de stemming na afloop in de plaatselijke Chinees dan ook prima.

Hieronder de individuele partijverslagen:

Bernard Evengroen

Als invaller mocht ik op het onderste bord meedoen in het eerste team. In een voor mij onbekende opening kwam ik door de alom bejubelde zet e6-e5 in een prima middenspel. Helaas wist ik dit niet af te maken en haalde hiermee een remise binnen.
Henk-Jan Evengroen

Ik kreeg met wit een Wolga-gambiet tegen mij. Hierbij heb ik een aantal keer met één variant verloren. Mijn tegenstander speelde ook dezelfde variant, maar bleek het zelf ook niet helemaal te kennen. Ik wilde hier gebruik van maken, maar maakte hierdoor juist een fout, waardoor ik mijn pion terug verloor. Om niet met een mindere stelling op remise te hoeven spelen, besloot ik tot een wat actievere oplossing die uiteindelijk ook kansen bood. Deze pakte ik helaas niet en zorgde er met een blunder voor dat het snel afgelopen was.
Wim Heemskerk

Het klinkt misschien vreemd, maar na 1.e4 stond ik voor een lastige keuze. Een aantal Sissa-spelers kiest na 1…. c5 voor 2.c3 en dat had ik uitgebreid voorbereid. Maar mijn tegenstander (Van Assendelft) kiest meestal voor open Siciliaans. Na enige overpeinzingen ging ik toch maar voor 1…. c5 in plaats van mijn gebruikelijke (solide!) Frans en er ontstond een scherpe stelling met tegengestelde rokades. In een (voor mij in ieder geval te) ingewikkeld middenspel koos ik voor een te snelle aanval en kreeg de deksel op mijn neus. Wit verdedigde secuur en sloeg ondertussen wat pionnetjes, waarna hij het rustig uitschoof.

Peter Ypma

De laatste tijd heb ik met wisselend succes de moderne verdeiging gespeeld. Deze partijen hebben mij echter wel kennis gegeven hoe je tegen dit systeem moet spelen. Aangezien mijn tegenstander vandaag toch de moderne verdediging durfde te spelen, kon ik het plan die de grootmeester Gavrilov onlangs tegen mij speelde, kopiëren. Mijn tegenstander had hier geen goed antwoord op en ik kreeg steeds meer activiteit. Deze activiteit wist ik om te zetten in materiaalwinst en daarmee de partijwinst.
Peter Scheeren

In een koningsindische partij offerde mijn tegenstander met wit een pion om het thematische sterke veld e4 voor zijn paard te verkrijgen. Na ruil van dit paard door mijn goede loper ontstond er een middenspel met zware stukken en ongelijke lopers. Na een dubbel kwaliteitsoffer (d.w.z. zowel van wit als van zwart) moest wit kiezen: ofwel afwikkelen naar een minder staand toreneindspel, ofwel met een pion minder de dames op bord houden. Hij koos terecht voor het laatste en had vanwege mijn ongelukkig opgestelde stukken voldoende spel voor de pion. Uiteindelijk eindigde de partij na een zetherhaling in remise.

Jan Evengroen

Met zwart speelde ik tegen Renze Rietveld en kreeg ik dezelfde opening op het bord waarmee ik tijdens het ONK in Dieren van hem verloren had op een vrij kansloze manier. Dit was een goede reden om op de heenweg wat voorbereiding te doen. Deze keer ging het hierdoor een stuk beter. Met een 4,5-4,5 tussenstand had ik een lastig toreneidspel, dat ik gelukkig kon keepen en hiermee het matchpunt binnenhaalde.

Arjan van der Leij

Mijn tegenstander verraste mij met het ongebruikelijke olifantengambiet (1.e4 e5 2.Pf3 d5) en kreeg eenvoudig gelijk spel. Toen ik even later lichtzinnig het zwarte Da5 onderschatte (in een stelling waarin ik lang had gerokeerd) stond ik matig, maar gelukkig verraste mijn tegenstander me opnieuw, ditmaal met een remiseaanbod. Hoewel ik daarvoor niet naar Groningen was afgereisd kon ik dit aanbod moeilijk weigeren.

Ed Roering

Na de eerste zet van mijn tegenstander had ik al een vermoeden dat hij een invaller was, want die zet was ik in mijn voorbereiding bij niemand tegen gekomen. Toen hij mijn vierde zet, een wat ongebruikelijke, bijna a tempo beantwoordde, twijfelde ik daar echter weer aan. Hij speelde ook nog eens een zet waarvan ik het minst voor ogen had hoe het ook al weer verder moest. Het kostte mij dan ook al meteen een kwartier om zaken te reconstrueren. En dat wil je niet, met wit spelen en na 5 zetten al een kwartier kwijt zijn. Al snel deed mijn tegenstander het echter niet zo slim en zaten we opeens in een Benoni! Wel met twee extra tempi voor mij! En dat wil je weer wel 🙂 Ik werd ook gelijk wat rustiger over de kracht van mijn tegenstander. Omdat ik enkele jaren geleden de Benoni zelf ook speelde zat ik inmiddels op bekend terrein. Ik speelde volgens de bekende thema’s, hetgeen niet gezegd kon worden van mijn tegenstander. Al enige tijd zag ik aan zijn lichaamstaal dat hij niet goed wist wat nog te doen. Hij liet zijn koning in het midden staan en begon een soort van koningsaanvaal door zijn pionnen naar voren te brengen. Omdat hij echter niet genoeg stukken erbij kon betrekken werd het nooit gevaarlijk voor mij. Uiteindelijk ‘offerde’ hij al dan niet bewust een pion, maar toen stond ik gewoon een gezonde pion voor. Toen ik ook nog eens de manoeuvre Ta1-a3-h3 vond stond ik compleet gewonnen. Ik won nog een tweede pion, op de damevleugel dit keer, en ook zijn koning stond erg onveilig. Uiteindelijk had ik op zet 37 de partij kunnen beëindigen met een kwaliteitswinst. Wel na een paardoffer, dat echter niet aangenomen had mogen worden. Met niet zoveel tijd zag ik dat niet en bleef ongeveer +4 staan. De rest van de partij was heerlijk om te spelen. Allebei dame en toren en ik twee pionnen meer en hij een onveilige koning. Dat zou ik altijd gaan winnen, zeker met een increment van een halve minuut. Een prachtige uitvinding voor dit soort stellingen! Gewoon een schaakje geven en je hebt weer 30 seconden erbij. De computer ziet natuurlijk meteen hoe ik het sneller had kunnen doen, maar zoals het ging haalde ik uiteindelijk op de 63e zet de vis op het droge. Ruil van alle zware stukken was onvermijdelijk, waarna het pionneneindspel gewonnen zou zijn. Toen ik om mij heen keek bleek er nog één partij aan de gang te zijn, en hoe! Gelukkig was het Jan, een van degenen die je zoiets wel toevertrouwt. Doorgaan tot de laatste snik en nooit opgeven. En dat werd beloond en het matchpunt was binnen. Heb je niet voor niets bijna vier uur in de auto gezeten!

Erich Karstan

Om niet met een geïsoleerde centrumpion te moeten spelen, vermeed ik met zwart in een Tarrasch-verdediging terecht te komen. Ten onrechte, want zoals het nu ging kreeg wit een vervelende druk op mijn centrumpionnen. Er ontstond een gecompliceerd middenspel met veel manoeuvreerwerk dat beide spelers veel tijd kostte. Vooral mijn tegenstander verbruikte wel erg veel van zijn kostbare tijd. En vlak nadat ik een ernstige fout had gemaakt, ging hij (ondanks de 30 seconden increment!) bij het uitvoeren van zijn (overigens zeer goede) 28e zet door zijn vlag. Een fortuinlijke overwinning.

Jan Cheung

Op het bord kwam de Chebanenko-variant van het Slavisch (c7-c6 and a7-a6). Tijdens de voorbereiding werd dit systeem niet onder de loep genomen, maar aangezien ik in het verleden heel veel partijen had gespeeld van dit systeem, was het geen onbekend terrein voor me. Toen de zwarte stelling ingesnoerd dreigde de worden, offerde zwart een pion om tegenkansen te creëren. Na een hele tijd de stelling bekeken te hebben, had ik 2 opties: de pion behouden, waarbij zwart nog kleine tegenkansen had, of naar een gunstig eindspel af te wikkelen, waarbij wit een goed paard had tegen een slechte loper. Ik koos voor de laatste optie omdat de spelvoortzetting me beter lag. Thuis achter de laptop was het siliconen monster het niet totaal eens met mijn beslissing. Ondanks de slechte loper was er nog niks aan de hand omdat de pionnenstructuur nog niet volledig was vastgelegd. Laten we teruggaan naar de partij. Voor een menselijke tegenstander was de zwarte stelling moeilijk te spelen en om nog tegenkansen te creëren offerde zwart tijdelijk een pion. In deze fase van de partij liet mijn gevoel voor gevaar mij in de steek. Wits reactie op het tijdelijke pionoffer was niet sterk genoeg waardoor zwart kans kreeg om een lijn te openen. De stelling was toen al min of meer gelijk, toen wit een pion sloeg en een derde mogelijk van zwart overzag. De zwarte loper werd niet meer slecht en met twee vrijpionnen was hij veel sterker dan het paard. De partij was toen eigenlijk al beslist. Wit besloot het paard te offeren voor twee pionnen in de hoop om het aantal pionnen van zwart te reduceren, maar het kon de nederlaag niet verhinderen.


Laatste stand in klasse 1A