Derde team bekert verder

Spectaculair was het niet donderdagavond, geen dramatische ontknopingen, maar close was het wel. Het werd uiteindelijk een verdiende 2,5-1,5 overwinning.

Zelf speelde ik met zwart tegen oude bekende Mark van Putten. Ik kwam niet lekker uit de opening en was niet ontevreden met een zetherhaling die op het bord kwam. Dit was misschien gelijk ook wel het meest opmerkelijke moment van de wedstrijd: Mark overlegde na 2x de zetten te hebben herhaald met zijn teamcaptain of hij remise mocht spelen, maar helaas voor hem betekende dit dat na mijn volgende zet de zetten weliswaar 2x zouden zijn herhaald, maar dat dezelfde stelling voor de derde keer op het bord zou komen. Remise dus.

Wit stond gewoon (wat) beter, maar buiten dat had ik ook ingeschat dat de overige borden minimaal 1,5 punt zouden opleveren en dat zou dan snelschaak betekenen. Erik speelde een goede partij, waarin zijn tegenstander niet meer kon doen dan passief afwachten. Uiteindelijk werd de druk hem teveel en koos hij voor een stukoffer voor wat pionnen. Erik compliceerde, met een grote tijdsvoorsprong, de stelling en dit leidde, mede vanwege de tijdsdruk, snel tot mat.

We wisten dat de tegenstander drie sterke tegenstanders had en dat de vierde speller op papier een stuk zwakker zou zijn en hielden daarom rekening met een tactische opstelling. Voor wat het waard is, maar het pakte in deze wedstrijd uiteindelijk goed uit, De tegenstander had hier niet voor gekozen en zo speelde Leen aan bord 1 met zwart tegen een 2200+ speler. Voor zover ik dat kon beoordelen was het een goede degelijke partij, waarin Leen helaas op het eind toch net tekort kwam. Zelfs het pionneneindspel op het eind met weliswaar een pion minder leek nog niet geheel duidelijk.

Aan het enig overgebleven bord speelde Frans tegen de op papier minste tegenstander. Aan het begin van de partij kwam dat er ook uit, want Frans kwam al snel positioneel gewonnen te staan, maar zoals het ging bleef zijn tegenstander daarna lange tijd met hangen en wurgen overeind. Het voordeel leek zelfs wat te verwateren en hoewel de stelling gewonnen bleef moest het nog wel gebeuren bij een 1,5-1,5 stand. Een zet voordat Frans kon promoveren en enkele zetten voor het mat gaf zijn tegenstander op, waarmee de overwinning voor ons een feit was.

Ploeteren tot het eind

Het was ploeteren voor het vierde team tegen Overschie. Met een gelijkspel gingen we opgelucht naar huis. Het had winst kunnen zijn, maar ook net zo goed verlies.

De avond werd door Eelko geopend. Hij zette na 27 zetten de witte koning van Cor van Lennep mat. Dit ging echter niet zonder slag of stoot. Verschillende tussenschaakjes waren nodig om te voorkomen dat zwart te veel materiaal zou verliezen. Je zou kunnen zeggen: een partij met kansen en blunders over en weer. In de partij zagen we alleen de kansen. De blunders openbaarden zich tijdens de analyse. Maar als je dan uiteindelijk de aanval van wit weet af te slaan en zelf je aanval ziet slagen dan maakt een blundertje meer of minder niet meer uit. En voor Cor? Die weet dat hij volgende keer iets beter de kansen van de tegenstander in de gaten moet houden.

Hieronder een stelling uit de partij tussen Eelko en Cor. Wit heeft net met de d-pion op c5 geslagen. Zwart gaat verder met Tae8. Deze druk wordt uiteindelijk teveel voor wit. Maar in deze stelling was Dd3+ waarschijnlijk beter geweest.

Jasper had een wandelende koning. Helaas was het zijn eigen koning. Opgejaagd door de witte stukken van Martin Schlüter was het lastig voor Jasper om uitwegen te blijven vinden. Op een gegeven moment lukt dat niet meer en Jasper moest in Martin zijn meerdere erkennen.

Minas had een fraaie combinatie die hem uiteindelijk een vork van toren en dame opleverde. Logische wijs mocht hij zijn paard tegen een toren ruilen. Later in het spel gaf zijn tegenstander, in een vlaag van schaakblindheid, zijn tweede toren weg en stond Minas pardoes een stuk voor. Da’s lekker spelen. Z’n tegenstander gaf niet lang daarna op.

Albert-Jan moest in Wil de Gids zijn meerdere erkennen. Het was voor hem een zware partij. Wil duwde hem steeds verder in de verdrukking. Wit deed gewoon betere zetten dan zwart. Van tijd tot tijd kostte dat een pion en in het eindspel stond Albert-Jan intussen drie pionnen achter. “Een hopeloze situatie”, aldus Albert-Jan na afloop. Als wanhoopsdaad zag hij nog een kleine kans om via een torenoffer een promotie te forceren. De kans van slagen was klein, maar het alternatief was om gelijk maar op te geven. De witte loper werd geslagen door de zwarte toren. Wil sloeg terug met zijn pion en het promotiepad voor Albert-Jan lag vrij. De vrijpion dacht wit snel te slaan met de witte toren, maar door tussenplaatsing van de zwarte loper kon Albert-Jan deze lijn blokkeren. Daarna moest wit zijn toren ‘buitenom’ naar het promotie veld brengen. Helaas voor Albert-Jan maar witte toren was daar was net op tijd. Albert-Jan kon het slaan van zijn promotiepion nog net voorkomen, maar daardoor stond de zwarte loper, evenals de witte toren, vast op die plaats. Hij had geen speelbare stukken meer en de overmacht van de vier witte vrijpionnen en een loper noodzaakten Albert-Jan om de partij opgeven.

Kees en Chris hadden allebei een degelijke partij. Dit was zeker ook een verdienste van hun tegenstanders, Jurriaan Verbeek en Mario Angelo Dirks. Een mooie remise werd afgesproken.

Chris overdenkt zijn stelling. Niet veel later komt hij en Mario remise overeen.

Eduard dacht de zwarte dame van Ruud Gorseman in te sluiten. Maar die lopers kruipen overal maar tussendoor. Zwart zette witte de toren en dame onder druk. De kwaliteit van wits stelling ging drastisch naar beneden als Eduard de ongelijke ruil had geaccepteerd. De teleurstelling van het niet kunnen vangen van de zwarte dame, was te groot. Eduard gaf de partij op.

Wibo was de hekkensluiter. Zijn tegenstander Serge Erdtsieck opende met c4. Na 8 zetten kwam er een vergelijkbare stelling op het bord als waarmee Wibo tegen een sterke clubgenoot 1½ week ervoor had verloren.  Die had hij goed geanalyseerd en dat betaalde zich uit in een betere stelling en een ongenaakbare loper op het sterke veld d4. Daarnaast had hij in het eindspel ruim meer tijd over dan Serge, en dat heeft hem gered. Op zich stond hij er goed voor. Maar door een kleine onzorgvuldigheid werd de witte dame nog gevaarlijk. De spanning was te snijden. De klok van wit tikte onverbiddelijk door. Nog 4 minuten, nog 3 minuten, nog 2 minuten. De tijd was te weinig om de witte stukken in positie te brengen. Wibo speelde de zwarte dame, schaak. De witte koning zocht een uitweg, en zag de verre toren over het hoofd. Die had remise kunnen houden, maar de koning ging lopen. Wibo speelde de toren, weer schaak! Zwarts stukken dreven de witte koning nog verder uit zijn paleis. Gracieus schreed de zwarte dame opzij. De witte koning zat gevangen en viel. Chapeau voor Wibo. Met 4-4 gaan de Messemakers opgelucht naar huis.

Wibo en Serge zoekend naar de winst

Messemaker weet net niet te winnen van sterk DD

(door Peter Ypma)

In de tweede ronde moesten we tegen de koninklijke schaakgenootschap DD. De club en het herenhuis waarin ze spelen straalt een glansrijke geschiedenis uit. In dit Nationaal Schaakgebouw heeft de FIDE zijn hoofdgebouw gehad, is Jan Hein Donner een groot schaker geworden en is schaakclub DD zesmaal Nederlands kampioen geworden. De tijd dat DD kampioen van Nederland was is al even voorbij. Het lijkt er echter op dat ze oude tijden willen laten herleven, want tegen ons werd een zeer sterk team opgetrommeld met onder andere de bekende grootmeesters Fedorchuk en Van der Wiel. Dit team was met een gemiddelde rating van 2265 zelfs sterker dan vrijwel alle teams die een klasse hoger dan ons spelen. Zo bekeken mag de 4-4 als een overwinning gevierd worden. Dat werd het echter niet. Iedereen voelde na afloop namelijk dat er meer in gezeten had. Dat is denk ik te lezen aan de volgende verslagen van alle spelers.

Ben van Geffen: Ik had me voorbereid op vier tegenstanders, namelijk de vier die waarschijnlijk met wit zouden spelen. En jawel, Jeroen Blokhuis (rating 2325) was één van die vier. Siciliaans of Spaans waren de beide mogelijkheden. Ik koos voor Spaans met 3…. g6, wat tamelijk onbekend is. Helaas ook voor mij. Wit stelde zich rustig op met 4.d3. Op zet 6 sloeg hij met de loper op c6, waarop ik met dxc6 terugsloeg (het paard van e7 stond nog gepend, dat in tegenstelling tot de variant die ik aan o.a. John van der Wiel liet zien….). Interessant zou echter 6…. bxc6!? geweest zijn, en gevolgd door 7.Dd2 h6 8.Le3 zou dan 8…. f5! heel sterk zijn. Nu deed ik ook 8…. f5?! en mijn tegenstander antwoordde sterk 9.Dc3! en ik kwam in de problemen. In de zetten hierna had ik nog wel kansen op (voldoende) tegenspel, maar ik kon de juiste methode niet vinden. Ik kwam eerst één, later twee pionnen achter en ondanks mijn hardnekkige tegenspel liet Jeroen zich op geen enkele manier van de wijs brengen. Uiteindelijk gaf ik op de 51ste zet op in kansloze positie. Jammer!

Peter Ypma: Ik was niet echt tevreden met mijn openingsopzet. Hierdoor kwam ik een beetje passief te staan. Mijn tegenstander wilde echter te veel en opende de stelling op een onhandige manier. Vervolgens rekende ik beter dan mijn tegenstander en wist ik alle stukken van mijn tegenstander naar slechte velden te jagen. Door deze positionele druk won ik eerst een pion en vervolgens een kwaliteit en daarmee de partij.

Wim Heemskerk: Om een of andere vreemde reden had ik het sterke voorgevoel dat ik tegen John van der Wiel zou spelen. En om nog vreemdere reden besloot ik iets anders voor te bereiden dan mijn normale repertoire, Frans of Siciliaans. In de database zag ik dat van der Wiel steevast dezelfde aanpak tegen de Philidor kiest: snelle dameruil met marginaal betere stelling voor wit. Ach, met zwart tegen een grootmeester moet je bereid zijn voor een halfje te zweten dus in de week voor de wedstrijd heb ik dat eindspel (‘dameloze middenspel’) uitgebreid bekeken. Vluchtig nam ik ook nog wat andere systemen door, voor het geval John voor een meer principiële aanpak van de Philidor zou gaan. Tot slot ook nog even gekeken naar wat 1.d4-systemen die de andere DD-ers spelen, kortom, ik was er zaterdag helemaal klaar voor.
Tot op het moment dat de opstelling bekend werd….. Van der Wiel nam niet plaats op bord twee, maar op drie. En tegenover me zat ineens grootmeester Fedorchuk, met een elo van 2634. Dat is een flink maatje groter dan de IGM uit Voorschoten om nog maar te zwijgen van de FM uit Bodegraven. Tja, wat nu? Totaal niet verwacht dat Fedorchuk nog op de loonlijst van DD stond en ook geen flauw idee wat hij hij speelde. Na een kordaat uitgevoerd 1.e2-e4 leek een theoretisch duel in een scherpe Siciliaan natuurlijk zelfmoord, maar moest ik voor m’n vertrouwde Frans gaan of op mijn voorbereiding in de Philidor  vertrouwen? Na ampele overwegingen koos ik voor het laatste en voerde, uiterlijk even kordaat maar innerlijk toch wat onzeker, mijn eerste zetten uit. Uiteraard volgde Fedorchuk een andere aanpak dan van der Wiel en na een zet of tien begon ik me wat verdwaald te voelen in de zee van mogelijkheden. Alles leek zo op elkaar…
Maar al met al verliep het vrij redelijk en op zet 19 had wit de keuze tussen een verminking van mijn pionnenstructuur dat mij een passieve maar heel stevige stelling zou geven, of het winnen van een pionnetje waarna ik dankzij zijn ongelukkig gepende loper flink initiatief zou krijgen. Fedorchuk dacht hier lang over na en groot was mijn verbazing toen hij na afloop zei “Zis isz still theoretical pozzisjion.” Voor hem was het nog allemaal bekend terrein! Het verminken van mijn structuur was “best moef, waait isz better but black isz solid, vverrie solid.” Hij koos daarom voor de pionwinst die vrijwel nooit gespeeld is. Ik ging voor mijn geplande initiatief, maar  de grootmeester liet bij de analyse zien dat er een reden is dat de pionwinst niet gespeeld wordt. Met het verrassende, maar achteraf o zo logische schijnoffer Pd5 is het witte voordeel meteen verdwenen. Het stuk kan op maar liefst vier manieren geslagen worden, maar wit kan niet profiteren. Sterker nog, hij heeft maar één manier om de boel in evenwicht te houden. Letterlijk, want Stockfish geeft heel clean 0.00 aan! Ik heb de zet geen moment overwogen en Fedorchuk bekende dat hij de paardzet pas zag, nadat hij de pion geslagen had. Aha, dat hebben die lui dus ook…  Maar niet alleen had ik de zet niet gezien, ook mijn ‘initiatief’ had ik verkeerd ingeschat. Drie zetten later was dat totaal verdwenen en wit stond gewoon een gezonde pion voor.  Met vaste hand werd ik vervolgens naar de slachtbank gevoerd.

Ed Roering: Wat een teleurstelling. Dit keer bracht bord 1 me geen geluk. En het begon nog wel zo goed. Na 15 zetten had ik al een gezonde pion gewonnen en stond op +2.5 Een aantal zetten later zelfs op ruim +3. Maar ook dat was vanmiddag niet aan mij besteed. In principe hield ik het voordeel nog wel vast, want het ongelijke-lopereindspel met een pion meer was op diverse momenten straal gewonnen. Ook na Lb8 nog, al was dat een zet eerder veel sterker. Ik had dan de loper kunnen offeren voor twee verbonden vrijpionnen en in combinatie met de ook vrije f-pion was dit een makkelijke winst geweest. Maar goed, ik ben geen computer en als alles lijkt te winnen kies je voor de variant die je als eerste ziet. En dan kan het gebeuren dat het opeens toch remise blijkt te zijn, ondanks twee pluspionnen. Ik baal hier ontzettend van, want het kost ook meteen een matchpunt.  Dit had gewoon niet mogen gebeuren. Had eindspelkunstenaar Peter S. mijn plek maar in mogen nemen na de tijdcontrole, dan was het anders gelopen.

Peter Scheeren: Tien jaar geleden maakte ik, na een rustpauze van ca. 15 jaar, mijn comeback in de KNSB-competitie, als invaller (op het eerste bord) in het team van Messemaker. Ik mocht toen meteen tegen mijn oude schaakmaat John van der Wiel aantreden en ik wist die partij zowaar te winnen. Deze keer was de kans klein dat ik weer tegen hem zou spelen, want DD staat erom bekend dat zij de bordvolgorde elke keer wisselen en ook wij hadden een ongebruikelijke bordvolgorde. Maar zie: op bord drie was het toch weer John van der Wiel die tegenover mij plaatsnam. Hoewel hij natuurlijk niet zoveel meer schaakt als in zijn glorietijden, is hij nog wel beter op de hoogte van openingen dan ik. Zo kon het gebeuren dat ik met wit al na 10 zetten, na een pionoffer van zwart, ‘out of book’ was, terwijl die stelling voor mijn tegenstander nog overbekend was. Na ampele overwegingen wist ik een directe overrompeling te voorkomen en na 18 zetten bood John plotseling remise aan. Dat kwam voor mij enigszins als een verrassing, maar het aanbod was objectief gezien wel terecht: zwart kon de pion terugwinnen en een vrijwel gelijke stelling op het bord brengen. Mede omdat ik al de nodige bedenktijd verbruikt had nam ik dat aanbod (na overleg met de teamcaptain) aan, hoewel ik eigenlijk helemaal niet houd van dergelijke ‘grootmeesterremises’.

Jan Evengroen: Op de prachtige locatie bij DD op bezoek waar in een grijs verleden J.H. Donner menig potje speelde. De prijzenkasten geven een bijzondere sfeer aan de speelzaal en ik had het idee dat zelfs de rook uit oude tijden nog aanwezig was. Met wit speelde ik tegen Edgar Blokhuis. De Spaanse opening kwam op het bord waarin zwart het loperpaar heeft en wit een pluspion op de koningsvleugel. Lange tijd ging de partij gelijk op maar door een mindere zet verslechterde mijn stelling. Mijn berekening om de c pion te laten promoveren klopte niet waardoor verlies onafwendbaar was.

Henk-Jan Evengroen: Met wit kwam ik met ontwikkelingsvoorsprong uit de opening. Mijn tegenstander had nog niet gerokeerd, terwijl mijn stukken al nagenoeg volledig ontwikkeld waren. Hierdoor kreeg ik de kans op f7 te offeren, waarna een gevaarlijke koningsaanval zou ontstaan. Het lukte mij echter niet om een winnende aanval of materiaalwinst te berekenen. Na de analyse thuis bleek dat het offer toch wel heel goed was, alhoewel er geen directe winst in zat, maar zwart had voldoende zwaktes om het stukoffer te rechtvaardigen. Doordat ik dit offer naliet kwam ik steeds wat minder te staan, waardoor er niet meer in zat dan een gelijkspel. Mijn tegenstander ging echter voor de winst, waardoor hij de fout in ging. 

Erik Hennink: Met zwart kwam ik met een ongeveer gelijke stelling prima uit de opening. In het middenspel werden er veel stukken geruild en kwam ik een pion achter, maar kreeg hiervoor wel compensatie in de vorm van het loperpaar. Ik ruilde het loperpaar in voor een actieve toren op de 2e rij en zou de pion achter zeker gaan terugwinnen doordat de koning en de toren van wit erg passief stonden. Mijn tegenstander had in het begin van de partij veel tijd verbruikt waardoor hij nog 20 minuten overhad voor 20 zetten tot de tijdcontrole en ik hem verder onder druk zette. Hij probeerde aan de druk te ontkomen door actief tegen te spelen, maar verloor hierdoor wel een aantal pionnen. Ik kreeg 3 verbonden vrijpionnen, maar hij behield ook zijn kansen met 3 tegen 1 aan de andere vleugel. In de spannende tijdnoodfase waren mijn pionnen sneller en zijn tegenspel was gevaarlijk maar ik kon deze pareren. Vlak voor de tijdcontrole haalde ik een dame en mijn tegenstander ging door zijn vlag in een verloren stelling.

Tweede team bedwingt koploper

Leslie Tjoo ‘op het tandvlees’ matchwinnaar

Om tien over zes, dik vijf uur na het begin van de wedstrijd, klonk er applaus in de speelzaal van Spijkenisse. Applaus voor Leslie Tjoo, die er na hardnekkig verzet in was geslaagd om remise af te dwingen en daarmee de eindstand Spijkenisse 2 – Messemaker 1847 2 op 3½ – 4½ te brengen. Goudse winst op de koploper. Dat betekent meedraaien om de hoogste plaatsen in 4G.

Gemakkelijk ging het allemaal niet. De Spijkenisser formatie, die in de eerste ronde weinig heel had gelaten van Stukkenjagers 4, had zich verder versterkt.

De gemiddelde eloratings van de twee teams ontliepen elkaar weinig en dat was goed te merken. Pas na drie uur spelen werd het eerste individuele resultaat genoteerd. Uw verslaggever, goed uit de startblokken gekomen, verslikte zich in de zetvolgorde voor een koningsaanval en had een pion moeten inleveren. Met de rug tegen de muur kon erger worden voorkomen en een remiseaanbod op het moment dat de thuisspeler nog slechts twee minuten had voor 12 zetten in een gecompliceerde stelling werd aangenomen.

In het navolgende halve uur werden vier partijen beëindigd. Leen de Jong streek trots lachend de volle winst op. Zijn positioneel superieure stelling kon worden verzilverd, toen zijn opponent zijn koning liever in het centrum hield en – dus – afzag van rochade. Dat strafte onze man gedecideerd af. Vrijwel direct daarna verdween de teamvoorsprong, toen kopman Kees Brinkers zijn meerdere moest erkennen in de sterke Desiree Hamelink. Frans Bottenberg hield de Goudse hoop levend door in een technisch lastig eindspel met ongelijk materiaal knap de weg naar de volle winst te vinden en Bernard Evengroen sloot vrede met een 2086-speler. Allesbehalve slecht, hoewel ons teamlid tevoren had aangekondigd voor de volle winst te zullen gaan. ,,In alle competities en toernooien heb ik de laatste jaren een TPR van minimaal 1900 gescoord, maar in de KNSB was het rampzalig. Dat moet veranderen,” klonk het strijdvaardig. De eerste stap naar verbetering is nu gezet.

Bij de stand 2-3 moest Wouter Schönwetter berusten in een puntendeling. In een aanvankelijk op het oog dichtgeschoven stelling slaagde hij erin om aan te vallen, maar de tegenstoot bleek levensgevaarlijk en remise door eeuwig schaak was het maximaal haalbare. Na vier uur spelen boekte ook Jeroen Eijgelaar een halfje. Daar was hij allerminst tevreden over. Klein materieel voordeel had beter uit kunnen pakken en in het studie-achtige eindspel bleek de weg naar winst niet te vinden.

Stand 3-4 met alleen Leslie Tjoo nog in actie. Zijn partij kon het predikaat ‘bijzonder en bizar’ meekrijgen. Een ridicuul openingsexperiment van de speler van Spijkenisse leek met pionwinst en verloren rochade fataal uit te pakken, maar merkwaardig genoeg bleek de zwarte stelling in het vervolg zó taai, dat Leslie met een pion achterstand werd opgescheept. Dat betekende zwoegen en zweten en de eindstreep zou ‘op het tandvlees’ worden gehaald. Na vijf uur was de partij nog de enige in de speelruimte, waar was begonnen met 26 partijen (één tiental en twee achttallen). Geen Gouwenaar vertrok. Ademloos werd de zinderende eindfase gevolgd. Leslie voerde ongewild de spanning op door in tijdnood te komen. Bovendien protesteerde zijn tegenstander tegen het niet meer noteren van de zetten, als gevolg waarvan de notatie in de beperkte resterende tijd moest worden bijgewerkt. Nagelbijtend stelden de toeschouwers vast dat op de klok van Leslie nog maar 58 seconden resteerden, maar enkele elkaar snel opvolgende zetten (steeds 30 seconden extra opleverend) brachten opluchting. Verwoed probeerde de gastspeler ijzer met handen te breken in een stelling waarin zelfs een blind paard geen schade kon aanrichten. Leslie hield zijn  hoofd erbij en haalde knap het winnende halve punt binnen.

          Henk de Kleijnen

Messemaker verslaat Botwinnik in 1e ronde KNSB-beker

(door Peter Ypma)

Nog regelmatig denken we terug aan de tijd dat het ons vier jaar op rij lukte om te overwinteren in de beker. Eén keer lukte dit door regerend landskampioen En Passent met 4-0 te verslaan. Ik kan mij het ongeloof op de gezichten van de tegenstander nog goed herinneren. Helaas moeten we het inmiddels echter al een paar jaar doen met herinneringen aan overwinteren, want het zit al een paar jaar niet echt mee. Misschien komt daar nu verandering in, want het is ons eindelijk weer een keer gelukt om door de eerste ronde heen te komen. Met mooie (en ietwat geflatteerde) cijfers hebben we Botwinnik verslagen. Dit betekent dat we in de volgende ronde alleen nog revanche hoeven te nemen op Oegstgeest om weer eens te overwinteren. We gaan ervoor. Hieronder een kort verslag van de partijen tegen Botwinnik zoals de teamgenoten hem beleefd hebben.

Peter Ypma: Afgelopen week viel ik in de RSB competitie in. Ik speelde toen een bedroevend slechte partij waarbij ik al mijn geld zette op een aanval waar ik totaal niet in geloofde. Ondertussen misrekende ik mij waardoor ik mijn b-pion weggaf. Ik mocht van geluk spreken dat mijn tegenstander het niet zo nauwkeurig verder speelde waardoor ik nog een remise kreeg. De partij van vandaag leek verassend veel op die van vorige week. Ik kreeg dezelfde opening op het bord en wederom koos ik voor de koningsaanval. Daarbij gaf ik weer mijn b-pion weg. Dit keer was het echter een bewust offer dat ervoor zorgde dat de stukken van mijn tegenstander verkeerd kwamen te staan. Hier profiteerde ik goed van en in de aanval won ik een stuk en vervolgens de partij.

Peter Scheeren: De witspeler speelde Hollands in de voorhand en na een zet of 10 was de stelling min of meer in evenwicht. Toen begon hij echter wat aarzelend te spelen en door een verrassende ruil van een van mijn lopers tegen zijn paard kreeg ik druk tegen zijn zwakke d-pion. Daarmee was de partij zeker nog niet beslist, maar na aanhoudend aarzelend spel van wit kon ik het initiatief verder uitbouwen. Dat resulteerde in een gunstig eindspel waarin de witte stukken erg ongelukkig stonden. Na een afwikkeling kreeg ik een glad gewonnen toreneindspel dat mijn tegenstander tegen beter weten in nog heel lang bleef doorspelen, maar het resultaat stond uiteraard vast: 0-1.

Ben van Geffen: Met zwart kreeg ik een onbekend gambiet voor mijn kiezen en ik besloot de aangeboden pion te pakken en te verdedigen. Dat was waarschijnlijk te riskant. Wit kreeg een mooie stelling en ik moest de pion al inleveren. De witte druk bleef echter en mijn tegenstander kon een sterke aanvalszet doen, die ik vermoedelijk niet zou hebben “overleefd”. Hij speelde iets anders en ik kon een gelijke stelling bereiken. Mijn remiseaanbod werd afgeslagen. Er ontstond een eindspel met ieder 2 torens en evenveel pionnen. Eén stel torens verdween en toen had het remise moeten worden. Wit speelde nog steeds op winst en daar lag mijn  kans. Ik ruilde de laatste torens en gokte op mijn meerderheid op de damevleugel. Mijn tegenstander kon bij correct spel wel winnen, maar het was moeilijk en hij sloot met 39.g4?? zijn eigen koning af. Ik had een gewonnen pionneneindspel! In de hectische slotfase gaf ik met een blunder eerst nog de winst weg, maar een paar zetten deed wit hetzelfde en leverde mijn pionnendoorbraak alsnog een dame op en even later de winst!

Frans Bottenberg: Een bekerwedstrijd brengt (bij mij) altijd wat extra spanning met zich mee, immers met een viertal telt het persoonlijke resultaat zwaarder. En dan nog dat snelschaken in geval van 2-2. De rol van held of die van schlemiel liggen dan dicht bij elkaar. Interessant artikel overigens in de NRC van afgelopen zaterdag over het verschijnsel ‘choking’ bij tennis onder de titel ‘Het verstikkende matchpoint’. Een paar citaten: ‘Zodra gedachten naar iets anders uitgaan dan naar de taak, verslechtert dat de prestatie’ en ‘Denken aan winnen of verliezen is de grootste afleiding in de sport’. Deze inleiding is nodig, want over mijn partij heb ik niet veel te melden. Net als bij Peter Ypma valt een vergelijking met de partij uit de RSB-competitie tegen Charlois Europoort op: bij mij wat betreft het resultaat (remise) en het geringe aantal zetten (21). Kort na de opening maakte ik een strategische fout door een centrumpion te ruilen, waar doorschuiven geboden was. Mijn tegenstander kreeg daardoor meer ruimte voor zijn stukken en voor mij was er nauwelijks een plan te verzinnen. Gelukkig bleek mijn tegenstander te behoren tot de categorie spelers die meer waarde hecht aan het voorkomen van (vermeende) mogelijkheden bij de andere partij dan aan het zoeken naar en gebruik maken van de eigen kansen en mogelijkheden. Toen de mogelijkheid van een zetherhaling zich voordeed grepen we die beide aan. Geen heldenrol, maar gelukkig ook niet die andere… .

Zware nederlaag voor Messemaker 3

In de uitwedstrijd tegen kampioenskandidaat Charlois Europoort wist Messemaker weinig potten te breken. Met drie remises hielden we nog een tijdje gelijke tred, maar daarna slaagden we er niet in om er ook maar een halfje aan toe te voegen, waardoor de eindstand dus werd bepaald op 6,5-1,5. Hieronder de verslagen van een aantal spelers.

Frans: Mijn partij, met zwart tegen Andrzej Pietrow, was niet spannend. Na 21 zetten stond er al een eindspel op het bord met ongelijke lopers en elk zeven pionnen. De remise werd non-verbaal overeengekomen en ik zal er verder ook geen woorden aan besteden. In voetbaljargon ‘een bloedeloze nul-nul’.

Ben: Mijn partij was een Caro-Kann met 4… Lf5. Het spel ontwikkelde zich langs bekende wegen, met een miniem voordeeltje voor wit. Op zet 18 deed ik Dc2, terwijl ik waarschijnlijk 18.De2 had moeten spelen. Zwart pikte met 22… Pxh5!? een pionnetje mee en ik moest oppassen. Misschien had ik toen met 23.b4!? een interessante aanval kunnen beginnen, maar ik kon dat niet overzien. Mijn tegenstander aarzelde toen even en met een paar stevige zetten won ik mijn pion terug. Op zet 30 ontstond een volkomen gelijke stelling met elk een D en een T, met remise als resultaat, waarmee ik niet ontevreden was.

Arjan: Tegen de sterke Julian van Overdam ontstond een scherpe stelling waarin ik dacht voordeel te behalen, maar mijn tegenstander had de verwikkelingen beter beoordeeld dan ik. In een complexe stelling met aanvalskansen voor beide partijen miste ik in de vooruitberekening een schijnoffer, waardoor kwaliteitsverlies niet was te voorkomen. Ik kreeg hier nog een pion voor, maar dat was te weinig om in het eindspel serieus aanspraak op een halfje te kunnen maken.

Jeroen: De zetten die ik produceerde en de stelling die daaruit voortvloeide kon het daglicht niet verdragen. In de slotstelling stonden mijn Loper en Toren nog in de beginstelling. Feitelijk speelde ik met 2 stukken minder.

Wouter: Ik speelde met zwart tegen Marcel den Bleker. Het spel golfde een beetje op en neer. Eerst pakte mijn tegenstander het initiatief, daarna nam ik het initiatief over, waarna mijn tegenstander weer het initiatief pakte. In een moeilijke eindspelstelling met beide een dame, een paard en een paar pionnen, miste ik een goede zet van mijn tegenstander, waardoor ik te passief kwam te staan met uiteindelijk een verliespartij tot gevolg.

Leen: Met zwart kwam ik goed uit de opening (Sicilaan c3-complex), echter op de 13e (ongeluks) zet kwam mijn witveldige loper in de problemen. Na een redelijke oplossing hiervoor gevonden ging het later alsnog faliekant fout. Ik wilde Pb7 spelen maar deed Pc6? met als gevolg dat mijn tegenstander al op de 22e zet met een simpele pionzet op + 5 had kunnen komen. In plaats hiervan veroverde hij een pion, dit echter wel ten koste van activiteit waarmee de computerwaardering op slechts +0.3 bleef steken. Ik zag het op dat moment ook nog niet zo somber in. Dat veranderde na nog een fout van zwart, waarna er een slechter staand eindspel op het bord kwam. Door de ongelijke lopers kon ik nog een tijdje hoop houden. Die kans kwam er inderdaad op de 50e zet. Ik sloeg met mijn koning zijn toren op h6 en gaf een paar zetten later op. De computer gaf echter een remise-waardering door de tussenzet pion f1D die door de witte loper moet worden genomen. Dan Kxg6 en de loper moet terug om de pionnen weer te dekken, waardoor zwart net de tijd wint om de witte koning af te houden.


Messemaker RSB 1 start met nederlaag

De eerste wedstrijd uit tegen het sterke Krimpen werd, niet zonder zware strijd, met 5-3 verloren. Door goede overwinningen van Erik en Leen kwamen we 3-2 voor, maar helaas slaagden we er in een spannend slot niet in om hier nog meer punten aan toe te voegen. Hieronder is te lezen hoe de spelers hun partij hebben beleefd.

Leen: Met zwart kreeg ik de opening 1.e4 c5 2.b4 voorgeschoteld.  Niet voor het eerst omdat Arjan heeft dit meermalen tegen mij heeft gespeeld, echter het later nazoeken van het juiste plan was er nog niet van gekomen. Ik kwam wat in de problemen met de ontwikkeling van mijn paard op g8, wat werd opgelost op een manier die zelfs goedkeuring van de computer kreeg. Op de 13e zet ging wit met een poging de stelling te openen te ver. Door een tussenzet werden de dame en nog een stuk geruild wat resulteerde in een open stelling van 2 zwarte lopers tegen 2 zwarte paarden. Er was nog wel een smetje.  Tijdens de partij was ik bang voor een wit pionoffer waardoor er een sterk wit paard op veld d4 zou kunnen komen ( de computer gaf dit inderdaad ook aan ). Nu kreeg ik een onaantastbare loper op d5 welke pion d4 blokkeerde, waarmee het doorzetten van de vrijpionnen op de a en b- lijn het strijdplan werd. De computerwaardering varieerde van -2 tot -3  (gunstig voor zwart). Op de 20e zet had ik met Lg5 al -5 kunnen scoren  ( activiteit geeft meestal ook goede complicaties ). Nu kwam de witte koning al snel naar het midden, terwijl ik slechts de stapjes a7-a6-a5 had gedaan. Toch was er nog steeds voordeel.  De krampachtige (al meer dan een uur) stelling en slinkende tijd is geen excuus maar wel aannemelijk de kiem van de witte blunder op de 25e zet, die simpel een stuk verloor.

Jeroen: Twee seizoenen geleden speelde ik -in de toen nog promotie klasse- met Nieuwerkerk tegen Krimpen, toevallig was Hans van Nieuwenhuizen nu opnieuw mijn tegenstander. In het middenspel besloot ik een Kwal in te laten staan, om met een gedekte vrij-pion op d6 op zoek te gaan naar winst. Hans hield de stelling volledig dicht waarna ik een er nog een stuk offer, tegen slechts 1 pion, aan gooide. Dat was echter een brug te ver. Gevolg: 1 volle Toren minder, maar met de dreiging van 2 vrij-pionnen (d6 en e5) kon ik 2 pionnen gaan snoepen, waarmee het niet geheel duidelijk was wie nu beter stond (T+7pi tegen TT+4pi). Eerlijk is eerlijk het offer was niet correct, wel kansrijk. Hans liet mij weer in de partij komen. Na een rommelige fase kon ik ontsnappen met het afdwingen van een zet herhaling.

Leslie: Mijn tegenstander die met zwart speelde kende de opening die op het bord kwam blijkbaar niet zo goed, want hij besteedde vrij veel tijd aan zijn eerste zetten. De zetten die hij deed waren wel de goede en na mijn 10e zet stond het ongeveer gelijk. Ik had mijn koning op h1, zwart had de koning nog in het midden, de dame op f6, een loper op c5 en speelde vervolgens 10.. g5 !? Er ontstond hierdoor een scherpe, tweesnijdende stelling. Ik deed 11.Pe3-c4 maar  na11…Pe5-g4 dacht ik een fout te hebben gemaakt omdat pion f2  wel 3x onder vuur stond. Ik keek even naar 12.e5 waarmee de zwarte dame aangevallen wordt, maar verwierp dit snel omdat na 12…Pg4xf2, 13.Txf2 Dxf2 ik een kwaliteit achter kwam. Thuis liet de computer echter zien dat e5 wel een heel goede zet was, want na 13 … Dxf2 14.Pc3-e4 zou de zwarte dame verloren gaan! En ook na andere zetten zou wit duidelijk beter / gewonnen staan. Dit zag ik dus niet, speelde een ander zet,  waarna zwart duidelijk de overhand kreeg. Om niet onder de voet gelopen te worden, besloot ik tot een paardoffer om aanvalskansen te creëren. En die kwamen er ook, want doordat de zwarte koning nog in het midden stond en de torens niet verbonden waren, kon zwart niet zo snel profiteren van zijn materieel voordeel. Om de aanval te continueren offerde ik op de 21e zet nog een kwaliteit, waardoor zwart een volle toren voorstond. Zwart moest echter met zijn dame terug naar e7 om zijn stelling te verdedigen, waardoor ik de kans kreeg een paard te winnen met gedwongen dameruil daarna. Met niet veel tijd meer op de klok dacht ik dat ik met een kwaliteit minder het eindspel niet zou redden. Ik koos er daarom voor om de dames niet te ruilen en verder op de aanval te spelen. Thuis bleek echter dat ik opnieuw de stelling niet goed verder had geanalyseerd, want ik kon nog een pion winnen en met 2 pionnen voor de kwaliteit zou het ongeveer gelijk staan of iets beter voor wit. Maar ook met een toren meer bleef het voor zwart nog lastig  verdedigen en op de 26e zet had ik na een fout van zwart, een gelijkspel kunnen afdwingen met eeuwig schaak, of zelfs kunnen winnen wanneer zwart niet de juiste verdediging had gevonden. In steeds grotere tijdnood zag ik dit echter over het hoofd, waarna zwart aanvalskansen kreeg. In een moeilijke stelling ging ik vervolgens op de 30e zet door mijn vlag. Al met al een spannende partij waarbij ik mijn kansen helaas niet goed heb benut.   

Frans: Mijn partij was lang niet zo spectaculair als die van Arjan. In opening en middenspel werd het evenwicht nauwelijks verbroken. Er ontstond een eindspel met dames en (ongelijke) lopers en een pluspion voor mij. Dameruil zou niets opleveren en toen ik een tweede pion won kon mijn tegenstander met eeuwig schaak ontsnappen.

Arjan: Met zwart tegen Harold van Dijk beloofde op voorhand een lastige partij te worden. Al snel permitteerde ik me een wachtzet en werd daarna verrast door een directe aanval op mijn koningsvleugel. Ik vreesde even dat het een kort partijtje zou worden, maar ik vond de beste verdediging middels een kwaliteitsoffer dat bekend is uit een andere variant in die opening. Hoeveel pionnen ik voor de kwaliteit zou krijgen was lange tijd niet duidelijk, dat schommelde tussen een en drie, en het was op diverse momenten de moeilijke afweging tussen nog maar een pion snaaien en de (on)veiligheid van mijn koning. Er ontstond een eindspel van TL tegen TT waarbij ik twee pionnen meer had. Toen Harold met een van zijn torens op avontuur ging op de koningsvleugel werd mijn a-pion opeens levensgevaarlijk, maar tegelijkertijd was er ook een zeer dreigend matnet. Om de matdreiging tegen te gaan gaf ik een loper, maar ik kreeg daar een fijne pion op d4 voor terug en toen ontstond een eindspel van TT plus h-pion tegen 1 toren en 4 pionnen. Deze pionnen bevonden zich even later wel op a2, d3, e3 en b5 en dat moest dacht ik toch wel ergens gewonnen zijn. Precies op het moment dat ik dacht de winst gevonden te hebben, uiteraard in de hectiek van zware tijdnood inmiddels en met iedereen om de borden bij een 4-3 achterstand, werd ik verrast door een torenterugzet en stond ik opeens verloren. De pionnen en daarmee de partij gingen 1 voor 1 verloren. Een mooie en spannende partij, maar een zure nederlaag, vooral als je achteraf thuis constateert dat op het betreffende moment de computerwaardering in 1 zet van +11 naar -5 ging.

‘Alles komt goed’ voor onze reserves

Tweede team begint voorzichtig met gelijkspel

‘Alles komt goed. De rest niet.’ Huhh? Deze cryptische formulering vertrouw ik toe aan het nieuwe seizoen. De inhoud ervan is een optimistische. We gáán voor de winst. Voor promotie dus. En dat kan, want qua gemiddelde rating behoren we tot de beste achttallen van 4G. In de eerste ronde troffen we LSG 5, een andere kanshebber. Het werd na harde strijd 4-4 en daar mogen we – eerlijk gezegd – tevreden over zijn. Een voorzichtige start. Maar: alles komt goed, zéker weten!

De opponenten uit Leiden zijn stuk voor stuk sterke, geroutineerde spelers die je geen knollen voor citroenen verkoopt en die tot de onverzettelijken van de schaakwereld gerekend mogen worden. Daar stelde ons team een (iets) jongere formatie tegenover die overborrelt van kwaliteit en strijdlust. Een boeiende mix dus, die er onder andere toe leidde dat pas na dik tweeëneenhalf uur het eerste resultaat werd genoteerd. Minas Avedissian, voortreffelijk wedstrijdleider, noteerde een halfje voor bord vijf. Jeroen (permanent spelend met tussen zijn vingers draaiende pionnetjes en met een wiebelende voet) was daar achteraf best blij mee. In de nazit bleek zijn tegenstander over de beste kansen te beschikken..

Een uur later drie scores vlak achter elkaar. Aan kop een nederlaag na een oeroude Franse openingsopzet (onze Frans daarover: ,,Ik kon de koningsaanval niet meer opvangen”) en aan de staart een overwinning van Leslie, die er wél in slaagde om zijn offensieve neigingen te verzilveren. Zelf verloor ik na een bizar intermezzo. Een vredesaanbod in het middenspel bracht de Leidenaar in ernstige verlegenheid. Achteraf klonk het ,,Je remisevoorstel was verleidelijk, maar ik moest natuurlijk eerst met de teamcaptain overleggen.” Het toeval wilde dat laatstgenoemde in diep gepeins was verzonken en dat bijna een half uur volhield. Die tijd benutte mijn tegenstander om nog eens heel goed de stelling door te rekenen en een miraculeuze wending in zijn voordeel te ontdekken. Toen zijn teamleider hem ten slotte de vrije hand gaf, werd de partij voortgezet en na langdurige worstelingen alsnog in Leids voordeel beëindigd.

Direct daarop ‘gerechtigheid’, want bedoelde teamleider moest zijn koning aan het tweede bord omleggen tegen Leen. Onze man was tevreden: ,,Op een gegeven moment had ik hem helemaal liggen.” (stand 2,5-2,5).

Rob haalde ook een remise binnen, maar bekende grimassend dat er in zijn partij wederzijds kleine en grotere misgrepen waren geweest. Heel wankel, maar welbeschouwd ook terecht. Bernard speelde een weinig spectaculaire partij die lang remiseachtig oogde, maar in de eindfase werd de greep op het gebeuren verloren en was verlies onvermijdelijk. Vanaf dat moment ging alle aandacht uit naar het laatste duel. Frank Michielen toonde zich aan het achtste bord opnieuw een klasse-invaller (vorig seizoen presteerde hij dat zelfs in het eerste achttal), al bekende hij na afloop fortuinlijk te zijn geweest. ,,Mijn tegenstander stond een pion voor, kon remise maken, maar bleef op winst spelen.” Dat bleek te veel gevraagd, want in een felle slotfase pakte Frank het volle punt.

          Henk de Kleijnen

Goede start van Messemaker 1 in KNSB-competitie

Algemeen verslag (door Peter Ypma): Ik heb altijd veel respect voor toeschouwers die speciaal voor ons eerste of tweede team naar het denksportcentrum komen. Ik vind het kijken naar partijen van clubgenoten namelijk een zenuwslopende aangelegenheid. Op het ene bord zie je een gewonnen stelling verdampen. Tegelijk wordt op een ander bord een mooie aanval niet bekroond met een mat en moet je maar hopen dat het nog steeds gewonnen is. Op dit alles mag je geen enkele invloed uitoefenen. Je probeert dus met een gestreken gezicht naar de borden te kijken, terwijl je hart in je keel bonkt. Nee, geef mij maar gewoon een wedstrijd die zo mijn aandacht in beslag neemt dat ik alle kansen en fouten op de andere borden mis en alleen een globaal beeld van iedere partij heb gevormd in de snelle rondjes die je als teamcaptain langs de borden maakt. Zo’n spannende partij was mij vandaag echter niet vergeven. Het enige wat spannend was aan de partij was of mijn tegenstander te laat of niet vertrokken was uit Hilversum. Aan het feit dat hij uiteindelijk niet aangekomen is, zet ik mijn geld in op dat hij niet vertrokken is. Hierdoor was ik dus overgeleverd aan het observeren van de andere partijen. Die waren verre van saai. Ben nam mijn rol over van het spelen van een absurde partij waarbij beide spelers waarschijnlijk vijf winsten gemist hebben. De uitslag van zo’n wedstrijd kan natuurlijk alleen remise zijn. Een bord hoger toverde Jan ook een hele onduidelijke stelling op het bord. De koningen waren tegenovergesteld gerokeerd en alleen een helderziende kon vertellen wiens aanval zou gaan doorslaan. Uiteindelijk bleek dat de aanval van Jan te zijn. Dat was het winnende punt, want op dat moment hadden Wim en Erik ook al gewonnen. Wim deed dat op zijn normale positionele manier, ook al gebruikte hij ook nog best wat tactiek om het gewonnen eindspel uit te schuiven. Ook Erik won op een positionele manier. Het was een stelling van goed paard tegen slechte loper. Mijn gevoel zei dat zwart niet genoeg zwaktes had om de stelling te moeten verliezen. Zoals het ging lukte het Erik echter wel om de zwarte vesting te breken. Ook de tegenstander gingen niet helemaal met lege handen naar huis. Andere Peter offerde een kwaliteit. Dat bood goede kansen, maar helaas niet zoals hij in de partij verder ging. Ook Henk-Jan moest in het stof bijten. Overigens wel nadat hij behoorlijk kwam te staan doordat hij een opening op het bord kreeg die hij afgelopen zomer uitvoerig had geanalyseerd, omdat de opening in Dieren drie keer in zijn partijen voorkwamen. Ondanks die voorbereiding kwam Henk-Jan weer in zware tijdnood (dat is slecht voor mijn gezondheid; Henk-Jan: speel eens wat sneller!) en daar ergens ging het mis. Tot slot speelde Ed ook een partij die mij een paar jaar ouder maakte. Hij miste namelijk een winst of drie en kreeg in plaats daarvan een eindspel dat misschien wel en misschien niet gewonnen was. Of het zo was, is niet zo interessant. Wat wel interessant is, is dat het Ed uiteindelijk lukte om het punt binnen te halen. Al met al kunnen we terugkijken op een mooie 5.5-2.5 overwinning. Hieronder lees je hoe mijn teamgenoten hun eigen partij hebben ervaren.

Peter Ypma: Na de partij grapten een aantal teamgenoten dat het mij nu ook een keer gelukt was om een foutloze partij te spelen. Ik hoefde daar niet veel meer voor te doen dan vóór 13:00 op de club te arriveren. Mijn tegenstander had namelijk zichzelf verslagen door niet of te laat van huis te vertrekken. Hierdoor won ik de partij door slechts één zet te spelen. Als ik dat van tevoren had geweten, had ik nog een fout in mijn partij kunnen verweven met 1.a4! Nu ik echter al 1.c4 gespeeld had, kun je met recht zeggen dat iedere zet goed was. Tussenstand: 1-0

Peter Scheeren: Na een rustige opening was het lange tijd voor beide partijen moeilijk om een goed plan te vinden. Dat kostte beide spelers, maar vooral mijzelf, dan ook veel bedenktijd. Dat wreekte zich toen de stelling in het centrum werd geopend: ik speelde daarbij een prima kwaliteitsoffer en kreeg hiervoor een pion en een paar mooie lopers, maar door tijdgebrek speelde ik het niet goed en kreeg wit alle gelegenheid om mijn loperpaar onschadelijk te maken en met de kwaliteit meer te winnen. Voor de teamwinst maakte dat gelukkig niets uit.

Ed Roering: Met wit kreeg ik een opening op het bord die voor zwart een beetje dubieus is. Maar je krijgt het nooit op het bord, je kent wel de ideeën,  maar hoe het precies zit weet je toch net niet. Mijn tegenstander speelde de eerste 10 zetten ook nog eens à tempo. Ik gebruikte meer dan een half uur. Er stond een stelling op het bord met draakachtige kenmerken en ik had net h4 gespeeld. Na nog eens ruim 10 minuten ging ik voor het pionoffer h5 en dat blijkt, hoewel zelden gespeeld, zo’n beetje de weerlegging van zwarts opstelling. Mijn tegenstander weigerde het offer trouwens, maar hierdoor belandde hij in een verloren stelling. Nu was het zijn beurt heel lang na te denken, maar dit hielp niet meer. Al moet gezegd dat ik hem één zet de kans gaf terug te komen. Toen hij dat niet deed, was het weer verloren.  In wanhoop offerde hij een stuk, waarna ik met dame, toren en loper zijn koning over het bord kon jagen. Lang ging dit goed, maar op de 32e zet miste ik onder druk van de klok mat of damewinst. Ik was gefocust op het winnen van het stuk. Dat lukte wel, maar daardoor kreeg hij nog de kans af te wikkelen naar een eindspel met 2 pionnen voor een loper. Hij moest op de 41e zet daarover beslissen en nam daar nagenoeg het hele half uur voor dat hij erbij kreeg. Vervolgens ruilde hij geen dames en toen was het in een paar zetten over. Hij had het genoemde eindspel als totaal verloren beschouwd. Nu was dat helemaal niet zo duidelijk, al zijn de kansen wel voor wit natuurlijk. Al met al een mooi begin van het seizoen tegen een sterke tegenstander.

Ben van Geffen: Ik houd van de klassieken in het schaak, zoals in het Tweepaardenspel in de nahand de zet 4.Pg5!? Nog nooit antwoordde een tegenstander in een serieuze partij 4…. Lc5!?, de oude zet waarmee Paul Keres in de grijze oudheid successen boekte. Gisteren kreeg ik die zet, theoretisch wel wat “dubieus” bevonden, maar zeker niet zonder verdiensten, op mijn bordje! Ik had, juist vrijdag terug van een intensieve vakantietocht, niets voorbereid. Toch speelde ik het best goed, lange tijd. Zo rond zet 12 begon ik wat te aarzelen, in goede stelling. Een of twee keer verzuimde ik een iets betere zet te doen. Mijn  zet 17.h3?? (ipv 17.P4f3!) was een regelrechte blunder. Ik kwam een kwaliteit achter en de stelling moest als verloren worden beschouwd. Met 20.e5! startte ik onmiddellijk een wanhoopsoffensief, waarop zwart niet goed reageerde. Als ik daarna 23.P2f3! (weer die paardzet!) had gedaan, zou ik zowaar nog gewonnen hebben! Nu was mijn initiatief wel voldoende voor een remise door herhaling van zetten. Wat een spectaculaire partij, mede dankzij mijn tegenstander!!

Wim Heemskerk: Mijn tegenstander wikkelde, met wit nota bene, vanuit de opening regelrecht af naar een voor hem slechter staand eindspel. Na een zet of tien had ik een betere pionnenstructuur en actievere stukken. Bovendien bood de stelling alle kans dat verder uit te bouwen en had wit geen enkel tegenspel. Dat uitbouwen lukte gestadig en rond de 35e zet begon het oogsten. Wit spartelde nog even door tot na de tijdnoodfase en gaf op de 42e zet op. Niet spectaculair, maar wel prettig om zo weer eens te winnen want dat soort ‘strakke potjes’ lukken me de laatste tijd niet meer zo vaak…

Erik Hennink: Met wit kwam ik op bord 6 prima uit de opening. Mijn tegenstander liet me het centrum innemen en probeerde via de flank tot aanval te komen. Het lukte mij om zijn flankaanval te neutraliseren en ik had daarmee een comfortabele stelling. Zwart besloot in het middenspel een concessie te doen door het centrum te sluiten, maar kreeg hiervoor wel een slechte loper terug. Nu het centrum en de damevleugel volledig waren vastgezet was alleen de koningsvleugel nog over om door te breken. Nadat de dames van het bord gingen en ik mijn loper voor zijn paard ruilde, was het mijn plan om de koningsvleugel te openen en een eindspel te spelen van goed paard tegen slechte loper. In het eindspel werd een paar torens geruild en ik probeerde de laatste toren te ruilen om zo een voor mij gunstig eindspel in te gaan. Zwart ging dit uit de weg, maar daardoor kreeg ik een sterke toren en het overwicht in de partij. In de slotstelling stond zwart helemaal vast, kon geen goede zet meer doen en gaf op. Met de mooie overwinning van het team was dit een goed begin van het seizoen..

Jan Evengroen: Met zwart speelde ik tegen Gert Pijl. Na een waardeloos seizoen vorig jaar, begon ik vol goede moed. Een nieuw seizoen, dus nieuwe kansen. De Franse opening kwam op het bord, een variant die ik lange tijd niet op het bord had gehad. Wit rokeerde lang en ik kort, waardoor zowel mijn tegenstander als ik op koningsaanval gingen. Mijn zwartveldige loper was een ijzersterk stuk. De stukken van mijn tegenstander wist ik in een lastige penning te krijgen. Deze penning werd hem teveel en de partij werd besloten met een mooie matcombinatie.

Henk-Jan Evengroen: Met zwart kreeg ik een Italiaanse opening tegen mij. Tijdens het Open NK in Dieren kreeg ik deze opening ook enkele keren tegen mij, waardoor ik enigszins gekeken heb hoe ik hiermee actief spel kan bereiken. Door lang te wachten met d6 probeer ik in een gunstige stelling d5 te kunnen spelen. In de partij lukte dit waardoor ik een ogenschijnlijk prettige stelling kreeg met zwart. Wit kan echter steeds beter te staan en uiteindelijk verloor ik hierdoor materiaal en de partij. Bij de analyse bleek echter dat ik misschien wel helemaal niet beter heb gestaan, en dat ik dus eerder op zoek had moeten gaan naar risicolozere voortzettingen.