Zotte zaterdag op 26 oktober 2019

Op 26 oktober 2019 viert Gouda weer Zotte Zaterdag, een groots festival waarin vooral middeleeuwse ambachten en kunsten centraal staan. Maar dit jaar zal ook schaken een van de activiteiten zijn: er zal een levend schaakspel ten tonele gevoerd worden. Schaakclub Messemaker 1847 draagt hieraan actief bij. De “levende” schaakstukken zullen worden geworven onder de Messemaker-leden: de jeugdleden voor de pionnen, de senioren voor de overige stukken. Meer info over het festival is te vinden op de website van Zotte Zaterdag of in bijgaande affiche.

In Memoriam Wil Woudenberg

Onstuitbare en creatieve organisator

Gortdroog is de tekst van de ABC Eregalerij van de Rotterdamse Schaakbond (website, archief 2006-2015). Bij de letter W staat vermeld: Wil Woudenberg, lid van verdienste Messemaker 1847. Verschillende bestuurlijke rollen (1974-2001). Correct, maar verre van ladingdekkend en geen recht doende aan zijn enorme kwaliteiten. De schaakenthousiast, die zijn club steevast bij elke gelegenheid aankondigde als ‘de oudste schaakvereniging van Nederland’, lag er niet wakker van. Hij was geen borstrammer, zocht het voetlicht niet op en werd zelfs verlegen als hij terecht weer eens in het zonnetje werd gezet. Heel apart voor een man die als creatieve ‘regelaar’ een onafzienbare reeks van initiatieven ontplooide die in positieve zin diepe sporen trokken in de toch al roemruchte geschiedenis van het Goudse genootschap.

Vanwege zijn kwaliteiten werd hij, met ‘public relations’ als portefeuille, tot bestuurslid gebombardeerd. Voor hemzelf hoefde dat niet, omdat hij een hekel had aan ‘besturen’ en de voorkeur gaf aan de schaduw en aan het opereren vanuit de coulissen. Samen met zijn enkele jaren geleden overleden boezemvriend Ab Scheel vormde hij een duo waar menig schaakclub jaloers op was. Een volledige opsomming van zijn heldendaden is nauwelijks te geven, maar zijn activiteiten op het vlak van de contacten met Solingen (officieel zusterstad van Gouda) zijn misschien wel het scherpst in de geheugens gegrift. Met de plaatselijke Duitse schaakclub werden zo’n twintig jaar nauwe banden onderhouden. De start ervan bestond uit de organisatie van een krachtmeting tussen de jeugdschakers van beide steden, een idee van Woudenberg. Het groeide uit tot een jaarlijks weekendevenement, beurtelings in Nederland en Duitsland gehouden en bestemd voor zowel junioren als senioren, bij voorkeur vergezeld van echtgenotes. Reizen per bus, schaken afgewisseld met eten drinken en alternatieve spelletjes, vormden de belangrijkste ingrediënten van het jaarlijkse feest.

Wil, samen met Ab Scheel en Henk van der Wösten, bracht regelmatige bezoekjes aan de voorzitter SC Solingen 1928, herr Engels en diens vrouw. Daar werden plannen uitgewerkt voor de volgende ontmoeting, compleet met een ‘damesprogramma’. Ook daar ontfermde Wil zich vol overgave over. Tot zijn ongeëvenaarde regelkunsten behoorden het reserveren van een betaalbaar hotel en een restaurant. Op de heenweg was koffie met gebak geregeld bij een wegrestaurant in de buurt van Zevenaar, op de terugweg werd traditioneel gedineerd bij De Goudreinet in Veenendaal. Een ‘moetje’ volgens Wil, al zaten de meeste deelnemers tot de nok toe vol met al genoten spijzen. Toch had de organisator ook oog voor een goede conditie, want op de ochtend van de tweede dag stimuleerde hij deelname aan wandeltochten en bezoekjes aan regionale bezienswaardigheden.
Als de oosterburen naar Gouda kwamen, ontbrak het hen aan niets – uiteraard dankzij de inspanningen van Wil. Lunch en diner, gebak tussendoor, spelletjes in de avonduren, overal werd voor gezorgd. Als geen ander kon hij sponsors aantrekken. Zo slaagde hij erin om voor een slordige 200 euro etenswaren bij Albert Heijn los te peuteren.

Wil Woudenberg was veel méér dan alleen ‘de grote man van Solingen’. Zijn geestdrift, creativiteit en tomeloze inzet kwamen ook bij talloze andere activiteiten aan het daglicht. Hoogtepunt vormde het jubileumjaar van de vereniging (1997), waarin hij als lid van de jubileumcommissie bij vrijwel alle evenementen was betrokken: de wereldrecordpoging simultaanschaak, het Top 12-toernooi, de Battle of the Centenarians (een toernooi waaraan alle Nederlandse verenigingen van 100 jaar en ouder deelnamen), de tentoonstelling Schaken en Kunst enzovoort, enzovoort. Daarnaast was hij actief bij de jaarlijkse Open Schaakkampioenschappen van Gouda als contactman voor sponsors en de begeleiding van grootmeesters. Vermaard waren ook de busuitstapjes naar Noord-Brabant (beugelen!) en naar een skihut in Bergschenhoek. Tussen de bedrijven door was hij mede-verantwoordelijk voor de succesvolle voordracht van Ab Scheel als Vrijwilliger van het Jaar bij de KNSB en de benoeming van Gert-Jan Ludden tot Sportvrijwilliger van de Stad Gouda. Ook ondersteunde hij de jaarlijkse schoolschaakevenementen.

Naar schatting was hij wekelijks tussen de 20 en 30 uur bij organisatorische activiteiten van ‘zijn’ vereniging betrokken. Natuurlijk was hij ook schaker, zowel in- als extern. Een echte liefhebber die zelden prijzen pakte, maar mateloos kon genieten van het spelletje. Hij bezocht graag toernooien, met Ab als ‘bob’ en chauffeur. Een goede taakverdeling, want Wil lustte graag een borreltje of een biertje. Een lekker hapje eten na afloop was ook vaste prik.

Humor typeerde hem ook. Voor hem gold bij uitstek ‘een dag niet gelachen is een dag niet geleefd.’ De laatste jaren was hij onder andere door zijn verhuizing naar Den Haag wat minder in beeld in Gouda. De herinneringen blijven echter. Messemaker 1847 heeft veel aan hem te danken. Hij was een fijn mens, altijd onbaatzuchtig en behulpzaam. Bij de vrouwen had hij, altijd goed verzorgd en met een onafscheidelijke stropdas, de bijnaam ‘De Charmante’. Bovenal echterblijft hij voor de schaakgemeenschap te boek staan als organisator, inspirator en enthousiast clublid aan wie Messemaker 1847 veel heeft te danken.

Willem Carel Woudenberg werd 75 jaar. Hij ruste in vrede.

Henk de Kleijnen (m.m.v. Gert-Jan Ludden en Henk van der Wösten)

Heb je nog wensen?

Als je die vraag zo rond Sinterklaas en Kerstmis krijgt, weet je dat je in materiële zin behoort te antwoorden. Ik vermoed dat veel schakers daar moeite mee hebben. Je hoeft maar tijdens het Tata Steel toernooi je blik te laten gaan langs de rijen mannen die gekleed gaan in de laatste mode van dertig jaar geleden en je weet wat ik bedoel. Aardse zaken zijn nauwelijks aan ze besteed. Ja, gezondheid voor zichzelf en hun geliefden, inspiratie en goede zetten, de voorbereiding op het bord, het zoet van de overwinning, wat puntjes erbij en na afloop van de partij gezellig napraten met de schaakmaten in één of ander restaurant. Maar verder? Gelukkig zijn er schaakboeken en laten er nu net hele mooie zijn uitgekomen. Ikzelf heb drie prachtboeken gelezen en wellicht kan ik u helpen met het antwoord op de vraag: “Heb je nog wensen?”

Half a Century with Viktor Korchnoi

Als eerste las ik Evil-Doer, Half a Century with Viktor Korchnoi door Genna Sosonko. Sosonko onderhield een intensieve relatie met Korchnoi en schreef een werkelijk fascinerend boek over Korchnoi en zijn turbulente, in veel opzichten tragische leven. Niets en niemand ontziend, strijdend op het schaakbord en daarbuiten, stond zijn hele leven in het teken van het schaakgevecht. Tekenend vond ik de ontmoeting die Boris Gelfand met Korchnoi had aan het eind van zijn leven, toen hij er al erg slecht aan toe was. Gelfand liet hem een stelling zien maar op een gegeven moment wilde Korchnoi de stelling met Gelfand uitspelen en tructe hem.

Sosonko schrijft prachtig, afstandelijk maar indringend. Vaak voert hij Korchnoi sprekend in. Je kunt genieten van opmerkelijke inside stories en van de eruditie van Sosonko die regelmatig de Russische literatuur erbij haalt om dingen duidelijker te maken. Het boek bevat bovendien foto’s die nooit eerder te zien zijn geweest.

 

The Rise and Fall of David BronsteinHet tweede boek dat ik las, is ook van Sosonko’s hand: The Rise and Fall of David Bronstein. Dit boek ging vooraf aan het boek over Korchnoi en is in meerdere opzichten een ander boek. De geportretteerde is een geheel andere persoonlijkheid en de directe relatie die Sosonko met Bronstein had omvat door het leeftijdsverschil alleen het laatste deel van Bronsteins leven. Net als Korchnoi, die op een haar na in 1978 het wereldkampioenschap miste in zijn spraakmakende match tegen Karpov, greep Bronstein naast het wereldkampioenschap toen in 1951 zijn match tegen Botwinnik na een voorsprong op de valreep gelijk eindigde en Botwinnik zijn wereldkampioenschap behield. Maar in tegenstelling tot Korchnoi bleef Bronstein de rest van zijn leven tot aan zijn dood in 2006 ‘hangen’ in die gemiste kans. Sosonko laat aan de hand van Bronsteins monologen zien hoe deze geniale schaker en vernieuwer een schaduw van zichzelf werd en steeds weer andere versies bedacht van wat er al dan niet gebeurd was in die match van 1951 en hoe de machinaties van aartsvijand Botwinnik hem dwars gezeten hadden. Tenslotte beschouwt Bronstein, de eeuwige teenager zoals Sosonko hem noemt, zijn leven als compleet mislukt en slijt hij zijn laatste dagen als een ongezeglijke man in Minsk, vergeten en verlaten. Een boek dat me raakte.

Koningen van het schaakbordHet derde boek is zeer recent uitgekomen, Koningen van het schaakbord, door Paul van der Sterren. Paul behandelt de schaakgeschiedenis vanaf Philidor, de schaker componist, die je met een beetje goede wil de eerste wereldkampioen zou mogen noemen en bespreekt alle daaropvolgende wereldkampioenen tot en met Magnus Carlsen. Het boek heeft meerdere lagen, de geschiedenis, de toppartijen van de wereldkampioenen en en passant krijg je schaakles. Wie eerdere boeken van Paul gelezen heeft, weet dat hij een heldere soepele schrijfstijl heeft. Wat me vooral bij dit boek opviel is zijn enthousiasme voor de schoonheid van ons spel. Paul heeft een prachtig aanstekelijk boek geschreven. Je kunt het gewoonweg lezen of met een schaakbord bij de hand ook de juweeltjes naspelen en leren van het commentaar van Paul.

In zekere is het boek van van der Sterren complementair aan de boeken van Sosonko. Paul beschrijft de schoonheid van het spel en de fakkeldragers daarvan die dankzij dat spel ‘het eeuwige leven’ hebben. Genna laat zien hoe zo’n eerbewijs een hoge prijs kan vragen.

Tenslotte nog een tip. Ik bestel mijn boeken altijd bij De Beste Zet van de sympathieke Erika Sviva, de weduwe van Johan van Mil. Je hebt je boek(en) dan binnen twee dagen binnen.

Wim Westerveld

Bert Vlot benoemd tot Lid van verdienste

Tijdens de algemene ledenvergadering, op maandag 3 september 2018, is Bert Vlot benoemd tot Lid van Verdienste. Hij heeft deze onderscheiding gekregen voor zijn jarenlange inzet voor de schaakvereniging.

Bert krijgt oorkonde uitgereikt door de voorzitter

Prijsuitreiking tijdens ALV 2018

Er waren weer heel wat prijzen te verdelen tijdens de algemene ledenvergadering op 3 september. Niet iedere prijswinnaar was aanwezig om zijn prijs in ontvangst te nemen. Hier een korte impressie.

Wedstrijdleider Minas reikt de prijzen uit.

 

Clubkampioen 2018: Peter Scheeren

 

Ton winnaar B-groep najaarscompetitie 2017

Kent u de spelregels? (3)

Pionpromotie

Wanneer een pion de onderste rij aan de overzijde van het bord bereikt, dient deze pion vervangen te worden door een door de speler gekozen stuk van zijn eigen kleur. Het bereiken kan zowel door doorschuiven als slaan van een vijandelijk stuk plaats vinden. Uiteraard moet het een reglementaire zet zijn. Het gekozen stuk mag geen koning zijn, wel een stuk waarvan de speler er al één of meer op het bord heeft. De wijze waarop de speler de promotiezet uitvoert, is vrij. D.w.z. de pion mag eerst op het veld worden geplaatst en daarna vervangen worden door het gekozen stuk of andersom. De keuze van het stuk is definitief als het op het promotieveld is losgelaten. Dat houdt in dat een speler de keuze kan wijzigen zolang hij het stuk vasthoudt. Wel is de promotie een feit; de speler is bezig een zet uit te voeren die alleen reglementair is bij een promotie.

Het einde van de partij

Een partij is beslissend beëindigd als een koning door het uitvoeren van een reglementaire zet is mat gezet of wanneer een speler van voortzetten van de partij afziet. In het laatste geval spreken we van opgeven. Er zijn geen regels voor de wijze waarop een partij opgegeven dient te worden. Als je om je heen kijkt zie je meestal dat een speler opgeeft door dit mondeling aan de tegenstander te melden en dan zijn hand uitsteekt om hem te feliciteren. Toch moeten we hierbij oppassen voor vergissingen. Het is een keer tijdens een internationaal toernooi gebeurd dat een speler in een mindere stelling remise aanbood terwijl zijn tegenstander aan zet was. (Om op deze wijze remise aan te bieden wordt in de volgende paragraaf terug gekomen.) Zijn tegenstander was echter van mening dat hij opgaf en stak alvast zijn hand uit om de felicitatie in ontvangst te nemen. De speler gaf hem de hand, dacht dat met zijn remisevoorstel akkoord werd gegaan en noteerde een remise terwijl zijn tegenstander de overwinning noteerde. Overigens heeft een dergelijk voorval ook een jeugdspeler van onze vereniging ervaren tijdens een toernooi.

Het is vervelend als bovenstaande je overkomt. Er hoeft geen sprake te zijn van misleiding, maar vriendschappen ontstaan er waarschijnlijk niet door. Daarom het advies: wil je opgeven, doe het in je eigen tijd en combineer het met het aloude symbool van capitulatie: leg de koning om en feliciteer je tegenstander.

Als een partij onbeslist eindigt, spreken we van remise. Een partij is remise als een aan zet zijnde speler geen reglementaire zet meer kan doen, de zogenaamde patstelling. Een partij is ook remise als welke voortzetting van reglementaire zetten nooit tot mat kunnen leiden; we spreken dan van een dode stelling. Een remise kan ook worden geclaimd wanneer

  • driemaal dezelfde stelling op het bord verschijnt met dezelfde speler aan zet, ook al wordt deze niet bereikt door opeenvolgende zetten;
  • gedurende vijftig opeenvolgende zetten geen stuk wordt geslagen;
  • gedurende vijftig opeenvolgende zetten geen pion wordt verplaatst.

Aan bovenstaande voorwaarden kleeft een aantal aspecten waarop nu niet wordt ingegaan. Een vierde mogelijkheid is dat beide spelers tot remise besluiten. Als een speler een remisevoorstel doet, dient hij dit te doen nadat hij een zet heeft uitgevoerd en voordat hij de klok indrukt. Beide spelers moeten een remise-aanbod op het notatieformulier aantekenen met een = teken bij de gespeelde zet. Een remisevoorstel mag ook worden gedaan gedurende de bedenktijd van de tegenstander, maar de redelijkheid daarvan moet dan door de arbiter worden getoetst. Er kan namelijk een vermoeden van hinderen ontstaan. Stel je voor: terwijl je nadenkt over je volgende zet komt je tegenstander met een remise-aanbod. De gedachte kan bij je opkomen of je tegenstander een voor jou (nog) niet ontdekte veelbelovende voortzetting ziet. Je breekt je overleggingen af en gaat op zoek naar iets wat je vermoedt. Je tegenstander brengt je dus in verwarring anders dan door een reglementaire zet. Het riekt naar onsportief gedrag, hoewel het misschien helemaal geen kwade opzet van je tegenstander is. Overigens houdt een remise-aanbod altijd zijn kracht totdat het mondeling afgewezen wordt, dan wel door het uitvoeren van een zet door de aan zet zijnde speler.

Kent u de spelregels? (2)

Het uitvoeren van de rokade

In het vorige clubblad zijn we begonnen met het toelichten van een aantal spelregels (schaakregels) die door de FIDE zijn opgesteld. Er is toen uiteengezet hoe de zetten moeten worden uitgevoerd. Vanaf 1 januari 2018 is een aantal FIDE-regels veranderd en dus moeten we alert zijn op de nieuwe regels. Nu betreffen de nieuwe regels niet het onderwerp waarover we het de vorige keer hebben gehad, namelijk hoe de eigen stukken verzet en de vijandelijke stukken worden geslagen. Wel is het van belang nog even terug te komen op het slaan van een vijandelijk stuk door gebruik te maken van twee handen. Er werd gesteld dat dit niet is toegestaan. Maar wat als dit toch wordt gedaan? Ik herinner mij ooit toeschouwer te zijn geweest bij een partij waar dit gebeurde en ik had het idee dat de witspeler met de ene hand een paard op f3 pakte en met de andere een vijandelijk stuk op d5; een onreglementaire zet dus. Het gebeurde in wederzijdse tijdnood (er waren toen nog geen bonusseconden), waarna de zwartspeler onmiddellijk reageerde met een tegenzet. Welnu, het slaan van een stuk door gebruik te maken van twee handen wordt beschouwd als een onreglementaire zet en wordt dienovereenkomstig bestraft. De straf is dat de tegenstander van de uitvoerder van de onreglementaire zet twee minuten bedenktijd erbij krijgt. Let er wel op dat een zet pas is voltooid als ook de klok is ingedrukt. Het verzetten van de klok mag alleen door de arbiter worden gedaan. Als een speler tweemaal in één partij deze fout maakt, zal de arbiter de partij voor hem verloren verklaren. Dus spelers: let op uw zaak!

Dit keer gaan we in op het uitvoeren van de rokade.
Voor alle duidelijkheid nog even de regels voor het rokeren.

Rokeren is niet toegestaan als:

  1. de koning is verzet;
  2. de toren waarmee men wil rokeren is verzet;
  3. zich een stuk van welke kleur bevindt op de velden tussen de koning en de toren waarmee men wil rokeren;
  4. de koning aangevallen staat door één of meer stukken;
  5. de koning zich verplaatst over een veld dat door een vijandelijk stuk wordt bestreken;
  6. de koning op een veld wordt geplaatst dat door een vijandelijk stuk wordt bestreken.

Dit betekent dat rokade wel is toegestaan als:

  • de toren staat aangevallen; of
  • de toren wordt verplaatst over een veld dat door een vijandelijk stuk wordt bestreken.

We gaan er bij de beschrijving van het uitvoeren van de rokade van uit dat aan de voorwaarden 1 t/m 6 wordt voldaan. De rokade is een reglementaire zet die daarom ook met één hand moet worden uitgevoerd. Dat wil dus zeggen dat zowel de koning als de toren met één hand van het bord worden genomen en pas daarna op hun nieuwe veld worden geplaatst. Maar let op: als je eerst de koning aanraakt en daarna de toren, moet je de rokade uitvoeren. Als je eerst de toren aanraakt en daarna de koning, mag je de rokade niet meer uitvoeren en kan je alleen maar een reglementaire zet uitvoeren met de aangeraakte toren. De koning blijft op zijn oorspronkelijke plaats staan! De rokade met de andere toren op een later tijdstip. Maar ook bij het plaatsen van de stukken moet je oppassen. Als je eerst de koning op zijn nieuwe veld plaatst, moet je de rokade voltooien. De koning heeft namelijk een onreglementaire zet gedaan als onderdeel van een reglementaire zet. Zet je eerst de toren neer, dan wordt dat beschouwd als een reglementaire zet die niet meer ongedaan kan worden gemaakt. De koning moet op zijn oorspronkelijke plaats worden teruggezet. Samengevat: wil je rokeren, pak dan eerst de koning en daarna de toren en zet ze ook in die volgorde op hun nieuwe veld.

Wat te doen als je tegenstander de rokade niet volledig volgens de regels uitvoert maar waarbij de koning en toren op hun juiste veld terechtkomen en de klok is ingedrukt? Het beste lijkt om dit te accepteren; je mag protesteren, maar het hoeft niet. De bewijslast ligt immers bij degene die protesteert. De problemen kunnen echter komen als je zelf de rokade niet goed uitvoert en de tegenstander er anders over denkt.

Volgende keer zullen we ingaan op de wijze waarop pionpromotie moet worden uitgevoerd, hoe remise aan te bieden en hoe een partij op te geven.


1. Het uitvoeren van een zet

Kent u de spelregels? (1)

Voor de clubspelers misschien een vreemde vraag. Natuurlijk kent ieder de loop van de stukken, wanneer wel en niet gerokeerd mag worden (hoewel vorig jaar op een toernooi een grootmeester daar nog de fout inging), dat het remise is bij een patstelling (dit in tegenstelling tot dammen), enzovoort. Maar toch, er zijn nog meer regels die door de FIDE (voor niet-ingewijden: de Internationale Schaakfederatie) zijn gesteld en door de KNSB zijn overgenomen. De meesten, en vooral zij die in een externe competitie spelen, weten dat bij het begin van de wedstrijd de telefoon uitgezet moet worden. Verder is het alom bekend en logisch dat je je tegenstander niet mag hinderen of afleiden (een berucht voorbeeld is de gedecolleteerde vrouwelijke grootmeester die in de laatste ronde beslist moest winnen om een plaats te veroveren voor een volgend toernooi ….). Maar weet ieder precies hoe de stukken verzet moeten worden, hoe remise moet worden aangeboden en hoe een partij moet worden opgegeven? En hoe moeilijk is het te bepalen of driemaal dezelfde stelling op het bord is verschenen? De FIDE-regels zijn te vinden op de site van de KNSB (KNSB/FIDE-spelregels).In deze rubriek zullen we een aantal van deze regels bespreken. Niet alle regels zullen in detail worden besproken; alleen die waarmee iedere schaker regelmatig in aanraking komt. Veel van deze regels betreffen ook de taak van de arbiter of wedstrijdleider.

Het uitvoeren van een zet

Hoe moeten stukken worden verzet? Stuk aanraken is stuk zetten, tenzij dit leidt tot een onreglementaire zet. In dat geval dient het te spelen of reeds gespeelde stuk op zijn oorspronkelijke plaats te worden teruggezet. Als met dit stuk wel een reglementaire zet mogelijk is, moet deze worden gedaan, ook al pakt deze zet nog zo slecht uit voor de speler. Ook het slaan van een vijandelijk stuk dient met één hand te worden uitgevoerd. Wordt eerst het eigen stuk aangeraakt, is de zet voltooid als het geslagen stuk van het bord is verwijderd. Besluit de speler het stuk toch niet te slaan, maar heeft hij het wel aangeraakt, maar nog niet van het veld verwijderd, mag hij van slaan afzien, maar is wel verplicht met het aangeraakte stuk te zetten. Wordt eerst het stuk waarvan de bedoeling is dit te slaan, aangeraakt, dan moet dit stuk ook worden geslagen. Slaan door met één hand het stuk dat geslagen gaat worden aan te raken en tegelijkertijd met de andere hand het stuk waarmee geslagen gaat worden, is dus niet toegestaan! En verder moet de klok altijd bediend worden met de hand waarmee de zet is uitgevoerd. Pas als de zet is uitgevoerd en de klok ingedrukt, mag de zet op het notatieformulier worden bijgeschreven. Het eerst noteren van een te spelen zet en pas daarna die of een andere zet uitvoeren en eventueel de al genoteerde zet corrigeren, is niet toegestaan.

Volgende keer zullen we ingaan op de wijze waarop de rokade moet worden uitgevoerd en wat de regels zijn als dit verkeerd wordt gedaan.


2. Het uitvoeren van een rokade