Belangrijke winst voor Messemaker 1 tegen Philidor Leiden

De wedstrijd was ongekend spannend. Ik heb nog nooit zo vaak een speler in de analyseruimte horen zeggen “We gaan toch winnen” of “We gaan toch verliezen”. De inschatting van de posities bleef steeds veranderen. Uiteindelijk viel het muntje voor ons de goede kant op door onder andere een knap eindspel van Peter Scheeren, absurde knoklust van Erik en handig gebruik van tijdnoodfase van Jan. Tel daar nog een remiseaanbod voor Peter Ypma in dubieuze stelling bij op en het is duidelijk dat het op een aantal borden meezat. Er waren echter ook gemiste kansen. Ed wist niet te winnen met een kwaliteit meer, Ben was niet doortastend genoeg in zijn mooie aanvalsstelling en de tegenstander van Henk-Jan had niet genoeg compensatie voor zijn geofferde pion. Het maakte allemaal echter niet uit, omdat we mede door de snelle remise van Frans op een 4,5-3,5 overwinning uitkwamen. Daarmee staan we voorlopig tweede met 5 matchpunten uit 3 wedstrijden. Dat is een prima score: vooral omdat we al drie medefavorieten gehad hebben.

Peter Ypma: Ik speelde in de opening te traag. Daardoor zou mijn tegenstander eerder zijn met het openen van de stelling tenzij ik een pion offerde. Hoewel ik niet geloofde in mijn compensatie deed ik dat toch. Een paar zetten later bleek ik inderdaad amper compensatie te hebben. Op dat punt kreeg ik echter een remise-aanbod. Die nam ik aan, zodat er eigenlijk niets gebeurd was. 

Peter Scheeren: Mijn tegenstander speelde in het Spaans een variant met een versneld 8. d2-d4. Ik kende deze variant wel een beetje, maar mijn tegenstander kennelijk veel minder want na zet 11 begon hij lang na te denken. Hij kwam er uiteindelijk wel goed uit en na een afwikkeling kregen we een eindspel van T+L (van wit) tegen T+P (van zwart), met elk nog 5 pionnen op de lijnen a, b, f, f en h. Nu zegt de eindspeltheorie dat een loper bij pionnen op 2 vleugels meestal sterker is dan een paard, maar bij zwakke pionnen is een paard weer sterker dan een loper en bovendien kreeg ik mijn paard op het mooie centrale veld d4. Dat, in combinatie met de zorgelijke toestand op de borden van mijn teamgenoten,  maakte dat ik op winst speelde en dus ook zijn remiseaanbod op zet 29 afsloeg. In tijdnood speelde hij het niet op zijn best en wist ik één van zijn f-pionnen èn zijn h-pion te veroveren. Daar stond tegenover dat hij inmiddels alle pionnen op de damevleugel had weten te ruilen. Aldus ontstond na de 53e zet van wit de volgende stelling (zie diagram).

Het slot is leuk: zwart offert al zijn stukken om de h-pion te laten promoveren: 53…h4 54.Txf6 h3 55.Txf5 (op 55.Lxf5 volgt 55…Txf5!) h2 56.Txg5 Pf4+! 57.Ke3 h1D en als wit nu het paard pakt met 58.Kxf4 wint zwart niet de loper met 58…Dxb1? (waarna het moeilijke eindspel van D tegen T+pi op het bord zou komen) maar de toren met 58…Dc1+. Het blijft leuk om partijen op zo’n manier in het eindspel te winnen!

Erik Hennink: Met zwart kwam ik op bord 4 iets minder uit de opening. Na de opening koos ik het verkeerde plan wat met sterk spel werd weerlegd door mijn tegenstander. Ik was daardoor gedwongen een stuk voor een pion te geven met kans pion nog een pion te winnen. Objectief gezien stond ik verloren, maar door een onhandigheid van mijn tegenstander kon ik het stuk terugwinnen, al bleef ik minder staan. In de spannende tijdnoodfase draaide het uit op een toreneindspel waar ik 2 pionnen achter stond. Wel had ik een actieve toren en een duidelijk plan om de pionnen op de damevleugel te ruilen zodat alleen de h- en f-pijn voor wit zouden overblijven. Gelukkig voor mij liet mijn tegenstander dit gebeuren zodat ik dit theoretische remise-eindspel op het bord kreeg. De stand was 4-3 in ons voordeel zodat de druk er bij beide spelers maximaal op zat. Met voldoende bedenktijd op de klok vond ik de juiste verdediging, waardoor mijn tegenstander genoeg moest nemen met remise en de teamoverwinning over de streep werd getrokken. Op basis van mijn spel had ik zeker geen halfje verdiend, maar op basis van werklust misschien wel.

Ed Roering: Mijn eerste zwartpartij had een bijzonder verloop. Ik kende de openingsvariant die op het bord kwam wel, maar niet in detail, omdat wit het niet vaak zo speelt. Na 10 zetten wist ik niet precies hoe het verder zou gaan, maar ik kon me nog wel herinneren dat de elfde zet van mijn tegenstander niet de eerste keus is. Hij dacht er ook enige tijd over na, dus wist het ook niet precies meer. Twee zetten later liet hij kwaliteitswinst tegen een pion voor mij toe. Hij gaf later toe dat hij had overzien dat in een van de varianten Ld3xh7+, waarna mijn dame ongedekt zou staan, niet kon, omdat er een pion op e4 was komen te staan. De computer geeft aan dat de stelling na mijn kwaliteitswinst gelijk is, al dacht iedereen dat zwart beter stond. Ik speelde een paar goede zetten en mijn tegenstander speelde het niet optimaal. Wanneer ik rond de 20e zet mijn witte loper eindelijk had ontwikkeld, naar g4, dan had ik voordeel gehad (+1,4). Om te zien dat dit goed was had ik wel een kleine combinatie moeten zien, maar had ik er goed naar gekeken dan had ik dat wel moeten zien. Ik zag echter een andere zet die me groot voordeel leek op te leveren. Maar helaas, het mocht niet zo zijn. Mijn tegenstander vond een mooi dameoffer, waarna er een curieus eeuwig schaak op het bord kwam. Mijn K stond op h8, pionnen op h6 en g7. Zijn loper stond op c4 en hij sloeg met zijn paard op e5. Ik won een stuk met Dxd6, maar na Dxd4,Dxd4 volgde Pg6+,Kh7 Pf8+,Kh8 Pg6+ en ik kon niet ontsnappen. Dat ik deze combinatie nooit eerder heb gezien zal een van de redenen zijn dat ik het niet zag in mijn vooruitberekening. Jammer, met wat meer scherpte had ik gewoon 3 uit 3 kunnen hebben. Maar ja, als Narsingh had kunnen scoren had hij bij Barcelona gevoetbald en zijn carriere niet bij Feyenoord beëindigd. 🙂 Wat we als team wel goed doen is dat als de een wat minder speelt stijgt een ander boven zichzelf uit. Helaas heb ik het eindspel van Peter S. niet live aanschouwd, maar petje af weer. Jan zag ik wel live ‘vegen’, met zwart nog wel, klasse! En dan de volharding waarmee Erik matchwinner werd. Dat moet hem een geweldig gevoel hebben gegeven. Als we dit vasthouden komen we weer ver dit jaar!

Frans Bottenberg: In de opening haalde ik twee varianten door elkaar, waarna mijn tegenstander ten koste van een pion tactische kansen kreeg. Voor zijn 12e zet nam hij zeer ruim de tijd om de gevolgen van een tweetal tijdelijke paardoffers uit te rekenen. Over de resultaten van dat rekenwerk was hij kennelijk niet tevreden want hij koos een andere zet. Twee zetten later bood hij, mede met het oog op zijn geslonken bedenktijd, remise aan, hetgeen ik aannam. Er zou een middenspel ontstaan met dame en pion tegen twee torens, met (ook volgens de computer) gelijke kansen. Overigens stonden de remises van Peter Y en Ed al op het scorebord toen ik op zet 14 het remise-aanbod aannam.  Wel was ik ruim op tijd klaar om de fraaie winstvoeringen van Jan en Peter S te kunnen volgen en de winnende remise van Erik!

Jan Evengroen: Met zwart speelde ik tegen Leonore Braggaar. Ik had me voorbereid op drie spelers van Philidor en hier was Leonore er één van. De Franse Winawer kwam op het bord, deze variant had ik ‘s morgens nog op het bord gehad middels een illustratiepartij van Grischuk. Alle goede voorbereiding ten spijt na de openingsfase ging de partij anders. Een moeilijke en complexe opening, met vaak wisselende kansen. Na Dh7 van wit miste ik het tijdelijke paardoffer Pf5 waardoor wit beter kwam te staan. In de tijdnoodfase wist ik echter beslissend voordeel te halen.

Ben van Geffen: Ik had een paar interessante dingen voorbereid. Eén ervan kwam (een beetje) op het bord tegen zwartspeler Nico Kuijf. Alles gaat altijd anders in het schaakspel en al snel waren we op onszelf aangewezen. Ik kwam heel aardig uit de opening en kreeg aanvalskansen. Een belangrijk moment kwam op zet 12. Zwart had zojuist de bekende Siciliaanse zet 11…. a6 gespeeld en ik antwoordde met de “positionele” zet 12.a4?! Later in de analyse werden mij door Ed R. de goede mogelijkheden 12.f5 en 12.g4 gesuggereerd. Die zetten gaven waarschijnlijk betere kansen, hoewel de computer goede verdedigingen aangeeft. Zeker is wel dat die laatste twee zetten mij meer kansen op voordeel gegeven hadden. Mijn tegenstander speelde slim zijn “mindere” P om naar c6 en toen ik op zet 14 alsnog besloot tot 14.g4!? vond zwart met 14…. f5! het beste (enige?) antwoord. Wit leek nog heel goed te staan, maar een aantal zetten later kwam zwart met het sterke 18…. Dd7! en hij bood remise aan. Ik zag geen enkele reden om dat aanbod af te wijzen en accepteerde het halve punt.

Henk-Jan Evengroen: Met wit kreeg ik een Nimzo-Indisch tegen mij. Hier kwam ik goed uit, waarna mijn tegenstander besloot een pion te offeren. Zwart had hiervoor niet al te veel compensatie, maar door wat minder nauwkeurige zetten werd mijn stelling steeds minder. Ik besloot de pion terug te geven en kwam in een iets beter eindspel. Hierbij koos ik echter niet de beste voortzetting, waardoor het direct erg lastig werd. Ik werd steeds meer onder druk gezet, waarna mijn stelling instortte.