Messemaker weet net niet te winnen van sterk DD

(door Peter Ypma)

In de tweede ronde moesten we tegen de koninklijke schaakgenootschap DD. De club en het herenhuis waarin ze spelen straalt een glansrijke geschiedenis uit. In dit Nationaal Schaakgebouw heeft de FIDE zijn hoofdgebouw gehad, is Jan Hein Donner een groot schaker geworden en is schaakclub DD zesmaal Nederlands kampioen geworden. De tijd dat DD kampioen van Nederland was is al even voorbij. Het lijkt er echter op dat ze oude tijden willen laten herleven, want tegen ons werd een zeer sterk team opgetrommeld met onder andere de bekende grootmeesters Fedorchuk en Van der Wiel. Dit team was met een gemiddelde rating van 2265 zelfs sterker dan vrijwel alle teams die een klasse hoger dan ons spelen. Zo bekeken mag de 4-4 als een overwinning gevierd worden. Dat werd het echter niet. Iedereen voelde na afloop namelijk dat er meer in gezeten had. Dat is denk ik te lezen aan de volgende verslagen van alle spelers.

Ben van Geffen: Ik had me voorbereid op vier tegenstanders, namelijk de vier die waarschijnlijk met wit zouden spelen. En jawel, Jeroen Blokhuis (rating 2325) was één van die vier. Siciliaans of Spaans waren de beide mogelijkheden. Ik koos voor Spaans met 3…. g6, wat tamelijk onbekend is. Helaas ook voor mij. Wit stelde zich rustig op met 4.d3. Op zet 6 sloeg hij met de loper op c6, waarop ik met dxc6 terugsloeg (het paard van e7 stond nog gepend, dat in tegenstelling tot de variant die ik aan o.a. John van der Wiel liet zien….). Interessant zou echter 6…. bxc6!? geweest zijn, en gevolgd door 7.Dd2 h6 8.Le3 zou dan 8…. f5! heel sterk zijn. Nu deed ik ook 8…. f5?! en mijn tegenstander antwoordde sterk 9.Dc3! en ik kwam in de problemen. In de zetten hierna had ik nog wel kansen op (voldoende) tegenspel, maar ik kon de juiste methode niet vinden. Ik kwam eerst één, later twee pionnen achter en ondanks mijn hardnekkige tegenspel liet Jeroen zich op geen enkele manier van de wijs brengen. Uiteindelijk gaf ik op de 51ste zet op in kansloze positie. Jammer!

Peter Ypma: Ik was niet echt tevreden met mijn openingsopzet. Hierdoor kwam ik een beetje passief te staan. Mijn tegenstander wilde echter te veel en opende de stelling op een onhandige manier. Vervolgens rekende ik beter dan mijn tegenstander en wist ik alle stukken van mijn tegenstander naar slechte velden te jagen. Door deze positionele druk won ik eerst een pion en vervolgens een kwaliteit en daarmee de partij.

Wim Heemskerk: Om een of andere vreemde reden had ik het sterke voorgevoel dat ik tegen John van der Wiel zou spelen. En om nog vreemdere reden besloot ik iets anders voor te bereiden dan mijn normale repertoire, Frans of Siciliaans. In de database zag ik dat van der Wiel steevast dezelfde aanpak tegen de Philidor kiest: snelle dameruil met marginaal betere stelling voor wit. Ach, met zwart tegen een grootmeester moet je bereid zijn voor een halfje te zweten dus in de week voor de wedstrijd heb ik dat eindspel (‘dameloze middenspel’) uitgebreid bekeken. Vluchtig nam ik ook nog wat andere systemen door, voor het geval John voor een meer principiële aanpak van de Philidor zou gaan. Tot slot ook nog even gekeken naar wat 1.d4-systemen die de andere DD-ers spelen, kortom, ik was er zaterdag helemaal klaar voor.
Tot op het moment dat de opstelling bekend werd….. Van der Wiel nam niet plaats op bord twee, maar op drie. En tegenover me zat ineens grootmeester Fedorchuk, met een elo van 2634. Dat is een flink maatje groter dan de IGM uit Voorschoten om nog maar te zwijgen van de FM uit Bodegraven. Tja, wat nu? Totaal niet verwacht dat Fedorchuk nog op de loonlijst van DD stond en ook geen flauw idee wat hij hij speelde. Na een kordaat uitgevoerd 1.e2-e4 leek een theoretisch duel in een scherpe Siciliaan natuurlijk zelfmoord, maar moest ik voor m’n vertrouwde Frans gaan of op mijn voorbereiding in de Philidor  vertrouwen? Na ampele overwegingen koos ik voor het laatste en voerde, uiterlijk even kordaat maar innerlijk toch wat onzeker, mijn eerste zetten uit. Uiteraard volgde Fedorchuk een andere aanpak dan van der Wiel en na een zet of tien begon ik me wat verdwaald te voelen in de zee van mogelijkheden. Alles leek zo op elkaar…
Maar al met al verliep het vrij redelijk en op zet 19 had wit de keuze tussen een verminking van mijn pionnenstructuur dat mij een passieve maar heel stevige stelling zou geven, of het winnen van een pionnetje waarna ik dankzij zijn ongelukkig gepende loper flink initiatief zou krijgen. Fedorchuk dacht hier lang over na en groot was mijn verbazing toen hij na afloop zei “Zis isz still theoretical pozzisjion.” Voor hem was het nog allemaal bekend terrein! Het verminken van mijn structuur was “best moef, waait isz better but black isz solid, vverrie solid.” Hij koos daarom voor de pionwinst die vrijwel nooit gespeeld is. Ik ging voor mijn geplande initiatief, maar  de grootmeester liet bij de analyse zien dat er een reden is dat de pionwinst niet gespeeld wordt. Met het verrassende, maar achteraf o zo logische schijnoffer Pd5 is het witte voordeel meteen verdwenen. Het stuk kan op maar liefst vier manieren geslagen worden, maar wit kan niet profiteren. Sterker nog, hij heeft maar één manier om de boel in evenwicht te houden. Letterlijk, want Stockfish geeft heel clean 0.00 aan! Ik heb de zet geen moment overwogen en Fedorchuk bekende dat hij de paardzet pas zag, nadat hij de pion geslagen had. Aha, dat hebben die lui dus ook…  Maar niet alleen had ik de zet niet gezien, ook mijn ‘initiatief’ had ik verkeerd ingeschat. Drie zetten later was dat totaal verdwenen en wit stond gewoon een gezonde pion voor.  Met vaste hand werd ik vervolgens naar de slachtbank gevoerd.

Ed Roering: Wat een teleurstelling. Dit keer bracht bord 1 me geen geluk. En het begon nog wel zo goed. Na 15 zetten had ik al een gezonde pion gewonnen en stond op +2.5 Een aantal zetten later zelfs op ruim +3. Maar ook dat was vanmiddag niet aan mij besteed. In principe hield ik het voordeel nog wel vast, want het ongelijke-lopereindspel met een pion meer was op diverse momenten straal gewonnen. Ook na Lb8 nog, al was dat een zet eerder veel sterker. Ik had dan de loper kunnen offeren voor twee verbonden vrijpionnen en in combinatie met de ook vrije f-pion was dit een makkelijke winst geweest. Maar goed, ik ben geen computer en als alles lijkt te winnen kies je voor de variant die je als eerste ziet. En dan kan het gebeuren dat het opeens toch remise blijkt te zijn, ondanks twee pluspionnen. Ik baal hier ontzettend van, want het kost ook meteen een matchpunt.  Dit had gewoon niet mogen gebeuren. Had eindspelkunstenaar Peter S. mijn plek maar in mogen nemen na de tijdcontrole, dan was het anders gelopen.

Peter Scheeren: Tien jaar geleden maakte ik, na een rustpauze van ca. 15 jaar, mijn comeback in de KNSB-competitie, als invaller (op het eerste bord) in het team van Messemaker. Ik mocht toen meteen tegen mijn oude schaakmaat John van der Wiel aantreden en ik wist die partij zowaar te winnen. Deze keer was de kans klein dat ik weer tegen hem zou spelen, want DD staat erom bekend dat zij de bordvolgorde elke keer wisselen en ook wij hadden een ongebruikelijke bordvolgorde. Maar zie: op bord drie was het toch weer John van der Wiel die tegenover mij plaatsnam. Hoewel hij natuurlijk niet zoveel meer schaakt als in zijn glorietijden, is hij nog wel beter op de hoogte van openingen dan ik. Zo kon het gebeuren dat ik met wit al na 10 zetten, na een pionoffer van zwart, ‘out of book’ was, terwijl die stelling voor mijn tegenstander nog overbekend was. Na ampele overwegingen wist ik een directe overrompeling te voorkomen en na 18 zetten bood John plotseling remise aan. Dat kwam voor mij enigszins als een verrassing, maar het aanbod was objectief gezien wel terecht: zwart kon de pion terugwinnen en een vrijwel gelijke stelling op het bord brengen. Mede omdat ik al de nodige bedenktijd verbruikt had nam ik dat aanbod (na overleg met de teamcaptain) aan, hoewel ik eigenlijk helemaal niet houd van dergelijke ‘grootmeesterremises’.

Jan Evengroen: Op de prachtige locatie bij DD op bezoek waar in een grijs verleden J.H. Donner menig potje speelde. De prijzenkasten geven een bijzondere sfeer aan de speelzaal en ik had het idee dat zelfs de rook uit oude tijden nog aanwezig was. Met wit speelde ik tegen Edgar Blokhuis. De Spaanse opening kwam op het bord waarin zwart het loperpaar heeft en wit een pluspion op de koningsvleugel. Lange tijd ging de partij gelijk op maar door een mindere zet verslechterde mijn stelling. Mijn berekening om de c pion te laten promoveren klopte niet waardoor verlies onafwendbaar was.

Henk-Jan Evengroen: Met wit kwam ik met ontwikkelingsvoorsprong uit de opening. Mijn tegenstander had nog niet gerokeerd, terwijl mijn stukken al nagenoeg volledig ontwikkeld waren. Hierdoor kreeg ik de kans op f7 te offeren, waarna een gevaarlijke koningsaanval zou ontstaan. Het lukte mij echter niet om een winnende aanval of materiaalwinst te berekenen. Na de analyse thuis bleek dat het offer toch wel heel goed was, alhoewel er geen directe winst in zat, maar zwart had voldoende zwaktes om het stukoffer te rechtvaardigen. Doordat ik dit offer naliet kwam ik steeds wat minder te staan, waardoor er niet meer in zat dan een gelijkspel. Mijn tegenstander ging echter voor de winst, waardoor hij de fout in ging. 

Erik Hennink: Met zwart kwam ik met een ongeveer gelijke stelling prima uit de opening. In het middenspel werden er veel stukken geruild en kwam ik een pion achter, maar kreeg hiervoor wel compensatie in de vorm van het loperpaar. Ik ruilde het loperpaar in voor een actieve toren op de 2e rij en zou de pion achter zeker gaan terugwinnen doordat de koning en de toren van wit erg passief stonden. Mijn tegenstander had in het begin van de partij veel tijd verbruikt waardoor hij nog 20 minuten overhad voor 20 zetten tot de tijdcontrole en ik hem verder onder druk zette. Hij probeerde aan de druk te ontkomen door actief tegen te spelen, maar verloor hierdoor wel een aantal pionnen. Ik kreeg 3 verbonden vrijpionnen, maar hij behield ook zijn kansen met 3 tegen 1 aan de andere vleugel. In de spannende tijdnoodfase waren mijn pionnen sneller en zijn tegenspel was gevaarlijk maar ik kon deze pareren. Vlak voor de tijdcontrole haalde ik een dame en mijn tegenstander ging door zijn vlag in een verloren stelling.

Tweede team bedwingt koploper

Leslie Tjoo ‘op het tandvlees’ matchwinnaar

Om tien over zes, dik vijf uur na het begin van de wedstrijd, klonk er applaus in de speelzaal van Spijkenisse. Applaus voor Leslie Tjoo, die er na hardnekkig verzet in was geslaagd om remise af te dwingen en daarmee de eindstand Spijkenisse 2 – Messemaker 1847 2 op 3½ – 4½ te brengen. Goudse winst op de koploper. Dat betekent meedraaien om de hoogste plaatsen in 4G.

Gemakkelijk ging het allemaal niet. De Spijkenisser formatie, die in de eerste ronde weinig heel had gelaten van Stukkenjagers 4, had zich verder versterkt.

De gemiddelde eloratings van de twee teams ontliepen elkaar weinig en dat was goed te merken. Pas na drie uur spelen werd het eerste individuele resultaat genoteerd. Uw verslaggever, goed uit de startblokken gekomen, verslikte zich in de zetvolgorde voor een koningsaanval en had een pion moeten inleveren. Met de rug tegen de muur kon erger worden voorkomen en een remiseaanbod op het moment dat de thuisspeler nog slechts twee minuten had voor 12 zetten in een gecompliceerde stelling werd aangenomen.

In het navolgende halve uur werden vier partijen beëindigd. Leen de Jong streek trots lachend de volle winst op. Zijn positioneel superieure stelling kon worden verzilverd, toen zijn opponent zijn koning liever in het centrum hield en – dus – afzag van rochade. Dat strafte onze man gedecideerd af. Vrijwel direct daarna verdween de teamvoorsprong, toen kopman Kees Brinkers zijn meerdere moest erkennen in de sterke Desiree Hamelink. Frans Bottenberg hield de Goudse hoop levend door in een technisch lastig eindspel met ongelijk materiaal knap de weg naar de volle winst te vinden en Bernard Evengroen sloot vrede met een 2086-speler. Allesbehalve slecht, hoewel ons teamlid tevoren had aangekondigd voor de volle winst te zullen gaan. ,,In alle competities en toernooien heb ik de laatste jaren een TPR van minimaal 1900 gescoord, maar in de KNSB was het rampzalig. Dat moet veranderen,” klonk het strijdvaardig. De eerste stap naar verbetering is nu gezet.

Bij de stand 2-3 moest Wouter Schönwetter berusten in een puntendeling. In een aanvankelijk op het oog dichtgeschoven stelling slaagde hij erin om aan te vallen, maar de tegenstoot bleek levensgevaarlijk en remise door eeuwig schaak was het maximaal haalbare. Na vier uur spelen boekte ook Jeroen Eijgelaar een halfje. Daar was hij allerminst tevreden over. Klein materieel voordeel had beter uit kunnen pakken en in het studie-achtige eindspel bleek de weg naar winst niet te vinden.

Stand 3-4 met alleen Leslie Tjoo nog in actie. Zijn partij kon het predikaat ‘bijzonder en bizar’ meekrijgen. Een ridicuul openingsexperiment van de speler van Spijkenisse leek met pionwinst en verloren rochade fataal uit te pakken, maar merkwaardig genoeg bleek de zwarte stelling in het vervolg zó taai, dat Leslie met een pion achterstand werd opgescheept. Dat betekende zwoegen en zweten en de eindstreep zou ‘op het tandvlees’ worden gehaald. Na vijf uur was de partij nog de enige in de speelruimte, waar was begonnen met 26 partijen (één tiental en twee achttallen). Geen Gouwenaar vertrok. Ademloos werd de zinderende eindfase gevolgd. Leslie voerde ongewild de spanning op door in tijdnood te komen. Bovendien protesteerde zijn tegenstander tegen het niet meer noteren van de zetten, als gevolg waarvan de notatie in de beperkte resterende tijd moest worden bijgewerkt. Nagelbijtend stelden de toeschouwers vast dat op de klok van Leslie nog maar 58 seconden resteerden, maar enkele elkaar snel opvolgende zetten (steeds 30 seconden extra opleverend) brachten opluchting. Verwoed probeerde de gastspeler ijzer met handen te breken in een stelling waarin zelfs een blind paard geen schade kon aanrichten. Leslie hield zijn  hoofd erbij en haalde knap het winnende halve punt binnen.

          Henk de Kleijnen

Messemaker verslaat Botwinnik in 1e ronde KNSB-beker

(door Peter Ypma)

Nog regelmatig denken we terug aan de tijd dat het ons vier jaar op rij lukte om te overwinteren in de beker. Eén keer lukte dit door regerend landskampioen En Passent met 4-0 te verslaan. Ik kan mij het ongeloof op de gezichten van de tegenstander nog goed herinneren. Helaas moeten we het inmiddels echter al een paar jaar doen met herinneringen aan overwinteren, want het zit al een paar jaar niet echt mee. Misschien komt daar nu verandering in, want het is ons eindelijk weer een keer gelukt om door de eerste ronde heen te komen. Met mooie (en ietwat geflatteerde) cijfers hebben we Botwinnik verslagen. Dit betekent dat we in de volgende ronde alleen nog revanche hoeven te nemen op Oegstgeest om weer eens te overwinteren. We gaan ervoor. Hieronder een kort verslag van de partijen tegen Botwinnik zoals de teamgenoten hem beleefd hebben.

Peter Ypma: Afgelopen week viel ik in de RSB competitie in. Ik speelde toen een bedroevend slechte partij waarbij ik al mijn geld zette op een aanval waar ik totaal niet in geloofde. Ondertussen misrekende ik mij waardoor ik mijn b-pion weggaf. Ik mocht van geluk spreken dat mijn tegenstander het niet zo nauwkeurig verder speelde waardoor ik nog een remise kreeg. De partij van vandaag leek verassend veel op die van vorige week. Ik kreeg dezelfde opening op het bord en wederom koos ik voor de koningsaanval. Daarbij gaf ik weer mijn b-pion weg. Dit keer was het echter een bewust offer dat ervoor zorgde dat de stukken van mijn tegenstander verkeerd kwamen te staan. Hier profiteerde ik goed van en in de aanval won ik een stuk en vervolgens de partij.

Peter Scheeren: De witspeler speelde Hollands in de voorhand en na een zet of 10 was de stelling min of meer in evenwicht. Toen begon hij echter wat aarzelend te spelen en door een verrassende ruil van een van mijn lopers tegen zijn paard kreeg ik druk tegen zijn zwakke d-pion. Daarmee was de partij zeker nog niet beslist, maar na aanhoudend aarzelend spel van wit kon ik het initiatief verder uitbouwen. Dat resulteerde in een gunstig eindspel waarin de witte stukken erg ongelukkig stonden. Na een afwikkeling kreeg ik een glad gewonnen toreneindspel dat mijn tegenstander tegen beter weten in nog heel lang bleef doorspelen, maar het resultaat stond uiteraard vast: 0-1.

Ben van Geffen: Met zwart kreeg ik een onbekend gambiet voor mijn kiezen en ik besloot de aangeboden pion te pakken en te verdedigen. Dat was waarschijnlijk te riskant. Wit kreeg een mooie stelling en ik moest de pion al inleveren. De witte druk bleef echter en mijn tegenstander kon een sterke aanvalszet doen, die ik vermoedelijk niet zou hebben “overleefd”. Hij speelde iets anders en ik kon een gelijke stelling bereiken. Mijn remiseaanbod werd afgeslagen. Er ontstond een eindspel met ieder 2 torens en evenveel pionnen. Eén stel torens verdween en toen had het remise moeten worden. Wit speelde nog steeds op winst en daar lag mijn  kans. Ik ruilde de laatste torens en gokte op mijn meerderheid op de damevleugel. Mijn tegenstander kon bij correct spel wel winnen, maar het was moeilijk en hij sloot met 39.g4?? zijn eigen koning af. Ik had een gewonnen pionneneindspel! In de hectische slotfase gaf ik met een blunder eerst nog de winst weg, maar een paar zetten deed wit hetzelfde en leverde mijn pionnendoorbraak alsnog een dame op en even later de winst!

Frans Bottenberg: Een bekerwedstrijd brengt (bij mij) altijd wat extra spanning met zich mee, immers met een viertal telt het persoonlijke resultaat zwaarder. En dan nog dat snelschaken in geval van 2-2. De rol van held of die van schlemiel liggen dan dicht bij elkaar. Interessant artikel overigens in de NRC van afgelopen zaterdag over het verschijnsel ‘choking’ bij tennis onder de titel ‘Het verstikkende matchpoint’. Een paar citaten: ‘Zodra gedachten naar iets anders uitgaan dan naar de taak, verslechtert dat de prestatie’ en ‘Denken aan winnen of verliezen is de grootste afleiding in de sport’. Deze inleiding is nodig, want over mijn partij heb ik niet veel te melden. Net als bij Peter Ypma valt een vergelijking met de partij uit de RSB-competitie tegen Charlois Europoort op: bij mij wat betreft het resultaat (remise) en het geringe aantal zetten (21). Kort na de opening maakte ik een strategische fout door een centrumpion te ruilen, waar doorschuiven geboden was. Mijn tegenstander kreeg daardoor meer ruimte voor zijn stukken en voor mij was er nauwelijks een plan te verzinnen. Gelukkig bleek mijn tegenstander te behoren tot de categorie spelers die meer waarde hecht aan het voorkomen van (vermeende) mogelijkheden bij de andere partij dan aan het zoeken naar en gebruik maken van de eigen kansen en mogelijkheden. Toen de mogelijkheid van een zetherhaling zich voordeed grepen we die beide aan. Geen heldenrol, maar gelukkig ook niet die andere… .

Herfstvakantie voor de jeugd

Op maandag 21 oktober is er géén jeugdschaak bij Messemaker vanwege de herfstvakantie. Wel is er die dag om 19.00 uur het eerste Messemaker Lichess online toernooi voor de Messemaker-jeugd. Klik op onderstaande lichess-afbeelding om hier meer over te lezen.

Loting voor Messemaker-beker ronde 1 is verricht

Op maandag 7 oktober is door een tweetal jeugdleden (zie foto) de loting verricht voor de 1e ronde van de Messemaker-bekercompetitie. De indeling is hier te vinden.

Messemaker in KNSB-jeugdclubcompetitie

Messemaker doet met 3 jeugdteams mee in de KNSB-jeugdclubcompetitie. Het E-team heeft haar wedstrijden al op 14 september gespeeld en is 12e van de 40 teams geëindigd. Voor de A- en D-teams zijn de wedstrijden over verschillende dagen verdeeld. Het A-team heeft nu 3 van de 7 ronden gespeeld, het D-team 3 van de 9. Beide teams hebben het wel zwaar in deze sterke competities en staan nog pas op 1 matchpunt. Maar er volgen nog de nodige ronden en daarmee hebben beide teams genoeg mogelijkheden om zich van de betere kant te laten zien. Alle uitslagen zijn te vinden op de KNSB-website

‘Alles komt goed’ voor onze reserves

Tweede team begint voorzichtig met gelijkspel

‘Alles komt goed. De rest niet.’ Huhh? Deze cryptische formulering vertrouw ik toe aan het nieuwe seizoen. De inhoud ervan is een optimistische. We gáán voor de winst. Voor promotie dus. En dat kan, want qua gemiddelde rating behoren we tot de beste achttallen van 4G. In de eerste ronde troffen we LSG 5, een andere kanshebber. Het werd na harde strijd 4-4 en daar mogen we – eerlijk gezegd – tevreden over zijn. Een voorzichtige start. Maar: alles komt goed, zéker weten!

De opponenten uit Leiden zijn stuk voor stuk sterke, geroutineerde spelers die je geen knollen voor citroenen verkoopt en die tot de onverzettelijken van de schaakwereld gerekend mogen worden. Daar stelde ons team een (iets) jongere formatie tegenover die overborrelt van kwaliteit en strijdlust. Een boeiende mix dus, die er onder andere toe leidde dat pas na dik tweeëneenhalf uur het eerste resultaat werd genoteerd. Minas Avedissian, voortreffelijk wedstrijdleider, noteerde een halfje voor bord vijf. Jeroen (permanent spelend met tussen zijn vingers draaiende pionnetjes en met een wiebelende voet) was daar achteraf best blij mee. In de nazit bleek zijn tegenstander over de beste kansen te beschikken..

Een uur later drie scores vlak achter elkaar. Aan kop een nederlaag na een oeroude Franse openingsopzet (onze Frans daarover: ,,Ik kon de koningsaanval niet meer opvangen”) en aan de staart een overwinning van Leslie, die er wél in slaagde om zijn offensieve neigingen te verzilveren. Zelf verloor ik na een bizar intermezzo. Een vredesaanbod in het middenspel bracht de Leidenaar in ernstige verlegenheid. Achteraf klonk het ,,Je remisevoorstel was verleidelijk, maar ik moest natuurlijk eerst met de teamcaptain overleggen.” Het toeval wilde dat laatstgenoemde in diep gepeins was verzonken en dat bijna een half uur volhield. Die tijd benutte mijn tegenstander om nog eens heel goed de stelling door te rekenen en een miraculeuze wending in zijn voordeel te ontdekken. Toen zijn teamleider hem ten slotte de vrije hand gaf, werd de partij voortgezet en na langdurige worstelingen alsnog in Leids voordeel beëindigd.

Direct daarop ‘gerechtigheid’, want bedoelde teamleider moest zijn koning aan het tweede bord omleggen tegen Leen. Onze man was tevreden: ,,Op een gegeven moment had ik hem helemaal liggen.” (stand 2,5-2,5).

Rob haalde ook een remise binnen, maar bekende grimassend dat er in zijn partij wederzijds kleine en grotere misgrepen waren geweest. Heel wankel, maar welbeschouwd ook terecht. Bernard speelde een weinig spectaculaire partij die lang remiseachtig oogde, maar in de eindfase werd de greep op het gebeuren verloren en was verlies onvermijdelijk. Vanaf dat moment ging alle aandacht uit naar het laatste duel. Frank Michielen toonde zich aan het achtste bord opnieuw een klasse-invaller (vorig seizoen presteerde hij dat zelfs in het eerste achttal), al bekende hij na afloop fortuinlijk te zijn geweest. ,,Mijn tegenstander stond een pion voor, kon remise maken, maar bleef op winst spelen.” Dat bleek te veel gevraagd, want in een felle slotfase pakte Frank het volle punt.

          Henk de Kleijnen

Goede start van Messemaker 1 in KNSB-competitie

Algemeen verslag (door Peter Ypma): Ik heb altijd veel respect voor toeschouwers die speciaal voor ons eerste of tweede team naar het denksportcentrum komen. Ik vind het kijken naar partijen van clubgenoten namelijk een zenuwslopende aangelegenheid. Op het ene bord zie je een gewonnen stelling verdampen. Tegelijk wordt op een ander bord een mooie aanval niet bekroond met een mat en moet je maar hopen dat het nog steeds gewonnen is. Op dit alles mag je geen enkele invloed uitoefenen. Je probeert dus met een gestreken gezicht naar de borden te kijken, terwijl je hart in je keel bonkt. Nee, geef mij maar gewoon een wedstrijd die zo mijn aandacht in beslag neemt dat ik alle kansen en fouten op de andere borden mis en alleen een globaal beeld van iedere partij heb gevormd in de snelle rondjes die je als teamcaptain langs de borden maakt. Zo’n spannende partij was mij vandaag echter niet vergeven. Het enige wat spannend was aan de partij was of mijn tegenstander te laat of niet vertrokken was uit Hilversum. Aan het feit dat hij uiteindelijk niet aangekomen is, zet ik mijn geld in op dat hij niet vertrokken is. Hierdoor was ik dus overgeleverd aan het observeren van de andere partijen. Die waren verre van saai. Ben nam mijn rol over van het spelen van een absurde partij waarbij beide spelers waarschijnlijk vijf winsten gemist hebben. De uitslag van zo’n wedstrijd kan natuurlijk alleen remise zijn. Een bord hoger toverde Jan ook een hele onduidelijke stelling op het bord. De koningen waren tegenovergesteld gerokeerd en alleen een helderziende kon vertellen wiens aanval zou gaan doorslaan. Uiteindelijk bleek dat de aanval van Jan te zijn. Dat was het winnende punt, want op dat moment hadden Wim en Erik ook al gewonnen. Wim deed dat op zijn normale positionele manier, ook al gebruikte hij ook nog best wat tactiek om het gewonnen eindspel uit te schuiven. Ook Erik won op een positionele manier. Het was een stelling van goed paard tegen slechte loper. Mijn gevoel zei dat zwart niet genoeg zwaktes had om de stelling te moeten verliezen. Zoals het ging lukte het Erik echter wel om de zwarte vesting te breken. Ook de tegenstander gingen niet helemaal met lege handen naar huis. Andere Peter offerde een kwaliteit. Dat bood goede kansen, maar helaas niet zoals hij in de partij verder ging. Ook Henk-Jan moest in het stof bijten. Overigens wel nadat hij behoorlijk kwam te staan doordat hij een opening op het bord kreeg die hij afgelopen zomer uitvoerig had geanalyseerd, omdat de opening in Dieren drie keer in zijn partijen voorkwamen. Ondanks die voorbereiding kwam Henk-Jan weer in zware tijdnood (dat is slecht voor mijn gezondheid; Henk-Jan: speel eens wat sneller!) en daar ergens ging het mis. Tot slot speelde Ed ook een partij die mij een paar jaar ouder maakte. Hij miste namelijk een winst of drie en kreeg in plaats daarvan een eindspel dat misschien wel en misschien niet gewonnen was. Of het zo was, is niet zo interessant. Wat wel interessant is, is dat het Ed uiteindelijk lukte om het punt binnen te halen. Al met al kunnen we terugkijken op een mooie 5.5-2.5 overwinning. Hieronder lees je hoe mijn teamgenoten hun eigen partij hebben ervaren.

Peter Ypma: Na de partij grapten een aantal teamgenoten dat het mij nu ook een keer gelukt was om een foutloze partij te spelen. Ik hoefde daar niet veel meer voor te doen dan vóór 13:00 op de club te arriveren. Mijn tegenstander had namelijk zichzelf verslagen door niet of te laat van huis te vertrekken. Hierdoor won ik de partij door slechts één zet te spelen. Als ik dat van tevoren had geweten, had ik nog een fout in mijn partij kunnen verweven met 1.a4! Nu ik echter al 1.c4 gespeeld had, kun je met recht zeggen dat iedere zet goed was. Tussenstand: 1-0

Peter Scheeren: Na een rustige opening was het lange tijd voor beide partijen moeilijk om een goed plan te vinden. Dat kostte beide spelers, maar vooral mijzelf, dan ook veel bedenktijd. Dat wreekte zich toen de stelling in het centrum werd geopend: ik speelde daarbij een prima kwaliteitsoffer en kreeg hiervoor een pion en een paar mooie lopers, maar door tijdgebrek speelde ik het niet goed en kreeg wit alle gelegenheid om mijn loperpaar onschadelijk te maken en met de kwaliteit meer te winnen. Voor de teamwinst maakte dat gelukkig niets uit.

Ed Roering: Met wit kreeg ik een opening op het bord die voor zwart een beetje dubieus is. Maar je krijgt het nooit op het bord, je kent wel de ideeën,  maar hoe het precies zit weet je toch net niet. Mijn tegenstander speelde de eerste 10 zetten ook nog eens à tempo. Ik gebruikte meer dan een half uur. Er stond een stelling op het bord met draakachtige kenmerken en ik had net h4 gespeeld. Na nog eens ruim 10 minuten ging ik voor het pionoffer h5 en dat blijkt, hoewel zelden gespeeld, zo’n beetje de weerlegging van zwarts opstelling. Mijn tegenstander weigerde het offer trouwens, maar hierdoor belandde hij in een verloren stelling. Nu was het zijn beurt heel lang na te denken, maar dit hielp niet meer. Al moet gezegd dat ik hem één zet de kans gaf terug te komen. Toen hij dat niet deed, was het weer verloren.  In wanhoop offerde hij een stuk, waarna ik met dame, toren en loper zijn koning over het bord kon jagen. Lang ging dit goed, maar op de 32e zet miste ik onder druk van de klok mat of damewinst. Ik was gefocust op het winnen van het stuk. Dat lukte wel, maar daardoor kreeg hij nog de kans af te wikkelen naar een eindspel met 2 pionnen voor een loper. Hij moest op de 41e zet daarover beslissen en nam daar nagenoeg het hele half uur voor dat hij erbij kreeg. Vervolgens ruilde hij geen dames en toen was het in een paar zetten over. Hij had het genoemde eindspel als totaal verloren beschouwd. Nu was dat helemaal niet zo duidelijk, al zijn de kansen wel voor wit natuurlijk. Al met al een mooi begin van het seizoen tegen een sterke tegenstander.

Ben van Geffen: Ik houd van de klassieken in het schaak, zoals in het Tweepaardenspel in de nahand de zet 4.Pg5!? Nog nooit antwoordde een tegenstander in een serieuze partij 4…. Lc5!?, de oude zet waarmee Paul Keres in de grijze oudheid successen boekte. Gisteren kreeg ik die zet, theoretisch wel wat “dubieus” bevonden, maar zeker niet zonder verdiensten, op mijn bordje! Ik had, juist vrijdag terug van een intensieve vakantietocht, niets voorbereid. Toch speelde ik het best goed, lange tijd. Zo rond zet 12 begon ik wat te aarzelen, in goede stelling. Een of twee keer verzuimde ik een iets betere zet te doen. Mijn  zet 17.h3?? (ipv 17.P4f3!) was een regelrechte blunder. Ik kwam een kwaliteit achter en de stelling moest als verloren worden beschouwd. Met 20.e5! startte ik onmiddellijk een wanhoopsoffensief, waarop zwart niet goed reageerde. Als ik daarna 23.P2f3! (weer die paardzet!) had gedaan, zou ik zowaar nog gewonnen hebben! Nu was mijn initiatief wel voldoende voor een remise door herhaling van zetten. Wat een spectaculaire partij, mede dankzij mijn tegenstander!!

Wim Heemskerk: Mijn tegenstander wikkelde, met wit nota bene, vanuit de opening regelrecht af naar een voor hem slechter staand eindspel. Na een zet of tien had ik een betere pionnenstructuur en actievere stukken. Bovendien bood de stelling alle kans dat verder uit te bouwen en had wit geen enkel tegenspel. Dat uitbouwen lukte gestadig en rond de 35e zet begon het oogsten. Wit spartelde nog even door tot na de tijdnoodfase en gaf op de 42e zet op. Niet spectaculair, maar wel prettig om zo weer eens te winnen want dat soort ‘strakke potjes’ lukken me de laatste tijd niet meer zo vaak…

Erik Hennink: Met wit kwam ik op bord 6 prima uit de opening. Mijn tegenstander liet me het centrum innemen en probeerde via de flank tot aanval te komen. Het lukte mij om zijn flankaanval te neutraliseren en ik had daarmee een comfortabele stelling. Zwart besloot in het middenspel een concessie te doen door het centrum te sluiten, maar kreeg hiervoor wel een slechte loper terug. Nu het centrum en de damevleugel volledig waren vastgezet was alleen de koningsvleugel nog over om door te breken. Nadat de dames van het bord gingen en ik mijn loper voor zijn paard ruilde, was het mijn plan om de koningsvleugel te openen en een eindspel te spelen van goed paard tegen slechte loper. In het eindspel werd een paar torens geruild en ik probeerde de laatste toren te ruilen om zo een voor mij gunstig eindspel in te gaan. Zwart ging dit uit de weg, maar daardoor kreeg ik een sterke toren en het overwicht in de partij. In de slotstelling stond zwart helemaal vast, kon geen goede zet meer doen en gaf op. Met de mooie overwinning van het team was dit een goed begin van het seizoen..

Jan Evengroen: Met zwart speelde ik tegen Gert Pijl. Na een waardeloos seizoen vorig jaar, begon ik vol goede moed. Een nieuw seizoen, dus nieuwe kansen. De Franse opening kwam op het bord, een variant die ik lange tijd niet op het bord had gehad. Wit rokeerde lang en ik kort, waardoor zowel mijn tegenstander als ik op koningsaanval gingen. Mijn zwartveldige loper was een ijzersterk stuk. De stukken van mijn tegenstander wist ik in een lastige penning te krijgen. Deze penning werd hem teveel en de partij werd besloten met een mooie matcombinatie.

Henk-Jan Evengroen: Met zwart kreeg ik een Italiaanse opening tegen mij. Tijdens het Open NK in Dieren kreeg ik deze opening ook enkele keren tegen mij, waardoor ik enigszins gekeken heb hoe ik hiermee actief spel kan bereiken. Door lang te wachten met d6 probeer ik in een gunstige stelling d5 te kunnen spelen. In de partij lukte dit waardoor ik een ogenschijnlijk prettige stelling kreeg met zwart. Wit kan echter steeds beter te staan en uiteindelijk verloor ik hierdoor materiaal en de partij. Bij de analyse bleek echter dat ik misschien wel helemaal niet beter heb gestaan, en dat ik dus eerder op zoek had moeten gaan naar risicolozere voortzettingen.