Derde team bekert verder

Spectaculair was het niet donderdagavond, geen dramatische ontknopingen, maar close was het wel. Het werd uiteindelijk een verdiende 2,5-1,5 overwinning.

Zelf speelde ik met zwart tegen oude bekende Mark van Putten. Ik kwam niet lekker uit de opening en was niet ontevreden met een zetherhaling die op het bord kwam. Dit was misschien gelijk ook wel het meest opmerkelijke moment van de wedstrijd: Mark overlegde na 2x de zetten te hebben herhaald met zijn teamcaptain of hij remise mocht spelen, maar helaas voor hem betekende dit dat na mijn volgende zet de zetten weliswaar 2x zouden zijn herhaald, maar dat dezelfde stelling voor de derde keer op het bord zou komen. Remise dus.

Wit stond gewoon (wat) beter, maar buiten dat had ik ook ingeschat dat de overige borden minimaal 1,5 punt zouden opleveren en dat zou dan snelschaak betekenen. Erik speelde een goede partij, waarin zijn tegenstander niet meer kon doen dan passief afwachten. Uiteindelijk werd de druk hem teveel en koos hij voor een stukoffer voor wat pionnen. Erik compliceerde, met een grote tijdsvoorsprong, de stelling en dit leidde, mede vanwege de tijdsdruk, snel tot mat.

We wisten dat de tegenstander drie sterke tegenstanders had en dat de vierde speller op papier een stuk zwakker zou zijn en hielden daarom rekening met een tactische opstelling. Voor wat het waard is, maar het pakte in deze wedstrijd uiteindelijk goed uit, De tegenstander had hier niet voor gekozen en zo speelde Leen aan bord 1 met zwart tegen een 2200+ speler. Voor zover ik dat kon beoordelen was het een goede degelijke partij, waarin Leen helaas op het eind toch net tekort kwam. Zelfs het pionneneindspel op het eind met weliswaar een pion minder leek nog niet geheel duidelijk.

Aan het enig overgebleven bord speelde Frans tegen de op papier minste tegenstander. Aan het begin van de partij kwam dat er ook uit, want Frans kwam al snel positioneel gewonnen te staan, maar zoals het ging bleef zijn tegenstander daarna lange tijd met hangen en wurgen overeind. Het voordeel leek zelfs wat te verwateren en hoewel de stelling gewonnen bleef moest het nog wel gebeuren bij een 1,5-1,5 stand. Een zet voordat Frans kon promoveren en enkele zetten voor het mat gaf zijn tegenstander op, waarmee de overwinning voor ons een feit was.

Zware nederlaag voor Messemaker 3

In de uitwedstrijd tegen kampioenskandidaat Charlois Europoort wist Messemaker weinig potten te breken. Met drie remises hielden we nog een tijdje gelijke tred, maar daarna slaagden we er niet in om er ook maar een halfje aan toe te voegen, waardoor de eindstand dus werd bepaald op 6,5-1,5. Hieronder de verslagen van een aantal spelers.

Frans: Mijn partij, met zwart tegen Andrzej Pietrow, was niet spannend. Na 21 zetten stond er al een eindspel op het bord met ongelijke lopers en elk zeven pionnen. De remise werd non-verbaal overeengekomen en ik zal er verder ook geen woorden aan besteden. In voetbaljargon ‘een bloedeloze nul-nul’.

Ben: Mijn partij was een Caro-Kann met 4… Lf5. Het spel ontwikkelde zich langs bekende wegen, met een miniem voordeeltje voor wit. Op zet 18 deed ik Dc2, terwijl ik waarschijnlijk 18.De2 had moeten spelen. Zwart pikte met 22… Pxh5!? een pionnetje mee en ik moest oppassen. Misschien had ik toen met 23.b4!? een interessante aanval kunnen beginnen, maar ik kon dat niet overzien. Mijn tegenstander aarzelde toen even en met een paar stevige zetten won ik mijn pion terug. Op zet 30 ontstond een volkomen gelijke stelling met elk een D en een T, met remise als resultaat, waarmee ik niet ontevreden was.

Arjan: Tegen de sterke Julian van Overdam ontstond een scherpe stelling waarin ik dacht voordeel te behalen, maar mijn tegenstander had de verwikkelingen beter beoordeeld dan ik. In een complexe stelling met aanvalskansen voor beide partijen miste ik in de vooruitberekening een schijnoffer, waardoor kwaliteitsverlies niet was te voorkomen. Ik kreeg hier nog een pion voor, maar dat was te weinig om in het eindspel serieus aanspraak op een halfje te kunnen maken.

Jeroen: De zetten die ik produceerde en de stelling die daaruit voortvloeide kon het daglicht niet verdragen. In de slotstelling stonden mijn Loper en Toren nog in de beginstelling. Feitelijk speelde ik met 2 stukken minder.

Wouter: Ik speelde met zwart tegen Marcel den Bleker. Het spel golfde een beetje op en neer. Eerst pakte mijn tegenstander het initiatief, daarna nam ik het initiatief over, waarna mijn tegenstander weer het initiatief pakte. In een moeilijke eindspelstelling met beide een dame, een paard en een paar pionnen, miste ik een goede zet van mijn tegenstander, waardoor ik te passief kwam te staan met uiteindelijk een verliespartij tot gevolg.

Leen: Met zwart kwam ik goed uit de opening (Sicilaan c3-complex), echter op de 13e (ongeluks) zet kwam mijn witveldige loper in de problemen. Na een redelijke oplossing hiervoor gevonden ging het later alsnog faliekant fout. Ik wilde Pb7 spelen maar deed Pc6? met als gevolg dat mijn tegenstander al op de 22e zet met een simpele pionzet op + 5 had kunnen komen. In plaats hiervan veroverde hij een pion, dit echter wel ten koste van activiteit waarmee de computerwaardering op slechts +0.3 bleef steken. Ik zag het op dat moment ook nog niet zo somber in. Dat veranderde na nog een fout van zwart, waarna er een slechter staand eindspel op het bord kwam. Door de ongelijke lopers kon ik nog een tijdje hoop houden. Die kans kwam er inderdaad op de 50e zet. Ik sloeg met mijn koning zijn toren op h6 en gaf een paar zetten later op. De computer gaf echter een remise-waardering door de tussenzet pion f1D die door de witte loper moet worden genomen. Dan Kxg6 en de loper moet terug om de pionnen weer te dekken, waardoor zwart net de tijd wint om de witte koning af te houden.


Messemaker RSB 1 start met nederlaag

De eerste wedstrijd uit tegen het sterke Krimpen werd, niet zonder zware strijd, met 5-3 verloren. Door goede overwinningen van Erik en Leen kwamen we 3-2 voor, maar helaas slaagden we er in een spannend slot niet in om hier nog meer punten aan toe te voegen. Hieronder is te lezen hoe de spelers hun partij hebben beleefd.

Leen: Met zwart kreeg ik de opening 1.e4 c5 2.b4 voorgeschoteld.  Niet voor het eerst omdat Arjan heeft dit meermalen tegen mij heeft gespeeld, echter het later nazoeken van het juiste plan was er nog niet van gekomen. Ik kwam wat in de problemen met de ontwikkeling van mijn paard op g8, wat werd opgelost op een manier die zelfs goedkeuring van de computer kreeg. Op de 13e zet ging wit met een poging de stelling te openen te ver. Door een tussenzet werden de dame en nog een stuk geruild wat resulteerde in een open stelling van 2 zwarte lopers tegen 2 zwarte paarden. Er was nog wel een smetje.  Tijdens de partij was ik bang voor een wit pionoffer waardoor er een sterk wit paard op veld d4 zou kunnen komen ( de computer gaf dit inderdaad ook aan ). Nu kreeg ik een onaantastbare loper op d5 welke pion d4 blokkeerde, waarmee het doorzetten van de vrijpionnen op de a en b- lijn het strijdplan werd. De computerwaardering varieerde van -2 tot -3  (gunstig voor zwart). Op de 20e zet had ik met Lg5 al -5 kunnen scoren  ( activiteit geeft meestal ook goede complicaties ). Nu kwam de witte koning al snel naar het midden, terwijl ik slechts de stapjes a7-a6-a5 had gedaan. Toch was er nog steeds voordeel.  De krampachtige (al meer dan een uur) stelling en slinkende tijd is geen excuus maar wel aannemelijk de kiem van de witte blunder op de 25e zet, die simpel een stuk verloor.

Jeroen: Twee seizoenen geleden speelde ik -in de toen nog promotie klasse- met Nieuwerkerk tegen Krimpen, toevallig was Hans van Nieuwenhuizen nu opnieuw mijn tegenstander. In het middenspel besloot ik een Kwal in te laten staan, om met een gedekte vrij-pion op d6 op zoek te gaan naar winst. Hans hield de stelling volledig dicht waarna ik een er nog een stuk offer, tegen slechts 1 pion, aan gooide. Dat was echter een brug te ver. Gevolg: 1 volle Toren minder, maar met de dreiging van 2 vrij-pionnen (d6 en e5) kon ik 2 pionnen gaan snoepen, waarmee het niet geheel duidelijk was wie nu beter stond (T+7pi tegen TT+4pi). Eerlijk is eerlijk het offer was niet correct, wel kansrijk. Hans liet mij weer in de partij komen. Na een rommelige fase kon ik ontsnappen met het afdwingen van een zet herhaling.

Leslie: Mijn tegenstander die met zwart speelde kende de opening die op het bord kwam blijkbaar niet zo goed, want hij besteedde vrij veel tijd aan zijn eerste zetten. De zetten die hij deed waren wel de goede en na mijn 10e zet stond het ongeveer gelijk. Ik had mijn koning op h1, zwart had de koning nog in het midden, de dame op f6, een loper op c5 en speelde vervolgens 10.. g5 !? Er ontstond hierdoor een scherpe, tweesnijdende stelling. Ik deed 11.Pe3-c4 maar  na11…Pe5-g4 dacht ik een fout te hebben gemaakt omdat pion f2  wel 3x onder vuur stond. Ik keek even naar 12.e5 waarmee de zwarte dame aangevallen wordt, maar verwierp dit snel omdat na 12…Pg4xf2, 13.Txf2 Dxf2 ik een kwaliteit achter kwam. Thuis liet de computer echter zien dat e5 wel een heel goede zet was, want na 13 … Dxf2 14.Pc3-e4 zou de zwarte dame verloren gaan! En ook na andere zetten zou wit duidelijk beter / gewonnen staan. Dit zag ik dus niet, speelde een ander zet,  waarna zwart duidelijk de overhand kreeg. Om niet onder de voet gelopen te worden, besloot ik tot een paardoffer om aanvalskansen te creëren. En die kwamen er ook, want doordat de zwarte koning nog in het midden stond en de torens niet verbonden waren, kon zwart niet zo snel profiteren van zijn materieel voordeel. Om de aanval te continueren offerde ik op de 21e zet nog een kwaliteit, waardoor zwart een volle toren voorstond. Zwart moest echter met zijn dame terug naar e7 om zijn stelling te verdedigen, waardoor ik de kans kreeg een paard te winnen met gedwongen dameruil daarna. Met niet veel tijd meer op de klok dacht ik dat ik met een kwaliteit minder het eindspel niet zou redden. Ik koos er daarom voor om de dames niet te ruilen en verder op de aanval te spelen. Thuis bleek echter dat ik opnieuw de stelling niet goed verder had geanalyseerd, want ik kon nog een pion winnen en met 2 pionnen voor de kwaliteit zou het ongeveer gelijk staan of iets beter voor wit. Maar ook met een toren meer bleef het voor zwart nog lastig  verdedigen en op de 26e zet had ik na een fout van zwart, een gelijkspel kunnen afdwingen met eeuwig schaak, of zelfs kunnen winnen wanneer zwart niet de juiste verdediging had gevonden. In steeds grotere tijdnood zag ik dit echter over het hoofd, waarna zwart aanvalskansen kreeg. In een moeilijke stelling ging ik vervolgens op de 30e zet door mijn vlag. Al met al een spannende partij waarbij ik mijn kansen helaas niet goed heb benut.   

Frans: Mijn partij was lang niet zo spectaculair als die van Arjan. In opening en middenspel werd het evenwicht nauwelijks verbroken. Er ontstond een eindspel met dames en (ongelijke) lopers en een pluspion voor mij. Dameruil zou niets opleveren en toen ik een tweede pion won kon mijn tegenstander met eeuwig schaak ontsnappen.

Arjan: Met zwart tegen Harold van Dijk beloofde op voorhand een lastige partij te worden. Al snel permitteerde ik me een wachtzet en werd daarna verrast door een directe aanval op mijn koningsvleugel. Ik vreesde even dat het een kort partijtje zou worden, maar ik vond de beste verdediging middels een kwaliteitsoffer dat bekend is uit een andere variant in die opening. Hoeveel pionnen ik voor de kwaliteit zou krijgen was lange tijd niet duidelijk, dat schommelde tussen een en drie, en het was op diverse momenten de moeilijke afweging tussen nog maar een pion snaaien en de (on)veiligheid van mijn koning. Er ontstond een eindspel van TL tegen TT waarbij ik twee pionnen meer had. Toen Harold met een van zijn torens op avontuur ging op de koningsvleugel werd mijn a-pion opeens levensgevaarlijk, maar tegelijkertijd was er ook een zeer dreigend matnet. Om de matdreiging tegen te gaan gaf ik een loper, maar ik kreeg daar een fijne pion op d4 voor terug en toen ontstond een eindspel van TT plus h-pion tegen 1 toren en 4 pionnen. Deze pionnen bevonden zich even later wel op a2, d3, e3 en b5 en dat moest dacht ik toch wel ergens gewonnen zijn. Precies op het moment dat ik dacht de winst gevonden te hebben, uiteraard in de hectiek van zware tijdnood inmiddels en met iedereen om de borden bij een 4-3 achterstand, werd ik verrast door een torenterugzet en stond ik opeens verloren. De pionnen en daarmee de partij gingen 1 voor 1 verloren. Een mooie en spannende partij, maar een zure nederlaag, vooral als je achteraf thuis constateert dat op het betreffende moment de computerwaardering in 1 zet van +11 naar -5 ging.

Messemaker 3 sluit seizoen goed af

Er stond voor ons niets meer op het spel, geen tactische opstelling dit keer, of de wissel van Bert (die als wedstrijdleider optrad, waarvoor dan) voor Henk moet zo worden opgevat. Het was in elk geval een wissel die goed uitpakte.

Voor Peter liep het dit seizoen niet allemaal naar wens in de RSB, maar dit keer wist hij redelijk overtuigend (zo leek het tenminste) als eerste te winnen van een sterke tegenstander. Er volgden regelmatige remises van Wouter en Frans, waarna Erik de voorsprong met een mooi torenoffer kon vergroten naar een marge van twee. Kees kreeg een stevige aanval over zich heen, wist nog weg te komen met verlies van een pion (wat vanaf de zijlijn bezien al een prestatie leek), maar kon er uiteindelijk geen zwaar bevochten halfje uit halen. Zelf had ik na het opgeven van mijn zwarte loper terwijl ik g6 had gespeeld behoorlijke problemen met mijn zwarte velden en wit had me meer op de proef kunnen stellen. Toen uiteindelijk de dames eraf gingen begon ik voorzichtig te denken dat er misschien meer in zat dan remise, maar dat zat er toch niet in, remise dus. Van de laatste twee partijen heb ik het eind niet gezien. Leen ging door zijn vlag hoorde ik. Altijd zuur en vooral omdat hij naar mijn idee eerder op de avond erg goed stond. Henk stond voor mijn gevoel juist de hele avond wat lastig, maar wist dus te winnen en daarmee de teamwinst veilig te stellen. Zulke invallers hebben we nodig, bedankt!

Met de 4½ – 3½ winst kwamen we net een half bordpuntje tekort om over Krimpen heen te wippen in de eindstand, maar niemand die hier wakker van lag. We kunnen terugkijken op een prima seizoen waarin we als vierde of vijfde zullen eindigen.

Messemaker verslaat koploper in RSB hoofdklasse

Voor de thuiswedstrijd tegen koploper Charlois Europoort traden we voor de gelegenheid aan in een tactische opstelling. Dit concept werd nog wat versterkt doordat kopman Peter Ypma zich vanwege ziekte moest afmelden. Hieronder kort de gebeurtenissen zoals ik die ervaren heb. Bert op bord 2 speelde niet slecht maar FM Michel de Wit bleek duidelijk een maatje te groot. Wouter leek aan het topbord snel ten onder te gaan, knokte zich nog terug, maar ook hier was het klasseverschil met FM Julian van Overdam te groot. Aan bord 3 bood Kees goed weerwerk en leek op weg naar een verdiende remise, maar blunderde en bleef eveneens puntloos. Zo wisten we aan de topborden geen halfje te sprokkelen en keken we halverwege de avond tegen een 0-3 achterstand aan. Niemand kon op dat moment bevroeden dat hiermee de koek voor onze bezoekers uit Charlois op was. Ik dwong mijn tegenstander min of meer tot een kwaliteitsoffer dat er nog wel gevaarlijk uit zag, maar wist de winst te vinden. Kort daarop won Frans van zijn tegenstander, die bijna een uur te laat was en tijd tekort kwam. Leen stond al een tijdje verloren, maar terwijl mijn tegenstander en ik onze partij aan het analyseren waren viel alles onze kant op. Erik won zijn betere dame-eindspel, Leen greep de kans die hij kreeg met beide handen aan en won nog en ook Frank wist te winnen, enigszins geholpen doordat zijn tegenstander remise uit de weg moest gaan om nog een matchpunt veilig te stellen.

Hieronder de partijverslagen zoals de spelers die beleefd hebben:

Bert Vlot: Ik kwam op het tweede bord met wit spelend bevredigend uit de opening. In het middenspel offerde ik een pion in de hoop gebruik te kunnen maken van een verzwakking in de zwarte koningsstelling. Helaas te optimistisch ingeschat. Mijn solide spelende tegenstander dwong mij tot afruil van stukken, waarna er een toreneindspel overbleef met een pion minder. Na gedwongen torenruil hoopte ik met een naar mijn inschatting gunstiger positie van de koning de zaak nog remise te kunnen houden, maar, mijn tegenstander speelde het eindspel feilloos uit. Op de 45e zet moest ik capituleren.

Kees Vermijn: Dat pakte goed uit die tactische opstelling. Ik was helaas één van de slachtoffers op bord 3 met zwart nog wel tegen Cor de Wit met een rating van 2027, zo’n 300 Elo-punten meer dan ik, maar in de partij lukte het me toch vrij aardig om tot de 30e zet gelijk spel te houden. Een remise zat er toch zeker nog wel in dacht ik, met ieder 7 pionnen, 2 torens, 1 loper en 1 paard. Ik had bovendien de halfopen f-lijn en dacht dat ik met mijn paard op f4 kon komen…, maar mijn tegenstander was eerder en ik kwam in een lastige penning terecht die me na een blunder zelfs mijn paard kostte.

Arjan van der Leij: In een franse Tarrasch koos mijn tegenstander voor een pionoffer dat kennelijk in de mode is. De daarna geinvesteerde tijd betaalde zich uit, want zwart was de eerste die mis tastte en moest praktisch gedwongen een kwaliteit geven. Evenwel was dit zeker niet zonder gevaar, maar ik leek even later met een mooi ogende zet af te wikkelen naar een eindspel dat normaliter moet winnen. Mijn tegenstander liet me dat zelfs niet meer bewijzen en gaf op. Groot was de verrassing toen ‘Het Beest’ me thuis achter de computer liet zien dat mijn slotzet het voordeel vergooide en de stelling waardeerde op 0.00.

Frans Bottenberg: Mijn tegenstander had de speelzaal pas met drie kwartier vertraging kunnen vinden en bleef de gehele partij (ruim) achterstand op de klok houden. Op het bord lag het initiatief bij wit en interessant werd het toen zwart een toren gaf (of moest geven). Als compensatie daarvoor stond mijn paard wat afgelegen op a8 en had zwart drie, later vier, pionnen meer. In die fase liet zwart zich, wellicht onder druk van de klok, wegspelen: het witte paard kwam van a8 op het sterke veld f6 en zwart kon niets met zijn pionnenoverschot doen. Twee zetten voor het onvermijdelijke mat gaf zwart op.

Erik Hennink: Met zwart kwam ik op bord 5 prima uit de opening. De stelling was ongeveer in evenwicht al had ik een iets actievere stelling. In het middenspel werden bijna alle stukken geruild, maar met een sterk paard op d4 had ik een duurzaam voordeeltje in handen. Door het paard op het juiste moment te ruilen kon ik een pion buitmaken, al was het overgebleven dame-eindspel niet eenvoudig. Door steeds te dreigen de dames te ruilen, wat mijn tegenstander uit de weg moest gaan, kon ik nog een pion winnen waarna mijn tegenstander opgaf.

Leen de Jong: Met zwart spelend meteen een verrassing 1) d4 – d5 2) Lg5 – waar ik niet goed op reageerde. na 2) .. Pf6 3) Lxf6 – gf6 4) c4 – c6 5) e3 – Db6 6) Dc2 – Le6 7) cd5 – Lxd5 ? is het al mis. Eerst ruilen op c4 is beter.  Nu raakte de loper op d5 na Pg1-e2-f4 zwaar in de problemen. Na 14 zetten en inmiddels een uur minder op de klok was de stelling al verschrikkelijk. Om nog even te kunnen leven was nu Lb4 ruilen tegen Pc3 noodzakelijk. In plaats daarvan gebeurde het schijnbare actieve foute Ld6 en Dc7, welke wit eenvoudig pareerde.  Wit koos uit het aantal mogelijke winnende voortzettingen uiteindelijk voor kwaliteitswinst en een pion.  Waarschijnlijk door tijdsvoorsprong ( 45 tegen 5 min ) of het besef al uren gewonnen te staan verslapte wit door 24) g3 te spelen totaal niet bedacht op het antwoord 24) .. Dh3.  Voor het oplossen van matdreiging moest wit de dame geven voor een stuk, waarna het eindspel (D+T tegen T+T) voor mij gewonnen was. Na alle pech nu een erg gelukkige overwinning dit seizoen.

Frank Michielen: Mijn partij ging vanaf het begin gelijk op. Mijn tegenstander verbruikte echter veel tijd aan het begeleiden van de tegenstander van Frans naar de speelzaal. Hij maakte echter geen echte fouten en toen Frans kon beginnen, ging mijn tegenstander er ook voor zitten. Hij onderschatte een aanval van mij enigszins en na een paar mindere zetten van hem had ik het snel kunnen afmaken. Helaas zag ik dit niet. Ik hield wel een aanval, maar gaf mijn tegenstander plotseling kans op remise door zetherhaling. Hij keek nog even om zich heen en zag bij een stand van 3 – 3 Leen op winst staan. Zijn wanhoopspoging om winst voor hem en dus 4 – 4 te behalen, mislukte en ik kon hem uiteindelijk mat zetten.

Team 3: Messemaker bijna zeker van handhaving in RSB hoofdklasse

De zevende wedstrijd van het seizoen alweer mochten we aantreden tegen Erasmus. Dit toch zeker niet zwakke team stond voor deze wedstrijd gedeeld laatste wat maar weer bevestigt dat handhaving in deze klasse van tien teams en maar liefst vier degradanten een zware klus is. Het werd uiteindelijk een zwaarbevochten 4-4, waardoor handhaving zeker lijkt. Hieronder een verslag in vogelvlucht.

Tijdens de wedstrijd zag het er al snel moeizaam uit. Helaas moest Leen al snel capituleren na te zijn verrast door een paardoffer op h7 en ook Bert had het erg lastig tegen clubgenoot Henk de Kleijnen. Veel positiefs kon daar op dat moment niet tegenover worden gezet. Peter werd vervolgens verrast door het zeer sterke d6-d5 in een stelling met witte pionnen op c4 en e4. Uiteindelijk kon Peter niet ontevreden zijn met een afwikkeling naar een te keepen eindspel door een eerder gewonnen kwaliteit terug te geven en dit werd inderdaad remise. Wouter boekte een evenwichtige remise. Erik overzag een kleine combinatie die een kleine kwaliteit kostte, maar leek voldoende compensatie te hebben om remise te maken. Mijn tegenstander miste een kleine wending waardoor ik de zwarte stelling met een pion op e6 helemaal in kon snoeren. De beste praktische kans leek me om dan maar een stuk te offeren voor twee pionnen, waarna je misschien nog kan rommelen, maar dat gebeurde niet. Met een paar rake klappen kon ik het mooi afmaken en de gelijkmaker op het scorebord brengen. Dit leek een beetje de ommekeer van de wedstrijd, want inmiddels had Bert zich teruggeknokt en zat weer in de wedstrijd, zag het er bij Frans veelbelovend uit en werd het bij Erik inderdaad remise. Alleen Frank stond zeer matig en passief met een zwarte vrijpion op c2 in een eindspel met zwarte stukken. Bert wist inderdaad nog knap remise te maken en Frans bracht het gewonnen eindspel overtuigend tot winst. Frans sleepte met zijn zege een matchpunt binnen en nu was de vraag of Frank er nog meer van zou kunnen maken. Frank bleef vechten voor wat hij waard was en het bleef spannend omdat zijn tegenstander enkele malen een directe winst miste. Uiteindelijk bleek het onhoudbaar en moest hij toch capituleren.

RSB team uitgeschakeld in beker

Vooraf beloofde de kwartfinale een spannende aangelegenheid te worden, omdat wij niet op volle sterkte konden aantreden was tegen HZP Schiedam op papier licht favoriet, en dat kwam ook uit. Frank (bord 4) won een pion (of zijn tegenstander offerde deze), maar stond onder druk. Na ampele overwegingen werd de aangeboden remise geaccepteerd. Enige tijd later kreeg ook Erik (bord 1) een remiseaanbod van good old John van Baarle. Deze partij leek constant in evenwicht te zijn geweest en een andere uitslag lag niet voor de hand. Echter was Leslie (bord 3) in ernstige moeilijkheden en zou het dus van mij moeten komen, maar dat leek zeker tot de mogelijkheden te behoren. Na enig overleg daarom ook bij Erik remise. Bij een 2-2 zou er natuurlijk worden gesnelschaakt, waarbij wij wel als voordeel hadden dat we door zouden bekeren als ook dit in 2-2 zou eindigen. Leslie slaagde er inderdaad niet in het tij te keren en moest zijn koning omleggen waarna de druk bij mij lag om er 2-2 van te maken.

In bovenstaande stelling had ik zojuist b3 gespeeld en leek de 2-2 in de maak. Zwart had zich enkele zetten eerder al (onnodig) gedwongen gevoeld een kwaliteit te geven en na het spelen van de loper zou vernietigend Tcc7 volgen. Zwart speelde echter het verrassende Pc5! Praktisch erg sterk met weinig tijd en ook objectief gezien de beste zet. De beste reactie was Dg3 omdat wit na Tf7 Txf7 Kxf7 bxc4 b3 niet meer hoeft te vrezen voor een extra toren in de aanval en hoewel niet geheel zonder gevaar zou wit dit moeten redden. Ik zag echter de variant Dg3 Pxb3+ axb3 (in plaats daarvan is Kb2 mogelijk) Da5+ Kb1 Ld3+ en sloeg daarom maar direct op c4. Na b3 stond ik objectief nog steeds goed, maar het was erg lastig met weinig tijd. Wie zou hier de door de engine aangegeven zet Td1 spelen? Ik speelde het zwakke Df2 en ging even later jammerlijk ten onder.

Eerste RSB-team vecht voor lijfsbehoud

Na het verlies in de derde ronde tegen RSR Ivoren Toren was een goed resultaat thuis tegen Spijkenisse erg wenselijk in een klasse waarin vier van de tien teams degraderen. Makkelijk zou dat zeker niet worden aangezien Spijkenisse op papier wat sterker is dan wij en we het dit keer bovendien zonder onze kopman Peter Ypma moesten stellen.

Al vroeg mochten we een 1-0 voorsprong koesteren, omdat de beoogde tegenstander van Bert er niet in slaagde de speelzaal te bereiken. Vervelend voor Bert, die nu geen partij had, en voor zijn tegenstander uiteraard, maar wel prettig voor onze kansen in de wedstrijd.

Het werd een spannende wedstrijd waarin we op een gegeven moment met 3,5-1,5 achter kwamen, maar met winstkansen op de drie resterende borden alles nog mogelijk was. Uiteindelijk werd het inderdaad 3,5-3,5 en slaagde ik erin om met een remise in ieder geval een matchpunt veilig te stellen.

Hieronder de verslagen zoals de spelers de wedstrijd hebben ervaren:

Kees: Na een rustige opening (vier-paarden-spel) kreeg ik het loperpaar en wit een half open a-lijn. Ik dacht wat tegenspel te krijgen over de d-lijn, maar mijn tegenstander kreeg een heel sterk paard op e4 en ik een slechte loper op e7. Er ontstond een eindspel met wit T+ dat sterke P en zwart T+ die slechte L en ieder 7 pionnen. Ik kon niets doen en wit opende de h-lijn, en vervolgens brak hij door op de a-lijn en kon ik een pion op b6 niet meer tegenhouden.

Wouter: Na een rustige opening ontstond een tactische stelling. Op een gegeven moment tructje ik mijn tegenstander waardoor ik dacht dat ik een toren won [Wouter, niet alleen jij, maar ook Erik en ik dachten dat]. Echter zag mijn tegenstander de enige goede combinatie (die ik gemist had) waardoor ik “maar” een pion won. Ik won op een gegeven nog een pion en nog een. Toch ontstond er een ingewikkeld toreneindspel met ongelijke lopers, omdat van mijn pionnenstructuur niets meer over was en twee pionnen een dubbel pion betrof, waardoor met de ongelijke lopers kansen ontstonden op remise. Helemaal toen ik in tijdnood mijn loper verloor. Uiteindelijk zag ik met tien seconden op de klok een combinatie om een van mijn pionnen naar de overkant te brengen, waarna de partij snel afgelopen was.

Arjan: Ik moet dat nog bekijken, maar vermoedelijk heb ik in de opening iets verkeerd gedaan. Ik voelde me gedwongen een pion te geven om niet in een passieve stelling zonder tegenspel terecht te komen. Ik kreeg er een sterk paard op d5 voor terug, dat niet voldoende compensatie zal zijn geweest, maar nog geen reden om te wanhopen in elk geval. Wat later in de partij bracht ik een truc in de stelling die eigenlijk bedoeld was om wits paard naar een minder veld te jagen, maar de truc werd volledig gemist. Dit leverde me paard en loper tegen een toren op en even later stonden al mijn resterende stukken (in een eindspel van TLP tegen TT en wederzijds pionnen, 1 meer voor wit) ideaal en had ik het gevoel dat het een kwestie van tijd zou moeten zijn om dit tot winst te voeren. Gaandeweg de partij bleek dat toch een stuk lastiger dan gedacht (en hoewel ik nog steeds denk dat die winstvoering erin zit was een duidelijk winstplan ook achteraf in de analyse niet zo snel voorhanden) en de tijd begon langzamerhand ook een rol te spelen. Na torenruil kreeg ik een remiseaanbod, maar ik dacht nog steeds voordeel te hebben en bovendien was het, om me heen kijkend, voor mij duidelijk dat winst nodig was. Ik raakte de controle echter kwijt en had op enig moment ook nog maar 4 seconden op de klok. In wederzijds hevige tijdnood was niet te zeggen wat er nu precies gaande was op het bord, maar ik was blij uiteindelijk nog te kunnen vluchten in een eindspel met koning en paard tegen koning en toren. Mijn tegenstandster probeerde nog een tijd dit eindspel te winnen, maar getuige de inmiddels weer 5 minuten die ik op het eind op de klok had, kostte het geen moeite om dit remise te houden en dat bleek voldoende voor een zwaar bevochten 4-4. [inmiddels opgezocht, met de opening zelf was niets mis, die wordt ook op topniveau gespeeld, maar kort daarna had het beter gekund. Mijn geheugen is blijkbaar niet optimaal: ik vond tot mijn verrassing een partij van mezelf (in 2011) tegen een GM en maandag week ik pas op zet 19 af van deze partij! Dit was wel een verbetering :)]

Dordrecht te sterk voor Messemaker in hoofdklasse

Vooraf was de verwachting dat het geen makkelijke wedstrijd zou worden tegen de op papier sterkste opponent in de hoofdklasse. Dat bleek: Na een tegenvaller in  de partij van Leen die pardoes een stuk weggaf en een 1-3 tussenstand konden we de spanning in de wedstrijd niet meer terugbrengen. De eindstand werd uiteindelijk bepaald op 2,5-5,5. In chronologische volgorde: Frank (spelend met zwart) werd met h3 voor de keuze gesteld wat te doen met zijn paard op g4. Hij schatte het achteraf kansrijke offer op f2 niet op juiste waarde in en verloor na het slechtere alternatief om het paard terug te trekken. Dit werd gevolgd door een regelmatige remise van Kees en een gelukkige remise van Peter. Peter verleidde zijn tegenstander tot een stukoffer,maar mocht blij zijn met de zetherhaling die op het bord kwam. Hierna moesten we helaas een fikse tegenvaller incassseren. In uitstekende stelling gaf Leen pardoes een stuk weg. De spanning werd op papier nog even teruggebracht door een overwinning van mij (met zwart). Een remiseaanbod, dat ik bij deze tussenstand sowieso nog niet zou hebben geaccepteerd, werd vergezeld door het aanbieden van een pion, waarvan wit dacht dat nemen te gevaarlijk zou zijn voor mij. Deze pion kon echter zonder gevaar worden genomen en met een aantal nauwkeurige zetten was het juist zwart die het initiatief had wat al snel de winst opleverde. De overgebleven borden gaven echter weinig reden tot optimisme en inderdaad konden Frans en Wouter het beiden niet bolwerken en was hiermee de strijd om de matchpunten gestreden. Net als de vorige wedstrijd was Erik nog als laatste bezig. Dit keer geen winst, maar een remise tegen IM Mark Timmermans was een prima persoonlijk resultaat.