‘Alles komt goed’ voor onze reserves

Tweede team begint voorzichtig met gelijkspel

‘Alles komt goed. De rest niet.’ Huhh? Deze cryptische formulering vertrouw ik toe aan het nieuwe seizoen. De inhoud ervan is een optimistische. We gáán voor de winst. Voor promotie dus. En dat kan, want qua gemiddelde rating behoren we tot de beste achttallen van 4G. In de eerste ronde troffen we LSG 5, een andere kanshebber. Het werd na harde strijd 4-4 en daar mogen we – eerlijk gezegd – tevreden over zijn. Een voorzichtige start. Maar: alles komt goed, zéker weten!

De opponenten uit Leiden zijn stuk voor stuk sterke, geroutineerde spelers die je geen knollen voor citroenen verkoopt en die tot de onverzettelijken van de schaakwereld gerekend mogen worden. Daar stelde ons team een (iets) jongere formatie tegenover die overborrelt van kwaliteit en strijdlust. Een boeiende mix dus, die er onder andere toe leidde dat pas na dik tweeëneenhalf uur het eerste resultaat werd genoteerd. Minas Avedissian, voortreffelijk wedstrijdleider, noteerde een halfje voor bord vijf. Jeroen (permanent spelend met tussen zijn vingers draaiende pionnetjes en met een wiebelende voet) was daar achteraf best blij mee. In de nazit bleek zijn tegenstander over de beste kansen te beschikken..

Een uur later drie scores vlak achter elkaar. Aan kop een nederlaag na een oeroude Franse openingsopzet (onze Frans daarover: ,,Ik kon de koningsaanval niet meer opvangen”) en aan de staart een overwinning van Leslie, die er wél in slaagde om zijn offensieve neigingen te verzilveren. Zelf verloor ik na een bizar intermezzo. Een vredesaanbod in het middenspel bracht de Leidenaar in ernstige verlegenheid. Achteraf klonk het ,,Je remisevoorstel was verleidelijk, maar ik moest natuurlijk eerst met de teamcaptain overleggen.” Het toeval wilde dat laatstgenoemde in diep gepeins was verzonken en dat bijna een half uur volhield. Die tijd benutte mijn tegenstander om nog eens heel goed de stelling door te rekenen en een miraculeuze wending in zijn voordeel te ontdekken. Toen zijn teamleider hem ten slotte de vrije hand gaf, werd de partij voortgezet en na langdurige worstelingen alsnog in Leids voordeel beëindigd.

Direct daarop ‘gerechtigheid’, want bedoelde teamleider moest zijn koning aan het tweede bord omleggen tegen Leen. Onze man was tevreden: ,,Op een gegeven moment had ik hem helemaal liggen.” (stand 2,5-2,5).

Rob haalde ook een remise binnen, maar bekende grimassend dat er in zijn partij wederzijds kleine en grotere misgrepen waren geweest. Heel wankel, maar welbeschouwd ook terecht. Bernard speelde een weinig spectaculaire partij die lang remiseachtig oogde, maar in de eindfase werd de greep op het gebeuren verloren en was verlies onvermijdelijk. Vanaf dat moment ging alle aandacht uit naar het laatste duel. Frank Michielen toonde zich aan het achtste bord opnieuw een klasse-invaller (vorig seizoen presteerde hij dat zelfs in het eerste achttal), al bekende hij na afloop fortuinlijk te zijn geweest. ,,Mijn tegenstander stond een pion voor, kon remise maken, maar bleef op winst spelen.” Dat bleek te veel gevraagd, want in een felle slotfase pakte Frank het volle punt.

          Henk de Kleijnen