Goede start van Messemaker 1 in KNSB-competitie

Algemeen verslag (door Peter Ypma): Ik heb altijd veel respect voor toeschouwers die speciaal voor ons eerste of tweede team naar het denksportcentrum komen. Ik vind het kijken naar partijen van clubgenoten namelijk een zenuwslopende aangelegenheid. Op het ene bord zie je een gewonnen stelling verdampen. Tegelijk wordt op een ander bord een mooie aanval niet bekroond met een mat en moet je maar hopen dat het nog steeds gewonnen is. Op dit alles mag je geen enkele invloed uitoefenen. Je probeert dus met een gestreken gezicht naar de borden te kijken, terwijl je hart in je keel bonkt. Nee, geef mij maar gewoon een wedstrijd die zo mijn aandacht in beslag neemt dat ik alle kansen en fouten op de andere borden mis en alleen een globaal beeld van iedere partij heb gevormd in de snelle rondjes die je als teamcaptain langs de borden maakt. Zo’n spannende partij was mij vandaag echter niet vergeven. Het enige wat spannend was aan de partij was of mijn tegenstander te laat of niet vertrokken was uit Hilversum. Aan het feit dat hij uiteindelijk niet aangekomen is, zet ik mijn geld in op dat hij niet vertrokken is. Hierdoor was ik dus overgeleverd aan het observeren van de andere partijen. Die waren verre van saai. Ben nam mijn rol over van het spelen van een absurde partij waarbij beide spelers waarschijnlijk vijf winsten gemist hebben. De uitslag van zo’n wedstrijd kan natuurlijk alleen remise zijn. Een bord hoger toverde Jan ook een hele onduidelijke stelling op het bord. De koningen waren tegenovergesteld gerokeerd en alleen een helderziende kon vertellen wiens aanval zou gaan doorslaan. Uiteindelijk bleek dat de aanval van Jan te zijn. Dat was het winnende punt, want op dat moment hadden Wim en Erik ook al gewonnen. Wim deed dat op zijn normale positionele manier, ook al gebruikte hij ook nog best wat tactiek om het gewonnen eindspel uit te schuiven. Ook Erik won op een positionele manier. Het was een stelling van goed paard tegen slechte loper. Mijn gevoel zei dat zwart niet genoeg zwaktes had om de stelling te moeten verliezen. Zoals het ging lukte het Erik echter wel om de zwarte vesting te breken. Ook de tegenstander gingen niet helemaal met lege handen naar huis. Andere Peter offerde een kwaliteit. Dat bood goede kansen, maar helaas niet zoals hij in de partij verder ging. Ook Henk-Jan moest in het stof bijten. Overigens wel nadat hij behoorlijk kwam te staan doordat hij een opening op het bord kreeg die hij afgelopen zomer uitvoerig had geanalyseerd, omdat de opening in Dieren drie keer in zijn partijen voorkwamen. Ondanks die voorbereiding kwam Henk-Jan weer in zware tijdnood (dat is slecht voor mijn gezondheid; Henk-Jan: speel eens wat sneller!) en daar ergens ging het mis. Tot slot speelde Ed ook een partij die mij een paar jaar ouder maakte. Hij miste namelijk een winst of drie en kreeg in plaats daarvan een eindspel dat misschien wel en misschien niet gewonnen was. Of het zo was, is niet zo interessant. Wat wel interessant is, is dat het Ed uiteindelijk lukte om het punt binnen te halen. Al met al kunnen we terugkijken op een mooie 5.5-2.5 overwinning. Hieronder lees je hoe mijn teamgenoten hun eigen partij hebben ervaren.

Peter Ypma: Na de partij grapten een aantal teamgenoten dat het mij nu ook een keer gelukt was om een foutloze partij te spelen. Ik hoefde daar niet veel meer voor te doen dan vóór 13:00 op de club te arriveren. Mijn tegenstander had namelijk zichzelf verslagen door niet of te laat van huis te vertrekken. Hierdoor won ik de partij door slechts één zet te spelen. Als ik dat van tevoren had geweten, had ik nog een fout in mijn partij kunnen verweven met 1.a4! Nu ik echter al 1.c4 gespeeld had, kun je met recht zeggen dat iedere zet goed was. Tussenstand: 1-0

Peter Scheeren: Na een rustige opening was het lange tijd voor beide partijen moeilijk om een goed plan te vinden. Dat kostte beide spelers, maar vooral mijzelf, dan ook veel bedenktijd. Dat wreekte zich toen de stelling in het centrum werd geopend: ik speelde daarbij een prima kwaliteitsoffer en kreeg hiervoor een pion en een paar mooie lopers, maar door tijdgebrek speelde ik het niet goed en kreeg wit alle gelegenheid om mijn loperpaar onschadelijk te maken en met de kwaliteit meer te winnen. Voor de teamwinst maakte dat gelukkig niets uit.

Ed Roering: Met wit kreeg ik een opening op het bord die voor zwart een beetje dubieus is. Maar je krijgt het nooit op het bord, je kent wel de ideeën,  maar hoe het precies zit weet je toch net niet. Mijn tegenstander speelde de eerste 10 zetten ook nog eens à tempo. Ik gebruikte meer dan een half uur. Er stond een stelling op het bord met draakachtige kenmerken en ik had net h4 gespeeld. Na nog eens ruim 10 minuten ging ik voor het pionoffer h5 en dat blijkt, hoewel zelden gespeeld, zo’n beetje de weerlegging van zwarts opstelling. Mijn tegenstander weigerde het offer trouwens, maar hierdoor belandde hij in een verloren stelling. Nu was het zijn beurt heel lang na te denken, maar dit hielp niet meer. Al moet gezegd dat ik hem één zet de kans gaf terug te komen. Toen hij dat niet deed, was het weer verloren.  In wanhoop offerde hij een stuk, waarna ik met dame, toren en loper zijn koning over het bord kon jagen. Lang ging dit goed, maar op de 32e zet miste ik onder druk van de klok mat of damewinst. Ik was gefocust op het winnen van het stuk. Dat lukte wel, maar daardoor kreeg hij nog de kans af te wikkelen naar een eindspel met 2 pionnen voor een loper. Hij moest op de 41e zet daarover beslissen en nam daar nagenoeg het hele half uur voor dat hij erbij kreeg. Vervolgens ruilde hij geen dames en toen was het in een paar zetten over. Hij had het genoemde eindspel als totaal verloren beschouwd. Nu was dat helemaal niet zo duidelijk, al zijn de kansen wel voor wit natuurlijk. Al met al een mooi begin van het seizoen tegen een sterke tegenstander.

Ben van Geffen: Ik houd van de klassieken in het schaak, zoals in het Tweepaardenspel in de nahand de zet 4.Pg5!? Nog nooit antwoordde een tegenstander in een serieuze partij 4…. Lc5!?, de oude zet waarmee Paul Keres in de grijze oudheid successen boekte. Gisteren kreeg ik die zet, theoretisch wel wat “dubieus” bevonden, maar zeker niet zonder verdiensten, op mijn bordje! Ik had, juist vrijdag terug van een intensieve vakantietocht, niets voorbereid. Toch speelde ik het best goed, lange tijd. Zo rond zet 12 begon ik wat te aarzelen, in goede stelling. Een of twee keer verzuimde ik een iets betere zet te doen. Mijn  zet 17.h3?? (ipv 17.P4f3!) was een regelrechte blunder. Ik kwam een kwaliteit achter en de stelling moest als verloren worden beschouwd. Met 20.e5! startte ik onmiddellijk een wanhoopsoffensief, waarop zwart niet goed reageerde. Als ik daarna 23.P2f3! (weer die paardzet!) had gedaan, zou ik zowaar nog gewonnen hebben! Nu was mijn initiatief wel voldoende voor een remise door herhaling van zetten. Wat een spectaculaire partij, mede dankzij mijn tegenstander!!

Wim Heemskerk: Mijn tegenstander wikkelde, met wit nota bene, vanuit de opening regelrecht af naar een voor hem slechter staand eindspel. Na een zet of tien had ik een betere pionnenstructuur en actievere stukken. Bovendien bood de stelling alle kans dat verder uit te bouwen en had wit geen enkel tegenspel. Dat uitbouwen lukte gestadig en rond de 35e zet begon het oogsten. Wit spartelde nog even door tot na de tijdnoodfase en gaf op de 42e zet op. Niet spectaculair, maar wel prettig om zo weer eens te winnen want dat soort ‘strakke potjes’ lukken me de laatste tijd niet meer zo vaak…

Erik Hennink: Met wit kwam ik op bord 6 prima uit de opening. Mijn tegenstander liet me het centrum innemen en probeerde via de flank tot aanval te komen. Het lukte mij om zijn flankaanval te neutraliseren en ik had daarmee een comfortabele stelling. Zwart besloot in het middenspel een concessie te doen door het centrum te sluiten, maar kreeg hiervoor wel een slechte loper terug. Nu het centrum en de damevleugel volledig waren vastgezet was alleen de koningsvleugel nog over om door te breken. Nadat de dames van het bord gingen en ik mijn loper voor zijn paard ruilde, was het mijn plan om de koningsvleugel te openen en een eindspel te spelen van goed paard tegen slechte loper. In het eindspel werd een paar torens geruild en ik probeerde de laatste toren te ruilen om zo een voor mij gunstig eindspel in te gaan. Zwart ging dit uit de weg, maar daardoor kreeg ik een sterke toren en het overwicht in de partij. In de slotstelling stond zwart helemaal vast, kon geen goede zet meer doen en gaf op. Met de mooie overwinning van het team was dit een goed begin van het seizoen..

Jan Evengroen: Met zwart speelde ik tegen Gert Pijl. Na een waardeloos seizoen vorig jaar, begon ik vol goede moed. Een nieuw seizoen, dus nieuwe kansen. De Franse opening kwam op het bord, een variant die ik lange tijd niet op het bord had gehad. Wit rokeerde lang en ik kort, waardoor zowel mijn tegenstander als ik op koningsaanval gingen. Mijn zwartveldige loper was een ijzersterk stuk. De stukken van mijn tegenstander wist ik in een lastige penning te krijgen. Deze penning werd hem teveel en de partij werd besloten met een mooie matcombinatie.

Henk-Jan Evengroen: Met zwart kreeg ik een Italiaanse opening tegen mij. Tijdens het Open NK in Dieren kreeg ik deze opening ook enkele keren tegen mij, waardoor ik enigszins gekeken heb hoe ik hiermee actief spel kan bereiken. Door lang te wachten met d6 probeer ik in een gunstige stelling d5 te kunnen spelen. In de partij lukte dit waardoor ik een ogenschijnlijk prettige stelling kreeg met zwart. Wit kan echter steeds beter te staan en uiteindelijk verloor ik hierdoor materiaal en de partij. Bij de analyse bleek echter dat ik misschien wel helemaal niet beter heb gestaan, en dat ik dus eerder op zoek had moeten gaan naar risicolozere voortzettingen.