Theo Haerkens winnaar van Groep C van OK Gouda 2019

Als je kaartjes verkoopt voor deelname aan het Gouda Open Schaaktoernooi, ben je er toch en kun je net zo goed mee doen, was mijn gedachte. Deelname aan eerdere edities had me geleerd er niet te veel van te verwachten. Meer dan één of twee potjes winnen zit er niet in, was mijn ervaring. Daarom had ik geaarzeld of ik wel mee zou doen.

De eerste partij tegen Johan Knijff verliep volgens verwachting. Ik speelde redelijk tot het tij keerde en ik in enkele zetten mijn positie verloor. Een pion van mijn opponent promoveerde en sleurde tijdens die opmars
een toren mee. Daar was geen kruid tegen gewassen, einde partij.

De tweede partij tegen Ben van Ginkel kende een opening die in geen enkel boek staat. Met mijn zwarte pion op c3 en een loper op b4 viel hij mijn loper aan en kon mijn pion verder. Schaak! Toen ik in de volgende zet zijn
toren sloeg, promoveerde én hem schaak zette en in de daarop volgende zet zijn loper op f8 nam, was het pleit rap beslecht.

Na een broodje kroket leek me dat de bokken wel van de schapen gescheiden waren en mijn kansen bekeken. Tegen Evert Hoogervorst deed ik het heel aardig tot hij een pion naar de overkant wist te manoeuvreren en weer over een dame beschikte. Maar hij had nog maar zestien seconden op de klok en wiebelde de hele tijd al van spanning. Ik had tijd genoeg en een handjevol pionnen. Met de eerste viel ik zijn koning aan, die moest de pion wel pakken. Nog twaalf seconden te gaan. Ik verplaatste mijn koning zo dat er geen schaak mogelijk was. Evert vond het een goed idee een pion op te ruimen, nog een seconde of zes te gaan. De zenuwen aan de andere kant van het bord deden hun werk: ik had niet het idee dat er nog veel te verliezen was en deed snel een paar zetjes. Tijd! En winst!

Amelia Jonkman speelde in mijn volgende partij heel gedegen en bracht me lelijk in het nauw. Maar de tijd was mij goed gezind en toen zij eenmaal haast kreeg, was het te laat en viel haar vlag. Drie punten op een rij, dat had ik nog niet eerder meegemaakt!

Annie de Jong en Wibo Bourguignon speculeerden dat ik zo langzamerhand wel tegen een van hen zou moeten spelen. Dat leek mij niet voor de hand te liggen omdat ons niveauverschil daarvoor veel te groot is.

Tegen Marcel Pulles volgde opnieuw een wonderbaarlijke opening waarna ik met mijn koningin de witte loper op c1 kon inrekenen. Ik stond er puik voor tot ik met een klunzige actie mijn dame verspeelde. Maar met een toren, paard en loper tegen een dame ben je niet machteloos. Een moment van onoplettendheid kostte Marcel na een penning zijn dame en mij een paard. Toen was de partij snel ten einde, weer een puntje erbij!

“Je speelt aan het derde bord.” meldde Wibo me enthousiast over mijn resultaten. Wie schetst mijn verbazing toen hij grijzend tegenover me plaats nam. “Einde oefening” dacht ik, “maar een mooie dag met fraai resultaat.” Ik speelde met wit d4, c4 en Pc3 waarna het gebruikelijke potje armworstelen met de pionnen in het centrum volgde. Toen Wibo met zijn dame naar a5 kwam en ik mijn loper via d3 met schaak naar h7 kon brengen, verplaatste de strijd zich naar het gebied van zijn korte rochade. Met twee lopers en een paard in die hoek vielen er pionnen en vluchtte de koning zelfs naar h6. Een pion op g4 was de kers op de taart: winst!

De laatste partij zat ik aan het tweede bord, wat een toestand! Eerder op de dag had een collega me verteld dat je pas haast moet maken als je nog maar drie minuten hebt. Te snel zetten kan zomaar je positie ondermijnen. Met nog vijf minuten te gaan had ik minder dan de helft van de tijd van Hans de Lange, die zijn koningin had vastgezet. Toen hij twee torens achter elkaar plaatste, kon ik de voorste pennen met mijn dame en daar zelfs nog een loper voor zetten! Schaak, de toren was voor mij! Nog een paar zetten en hij gaf op. Een toeschouwer meende dat dit onnodig was, maar ja: gedane zaken nemen geen keer en ik had evenveel punten als Hans. Dat ik van hem
had gewonnen, gaf de doorslag!

Wat een onwaarschijnlijke dag!


Theo Haerkens