Messemaker 4 uit tegen Moerkapelle 2

Het was een spannende wedstrijd. Zoran Zekusic had ruim van tevoren afgezegd. Ton Hortensius viel voor hem in. Kort voor de wedstrijd moest echter ook Annie de Jong zich afmelden wegens ziekte. Edgar Reibel viel voor haar in.
Het Messemaker team moest het echter afleggen tegen Moerkapelle, het werd 4½ – 3½ in het voordeel van Moerkapelle 2.

Bord 1: Christiaan Noordland – Ton Hortensius (0 – 1)

Bord 2: Martijn Vroegindewei – Albert-Jan Wagensveld (½-½)

Mijn tegenstander speelde na de d4-d5 opening al vrij vroeg e4 met afruil van de pionnen en de paarden, hetgeen eindigde met wits dame op dit veld. Hierna werd er na enige zetten kort gerokeerd door mij(zwart) en lang gerokeerd door wit, waarna de witte opmars van de pionnen op de koningsvleugel begon. Ik besloot op de dame vleugel een soortgelijke opmars te starten maar met a5 gooide ik mijn eigen glazen in; het had a6 moeten zijn om daarna b5 te kunnen opspelen. Deze misser heeft mij de rest van de partij parten gespeeld. Ik kwam zwaar in de verdrukking te staan en de opmars van de witte pionnen leidde al vrij snel tot een pion op h7 vlak voor mijn koning. Het klinkt raar met ik was met deze pion een soort blij, want met een aanval van dubbele torens is een vijandelijke pion een soort gijzelaar, die meer verdediging biedt dan een eigen pion, omdat wit zijn eigen stuk onmogelijk kan slaan. Het bleef wel uitkijken want het veld g8 moest uit alle macht verdedigd worden tegen de gekste offers van wit, want daarna zou met promotie teruggeslagen worden, wat onmiddellijk tot mat zou leiden. Door tijdgebrek bij wit speelde hij minder nauwkeurig en kon ik eindelijk de benarde situatie afwikkelen. Analyse thuis leerde mij dat wit een voor mij fatale zet met een dame-offer (gelukkig) niet heeft gespeeld. Aan het eind ontstond een remiseachtige stelling en mijn tegenstander stelde remise voor. Ik moest mijn kansen wegen en schatte of de tijdnood van mijn tegenstander nog voordeel zou bieden. Dat was niet voldoende voor mij dacht ik gezien de 15 seconden per zet extra. En zo kwamen wij een zet later alsnog remise overeen.

Bord 3: Arie Ymker – Wibo Bouguignon (0  –  1)

Bord 4: Ron Droog – Minas Avedissian (½-½)

Bord 5: Dirk Molenaar – Eelko de Groot (1  –  0)

Onverwacht speelde ik een bord hoger vanwege het uitvallen van Annie. Ik kreeg Caro-Kahn tegen. De stukken bleven lang op het bord. Het zag er zelfs erg remise-achtige uit. Terwijl de koningsvleugel helemaal vaststond richten we beide onze pijlen op de damevleugel. Zwart’s pijlen waren wat scherper en ik kon hem niet meer tegenhouden. Via de damevleugel drong hij mijn stelling binnen en was het gedaan.

Bord 6: Kevin Bakker – Hans van Offeren (1  –  0)

Bord 7: Remco de Zwart – Edgar Reibel  (½-½)

Bord 8:  Hans Geerling – Eduard Dame (1  –  0)

Zo vaak krijg ik niet de kans om met zwart de Farejowicz variant in het Boedapestergambiet te spelen, dus na enig aarzelen toch maar doen. De opening is aantrekkelijk wanneer zwart de weg kwijt raakt, maar bij een normaal verloop levert het voor zwart niet veel meer op dan iets meer ruimte vanwege gambietpion. Die pion won ik overigens terug, miste ondertussen een stuk te winnen en begon toen een schitterende incorrecte actie die niet voltooid kon worden vanwege dreigend mat achter mijn paaltjes. Zwart had zijn kruit verschoten en wit nog niet.