Laatste hoop van ‘tweede’ vervlogen

Ondanks verwoede pogingen om tegen het vierde achttal van DSC Delft tot winst te komen en daarmee een kansje te behouden op het derdeklasserschap, stond aan het einde van de middag de kleinst mogelijke nederlaag voor de reserves van Messemaker 1847 op het wedstrijdformulier. Finito, afgelopen, uit, doek!

Vooraf gloorde nog wat hoop, ondanks de afwezigheid van Kees Brinkers. En de Goudse formatie kwam zowaar zelfs even op een voorsprong (2-1). De resterende borden boden echter weinig perspectief op een positieve einduitslag. Pijnlijk was het snelle verlies (na ruim twee uur spelen) van Henk, die te veel hooi op zijn vork had genomen. Teamcaptain, speler, wedstrijdleider (voor het duel van het eerste achttal elders in de zaal), chauffeur (voor kopman Wim Westerveld) en verslaggever. In plaats van een gezonde ontwikkeling verkoos hij voor opportunistisch en lichtzinnig spel, wat knap werd afgestraft.

De Delftenaren waren verzwakt aan de start verschenen en dat kwam tot uiting in nederlagen van twee invallers aan de laatste borden. Niets dan lof overigens voor onze spelers: Leslie en Wouter voerden hun partij met strakke hand naar winst. Eerstgenoemde bereikte vanuit de Hollandse verdediging groot positioneel én tijdsvoordeel, waarna de vijandelijke dame ook nog eens werd ingesloten. Wouter deed het wat rustiger, maar wel oerdegelijk. Na verovering van een paard (ook al ingesloten) serveerde hij zijn tegenstander soepeltjes af. 

Daarmee was de koek al voor een groot deel op. Leen, vlijmscherp gestart (,,Die opening had ik al eens eerder op het bord, maar deze man speelde het wel erg goed tegen”) verzeilde in een onhoudbaar eindspel met enkele opstormende en niet te stuiten vrijpionnen (2-2 na drieëneenhalf uur spelen). Jeroen behield de balans voor zijn ploeg door zijn tegenstander, ons ’eigen’ lid van verdienste Willem-Jan van den Broek, bekwaam van zich af te houden. Zijn opponent speelde in een potremise stelling potsierlijk lang door, maar het halfje kon nog voordat de handen eindelijk werden geschud al worden genoteerd. Bernard kreeg na pionwinst ook al te maken met enkele opgerukte pionnen die in het centrum doorstootten. Vernuftig keeperswerk was onvoldoende om verlies te ontlopen.

Een kleine achterstand dus na vier uur ploeteren. Alleen Wim en Rob zaten nog boven de borden gebogen. Rob, ambitieus met een vierpionnencentrum van start gegaan, had al vroeg in de ‘denktank’ gemoeten en deed dat aanvankelijk bekwaam. Toch kon hij terreinverlies niet voorkomen. Dat kostte wat pionnetjes en alleen de tussenstand in de wedstrijd deed hem besluiten om moedig door te spelen. Zonder succes helaas, waarmee het teamverlies zeker was. Wim moest hard werken om zijn honderd procentscore te prolongeren, maar deed dat met overtuiging. Een passieve opzet en hier en daar wat positionele foutjes greep hij aan om materiële winst te boeken. Met een dame, toren en paard plus vijf pionnen tegenover twee torens, twee lopers en twee pionnen (alles bij elkaar ‘opgeteld’ dus een plus van een kwaliteit en drie pionnen) oogde de stelling complex, maar onze reus had het er niet echt moeilijk mee. Fraai gedaan!

Henk de Kleijnen