Messemaker verslaat koploper in RSB hoofdklasse

Voor de thuiswedstrijd tegen koploper Charlois Europoort traden we voor de gelegenheid aan in een tactische opstelling. Dit concept werd nog wat versterkt doordat kopman Peter Ypma zich vanwege ziekte moest afmelden. Hieronder kort de gebeurtenissen zoals ik die ervaren heb. Bert op bord 2 speelde niet slecht maar FM Michel de Wit bleek duidelijk een maatje te groot. Wouter leek aan het topbord snel ten onder te gaan, knokte zich nog terug, maar ook hier was het klasseverschil met FM Julian van Overdam te groot. Aan bord 3 bood Kees goed weerwerk en leek op weg naar een verdiende remise, maar blunderde en bleef eveneens puntloos. Zo wisten we aan de topborden geen halfje te sprokkelen en keken we halverwege de avond tegen een 0-3 achterstand aan. Niemand kon op dat moment bevroeden dat hiermee de koek voor onze bezoekers uit Charlois op was. Ik dwong mijn tegenstander min of meer tot een kwaliteitsoffer dat er nog wel gevaarlijk uit zag, maar wist de winst te vinden. Kort daarop won Frans van zijn tegenstander, die bijna een uur te laat was en tijd tekort kwam. Leen stond al een tijdje verloren, maar terwijl mijn tegenstander en ik onze partij aan het analyseren waren viel alles onze kant op. Erik won zijn betere dame-eindspel, Leen greep de kans die hij kreeg met beide handen aan en won nog en ook Frank wist te winnen, enigszins geholpen doordat zijn tegenstander remise uit de weg moest gaan om nog een matchpunt veilig te stellen.

Hieronder de partijverslagen zoals de spelers die beleefd hebben:

Bert Vlot: Ik kwam op het tweede bord met wit spelend bevredigend uit de opening. In het middenspel offerde ik een pion in de hoop gebruik te kunnen maken van een verzwakking in de zwarte koningsstelling. Helaas te optimistisch ingeschat. Mijn solide spelende tegenstander dwong mij tot afruil van stukken, waarna er een toreneindspel overbleef met een pion minder. Na gedwongen torenruil hoopte ik met een naar mijn inschatting gunstiger positie van de koning de zaak nog remise te kunnen houden, maar, mijn tegenstander speelde het eindspel feilloos uit. Op de 45e zet moest ik capituleren.

Kees Vermijn: Dat pakte goed uit die tactische opstelling. Ik was helaas één van de slachtoffers op bord 3 met zwart nog wel tegen Cor de Wit met een rating van 2027, zo’n 300 Elo-punten meer dan ik, maar in de partij lukte het me toch vrij aardig om tot de 30e zet gelijk spel te houden. Een remise zat er toch zeker nog wel in dacht ik, met ieder 7 pionnen, 2 torens, 1 loper en 1 paard. Ik had bovendien de halfopen f-lijn en dacht dat ik met mijn paard op f4 kon komen…, maar mijn tegenstander was eerder en ik kwam in een lastige penning terecht die me na een blunder zelfs mijn paard kostte.

Arjan van der Leij: In een franse Tarrasch koos mijn tegenstander voor een pionoffer dat kennelijk in de mode is. De daarna geinvesteerde tijd betaalde zich uit, want zwart was de eerste die mis tastte en moest praktisch gedwongen een kwaliteit geven. Evenwel was dit zeker niet zonder gevaar, maar ik leek even later met een mooi ogende zet af te wikkelen naar een eindspel dat normaliter moet winnen. Mijn tegenstander liet me dat zelfs niet meer bewijzen en gaf op. Groot was de verrassing toen ‘Het Beest’ me thuis achter de computer liet zien dat mijn slotzet het voordeel vergooide en de stelling waardeerde op 0.00.

Frans Bottenberg: Mijn tegenstander had de speelzaal pas met drie kwartier vertraging kunnen vinden en bleef de gehele partij (ruim) achterstand op de klok houden. Op het bord lag het initiatief bij wit en interessant werd het toen zwart een toren gaf (of moest geven). Als compensatie daarvoor stond mijn paard wat afgelegen op a8 en had zwart drie, later vier, pionnen meer. In die fase liet zwart zich, wellicht onder druk van de klok, wegspelen: het witte paard kwam van a8 op het sterke veld f6 en zwart kon niets met zijn pionnenoverschot doen. Twee zetten voor het onvermijdelijke mat gaf zwart op.

Erik Hennink: Met zwart kwam ik op bord 5 prima uit de opening. De stelling was ongeveer in evenwicht al had ik een iets actievere stelling. In het middenspel werden bijna alle stukken geruild, maar met een sterk paard op d4 had ik een duurzaam voordeeltje in handen. Door het paard op het juiste moment te ruilen kon ik een pion buitmaken, al was het overgebleven dame-eindspel niet eenvoudig. Door steeds te dreigen de dames te ruilen, wat mijn tegenstander uit de weg moest gaan, kon ik nog een pion winnen waarna mijn tegenstander opgaf.

Leen de Jong: Met zwart spelend meteen een verrassing 1) d4 – d5 2) Lg5 – waar ik niet goed op reageerde. na 2) .. Pf6 3) Lxf6 – gf6 4) c4 – c6 5) e3 – Db6 6) Dc2 – Le6 7) cd5 – Lxd5 ? is het al mis. Eerst ruilen op c4 is beter.  Nu raakte de loper op d5 na Pg1-e2-f4 zwaar in de problemen. Na 14 zetten en inmiddels een uur minder op de klok was de stelling al verschrikkelijk. Om nog even te kunnen leven was nu Lb4 ruilen tegen Pc3 noodzakelijk. In plaats daarvan gebeurde het schijnbare actieve foute Ld6 en Dc7, welke wit eenvoudig pareerde.  Wit koos uit het aantal mogelijke winnende voortzettingen uiteindelijk voor kwaliteitswinst en een pion.  Waarschijnlijk door tijdsvoorsprong ( 45 tegen 5 min ) of het besef al uren gewonnen te staan verslapte wit door 24) g3 te spelen totaal niet bedacht op het antwoord 24) .. Dh3.  Voor het oplossen van matdreiging moest wit de dame geven voor een stuk, waarna het eindspel (D+T tegen T+T) voor mij gewonnen was. Na alle pech nu een erg gelukkige overwinning dit seizoen.

Frank Michielen: Mijn partij ging vanaf het begin gelijk op. Mijn tegenstander verbruikte echter veel tijd aan het begeleiden van de tegenstander van Frans naar de speelzaal. Hij maakte echter geen echte fouten en toen Frans kon beginnen, ging mijn tegenstander er ook voor zitten. Hij onderschatte een aanval van mij enigszins en na een paar mindere zetten van hem had ik het snel kunnen afmaken. Helaas zag ik dit niet. Ik hield wel een aanval, maar gaf mijn tegenstander plotseling kans op remise door zetherhaling. Hij keek nog even om zich heen en zag bij een stand van 3 – 3 Leen op winst staan. Zijn wanhoopspoging om winst voor hem en dus 4 – 4 te behalen, mislukte en ik kon hem uiteindelijk mat zetten.