Vierde team speelt gelijk tegen De IJssel 2

Verslag van de RSB-wedstrijd Messemaker team 4 tegen De IJssel 2, thuis gespeeld op 18 maart.

Eduard Dame kwam bij vergissing niet opdagen. Ed Reibel viel voor hem in. Het was een spannende wedstrijd. Het Messemaker team speelde ter nauwer nood gelijk tegen De IJssel, het werd 4 – 4.

Bord 1: Frank v.d. Pavoort – Zoran Zekusic (1 – 0)

Bord 2: Gerard v.d. Wouden – Albert-Jan Wagensveld (1 – 0)

Ik speelde met wit en opende met koningsgambiet. Mijn tegenstander antwoordde nog sneller dan ik de klok kon indrukken. Hij kende de antwoorden blijkbaar ook, want ik kwam er niet echt goed uit. Bij een dreigende afruil op f3, waarbij ik de keus zou hebben tussen nemen met de pion, wat de koningstelling opengooide, of kwaliteits verlies, verzon ik een combinatie. Ik offerde de loper op f7 met schaak, waarna de koning de loper sloeg. Hierna kon ik een tussenschaak geven met mijn paard dat gepend stond op straffe van dameverlies. Hierna kon ik de zwarte loper terugnemen met pionwinst. De zwarte koningstelling zag er nu gehavend uit. Toch zag zwart kans het mij moeilijk te maken. Maar het keerpunt was op de 21e zet. Daar beging ik een blunder. Ik speelde pion f4-f5 en had onvoldoende nagedacht over het hierdoor mogelijke loper offer met schaak op h2. Daar zat een aftrekje in dat mij bijna de dame kostte. Ik kon echter nog net dameverlies vermijden en zonder stukverlies wegkomen maar wel ten koste van twee pionnen. Deze achterstand werd mij tenslotte toch noodlottig. Na afruil van stukken ontstond een onhoudbare promotie van zwart met onmiddellijke matdreiging. Helaas.

Bord 3: Mick v.d. Berg – Wibo Bourguinon (½ – ½)

Bord 4: Rick Duine – Annie de Jong (0 – 1)

Bord 5: Leen Boonstra – Mina Avedessian (½ – ½)

Bord 6: Menno van Dijk – Eelko de Groot (0 – 1)

Net na de opening won ik een pionnetje. Echter zwart hield de druk hoog. Gelukkig voor mij kon zwart weinig met zijn loper. Richting het eindspel maakte ik een foutje door de dames te ruilen. Zwart kreeg hierdoor meer spel maar kon daar, gezien het geringe aantal minuten dat Menno nog op de klok had staan, weinig voordeel uit halen. Zwart maakte vervolgens zelf een klein vergissing, waarschijnlijk ook door tijdnood. Ik kon zwart’s verbonden vrijpion ophalen en kreeg het voordeel terug. Hierna was de part snel in mijn voordeel beslist.

Bord 7: Sjaak in ’t Veld – Hans van Offeren (1 – 0)

Bord 8: Aad v.d. Meer – Edgar Reibel (0 – 1)

Messemaker 3 sluit seizoen goed af

Er stond voor ons niets meer op het spel, geen tactische opstelling dit keer, of de wissel van Bert (die als wedstrijdleider optrad, waarvoor dan) voor Henk moet zo worden opgevat. Het was in elk geval een wissel die goed uitpakte.

Voor Peter liep het dit seizoen niet allemaal naar wens in de RSB, maar dit keer wist hij redelijk overtuigend (zo leek het tenminste) als eerste te winnen van een sterke tegenstander. Er volgden regelmatige remises van Wouter en Frans, waarna Erik de voorsprong met een mooi torenoffer kon vergroten naar een marge van twee. Kees kreeg een stevige aanval over zich heen, wist nog weg te komen met verlies van een pion (wat vanaf de zijlijn bezien al een prestatie leek), maar kon er uiteindelijk geen zwaar bevochten halfje uit halen. Zelf had ik na het opgeven van mijn zwarte loper terwijl ik g6 had gespeeld behoorlijke problemen met mijn zwarte velden en wit had me meer op de proef kunnen stellen. Toen uiteindelijk de dames eraf gingen begon ik voorzichtig te denken dat er misschien meer in zat dan remise, maar dat zat er toch niet in, remise dus. Van de laatste twee partijen heb ik het eind niet gezien. Leen ging door zijn vlag hoorde ik. Altijd zuur en vooral omdat hij naar mijn idee eerder op de avond erg goed stond. Henk stond voor mijn gevoel juist de hele avond wat lastig, maar wist dus te winnen en daarmee de teamwinst veilig te stellen. Zulke invallers hebben we nodig, bedankt!

Met de 4½ – 3½ winst kwamen we net een half bordpuntje tekort om over Krimpen heen te wippen in de eindstand, maar niemand die hier wakker van lag. We kunnen terugkijken op een prima seizoen waarin we als vierde of vijfde zullen eindigen.

Laatste hoop van ‘tweede’ vervlogen

Ondanks verwoede pogingen om tegen het vierde achttal van DSC Delft tot winst te komen en daarmee een kansje te behouden op het derdeklasserschap, stond aan het einde van de middag de kleinst mogelijke nederlaag voor de reserves van Messemaker 1847 op het wedstrijdformulier. Finito, afgelopen, uit, doek!

Vooraf gloorde nog wat hoop, ondanks de afwezigheid van Kees Brinkers. En de Goudse formatie kwam zowaar zelfs even op een voorsprong (2-1). De resterende borden boden echter weinig perspectief op een positieve einduitslag. Pijnlijk was het snelle verlies (na ruim twee uur spelen) van Henk, die te veel hooi op zijn vork had genomen. Teamcaptain, speler, wedstrijdleider (voor het duel van het eerste achttal elders in de zaal), chauffeur (voor kopman Wim Westerveld) en verslaggever. In plaats van een gezonde ontwikkeling verkoos hij voor opportunistisch en lichtzinnig spel, wat knap werd afgestraft.

De Delftenaren waren verzwakt aan de start verschenen en dat kwam tot uiting in nederlagen van twee invallers aan de laatste borden. Niets dan lof overigens voor onze spelers: Leslie en Wouter voerden hun partij met strakke hand naar winst. Eerstgenoemde bereikte vanuit de Hollandse verdediging groot positioneel én tijdsvoordeel, waarna de vijandelijke dame ook nog eens werd ingesloten. Wouter deed het wat rustiger, maar wel oerdegelijk. Na verovering van een paard (ook al ingesloten) serveerde hij zijn tegenstander soepeltjes af. 

Daarmee was de koek al voor een groot deel op. Leen, vlijmscherp gestart (,,Die opening had ik al eens eerder op het bord, maar deze man speelde het wel erg goed tegen”) verzeilde in een onhoudbaar eindspel met enkele opstormende en niet te stuiten vrijpionnen (2-2 na drieëneenhalf uur spelen). Jeroen behield de balans voor zijn ploeg door zijn tegenstander, ons ’eigen’ lid van verdienste Willem-Jan van den Broek, bekwaam van zich af te houden. Zijn opponent speelde in een potremise stelling potsierlijk lang door, maar het halfje kon nog voordat de handen eindelijk werden geschud al worden genoteerd. Bernard kreeg na pionwinst ook al te maken met enkele opgerukte pionnen die in het centrum doorstootten. Vernuftig keeperswerk was onvoldoende om verlies te ontlopen.

Een kleine achterstand dus na vier uur ploeteren. Alleen Wim en Rob zaten nog boven de borden gebogen. Rob, ambitieus met een vierpionnencentrum van start gegaan, had al vroeg in de ‘denktank’ gemoeten en deed dat aanvankelijk bekwaam. Toch kon hij terreinverlies niet voorkomen. Dat kostte wat pionnetjes en alleen de tussenstand in de wedstrijd deed hem besluiten om moedig door te spelen. Zonder succes helaas, waarmee het teamverlies zeker was. Wim moest hard werken om zijn honderd procentscore te prolongeren, maar deed dat met overtuiging. Een passieve opzet en hier en daar wat positionele foutjes greep hij aan om materiële winst te boeken. Met een dame, toren en paard plus vijf pionnen tegenover twee torens, twee lopers en twee pionnen (alles bij elkaar ‘opgeteld’ dus een plus van een kwaliteit en drie pionnen) oogde de stelling complex, maar onze reus had het er niet echt moeilijk mee. Fraai gedaan!

Henk de Kleijnen

Messemaker verslaat koploper in RSB hoofdklasse

Voor de thuiswedstrijd tegen koploper Charlois Europoort traden we voor de gelegenheid aan in een tactische opstelling. Dit concept werd nog wat versterkt doordat kopman Peter Ypma zich vanwege ziekte moest afmelden. Hieronder kort de gebeurtenissen zoals ik die ervaren heb. Bert op bord 2 speelde niet slecht maar FM Michel de Wit bleek duidelijk een maatje te groot. Wouter leek aan het topbord snel ten onder te gaan, knokte zich nog terug, maar ook hier was het klasseverschil met FM Julian van Overdam te groot. Aan bord 3 bood Kees goed weerwerk en leek op weg naar een verdiende remise, maar blunderde en bleef eveneens puntloos. Zo wisten we aan de topborden geen halfje te sprokkelen en keken we halverwege de avond tegen een 0-3 achterstand aan. Niemand kon op dat moment bevroeden dat hiermee de koek voor onze bezoekers uit Charlois op was. Ik dwong mijn tegenstander min of meer tot een kwaliteitsoffer dat er nog wel gevaarlijk uit zag, maar wist de winst te vinden. Kort daarop won Frans van zijn tegenstander, die bijna een uur te laat was en tijd tekort kwam. Leen stond al een tijdje verloren, maar terwijl mijn tegenstander en ik onze partij aan het analyseren waren viel alles onze kant op. Erik won zijn betere dame-eindspel, Leen greep de kans die hij kreeg met beide handen aan en won nog en ook Frank wist te winnen, enigszins geholpen doordat zijn tegenstander remise uit de weg moest gaan om nog een matchpunt veilig te stellen.

Hieronder de partijverslagen zoals de spelers die beleefd hebben:

Bert Vlot: Ik kwam op het tweede bord met wit spelend bevredigend uit de opening. In het middenspel offerde ik een pion in de hoop gebruik te kunnen maken van een verzwakking in de zwarte koningsstelling. Helaas te optimistisch ingeschat. Mijn solide spelende tegenstander dwong mij tot afruil van stukken, waarna er een toreneindspel overbleef met een pion minder. Na gedwongen torenruil hoopte ik met een naar mijn inschatting gunstiger positie van de koning de zaak nog remise te kunnen houden, maar, mijn tegenstander speelde het eindspel feilloos uit. Op de 45e zet moest ik capituleren.

Kees Vermijn: Dat pakte goed uit die tactische opstelling. Ik was helaas één van de slachtoffers op bord 3 met zwart nog wel tegen Cor de Wit met een rating van 2027, zo’n 300 Elo-punten meer dan ik, maar in de partij lukte het me toch vrij aardig om tot de 30e zet gelijk spel te houden. Een remise zat er toch zeker nog wel in dacht ik, met ieder 7 pionnen, 2 torens, 1 loper en 1 paard. Ik had bovendien de halfopen f-lijn en dacht dat ik met mijn paard op f4 kon komen…, maar mijn tegenstander was eerder en ik kwam in een lastige penning terecht die me na een blunder zelfs mijn paard kostte.

Arjan van der Leij: In een franse Tarrasch koos mijn tegenstander voor een pionoffer dat kennelijk in de mode is. De daarna geinvesteerde tijd betaalde zich uit, want zwart was de eerste die mis tastte en moest praktisch gedwongen een kwaliteit geven. Evenwel was dit zeker niet zonder gevaar, maar ik leek even later met een mooi ogende zet af te wikkelen naar een eindspel dat normaliter moet winnen. Mijn tegenstander liet me dat zelfs niet meer bewijzen en gaf op. Groot was de verrassing toen ‘Het Beest’ me thuis achter de computer liet zien dat mijn slotzet het voordeel vergooide en de stelling waardeerde op 0.00.

Frans Bottenberg: Mijn tegenstander had de speelzaal pas met drie kwartier vertraging kunnen vinden en bleef de gehele partij (ruim) achterstand op de klok houden. Op het bord lag het initiatief bij wit en interessant werd het toen zwart een toren gaf (of moest geven). Als compensatie daarvoor stond mijn paard wat afgelegen op a8 en had zwart drie, later vier, pionnen meer. In die fase liet zwart zich, wellicht onder druk van de klok, wegspelen: het witte paard kwam van a8 op het sterke veld f6 en zwart kon niets met zijn pionnenoverschot doen. Twee zetten voor het onvermijdelijke mat gaf zwart op.

Erik Hennink: Met zwart kwam ik op bord 5 prima uit de opening. De stelling was ongeveer in evenwicht al had ik een iets actievere stelling. In het middenspel werden bijna alle stukken geruild, maar met een sterk paard op d4 had ik een duurzaam voordeeltje in handen. Door het paard op het juiste moment te ruilen kon ik een pion buitmaken, al was het overgebleven dame-eindspel niet eenvoudig. Door steeds te dreigen de dames te ruilen, wat mijn tegenstander uit de weg moest gaan, kon ik nog een pion winnen waarna mijn tegenstander opgaf.

Leen de Jong: Met zwart spelend meteen een verrassing 1) d4 – d5 2) Lg5 – waar ik niet goed op reageerde. na 2) .. Pf6 3) Lxf6 – gf6 4) c4 – c6 5) e3 – Db6 6) Dc2 – Le6 7) cd5 – Lxd5 ? is het al mis. Eerst ruilen op c4 is beter.  Nu raakte de loper op d5 na Pg1-e2-f4 zwaar in de problemen. Na 14 zetten en inmiddels een uur minder op de klok was de stelling al verschrikkelijk. Om nog even te kunnen leven was nu Lb4 ruilen tegen Pc3 noodzakelijk. In plaats daarvan gebeurde het schijnbare actieve foute Ld6 en Dc7, welke wit eenvoudig pareerde.  Wit koos uit het aantal mogelijke winnende voortzettingen uiteindelijk voor kwaliteitswinst en een pion.  Waarschijnlijk door tijdsvoorsprong ( 45 tegen 5 min ) of het besef al uren gewonnen te staan verslapte wit door 24) g3 te spelen totaal niet bedacht op het antwoord 24) .. Dh3.  Voor het oplossen van matdreiging moest wit de dame geven voor een stuk, waarna het eindspel (D+T tegen T+T) voor mij gewonnen was. Na alle pech nu een erg gelukkige overwinning dit seizoen.

Frank Michielen: Mijn partij ging vanaf het begin gelijk op. Mijn tegenstander verbruikte echter veel tijd aan het begeleiden van de tegenstander van Frans naar de speelzaal. Hij maakte echter geen echte fouten en toen Frans kon beginnen, ging mijn tegenstander er ook voor zitten. Hij onderschatte een aanval van mij enigszins en na een paar mindere zetten van hem had ik het snel kunnen afmaken. Helaas zag ik dit niet. Ik hield wel een aanval, maar gaf mijn tegenstander plotseling kans op remise door zetherhaling. Hij keek nog even om zich heen en zag bij een stand van 3 – 3 Leen op winst staan. Zijn wanhoopspoging om winst voor hem en dus 4 – 4 te behalen, mislukte en ik kon hem uiteindelijk mat zetten.