Tweede team stelt opmars nog uit

Hoe bedenk je een kop die verdoezelt dat je team min of meer kansloos werd afgeserveerd? Zie boven. De uitwedstrijd tegen de reserves van DD was urenlang spannend, maar de eindstand drukte de onzen nog wat steviger in de onderste regionen van klasse 3E: 5,5-2,5. Geflatteerd, dat wel, maar voor die constatering koop je niemendal. We zullen in de resterende vijf wedstrijden heel hard moeten buffelen om het vege lijf te redden. Dat kán, als enkele kanonnen in de gelederen eindelijk op schot kunnen komen.

Aan de ambiance in het Nationale Schaakgebouw, sinds mensenheugenis het onderkomen van Discendo Discimus, lag het zeker niet. De hoofdspeelzaal, compleet met krakende vloeren, inspireert. Talloze relikwieën vormen een museum, dat de rijke geschiedenis van de voorname Haagse schaakclub illustreert. Decennialang is er niets veranderd, afgezien van het rookverbod en de elektronische klokken dan. Zelfs de man die koffie en broodjes verzorgt lijkt er altijd al te zijn geweest. Zo sprak hij Wim Westerveld aan met de woorden ‘U speelde toch bij Volmac Rotterdam?’ Dat klopt natuurlijk, maar dat was in een donkergrijs verleden.

Voor het eerst in deze competitie was niemand van ons negental verhinderd. Jeroen Eijgelaar, driemaal al in actie gekomen, kreeg een rondje rust. Rust kreeg ook Bernard Evengroen al snel, want anderhalf uur na de aftrap berustte hij in verlies. Verzachtende omstandigheid was voor hem zijn nieuwe baan, die veel energie vraagt. Over zijn partij was hij verre van tevreden: ,,Van de eerste 18 zetten waren er 12 slecht….” Leslie Tjoo werkte de ‘nul’ weg met een geslaagd remiseaanbod. Dat laatste kwam ook tot stand met het oog op de klok. Ook Leen de Jong verloor en dat was een bittere pil: ,,Na een goede opening wikkelde ik af naar een iets mindere stelling, waar nog niets aan de hand was. Een misrekening betekende een te vroeg einde.” Na drie uur spelen verkleinde Wim Westerveld de teamachterstand. Hij foeterde lichtjes over de (sterke) opzet van zijn tegenstander, maar kon in het middenspel het initiatief overnemen en wederom een vol punt binnenhalen. Dat gebeurt onze kopman nogal eens. Een kwestie van lange adem. Zijn score: 3 uit 3. Fraai!

Kees Brinkers, wiens uitstapje naar het eerste team in de voorgaande ronde (soepele winst) kennelijk vleugels opleverde, bracht de partijen zelfs naast elkaar. Dat gebeurde gedecideerd en geruisloos (2,5-2,5). Op dat moment kreeg Rob Hoogland remise aangeboden. Zijn opponent, meervoudig DD-kampioen Jan Joost Lindner, vertrouwde zijn stelling niet en dat was begrijpelijk. Na overleg met de teamcap besloot Rob dóór te spelen in de aanname dat remise altijd nog wel haalbaar zou zijn en dat voorzichtig op winst spelen de moeite waard was. Tegen vijf uur noteerden we twee Goudse dompers. Eerst legde Wouter Schönwetter het loodje. Na de langdurige druk van de Hagenaar te hebben weerstaan volgde toch een fout. Henk de Kleijnen speelde een boeiende pot die in het eindspel winstperspectieven leek te bieden. Langdurig denkwerk leverde geen resultaat op en ook achteraf (met inschakeling van de computer) kon geen doorslaggevende manoeuvre worden gevonden. Uiteindelijk werd zelfs een puntendeling uit handen gegeven. Dat betekende 4,5-2,5 met alleen nog Rob in actie. Tot zijn afgrijzen overspeelde hij zijn hand en verdwenen de remisekansen als de bekende sneeuw voor de zon. Goed geknokt, maar geen oogst na vijf uur spelen…..

Henk de Kleijnen


Uitslagen in de wedstrijd Messemaker 1847 2 tegen DD .