Messemaker 1 boekt enigszins geflatteerde overwinning

In het Polderhuis in Santpoort was het voor veel kinderen een spannende dag. Sinterklaas kwam namelijk met een berg pieten op bezoek. Het was duidelijk dat dit bezoekje van de goedheiligman ook de schakers van Messemaker en Santpoort beïnvloedde. Er werd namelijk op meerdere borden over en weer cadeautjes weggegeven. Hierdoor was het ook voor ons lange tijd een spannende dag. Op het eind van de dag bleken de spelers van Santpoort iets beter voor goedheiligman te spelen dan wij. Hierdoor wonnen we – ietwat geflatteerd – met 5,5-2,5.

Peter Ypma:

In de opening offerde ik eerst een pion en vervolgens een stuk waarvoor ik een gevaarlijke aanval kreeg. Mijn tegenstander koos er wijselijk voor om het stuk direct terug te geven, waardoor ik een gezonde pion voorbleef. Ik kon echter niet lang genieten van deze mooie stelling, want door twee waardeloze zetten op rij verloor ik mijn pluspion en werden al mijn stukken teruggedrongen naar slechte velden. In de fase die volgde, speelde ik weer goed en knokte ik mij terug naar een gemakkelijk te keepen eindspel. Dan moet ik echter niet proberen om een winstpoging te doen. Door deze onverstandige daad kreeg ik een eindspel met ieder twee torens en drie pionnen. Dit moet gewonnen zijn geweest voor mijn tegenstander dankzij zijn ver opgerukte vrije b-pion. In de partij gaf mijn tegenstander mij echter de kans om een toren te offeren voor zijn drie pionnen. Vervolgens bleken mijn drie pionnen te lastig tegen te houden te zijn – al heeft mijn tegenstander onderweg wel een remisewending gemist.

Peter Scheeren:

Santpoort beschikt zowaar over een heuse Grootmeester: Harmen Jonkman. Deze is echter net als ikzelf al geruime tijd niet meer actief in toernooischaak en zijn rating is gezakt naar een vergelijkbare waarde als de mijne (ca. 2380). Het was dan ook een min of meer gelijkopgaande strijd, hoewel ik op een gegeven moment toch wel enig voordeel had met een loperpaar tegen een paardenpaar, ondanks de ietwat gesloten stelling. Door een wat ongelukkige zetvolgorde moest ik echter een zwart blokkadepaard op e4 toelaten, gedekt door het andere paard,  en daarmee waren winstkansen voor mij verkeken. Sterker nog, Harmen het het nog wel even kunnen proberen, maar na ampele overwegingen deed hij dat niet en kwamen we remise overeen.

Henk-Jan Evengroen:
Zoals gewoonlijk met wit kreeg ik een rustige opening waarin ik een klein plusje had. Doordat mijn tegenstander een fout maakte won ik een kleine kwaliteit. Bij de afruil kwamen bij mij de stukken wel wat gedrongen te staan, maar dat kon ik al snel verhelpen. Mijn paard dat ik op a4 had geposteerd kon ik met tempo via b6 – c8 – e7 naar f5 spelen. Tijdens deze manoeuvre kon zwart zijn stukken niet verbeteren waardoor een gewonnen stelling ontstond en ik materiaal won.
Erik Hennink:

Ik kwam op bord 2 met zwart goed uit de opening doordat mijn tegenstander voor hem op onbekend terrein was. Hierdoor kon ik vlak na de opening een stelling bereiken die ongeveer in evenwicht was met wellicht een klein voordeeltje voor mij. Het bleek echter lastig om echt voordeel te bereiken en nadat een aantal stukken werden geruild, bleef er te weinig materiaal over en was een winstpoging vruchteloos. Hierna werd snel de vrede getekend en was ik tevreden met een prima resultaat tegen een sterke tegenstander.

Wim Heemskerk:

Na driemaal zwart mocht ik het eindelijk ook een keer met de witte stukken proberen. Dat ging voorspoedig en in het middenspel won ik twee pionnen. Helaas klinkt dat beter dan het in werkelijkheid was. De extra pionnen waren allebei dubbelpionnen (b4+b5 en d4+d5), waardoor er erg weinig ruimte was om te manoeuvreren. Zodra ik een stuk verzette, moest ik de dekking van b5 of d5 opgeven en daarna zou ook zijn broertje er vlak achter vallen. Gek genoeg oogde mijn stelling veel mooier voordat ik zo gretig geslagen had. Het lukte me niet een zinnig plan te bedenken en toen ik minder dan een minuut over had, greep mijn tegenstander zijn psychologische kans en bood remise aan. Met het oog op de gunstige stand van de wedstrijd nam ik dat maar aan. Enigszins teleurgesteld probeerde ik thuis met de computer de juiste weg naar winst te vinden. In eerste instantie telt dat ding natuurlijk braaf het hout en geeft mijn stelling een vette +1,5. Maar als ik dan een paar zetten doe volgens zijn ‘eerste keuze’, loopt de waardering steevast terug naar onder de +0,5. Blijkbaar was het objectief dus helemaal niet zo’n groot voordeel geweest als ik tijdens de partij dacht. Ik weet niet of ik nou tevreden moet zijn of niet, maar duidelijk is dat pionnen niet meer zijn wat ze ooit waren!

Ed Roering:

Na 12 zetten theorie speelde ik mijn dame terug, iets wat vaak niet in de logische lijn van een opening ligt. Mijn tegenstander kon toen met een schijnoffer stukken ruilen en de c-lijn bezetten. Mijn enige kans was om hem nog enigszins aan het schrikken te brengen met een soort van koningsaanval, maar dat lukte duidelijk niet. Wit won een pion en dirigeerde zijn stukken naar sterke velden. Na dameruil werd het er niet beter op voor me, veel tijd had ik ook al niet. Maar toen stak mijn tegenstander mij de helpende hand toe. Hij bood torenruil aan in de gedachte zo een tweede pion te winnen. Dat lukte, maar hij zag over het hoofd dat ik daarmee de open c-lijn kreeg. Mijn toren kwam op de onderste rij, waarna hij niet naar h2 mocht. Met ..,Pg3 zou ik dan ondekbaar mat op h1 op het bord brengen.
Een winstpoging van wit zou moeten beginnen met de koning naar e2 spelen, maar dan zou ik niet alleen a2 winnen, maar ook g2. En dat kon hij niet toelaten. Hij bood daarom remise aan, wat ik direct accepteerde. Ik kon de pion op a2 slaan, maar met weinig tijd, nog steeds een pion minder en na de partij al in gedachte te hebben opgegeven was ik al lang blij met remise. Bovendien vereist het wel iets meer dan een vluchtige blik om te zien dat zwart beter staat, ondanks de minuspion (vrijpion op b3). Het probleem is de koning op de onderste rij, de actieve zwarte toren op de tweede rij en het paard dat naar g3 en later eventueel naar f4 of f5 kan.
Tja, het blijft een moeilijk spel, waarbij het er om gaat de kansen te pakken die je vaak maar weinig krijgt. Niet waar? 🙂

Ben van Geffen:

Ook in mijn partij wisselden de kansen. Een feit is echter dat ik heel slecht heb gestaan, zelfs aan het einde, toen wit met nog 2 minuten op de klok (en ik 4) de zetten maar herhaalde en ik de benauwde remise binnensleepte. Helaas kwamen mijn voorbereidingen niet op het bord. Het werd Tweepaardenspel in de Nahand met 4.d3, waarop ik een tamelijk onbekend variantje speelde. Mijn tegenstander pakte ruimte op de damevleugel en daar reageerde ik niet goed op, waardoor hij druk kon blijven uitoefenen. Maar na ruim 20 zetten deed hij een paar mindere zetten en kon ik wat tegenspel ontwikkelen met o.a. 24… f5. Na het slechte 25 f3 (?) kon ik even later het sterke 26… Pa4 (!) spelen, waardoor ik geforceerd pion c3 won. Ik liet mijn paard echter te vlug weer wegspringen naar a4 in plaats van het te dekken over de c-lijn, met goed spel. Wit won zijn pion terug en pakte er later nog een. Ik creëerde wat activiteiten door mijn loper naar betere velden te dirigeren, maar wit bleef goed staan. Ik blokkeerde zijn vrije pluspion van b5 en was de baas op de zwarte velden. Ook moest mijn opponent oppassen voor tegenspel op de koningsvleugel en eventueel op de onderste lijn. Gelukkig voor mij kostte alles hem veel tijd en uiteindelijk berustte hij in remise. Gelukkig had Peter Ypma iets eerder de stand op 5-2 gebracht, zodat ons “niets”meer kon gebeuren!