Messemaker 1 koploper dankzij ruime overwinning

Afgelopen zaterdag speelde Messemaker 1 in de 3e ronde van de KNSB-competitie tegen het Zeeuwse Landau, Op papier een van de zwakkere teams, maar aangezien Messemaker met twee invallers moest spelen werd er toch een spannende wedstrijd verwacht. Misschien om die reden was er zowaar enig publiek op afgekomen, waaronder Messemaker-jeugdspeler Lennart v.d. Bos, die wel eens wilde zien hoe  dergelijke wedstrijden “in het echie” verlopen. Welnu: het werd een walk-over voor Messemaker: de Zeeuwen werden met 3 remises naar huis gestuurd. Hierdoor staat Messemaker 1 nu – ondanks de beschamende nederlaag in de 1e ronde – op  kop in klasse 2C!

Onderstaand de individuele partijverslagen (wordt nog aangevuld).

Henk-Jan Evengroen:
Met wit kreeg ik een wat ongebruikelijke opening tegen mij: 1. d4 d5 2. c4 e6 3. Pc3 f5. Na mijn stukken ontwikkeld te hebben, maakte mijn tegenstander een fout waardoor zijn koning onveilig in het midden kwam te staan. Hier kon ik gebruik van maken waarna de dreigingen mijn tegenstander te veel werden.

Peter Scheeren:
In een Engelse opening met witte pionnen op c4 en e4 (en dus een “gat” op d4) kreeg ik na een zet of 20 het initiatief door opening van de b-lijn, Ik profiteerde daar niet optimaal van, zodat even later mijn b-lijn voordeel weer verdwenen was, maar ik had nog wel een klein voordeeltje dankzij een slechte witte loper. In opkomende tijdnood liet mijn tegenstander een loperoffer toe en daarna stortte hij (c.q. zijn stelling) volledig in.

Ben van Geffen:
Gelukkig had malheur met mijn auto, die slechts sputterend Gouda bereikte na een “helse rit”, niet tot gevolg dat ik veel te laat de schaakzaal betrad. In de wedstrijd trof ik met zwart de speler met de hoogste rating van dit Landau-team. Ik had vooraf een paar van zijn partijen bekeken en was onder de indruk van zijn originele spel. En dat bleek in onze partij: hij speelde het Middengambiet met 3.Dxd4. Van lang geleden kende ik dat wel een beetje en ik speelde actief tegen. Beide spelers gebruikten veel tijd, want er waren natuurlijk haken en ogen…. Voor mijn gevoel stond ik misschien een tikkeltje minder en na mijn 13e zet bood ik remise aan! Jan Evengroen had zojuist voor 1-0 gezorgd en de overige borden zagen er goed uit. Mijn tegenstander accepteerde het aanbod. Hij vond dat hij met een kwartier (ik had nog een klein half uur) te weinig tijd over had om risico te nemen. Ik was er tevreden mee en ik ben even voor het einde van de wedstrijd naar huis gegaan. Mijn auto deed nog steeds heel vervelend, ik reed de hele afstand maximaal 60 km/u (over de rijksweg!). Maar ik ben thuisgekomen. Morgen naar de garage.

Wim Heemskerk:
Geheel volgens de klassieke aanpak probeerde ik met zwart eerst gelijkspel te krijgen en daarna pas naar meer te zoeken. Mijn tegenstander leek eerst mee te werken, maar toen ik dacht een pion te gaan winnen begon hij tegen te strubbelen. Een verrassende koningszet richting het centrum gooide roet in mijn plannen en met een te snelle pionopmars liet ik mijn voordeel vervolgens verzanden. Met allebei alleen nog zware stukken en gelijk materiaal zat er weinig anders op dan zijn remiseaanbod aan te nemen.

Frank Michielen:

Ik kwam met zwart met wat ruimtegebrek uit de opening. Toen ik wilde vereenvoudigen door stukken te ruilen, zag mijn tegenstander een schaakje over het hoofd, waardoor zijn koningsstelling ernstig werd verzwakt (pionnen op h2 en h3). Vanaf dat moment stond ik wat beter. Na afruilen van alle torens, kreeg ik een remiseaanbod. Ik stond nog steeds beter, maar het was nog niet eenvoudig en kans op een foutje was erg groot. Mede gezien de stand in de wedstrijd en dat ik de vorige dag in de RSB mijn stelling op het eind verprutste besloot ik het remiseaanbod aan te nemen.

Ed Roering:

Met wit speelde ik tegen een jongedame met een rating van rond de 1700. Is zo’n rating betrouwbaar, is het een talentje, je weet het niet. Na een paar openingszetten had ik wel het idee dat ze de opening niet zo goed kende. Ze speelde iets ongebruikelijks en ging vervolgens over iedere zet 5-10 minuten nadenken. Met als gevolg dat er na ongeveer 24 zetten nog maar 1,5 minuut resteerde. Ik had nog bijna een half uur en stond inmiddels ruim +1. Ik kon toen op de damevleugel mijn vrije c-pion naar c6 doorstoten en dan was het met weinig tijd erg moeilijk voor haar geworden.
Ik ging echter mooi proberen te spelen met als gevolg dat zij steeds redelijk makkelijke verdedigingszetten kon doen. En dat viel ook nog eens goed uit, zodat de stelling weer in evenwicht kwam. Bovendien verdween bijna mijn hele tijdvoorsprong. Het werd echt spannend, er stonden veel elopunten op het spel. Gelukkig maakte zij in het zicht van de remisehaven een grote fout. Zij liet dames ruilen, waarna mijn vrije a-pion alleen te stoppen was door er haar loper voor te geven. Het eindspel L + 3 pionnen tegen 4 pionnen was vervolgens heel makkelijk gewonnen. Met de hakken over de sloot zullen we maar zeggen.

Kees Brinkers:

Over zijn eerste zet dacht mijn tegenstander ruim een minuut na en ook voor bijna alle volgende zetten nam hij ruim de tijd. Op de 24ste zet – ik had inmiddels bij goede stelling een pion gewonnen – was er voor mijn opponent minder dan een halve minuut bedenktijd over. Om die reden gaf hij zich maar gewonnen.

Jan Evengroen:

Verslag volgt.