Heb je nog wensen?

Als je die vraag zo rond Sinterklaas en Kerstmis krijgt, weet je dat je in materiële zin behoort te antwoorden. Ik vermoed dat veel schakers daar moeite mee hebben. Je hoeft maar tijdens het Tata Steel toernooi je blik te laten gaan langs de rijen mannen die gekleed gaan in de laatste mode van dertig jaar geleden en je weet wat ik bedoel. Aardse zaken zijn nauwelijks aan ze besteed. Ja, gezondheid voor zichzelf en hun geliefden, inspiratie en goede zetten, de voorbereiding op het bord, het zoet van de overwinning, wat puntjes erbij en na afloop van de partij gezellig napraten met de schaakmaten in één of ander restaurant. Maar verder? Gelukkig zijn er schaakboeken en laten er nu net hele mooie zijn uitgekomen. Ikzelf heb drie prachtboeken gelezen en wellicht kan ik u helpen met het antwoord op de vraag: “Heb je nog wensen?”

Half a Century with Viktor Korchnoi

Als eerste las ik Evil-Doer, Half a Century with Viktor Korchnoi door Genna Sosonko. Sosonko onderhield een intensieve relatie met Korchnoi en schreef een werkelijk fascinerend boek over Korchnoi en zijn turbulente, in veel opzichten tragische leven. Niets en niemand ontziend, strijdend op het schaakbord en daarbuiten, stond zijn hele leven in het teken van het schaakgevecht. Tekenend vond ik de ontmoeting die Boris Gelfand met Korchnoi had aan het eind van zijn leven, toen hij er al erg slecht aan toe was. Gelfand liet hem een stelling zien maar op een gegeven moment wilde Korchnoi de stelling met Gelfand uitspelen en tructe hem.

Sosonko schrijft prachtig, afstandelijk maar indringend. Vaak voert hij Korchnoi sprekend in. Je kunt genieten van opmerkelijke inside stories en van de eruditie van Sosonko die regelmatig de Russische literatuur erbij haalt om dingen duidelijker te maken. Het boek bevat bovendien foto’s die nooit eerder te zien zijn geweest.

 

The Rise and Fall of David BronsteinHet tweede boek dat ik las, is ook van Sosonko’s hand: The Rise and Fall of David Bronstein. Dit boek ging vooraf aan het boek over Korchnoi en is in meerdere opzichten een ander boek. De geportretteerde is een geheel andere persoonlijkheid en de directe relatie die Sosonko met Bronstein had omvat door het leeftijdsverschil alleen het laatste deel van Bronsteins leven. Net als Korchnoi, die op een haar na in 1978 het wereldkampioenschap miste in zijn spraakmakende match tegen Karpov, greep Bronstein naast het wereldkampioenschap toen in 1951 zijn match tegen Botwinnik na een voorsprong op de valreep gelijk eindigde en Botwinnik zijn wereldkampioenschap behield. Maar in tegenstelling tot Korchnoi bleef Bronstein de rest van zijn leven tot aan zijn dood in 2006 ‘hangen’ in die gemiste kans. Sosonko laat aan de hand van Bronsteins monologen zien hoe deze geniale schaker en vernieuwer een schaduw van zichzelf werd en steeds weer andere versies bedacht van wat er al dan niet gebeurd was in die match van 1951 en hoe de machinaties van aartsvijand Botwinnik hem dwars gezeten hadden. Tenslotte beschouwt Bronstein, de eeuwige teenager zoals Sosonko hem noemt, zijn leven als compleet mislukt en slijt hij zijn laatste dagen als een ongezeglijke man in Minsk, vergeten en verlaten. Een boek dat me raakte.

Koningen van het schaakbordHet derde boek is zeer recent uitgekomen, Koningen van het schaakbord, door Paul van der Sterren. Paul behandelt de schaakgeschiedenis vanaf Philidor, de schaker componist, die je met een beetje goede wil de eerste wereldkampioen zou mogen noemen en bespreekt alle daaropvolgende wereldkampioenen tot en met Magnus Carlsen. Het boek heeft meerdere lagen, de geschiedenis, de toppartijen van de wereldkampioenen en en passant krijg je schaakles. Wie eerdere boeken van Paul gelezen heeft, weet dat hij een heldere soepele schrijfstijl heeft. Wat me vooral bij dit boek opviel is zijn enthousiasme voor de schoonheid van ons spel. Paul heeft een prachtig aanstekelijk boek geschreven. Je kunt het gewoonweg lezen of met een schaakbord bij de hand ook de juweeltjes naspelen en leren van het commentaar van Paul.

In zekere is het boek van van der Sterren complementair aan de boeken van Sosonko. Paul beschrijft de schoonheid van het spel en de fakkeldragers daarvan die dankzij dat spel ‘het eeuwige leven’ hebben. Genna laat zien hoe zo’n eerbewijs een hoge prijs kan vragen.

Tenslotte nog een tip. Ik bestel mijn boeken altijd bij De Beste Zet van de sympathieke Erika Sviva, de weduwe van Johan van Mil. Je hebt je boek(en) dan binnen twee dagen binnen.

Wim Westerveld

Tweede team stelt opmars nog uit

Hoe bedenk je een kop die verdoezelt dat je team min of meer kansloos werd afgeserveerd? Zie boven. De uitwedstrijd tegen de reserves van DD was urenlang spannend, maar de eindstand drukte de onzen nog wat steviger in de onderste regionen van klasse 3E: 5,5-2,5. Geflatteerd, dat wel, maar voor die constatering koop je niemendal. We zullen in de resterende vijf wedstrijden heel hard moeten buffelen om het vege lijf te redden. Dat kán, als enkele kanonnen in de gelederen eindelijk op schot kunnen komen.

Aan de ambiance in het Nationale Schaakgebouw, sinds mensenheugenis het onderkomen van Discendo Discimus, lag het zeker niet. De hoofdspeelzaal, compleet met krakende vloeren, inspireert. Talloze relikwieën vormen een museum, dat de rijke geschiedenis van de voorname Haagse schaakclub illustreert. Decennialang is er niets veranderd, afgezien van het rookverbod en de elektronische klokken dan. Zelfs de man die koffie en broodjes verzorgt lijkt er altijd al te zijn geweest. Zo sprak hij Wim Westerveld aan met de woorden ‘U speelde toch bij Volmac Rotterdam?’ Dat klopt natuurlijk, maar dat was in een donkergrijs verleden.

Voor het eerst in deze competitie was niemand van ons negental verhinderd. Jeroen Eijgelaar, driemaal al in actie gekomen, kreeg een rondje rust. Rust kreeg ook Bernard Evengroen al snel, want anderhalf uur na de aftrap berustte hij in verlies. Verzachtende omstandigheid was voor hem zijn nieuwe baan, die veel energie vraagt. Over zijn partij was hij verre van tevreden: ,,Van de eerste 18 zetten waren er 12 slecht….” Leslie Tjoo werkte de ‘nul’ weg met een geslaagd remiseaanbod. Dat laatste kwam ook tot stand met het oog op de klok. Ook Leen de Jong verloor en dat was een bittere pil: ,,Na een goede opening wikkelde ik af naar een iets mindere stelling, waar nog niets aan de hand was. Een misrekening betekende een te vroeg einde.” Na drie uur spelen verkleinde Wim Westerveld de teamachterstand. Hij foeterde lichtjes over de (sterke) opzet van zijn tegenstander, maar kon in het middenspel het initiatief overnemen en wederom een vol punt binnenhalen. Dat gebeurt onze kopman nogal eens. Een kwestie van lange adem. Zijn score: 3 uit 3. Fraai!

Kees Brinkers, wiens uitstapje naar het eerste team in de voorgaande ronde (soepele winst) kennelijk vleugels opleverde, bracht de partijen zelfs naast elkaar. Dat gebeurde gedecideerd en geruisloos (2,5-2,5). Op dat moment kreeg Rob Hoogland remise aangeboden. Zijn opponent, meervoudig DD-kampioen Jan Joost Lindner, vertrouwde zijn stelling niet en dat was begrijpelijk. Na overleg met de teamcap besloot Rob dóór te spelen in de aanname dat remise altijd nog wel haalbaar zou zijn en dat voorzichtig op winst spelen de moeite waard was. Tegen vijf uur noteerden we twee Goudse dompers. Eerst legde Wouter Schönwetter het loodje. Na de langdurige druk van de Hagenaar te hebben weerstaan volgde toch een fout. Henk de Kleijnen speelde een boeiende pot die in het eindspel winstperspectieven leek te bieden. Langdurig denkwerk leverde geen resultaat op en ook achteraf (met inschakeling van de computer) kon geen doorslaggevende manoeuvre worden gevonden. Uiteindelijk werd zelfs een puntendeling uit handen gegeven. Dat betekende 4,5-2,5 met alleen nog Rob in actie. Tot zijn afgrijzen overspeelde hij zijn hand en verdwenen de remisekansen als de bekende sneeuw voor de zon. Goed geknokt, maar geen oogst na vijf uur spelen…..

Henk de Kleijnen


 

Uitslagen in de wedstrijd Messemaker 1847 2 tegen DD

Verdwaald in Oost-Flakkee vindt team 4 toch de winst

Verslag van de RSB-wedstrijd Messemaker team 4 tegen SOF-DZP-2 gespeeld op 26 november te Sommelsdijk.

 

Messemaker RSB team 2 (bij ons team 4) brengt toch de winst naar huis tegen SOF DZP-2. Het werd 4½ – 3½. Wij speelden uit tegen Schaakvereniging Oost-Flakkee / De Zwarte Pion in Oude Tonge. Dat wil zeggen toen wij ons na bijna een uur rijden aanmeldden in Oude Tonge bleek SOF-DZP op maandag in Sommelsdijk te spelen. Ik had als teamleider het adres in Oude Tonge gevonden op het internet, maar geen vermoeden gehad van twee adressen op verschillende dagen van de week(?!). Dus na het nieuwe adres ontvangen te hebben was het nog een klein kwartier voordat wij in Sommelsdijk aankwamen. Maar de tien minuten die wij te laat waren werden ons ruimhartig vergeven, wij waren welkom en er werd snel begonnen.


Maar ons team had ook aan sterkte ingeboet: Wibo was op vakantie en ook Annie moest afzeggen. (bord 3 en 2). Twee goede invallers werden gevonden: Chris Kraaijeveld en Ruud van Noord. Maar helaas ook Ruud werd ziek en meldde dat hij niet fit was en liever thuis bleef als er nog een vervanger kon worden gevonden. Veel mogelijke vervangers heb ik gebeld en eindelijk vond ik Kees van Wensveen. De vervangers deden het erg goed: Chris speelde remise en Kees won zelfs. Uiteindelijk werd het 4½ – 3½ in het voordeel van Messemaker. Naar huis was het nogmaals een lange rit langs donkere wegen en om half één werden de spelers weer bij ons clubgebouw afgezet. Sommigen moesten alweer om zes uur op. De gepensioneerden zoals ondergetekende zijn dan weer in het voordeel.

Albert-Jan Wagensveld

 

BORD 1 Jan van Genderen – Zoran Zekusic 1 – 0
BORD 2 Cesar van Prooijen – Albert-Jan Wagensveld 1 – 0
Tegenstander opende met damgambiet. Er ontstond een tamelijk gelijkwaardig middenspel, hoewel mijn tegenstander meer in de aanval was en ik meer in de verdediging. Mijn tegenstander gebruikte veel bedenktijd, waarvan ik hoopte dat hem dat parten zou gaan spelen, maar ook dat leek later niet het geval. Mijn analyse thuis met Shredderchess toonde aan, dat ik op wel drie momenten in de partij de winst had laten liggen!! Ik had namelijk een vrijpion op de damevleugel die ik een rijke toekomst had toegedacht, terwijl de analyse aantoonde het offeren van juist deze pion de winst zou hebben gebracht. Na een dubbele aanval van wit verloor ik daarentegen een steunpion op de damevleugel, die mij noodlottig werd. Wit brak door, daarna werd mijn vrijpion geslagen en er was geen houden meer aan. Toen de witte pion ging promoveren gaf ik op.
BORD 3 Daniël Mulder – Minas Avedissian 0 – 1
Na zwarts 11e zet Ld6 is het alsof mijn tegenstander en ik in een schaakspiegel kijken (zie afb. a). Mijn 12e zet is Dh5, waarmee ik mijn tegenstander net voor ben. Na de wedstrijd geeft hij namelijk aan zelf Dh4 te hebben willen spelen. Nu kiest hij voor g6, gevolgd door mijn Dh6 en zijn Df6.

Na mijn 16e zet Lg5 staat de volgende stelling op het bord (zie afb. b). Mijn tegenstander plaatst zijn aangevallen dame op d6. Ik kan nu al voor c5 kiezen en zijn loper op a6 veroveren. Eerst zet ik echter mijn f-toren op e1. In plaats van zijn loper veilig te stellen, reageert mijn tegenstander weer spiegelend door Tfe8. Nu verschuif ik alsnog mijn pion naar c5. Mijn tegenstander wint de pionnen op c5 en c2, ik de loper op a6.

In de onderstaande stelling (zie afb. c) is de 23e zet van mijn tegenstander Tab8, waarna ik met mijn loper zijn pion op f7 sla en hij opgeeft.

BORD 4 Leon Struik – Eelko de Groot 1 – 0
Op bord 4 kwam het gesloten Siciliaans op het bord. Wit zette heel voortvarend de aanval op de koningsvleugel in en ik moest zeer nauwkeurig spelen om niet groot materiaal te verliezen. Het lukt om wit terug te drijven achter zijn pionnen, die op de damevleugel na allen al vooruit geschoven waren. De stelling was echter nog verre van eenvoudig. Een plan om een kwaliteit te geven voor twee pionnen en een aanval op de koningsstelling mislukte. Wit zag kans de dames te ruilen en stond met deze kwaliteit voor, in een beter uitgangspositie voor het eindspel. De complexiteit van de stelling en het toenemend rumoer van de omstanders, we waren nog als laatsten bezig met de partij, nekten me. Ik kon de concentratie niet meer opbrengen en na een paar blunders vond ik het mooi geweest. Gelukkig hadden we reeds voldoende punten om de winst mee terug te nemen naar Gouda.
BORD 5 Remco Ossewijer – Chris Kraaijeveld ½ – ½
BORD 6 Bart Loosjes – Hans van Offeren 0 – 1
BORD 7 Jan de Haan – Eduard Dame 0 – 1
Even vreesde ik voor een lange avond tegen op het eerste oog een erg defensieve tegenstander.Terwijl ik begonnen was aan mijn favoriete Italiaan, vertrouwde hij achtereenvolgens d6, h6 en a6 aan het bord toe. Maar niets was minder waar. Goed ontwikkelen (ik) versus een onbelangrijke pion ophalen (hij) bleek stukken voordeliger (letterlijk). Met een mooie doorstoot en een offer in het centrum, terwijl de zwarte koning verzuimd had te rokeren was het meer de vraag hoe in plaats van of ik zou winnen. Fritz wist het achteraf natuurlijk nog allemaal mooier en beter, maar wat er uit mijn vingers kwam daar was ik op best trots op. Op zet 28 was het gedaan met Jan de Haan (sorry Jan maar het is snel 5 december).
BORD 8 Anton Visser – Kees van Wensveen 0 – 1
Voor de wedstrijd van het 4e team tegen SOF-DZP 2 van 26 november werd me gevraagd in te vallen. Na een lange reis kwamen we, na enige strubbelingen over de locatie waar we moesten spelen, in Sommelsdijk aan. We waren te laat maar de tegenstanders waren op de hoogte van de vertraging en hadden even gewacht met het aanzetten van de klokken.
Ik speelde met zwart aan het laatste bord tegen Anton Visser.
Na de Siciliaanse opening won ik in de beginfase al een pion en kon die voorsprong vasthouden. Ik kon de partij zonder al te veel problemen rustig uitspelen en na nog een pion veroverd te hebben gaf mijn tegenstander op en was de winst binnen.

Overzicht van alle uitslagen in de RSB klasse 3C
Stand in de RSB klasse 3C

Messemaker 1 boekt enigszins geflatteerde overwinning

In het Polderhuis in Santpoort was het voor veel kinderen een spannende dag. Sinterklaas kwam namelijk met een berg pieten op bezoek. Het was duidelijk dat dit bezoekje van de goedheiligman ook de schakers van Messemaker en Santpoort beïnvloedde. Er werd namelijk op meerdere borden over en weer cadeautjes weggegeven. Hierdoor was het ook voor ons lange tijd een spannende dag. Op het eind van de dag bleken de spelers van Santpoort iets beter voor goedheiligman te spelen dan wij. Hierdoor wonnen we – ietwat geflatteerd – met 5,5-2,5.

Peter Ypma:

In de opening offerde ik eerst een pion en vervolgens een stuk waarvoor ik een gevaarlijke aanval kreeg. Mijn tegenstander koos er wijselijk voor om het stuk direct terug te geven, waardoor ik een gezonde pion voorbleef. Ik kon echter niet lang genieten van deze mooie stelling, want door twee waardeloze zetten op rij verloor ik mijn pluspion en werden al mijn stukken teruggedrongen naar slechte velden. In de fase die volgde, speelde ik weer goed en knokte ik mij terug naar een gemakkelijk te keepen eindspel. Dan moet ik echter niet proberen om een winstpoging te doen. Door deze onverstandige daad kreeg ik een eindspel met ieder twee torens en drie pionnen. Dit moet gewonnen zijn geweest voor mijn tegenstander dankzij zijn ver opgerukte vrije b-pion. In de partij gaf mijn tegenstander mij echter de kans om een toren te offeren voor zijn drie pionnen. Vervolgens bleken mijn drie pionnen te lastig tegen te houden te zijn – al heeft mijn tegenstander onderweg wel een remisewending gemist.

Peter Scheeren:

Santpoort beschikt zowaar over een heuse Grootmeester: Harmen Jonkman. Deze is echter net als ikzelf al geruime tijd niet meer actief in toernooischaak en zijn rating is gezakt naar een vergelijkbare waarde als de mijne (ca. 2380). Het was dan ook een min of meer gelijkopgaande strijd, hoewel ik op een gegeven moment toch wel enig voordeel had met een loperpaar tegen een paardenpaar, ondanks de ietwat gesloten stelling. Door een wat ongelukkige zetvolgorde moest ik echter een zwart blokkadepaard op e4 toelaten, gedekt door het andere paard,  en daarmee waren winstkansen voor mij verkeken. Sterker nog, Harmen het het nog wel even kunnen proberen, maar na ampele overwegingen deed hij dat niet en kwamen we remise overeen.

Henk-Jan Evengroen:
Zoals gewoonlijk met wit kreeg ik een rustige opening waarin ik een klein plusje had. Doordat mijn tegenstander een fout maakte won ik een kleine kwaliteit. Bij de afruil kwamen bij mij de stukken wel wat gedrongen te staan, maar dat kon ik al snel verhelpen. Mijn paard dat ik op a4 had geposteerd kon ik met tempo via b6 – c8 – e7 naar f5 spelen. Tijdens deze manoeuvre kon zwart zijn stukken niet verbeteren waardoor een gewonnen stelling ontstond en ik materiaal won.
Erik Hennink:

Ik kwam op bord 2 met zwart goed uit de opening doordat mijn tegenstander voor hem op onbekend terrein was. Hierdoor kon ik vlak na de opening een stelling bereiken die ongeveer in evenwicht was met wellicht een klein voordeeltje voor mij. Het bleek echter lastig om echt voordeel te bereiken en nadat een aantal stukken werden geruild, bleef er te weinig materiaal over en was een winstpoging vruchteloos. Hierna werd snel de vrede getekend en was ik tevreden met een prima resultaat tegen een sterke tegenstander.

Wim Heemskerk:

Na driemaal zwart mocht ik het eindelijk ook een keer met de witte stukken proberen. Dat ging voorspoedig en in het middenspel won ik twee pionnen. Helaas klinkt dat beter dan het in werkelijkheid was. De extra pionnen waren allebei dubbelpionnen (b4+b5 en d4+d5), waardoor er erg weinig ruimte was om te manoeuvreren. Zodra ik een stuk verzette, moest ik de dekking van b5 of d5 opgeven en daarna zou ook zijn broertje er vlak achter vallen. Gek genoeg oogde mijn stelling veel mooier voordat ik zo gretig geslagen had. Het lukte me niet een zinnig plan te bedenken en toen ik minder dan een minuut over had, greep mijn tegenstander zijn psychologische kans en bood remise aan. Met het oog op de gunstige stand van de wedstrijd nam ik dat maar aan. Enigszins teleurgesteld probeerde ik thuis met de computer de juiste weg naar winst te vinden. In eerste instantie telt dat ding natuurlijk braaf het hout en geeft mijn stelling een vette +1,5. Maar als ik dan een paar zetten doe volgens zijn ‘eerste keuze’, loopt de waardering steevast terug naar onder de +0,5. Blijkbaar was het objectief dus helemaal niet zo’n groot voordeel geweest als ik tijdens de partij dacht. Ik weet niet of ik nou tevreden moet zijn of niet, maar duidelijk is dat pionnen niet meer zijn wat ze ooit waren!

Ed Roering:

Na 12 zetten theorie speelde ik mijn dame terug, iets wat vaak niet in de logische lijn van een opening ligt. Mijn tegenstander kon toen met een schijnoffer stukken ruilen en de c-lijn bezetten. Mijn enige kans was om hem nog enigszins aan het schrikken te brengen met een soort van koningsaanval, maar dat lukte duidelijk niet. Wit won een pion en dirigeerde zijn stukken naar sterke velden. Na dameruil werd het er niet beter op voor me, veel tijd had ik ook al niet. Maar toen stak mijn tegenstander mij de helpende hand toe. Hij bood torenruil aan in de gedachte zo een tweede pion te winnen. Dat lukte, maar hij zag over het hoofd dat ik daarmee de open c-lijn kreeg. Mijn toren kwam op de onderste rij, waarna hij niet naar h2 mocht. Met ..,Pg3 zou ik dan ondekbaar mat op h1 op het bord brengen.
Een winstpoging van wit zou moeten beginnen met de koning naar e2 spelen, maar dan zou ik niet alleen a2 winnen, maar ook g2. En dat kon hij niet toelaten. Hij bood daarom remise aan, wat ik direct accepteerde. Ik kon de pion op a2 slaan, maar met weinig tijd, nog steeds een pion minder en na de partij al in gedachte te hebben opgegeven was ik al lang blij met remise. Bovendien vereist het wel iets meer dan een vluchtige blik om te zien dat zwart beter staat, ondanks de minuspion (vrijpion op b3). Het probleem is de koning op de onderste rij, de actieve zwarte toren op de tweede rij en het paard dat naar g3 en later eventueel naar f4 of f5 kan.
Tja, het blijft een moeilijk spel, waarbij het er om gaat de kansen te pakken die je vaak maar weinig krijgt. Niet waar? 🙂

Ben van Geffen:

Ook in mijn partij wisselden de kansen. Een feit is echter dat ik heel slecht heb gestaan, zelfs aan het einde, toen wit met nog 2 minuten op de klok (en ik 4) de zetten maar herhaalde en ik de benauwde remise binnensleepte. Helaas kwamen mijn voorbereidingen niet op het bord. Het werd Tweepaardenspel in de Nahand met 4.d3, waarop ik een tamelijk onbekend variantje speelde. Mijn tegenstander pakte ruimte op de damevleugel en daar reageerde ik niet goed op, waardoor hij druk kon blijven uitoefenen. Maar na ruim 20 zetten deed hij een paar mindere zetten en kon ik wat tegenspel ontwikkelen met o.a. 24… f5. Na het slechte 25 f3 (?) kon ik even later het sterke 26… Pa4 (!) spelen, waardoor ik geforceerd pion c3 won. Ik liet mijn paard echter te vlug weer wegspringen naar a4 in plaats van het te dekken over de c-lijn, met goed spel. Wit won zijn pion terug en pakte er later nog een. Ik creëerde wat activiteiten door mijn loper naar betere velden te dirigeren, maar wit bleef goed staan. Ik blokkeerde zijn vrije pluspion van b5 en was de baas op de zwarte velden. Ook moest mijn opponent oppassen voor tegenspel op de koningsvleugel en eventueel op de onderste lijn. Gelukkig voor mij kostte alles hem veel tijd en uiteindelijk berustte hij in remise. Gelukkig had Peter Ypma iets eerder de stand op 5-2 gebracht, zodat ons “niets”meer kon gebeuren!

Eerste RSB-team vecht voor lijfsbehoud

Na het verlies in de derde ronde tegen RSR Ivoren Toren was een goed resultaat thuis tegen Spijkenisse erg wenselijk in een klasse waarin vier van de tien teams degraderen. Makkelijk zou dat zeker niet worden aangezien Spijkenisse op papier wat sterker is dan wij en we het dit keer bovendien zonder onze kopman Peter Ypma moesten stellen.

Al vroeg mochten we een 1-0 voorsprong koesteren, omdat de beoogde tegenstander van Bert er niet in slaagde de speelzaal te bereiken. Vervelend voor Bert, die nu geen partij had, en voor zijn tegenstander uiteraard, maar wel prettig voor onze kansen in de wedstrijd.

Het werd een spannende wedstrijd waarin we op een gegeven moment met 3,5-1,5 achter kwamen, maar met winstkansen op de drie resterende borden alles nog mogelijk was. Uiteindelijk werd het inderdaad 3,5-3,5 en slaagde ik erin om met een remise in ieder geval een matchpunt veilig te stellen.

Hieronder de verslagen zoals de spelers de wedstrijd hebben ervaren:

Kees: Na een rustige opening (vier-paarden-spel) kreeg ik het loperpaar en wit een half open a-lijn. Ik dacht wat tegenspel te krijgen over de d-lijn, maar mijn tegenstander kreeg een heel sterk paard op e4 en ik een slechte loper op e7. Er ontstond een eindspel met wit T+ dat sterke P en zwart T+ die slechte L en ieder 7 pionnen. Ik kon niets doen en wit opende de h-lijn, en vervolgens brak hij door op de a-lijn en kon ik een pion op b6 niet meer tegenhouden.

Wouter: Na een rustige opening ontstond een tactische stelling. Op een gegeven moment tructje ik mijn tegenstander waardoor ik dacht dat ik een toren won [Wouter, niet alleen jij, maar ook Erik en ik dachten dat]. Echter zag mijn tegenstander de enige goede combinatie (die ik gemist had) waardoor ik “maar” een pion won. Ik won op een gegeven nog een pion en nog een. Toch ontstond er een ingewikkeld toreneindspel met ongelijke lopers, omdat van mijn pionnenstructuur niets meer over was en twee pionnen een dubbel pion betrof, waardoor met de ongelijke lopers kansen ontstonden op remise. Helemaal toen ik in tijdnood mijn loper verloor. Uiteindelijk zag ik met tien seconden op de klok een combinatie om een van mijn pionnen naar de overkant te brengen, waarna de partij snel afgelopen was.

Arjan: Ik moet dat nog bekijken, maar vermoedelijk heb ik in de opening iets verkeerd gedaan. Ik voelde me gedwongen een pion te geven om niet in een passieve stelling zonder tegenspel terecht te komen. Ik kreeg er een sterk paard op d5 voor terug, dat niet voldoende compensatie zal zijn geweest, maar nog geen reden om te wanhopen in elk geval. Wat later in de partij bracht ik een truc in de stelling die eigenlijk bedoeld was om wits paard naar een minder veld te jagen, maar de truc werd volledig gemist. Dit leverde me paard en loper tegen een toren op en even later stonden al mijn resterende stukken (in een eindspel van TLP tegen TT en wederzijds pionnen, 1 meer voor wit) ideaal en had ik het gevoel dat het een kwestie van tijd zou moeten zijn om dit tot winst te voeren. Gaandeweg de partij bleek dat toch een stuk lastiger dan gedacht (en hoewel ik nog steeds denk dat die winstvoering erin zit was een duidelijk winstplan ook achteraf in de analyse niet zo snel voorhanden) en de tijd begon langzamerhand ook een rol te spelen. Na torenruil kreeg ik een remiseaanbod, maar ik dacht nog steeds voordeel te hebben en bovendien was het, om me heen kijkend, voor mij duidelijk dat winst nodig was. Ik raakte de controle echter kwijt en had op enig moment ook nog maar 4 seconden op de klok. In wederzijds hevige tijdnood was niet te zeggen wat er nu precies gaande was op het bord, maar ik was blij uiteindelijk nog te kunnen vluchten in een eindspel met koning en paard tegen koning en toren. Mijn tegenstandster probeerde nog een tijd dit eindspel te winnen, maar getuige de inmiddels weer 5 minuten die ik op het eind op de klok had, kostte het geen moeite om dit remise te houden en dat bleek voldoende voor een zwaar bevochten 4-4. [inmiddels opgezocht, met de opening zelf was niets mis, die wordt ook op topniveau gespeeld, maar kort daarna had het beter gekund. Mijn geheugen is blijkbaar niet optimaal: ik vond tot mijn verrassing een partij van mezelf (in 2011) tegen een GM en maandag week ik pas op zet 19 af van deze partij! Dit was wel een verbetering :)]

Nipte overwinning voor Messemaker 4

Wedstrijdverslag van de RSB-wedstrijd tussen Messemaker team 4 en Hendrik Ido Ambacht 2, gespeeld op 5 november te Gouda

 

BORD 1 Zoran Zekusic – Klaas Bax ½ – ½

 
BORD 2 Annie de Jong – Eelco Vanlerberghe 0 – 1
We speelden de Siciliaanse opening. Er kwam voor mij wel een bekende variant op het bord, die ik wel vaker had gespeeld. In het middenspel wilde ik te geforceerd een pion blijven dekken en deed toen niet de juiste voortzetting. Ik speelde mijn dame naar een verkeerd veld, bij analyse bleek dat een andere dame zet beter was geweest. Altijd weer die dame’s 😊
Pion verlies leidde tot een mindere stelling, die uiteindelijk ook verloren ging.
 
BORD 3 Wibo Bouguignon – Rocky van der Werff ½ – ½
Mijn tegenstander stelde zich passief op wat mij de gelegenheid gaf een mooie actieve stelling te creëeren. Maar wat ik vervolgens ook probeerde, ik wist geen voordeel te creeëren. Langzamerhand werden alle stukken afgeruild. En uiteindelijk moest ik berusten in remise.
 
BORD 4 Albert-Jan Wagensveld – Manuel Rubio Perez ½ – ½
Mijn tegenstander verdedigde zich tegen mijn koningsgambiet, wat hem aardig lukte. Ik kwam nogal gedrukt te staan. Toen ik door de schaakjes nog maar weinig manouvreer ruimte over had, leek het op herhaling van zetten uit te lopen. Daar maakte ik de blunder om mijzelf schaak te zetten! Ik ontdekte het zelf toen ik de klok indrukte. Maar mijn tegenstander claimde de winst al omdat ik de klok had ingedrukt. Hierop haalde ik onze wedstrijdleider Bert Vlot erbij, die keurig uitlegde dat dit een onreglementaire zet was. De zet moest worden teruggenomen, het bewuste stuk (koning in dit geval) moest weer gespeeld worden, en mijn tegenstander kreeg er extra tijd bij, 2 minuten. Hier kwam nog goed mee weg. Door de herhaling van zetten die er onmiddellijk op volgde werd het alsnog remise, waar ik blij mee kon zijn.
 
BORD 5 Minas Avedissian – Hendrik Huijzer 1 – 0
Op de 4e zet stond mijn tegenstander een pion achter, maar had hij wel wat extra bewegingsruimte voor zichzelf gecreëerd. Nadat we allebei lang hadden gerokeerd, begonnen we aan onze aanval.
Mijn tegenstander leek uiteindelijk de overhand te krijgen: hij won een toren (tegen een paard) en wist daarna mijn stelling binnen te dringen op de zevende rij. Maar tot zijn en mijn verrassing belandde hij juist daardoor in een mat in drie.

 
BORD 6 Eelko de Groot – Piet de Jonge 0 – 1
Een partij waarin ik het vooral mezelf er lastig maakte. In de opening dacht ik een kansje te zien om het centrum onder controle te houden en tegelijk een aanval op f7 in te zetten. En alhoewel ik de ontwikkeling van mijn stukken niet vergat, wat soms wel eens gebeurd, ontging mij de mogelijkheid van zwart om mijn loper in te sluiten. Met een stuk achter werd het erg lastig spelen. Zwart kreeg steeds meer de overhand en na de 21e zet moest ik bekennen dat er geen eer meer aan deze partij te behalen was.
 
BORD 7 Hans van Offeren – Roel Pruijsen 1 – 0
Evenwichtige partij. Opeens een pion winst voor mij/zwart, wat uiteindelijk de winst opleverde met een matnet.

 
BORD 8 Eduard Dame – H. Hameetman 1 – 0
Opeens had ik vier op een rij. Witte pionnen op d4, e4, f4 en g4. Bij het spelletje met die naam heb je dan al gewonnen, maar ik moest nog 13 zetten doorschaken voor de winst. Vermoedelijk geschrokken van een verdere opmars met g5 raakte het zwarte paard op f6 in paniek en offerde zich waar dit strikt genomen niet nodig was. Ik moet eerlijk bekennen dat ik toen even de teugels liet vieren en scherper had ik kunnen spelen. Maar toen zwart zich opnieuw vergaloppeerde en gatenkaas maakte van de verdediging rond de koning, was het potje snel ten einde met een op zich vermijdbaar (maar moeilijk te vinden hoe) mat.

Overzicht van alle uitslagen in de RSB klasse 3C
Stand in de RSB klasse 3C

Tweede achttal neemt afscheid van laatste stek

Licht aan het einde van de tunnel?

door Henk de Kleijnen

Het scenario kwam de Messemakerfans akelig bekend voor. Ongewilde cadeaus voor de tegenstander had de tussenstand op 3-4 voor het Haagse SHTV gebracht. De stelling bij Jeroen Eijgelaar, onder grote belangstelling en in doodse stilte als laatste spelend, oogde verdacht. Zou het dan wéér een schlemielige nederlaag worden? Iets na vijf uur klonk applaus: Jeroen flikte het. Zijn eerste punt in de KNSB-competitie was een hele belangrijke. Met de eindstand van 4-4 heeft het tweede team van de Gouwenaren de laatste plaats in 3E verlaten. Gedeeld achtste/negende, met hekkensluiter DD2 als volgende opponent. Is er dan werkelijk licht aan het einde van de tunnel?

Het duel kende een merkwaardige start. Tegen elf uur, ruim een uur voor de start, ontving captain Henk een verontrust telefoontje van zijn Haagse collega: ,,Beginnen jullie om 12.00? Ik had mijn teamleden laten weten dat dat om 13.00 zou zijn……” Er was maar één advies mogelijk: probeer je manschappen snel op te trommelen om de schade te beperken. Tja. Winnen doen we graag, maar niet via te late opkomst van de tegenstrevers. In overleg met de prima wedstrijdleider, Bert Vlot, werd vervolgens besloten om de start een kwartier te verschuiven. Daar stemden de overige achttallen in dezelfde speelruimte (het eerste Messemakerteam ontving Landau Axel) mee in. Uiteindelijk werd met een vertraging van iets meer dan 20 minuten afgetrapt. Vijf minuten later arriveerden de laatste twee spelers van SHTV, onder wie oud-Messemakerlid Peter Vorstermans.

Na twee uur spelen werd optisch de eerste tussenbalans opgemaakt. Wat vooral opviel was het uitbundige tijdgebruik van de tegenstander van Henk (54 minuten voor de eerste 10 zetten). Die investering leverde weinig op, want wit (Gouda) stond allerminst slechter. Bij Leen en bij Wouter doemden gunstige perspectieven op. Leslie, Wim, Bernard en Jeroen hadden een pion ingeleverd, maar wat maakt dat nou uit op dit speelniveau? Alle mogelijkheden dus nog aanwezig.

Klokslag 15.00 uur banjerde Wim tevreden door de speelzaal. Hij had zijn ploeg op een 1-0 voorsprong gebracht. Onverwacht, want de opening leek minder geslaagd. ,,Ik speelde wat nonchalant tegen een jeugdspeler, van wie ik dacht dat hij aan het eerste bord werd opgeofferd. Achteraf bleek dat het wel degelijk een goede schaker met een respectabele rating is. Hij kwam beter te staan, maar nam zijn kansen niet goed waar. Ik offerde twee pionnen en speelde tegen een verdwaald paard. Plotseling won ik een stuk en de partij in 24 zetten. Daarvoor heb ik wel inventief moeten spelen.”

Een half uur later werd het 1-1. Leslie, die al in de openingsfase in de problemen was geraakt, moest zijn dappere pogingen om zijn boedel te redden staken toen hij de tijd overschreed. Ook Rob verloor en dat leek niet echt nodig. ,, Het was een boeiende pot. Ik knalde er lekker in, waarna een dynamisch evenwicht ontstond met wederzijdse kansen. Toen ik kwaliteitsverlies over het hoofd zag, was het echter vrij snel afgelopen.” (1-2). Ook Bernard verloor. Dat gebeurde nogal geruisloos. Zijn pionverlies werd door het positioneel sterke spel van zijn tegenstander fataal (1-3). Wouter deed vervolgens de Goudse harten weer wat harder kloppen, want de – doorslaggevende – winst van een kwaliteit vormde de beloning voor goed spel (2-3).

Zowel Leen als Henk lieten een half punt schieten. Eerstgenoemde veroverde in eerste instantie via scherp spel een pion, die echter op lange termijn niet houdbaar bleek. Henk bereikte groot voordeel (in computertermen voordeel +3), maar wikkelde verkeerd af en moest in de slotfase nog secuur spelen om remise te laten aantekenen. Bij 3-4 stond Jeroen voor de moeilijke, in de ogen van velen zelfs onmogelijke, taak om Messemaker aan het eerste matchpunt van het seizoen te helpen. Zijn opponent bood, ondanks een pluspion, remise aan om de teamwinst zeker te stellen. Overleg met de teamcaptain deed onze man besluiten om dóór te spelen onder het motto “de ploeg verliest, onverschillig of het remise wordt of dat ik alsnog verlies….” Het werd een overwinning voor hem, door secuur spelen bereikt. Een huzarenstukje!


Uitslagen in de wedstrijd Messemaker 1847 2 tegen SHTV .

Messemaker 1 koploper dankzij ruime overwinning

Afgelopen zaterdag speelde Messemaker 1 in de 3e ronde van de KNSB-competitie tegen het Zeeuwse Landau, Op papier een van de zwakkere teams, maar aangezien Messemaker met twee invallers moest spelen werd er toch een spannende wedstrijd verwacht. Misschien om die reden was er zowaar enig publiek op afgekomen, waaronder Messemaker-jeugdspeler Lennart v.d. Bos, die wel eens wilde zien hoe  dergelijke wedstrijden “in het echie” verlopen. Welnu: het werd een walk-over voor Messemaker: de Zeeuwen werden met 3 remises naar huis gestuurd. Hierdoor staat Messemaker 1 nu – ondanks de beschamende nederlaag in de 1e ronde – op  kop in klasse 2C!

Onderstaand de individuele partijverslagen (wordt nog aangevuld).

Henk-Jan Evengroen:
Met wit kreeg ik een wat ongebruikelijke opening tegen mij: 1. d4 d5 2. c4 e6 3. Pc3 f5. Na mijn stukken ontwikkeld te hebben, maakte mijn tegenstander een fout waardoor zijn koning onveilig in het midden kwam te staan. Hier kon ik gebruik van maken waarna de dreigingen mijn tegenstander te veel werden.

Peter Scheeren:
In een Engelse opening met witte pionnen op c4 en e4 (en dus een “gat” op d4) kreeg ik na een zet of 20 het initiatief door opening van de b-lijn, Ik profiteerde daar niet optimaal van, zodat even later mijn b-lijn voordeel weer verdwenen was, maar ik had nog wel een klein voordeeltje dankzij een slechte witte loper. In opkomende tijdnood liet mijn tegenstander een loperoffer toe en daarna stortte hij (c.q. zijn stelling) volledig in.

Ben van Geffen:
Gelukkig had malheur met mijn auto, die slechts sputterend Gouda bereikte na een “helse rit”, niet tot gevolg dat ik veel te laat de schaakzaal betrad. In de wedstrijd trof ik met zwart de speler met de hoogste rating van dit Landau-team. Ik had vooraf een paar van zijn partijen bekeken en was onder de indruk van zijn originele spel. En dat bleek in onze partij: hij speelde het Middengambiet met 3.Dxd4. Van lang geleden kende ik dat wel een beetje en ik speelde actief tegen. Beide spelers gebruikten veel tijd, want er waren natuurlijk haken en ogen…. Voor mijn gevoel stond ik misschien een tikkeltje minder en na mijn 13e zet bood ik remise aan! Jan Evengroen had zojuist voor 1-0 gezorgd en de overige borden zagen er goed uit. Mijn tegenstander accepteerde het aanbod. Hij vond dat hij met een kwartier (ik had nog een klein half uur) te weinig tijd over had om risico te nemen. Ik was er tevreden mee en ik ben even voor het einde van de wedstrijd naar huis gegaan. Mijn auto deed nog steeds heel vervelend, ik reed de hele afstand maximaal 60 km/u (over de rijksweg!). Maar ik ben thuisgekomen. Morgen naar de garage.

Wim Heemskerk:
Geheel volgens de klassieke aanpak probeerde ik met zwart eerst gelijkspel te krijgen en daarna pas naar meer te zoeken. Mijn tegenstander leek eerst mee te werken, maar toen ik dacht een pion te gaan winnen begon hij tegen te strubbelen. Een verrassende koningszet richting het centrum gooide roet in mijn plannen en met een te snelle pionopmars liet ik mijn voordeel vervolgens verzanden. Met allebei alleen nog zware stukken en gelijk materiaal zat er weinig anders op dan zijn remiseaanbod aan te nemen.

Frank Michielen:

Ik kwam met zwart met wat ruimtegebrek uit de opening. Toen ik wilde vereenvoudigen door stukken te ruilen, zag mijn tegenstander een schaakje over het hoofd, waardoor zijn koningsstelling ernstig werd verzwakt (pionnen op h2 en h3). Vanaf dat moment stond ik wat beter. Na afruilen van alle torens, kreeg ik een remiseaanbod. Ik stond nog steeds beter, maar het was nog niet eenvoudig en kans op een foutje was erg groot. Mede gezien de stand in de wedstrijd en dat ik de vorige dag in de RSB mijn stelling op het eind verprutste besloot ik het remiseaanbod aan te nemen.

Ed Roering:

Met wit speelde ik tegen een jongedame met een rating van rond de 1700. Is zo’n rating betrouwbaar, is het een talentje, je weet het niet. Na een paar openingszetten had ik wel het idee dat ze de opening niet zo goed kende. Ze speelde iets ongebruikelijks en ging vervolgens over iedere zet 5-10 minuten nadenken. Met als gevolg dat er na ongeveer 24 zetten nog maar 1,5 minuut resteerde. Ik had nog bijna een half uur en stond inmiddels ruim +1. Ik kon toen op de damevleugel mijn vrije c-pion naar c6 doorstoten en dan was het met weinig tijd erg moeilijk voor haar geworden.
Ik ging echter mooi proberen te spelen met als gevolg dat zij steeds redelijk makkelijke verdedigingszetten kon doen. En dat viel ook nog eens goed uit, zodat de stelling weer in evenwicht kwam. Bovendien verdween bijna mijn hele tijdvoorsprong. Het werd echt spannend, er stonden veel elopunten op het spel. Gelukkig maakte zij in het zicht van de remisehaven een grote fout. Zij liet dames ruilen, waarna mijn vrije a-pion alleen te stoppen was door er haar loper voor te geven. Het eindspel L + 3 pionnen tegen 4 pionnen was vervolgens heel makkelijk gewonnen. Met de hakken over de sloot zullen we maar zeggen.

Kees Brinkers:

Over zijn eerste zet dacht mijn tegenstander ruim een minuut na en ook voor bijna alle volgende zetten nam hij ruim de tijd. Op de 24ste zet – ik had inmiddels bij goede stelling een pion gewonnen – was er voor mijn opponent minder dan een halve minuut bedenktijd over. Om die reden gaf hij zich maar gewonnen.

Jan Evengroen:

Verslag volgt.