Reserves laten Schaakhuis glippen

Twee nederlagen, maar nog springlevend. In de tweede ronde, uitkomend tegen het op één na sterkste team uit poule 3E, beloofde het spelpeil binnen het tweede Messemakerteam veel voor de rest van de competitie. Schaakhuis uit Den Haag had het moeilijk in Gouda, heel erg moeilijk. Niet zonder geluk werd het 3-5, waar gerechtigheid (minimaal) 4-4 voor de onzen had behoren op te leveren.

What if…. Wat als…. Je koopt er uiteindelijk niets voor, maar we lieten – nog niet eens in onze sterkste formatie – nogal wat mogelijkheden en halve punten liggen. Dat gaan we natuurlijk de komende maanden véél beter doen. De ‘kop is eraf’, de grootste hindernissen hebben we gehad en we hebben laten zien dat we op dit niveau kunnen meedraaien. Aan degradatie moet te ontkomen zijn.

Wat te denken van Diko Kalkdijk, die te elfder ure bereid was om op te draven? Aan het vierde bord legde hij een 2000-plusser het vuur na aan de schenen. Zijn scherp en krachtig opgebouwde stelling hield de belofte van fraaie winst in, maar een dame-offer was te veel van het goede. Zelfs remise bleek toen niet meer binnen bereik. Ergo: verspilling van een half of een heel punt.

En wat de denken van Henk de Kleijnen, die zijn tegenstander met de rug tegen de muur drukte, een pion won en riant uitzicht op een glorieus slot had? Zijn opponent ontsprong de dans nog met een ‘geniepig’ eeuwig schaak. Ook hier een half punt de mist in.

Ook Kees Brinkers (twee pluspionnen), Bernard Evengroen (felle slotaanval), Frans Bottenberg (gunstig ogend pionneneindspel) en Leen de Jong (na zich losgewurmd te hebben knap dubbele pionwinst, maar met het oog op de klok genoegen nemend met remise) deden zichzelf ongewild min of meer te kort. Tweeëneenhalf punt aan de horizon verdwenen.

Zó bekeken was ruime teamwinst reëel geweest. De realiteit was echter anders en keihard. Al na een uur spelen keek Messemaker tegen een achterstand aan. Jeroen Eijgelaar, dit seizoen voor het eerst voor onze vereniging uitkomend, daarover zelf: ,,Ik nam te veel risico. Een combinatie van mijn tegenstander, die twee pionnen zou kosten, kon ik nog ontlopen, maar kort daarop verloor ik een vol stuk.” Niemand hoeft echter aan zijn kwaliteiten te twijfelen: zijn punten komen in de rest van de competitie ongetwijfeld binnen.

Het spectaculaire verlies van Diko betekende 0-2, waarna Henk met gemengde gevoelens de ‘nul’ van het scorebord deed verdwijnen. Nog steeds leek er geen man over boord. Zelfs het verlies van Kees rond 15.30 uur leek teamwinst niet in de weg te staan. Hij had zijn partij moedig en scherp moedig opgezet, viste twee pionnen op, maar moest daarvoor langdurig inventief ‘keepen’. Onder grote druk ging het in een gecompliceerde stelling alsnog mis. Analyse achteraf maakte niet duidelijk of verlies voorkomen had kunnen worden. Twintig minuten later berustte Bernard in remise (1-4). Ook hij speelde scherp, creëerde kansen over de h-lijn, maar had te weinig tijd over om een eventuele winstweg te vinden.

De puntendeling aan het eerste bord kwam verrassend. Leen had uren gevochten om overeind te blijven in een lastige stelling. Dat lukte heel knap en in de tijdnoodfase slaagde hij er zelfs in om het initiatief over te nemen en een pion te veroveren. Op het moment dat tweede pionwinst zich aandiende, bood hij met het oog op de klok (nog ruim een minuut voor hem te gaan) remise aan. Dat aanbod werd dankbaar geaccepteerd. ,,Ja sorry hoor, ik heb al die tijd voor remise gevochten en die kans wilde ik niet laten schieten,” was het commentaar van onze man.

De rest van het enerverende duel was alleen naar belangrijk voor de ‘statistiek’. Een mogelijk gelijkspel – of meer – was een wrange herinnering geworden. Frans zette alles op alles om, na een rustig verlopen partij waarin het evenwicht lang niet verbroken was, een miniem eindspelvoordeeltje te verzilveren. Secuur tegenspel verhinderde dat.

Bij 2-5 zwoegde alleen Wim Westerveld aan het derde bord nog tegen de geroutineerde Ik Oei, die op zijn ‘cv’ heel wat indrukwekkende resultaten tegen grootmeesters heeft staan. Onze man speelde urenlang positioneel fenomenaal, wat een pion plus een veel beter eindspel opleverde. Het volle punt leek verzekerd toen het positieve saldo zelfs op twee pionnen kwam te staan. In het resterende paardeneindspel, vol kleine en grotere valkuilen, verloor Wim tot zijn ergernis de greep op de gebeurtenissen. Beide pluspionnen gingen verloren. Wat op het bord overbleef was een puzzel die spelers en toeschouwers hoofdpijn bezorgde. Oei dacht en dacht….. totdat zijn tijd verstreken was. Of de eindstelling echt gewonnen was voor zwart, werd ook na afloop niet duidelijk. Toch nog een kleine meevaller…..

Henk de Kleijnen