Messemaker 1: Goede start wordt slechte start

Op papier waren we vandaag zwaar favoriet tegen Oegstgeest. Tel daar een vroege 2-0 voorsprong bij op en de vraag rijst: “Wat kan er nog fout gaan?” Als die vraag gesteld wordt, is dat echter vaak geen goed teken. Dat bleek ook vandaag. Aan het eind van de middag hadden we namelijk met 4.5-3.5 verloren.
Feit is dat we een uitstekende start hadden. Ik won een vooruitgespeelde partij in stijl. Vervolgens wist Erik in slechts 17 zetten te laten zien hoe je van een kapotte koningsstelling profiteert. Naast deze twee mooie partijen ging er echter vooral heel veel mis: Peter Scheeren vergat dat hij er nog een half uur bijkreeg. Ed had een pionoffer voorbereid, maar was vergeten hoe hij compensatie kon krijgen. Jan had een opening gekozen die lastig speelde. Wim zag de ene winst na de andere, maar speelde ze niet. Henk-Jan liet zich trucen en Ben liet de stelling onnodig dicht schuiven.
Al met al mogen we misschien niet eens klagen dat we nog 3.5 bordpunt (Peter S speelde remise en Wim kreeg het punt uiteindelijk nog in zijn schoot geworpen) hebben overgehouden aan deze wedstrijd. Een zure, maar niet onterechte nederlaag in Leiden.

Bord 3: Peter Ypma (winst, tussenstand 1-0)

Op dinsdag had ikzelf al vooruitgespeeld tegen Joop Piket. Dit werd een zeldzaam lekker potje waarin de zwarte koning niet uit het centrum wist te vluchten. In onderstaande stelling deelde ik de genadeklap uit.

Ik speelde 19.Pd6 met de dreiging om met de dame op e8 te slaan. Op 19…Pe7 volgt 20.Pxf7+ en 21.Pxh8. Mijn tegenstander probeerde dus maar 19…Ph6. Daarop komt echter 20.Pxb7+. Dit paard kun je niet nemen vanwege Dd6+ waarna de loper op f6 en de toren op h8 verloren gaat. In de partij speelde mijn tegenstander dus 20…Kd7, maar na 21.Db4 staan de zwarte stukken bijna historisch slecht. De partij duurde dan ook niet lang meer.

Bord 5: Erik Hennink (winst, tussenstand 2-0)

Op bord 5 met wit zette ik mijn tegenstander vanuit de opening meteen onder druk. Zwart probeerde onder de druk uit te komen en deed daardoor een concessie doen aan de verdediging van zijn koning. Dit gaf mij goede mogelijkheden om de aanval op de vijandelijke koning in te zetten. Mijn aanval werd dusdanig sterk dat mijn tegenstander gedwongen was een stuk te geven. Toen hij dat niet deed kreeg ik doorslaggevende aanval en mat was onafwendbaar. Hierdoor begon ik goed aan het seizoen, maar door de nederlaag van het team eindigde de dag toch in mineur.

Bord 2: Peter Scheeren (½ – ½, tussenstand 2½ – ½)

Mijn tegenstander Fred Slingerland speelde de opening (een Spaanse ruilvariant) erg snel maar niet erg ambitieus. Daardoor kreeg ik met zwart al vrij snel een min of meer gelijke stelling. Ook daarna bleef Fred snel spelen, maar ik had gezien de solide witte opstelling nauwelijks mogelijkheden om met zwart iets te bereiken. Op de 40e zet besloot ik om dan maar af te wikkelen naar een remise-eindspel, de vrede werd snel daarna getekend.

Bord 1: Henk-Jan Evengroen (verlies, tussenstand 2½ – 1½)

Bij gebrek aan een verslagje van Henk-Jan een verslagje van de captain: voor mijn gevoel kwam Henk-Jan lekker uit de opening. Hij had met wit meer ruimte en controle over het centrum. Toen ik echter terugkwam van de analyse van de partij van Erik zag het er echter ineens vrij kansloos uit. Henk-Jan had namelijk een kleine kwaliteit (Toren tegen Loper + Paard) verloren. Henk-Jan wist hier echter nog het beste van te maken door een kwaliteit terug te offeren voor twee verbonden vrijpionnen. Ik geloofde niets van de stelling die Henk-Jan overhield, maar het werd toch nog verdraaid spannend. Het zou mij niets verbazen als er ergens nog een remisewending had ingezeten. Zoals het ging, verloor Henk-Jan echter helaas alsnog de partij.

Bord 4: Ed Roering (verlies, tussenstand 2½ – 2½)

ik had geen bezwaar met zwart tegen de Niet te spelen, de laatste 2x had ik met zwart vrij makkelijk van hem gewonnen. En ik zou me goed kunnen voorbereiden. Ik koos een opening waar ik Dubov makkelijk remise mee had zien spelen in een snelschaakpartij tegen Carlsen. Dan moet het toch speelbaar zijn?! Ik offerde twee pionnen in de opening, waarvan ik er altijd een van zou terugkrijgen. Het ging zoals ik had gehoopt, hij moest lang nadenken, want hij kende het niet. Al snel had ik 35 minuten meer op de klok. Nadeel van een opening voor het eerst spelen is echter dat je op een gegeven moment toch ook op onbekend terrein komt en dan niet precies weet waar de kansen liggen. En zo ging het nu ook. Ik ging ook lang denken en langzaam verdween mijn compensatie voor de pion. Mijn tegenstander speelde het goed, ook in lichte tijdnood. Ik won nog een kwal, maar hij kreeg daar het loperpaar en twee verbonden vrijpionnen voor. Na dameruil was dat ruim voldoende voor de winst.

Bord 8: Jan Evengroen (verlies, tussenstand 2½ – 3½)

Op verzoek ook hier een verslag van de teamcaptain:
Jarenlang heb ik met enige regelmaat de zet 1.b3 gespeeld. Stiekem hoopte ik altijd dat de tegenstander dan 1.d5 en 2.c5 speelde. Er is dan namelijk een heerlijke opzet voor wit met een paard op e5 ondersteund door een geweldige loper op b2 en een pion op f4. Ik weet dat die stelling objectief niet beter is voor wit, maar al mijn partijen met die opening leek ik vrijwel automatisch te winnen. Dat lukte zelfs tegen veel sterkere tegenstanders. Schijnbaar is de zwarte stelling gewoon heel lastig om te hanteren.
Vandaag kreeg Jan deze stelling met zwart waarin hij bovendien nog een tempo of twee had verspeeld. Zijn tegenstander profiteerde hiervan, zoals ik ook al zo vaak geprofiteerd had. Uiteindelijk lukte het Jan nog wel om een eindspel te bereiken met twee torens tegen een dame. Hierin had hij remise-kansen, maar toen puntje bij paaltje kwam, bleken de opgelopen kleerscheuren te groot.

Bord 7: Ben van Geffen (verlies, tussenstand 2½ – 4½)

Vooropgesteld zeg ik dat mijn tegenstander het slim en goed speelde. Maar ik werkte ook wel een beetje (erg) mee. Er kwam een Siciliaanse Kan op het bord en dat is niet een variant die ik vaak heb tegen gehad en ook een variant die ik niet zo goed ken (laat staan “beheers”). Zo had ik op zet 10 de zet e5! moeten spelen, met voordeel voor wit, omdat de stelling open blijft. Ik aarzelde echter te lang en zwart kreeg de kans de zaak dicht te houden, waardoor hij op de damevleugel volkomen veilig kwam te staan en zelfs de meerderheid in het centrum had. Hij kon een paard naar d4 dirigeren en ik niets naar d5…. Toen ik al zo goed als verloren stond begon ik wat te rommelen, maar ook daarop reageerde mijn opponent naar behoren. De trucs raakten op en ik belandde in een slecht eindspel met een bittere nul als gevolg.
Ook wel een “risico” van altijd open Sicilianen spelen, natuurlijk. Ik blijf mijn spel echter verbeteren, ook al kost dat veel werk. Ze zijn nog niet van me af, die zwarte Sicilianen….

Bord 6: Wim Heemskerk (winst, eindstand 3½ – 4½)

Met zwart kwam ik prima uit de opening en na passief spel van mijn tegenstander had ik al snel groot voordeel. In plaats van nauwkeurig te blijven dacht ik vlot te kunnen winnen en gaf een groot deel van mijn voordeel pardoes weer weg. Gevolg was dat ik weer moest ploeteren voor de winst in een toreneindspel met slechts één pluspion. Mijn tegenstander, die ik al 45 jaar ken en die zelfs nog een tijdje mijn bridgepartner geweest is, bood verschillende keren remise aan. Voor een buitenstaander oogt dat niet netjes, zoiets doe je niet met materiaal achter, maar ik wist maar al te goed wat voor vlees ik in de kuip had en schonk er geen aandacht aan. Des te meer ergerde ik me aan mijn eerdere oppervlakkigheid, vooral ook omdat de remisegrens dichter en dichterbij kwam. Uiteindelijk mondde het eindspel uit in 2-tegen-1 pion met allebei nog een toren. Objectief was het inderdaad remise, zoals zo vaak in toreneindspelen, maar dan moest wit nog wel het juiste verdedigingsplan vinden. Dat lukte hem niet, al was het niet zo heel moeilijk. Gelukkig maar, want anders had ik het nog jaren van hem aan moeten horen….