Kent u de spelregels? (3)

Pionpromotie

Wanneer een pion de onderste rij aan de overzijde van het bord bereikt, dient deze pion vervangen te worden door een door de speler gekozen stuk van zijn eigen kleur. Het bereiken kan zowel door doorschuiven als slaan van een vijandelijk stuk plaats vinden. Uiteraard moet het een reglementaire zet zijn. Het gekozen stuk mag geen koning zijn, wel een stuk waarvan de speler er al één of meer op het bord heeft. De wijze waarop de speler de promotiezet uitvoert, is vrij. D.w.z. de pion mag eerst op het veld worden geplaatst en daarna vervangen worden door het gekozen stuk of andersom. De keuze van het stuk is definitief als het op het promotieveld is losgelaten. Dat houdt in dat een speler de keuze kan wijzigen zolang hij het stuk vasthoudt. Wel is de promotie een feit; de speler is bezig een zet uit te voeren die alleen reglementair is bij een promotie.

Het einde van de partij

Een partij is beslissend beëindigd als een koning door het uitvoeren van een reglementaire zet is mat gezet of wanneer een speler van voortzetten van de partij afziet. In het laatste geval spreken we van opgeven. Er zijn geen regels voor de wijze waarop een partij opgegeven dient te worden. Als je om je heen kijkt zie je meestal dat een speler opgeeft door dit mondeling aan de tegenstander te melden en dan zijn hand uitsteekt om hem te feliciteren. Toch moeten we hierbij oppassen voor vergissingen. Het is een keer tijdens een internationaal toernooi gebeurd dat een speler in een mindere stelling remise aanbood terwijl zijn tegenstander aan zet was. (Om op deze wijze remise aan te bieden wordt in de volgende paragraaf terug gekomen.) Zijn tegenstander was echter van mening dat hij opgaf en stak alvast zijn hand uit om de felicitatie in ontvangst te nemen. De speler gaf hem de hand, dacht dat met zijn remisevoorstel akkoord werd gegaan en noteerde een remise terwijl zijn tegenstander de overwinning noteerde. Overigens heeft een dergelijk voorval ook een jeugdspeler van onze vereniging ervaren tijdens een toernooi.

Het is vervelend als bovenstaande je overkomt. Er hoeft geen sprake te zijn van misleiding, maar vriendschappen ontstaan er waarschijnlijk niet door. Daarom het advies: wil je opgeven, doe het in je eigen tijd en combineer het met het aloude symbool van capitulatie: leg de koning om en feliciteer je tegenstander.

Als een partij onbeslist eindigt, spreken we van remise. Een partij is remise als een aan zet zijnde speler geen reglementaire zet meer kan doen, de zogenaamde patstelling. Een partij is ook remise als welke voortzetting van reglementaire zetten nooit tot mat kunnen leiden; we spreken dan van een dode stelling. Een remise kan ook worden geclaimd wanneer

  • driemaal dezelfde stelling op het bord verschijnt met dezelfde speler aan zet, ook al wordt deze niet bereikt door opeenvolgende zetten;
  • gedurende vijftig opeenvolgende zetten geen stuk wordt geslagen;
  • gedurende vijftig opeenvolgende zetten geen pion wordt verplaatst.

Aan bovenstaande voorwaarden kleeft een aantal aspecten waarop nu niet wordt ingegaan. Een vierde mogelijkheid is dat beide spelers tot remise besluiten. Als een speler een remisevoorstel doet, dient hij dit te doen nadat hij een zet heeft uitgevoerd en voordat hij de klok indrukt. Beide spelers moeten een remise-aanbod op het notatieformulier aantekenen met een = teken bij de gespeelde zet. Een remisevoorstel mag ook worden gedaan gedurende de bedenktijd van de tegenstander, maar de redelijkheid daarvan moet dan door de arbiter worden getoetst. Er kan namelijk een vermoeden van hinderen ontstaan. Stel je voor: terwijl je nadenkt over je volgende zet komt je tegenstander met een remise-aanbod. De gedachte kan bij je opkomen of je tegenstander een voor jou (nog) niet ontdekte veelbelovende voortzetting ziet. Je breekt je overleggingen af en gaat op zoek naar iets wat je vermoedt. Je tegenstander brengt je dus in verwarring anders dan door een reglementaire zet. Het riekt naar onsportief gedrag, hoewel het misschien helemaal geen kwade opzet van je tegenstander is. Overigens houdt een remise-aanbod altijd zijn kracht totdat het mondeling afgewezen wordt, dan wel door het uitvoeren van een zet door de aan zet zijnde speler.

Messemaker 2 ziet degradatiespook naderen

Na de vijfde nederlaag van dit seizoen bevindt Messemaker 2 zich in serieus degradatiegevaar. Het wil ook niet echt lukken dit seizoen. Tegen onze tegenstander in de zevende ronde, Landau Axel, leek het in theorie mogelijk een goed resultaat te behalen omdat de gemiddelde ratings van beide teams dit seizoen niet zo ver uit elkaar liggen. De wedstrijd begon ook veelbelovend, met een snelle overwinning van Kees. De standen op de overige borden gaven op dat moment nog wel aanleiding tot enig optimisme over de einduitslag. Maar tussen droom en resultaat staan grotere en kleinere ongelukjes en andere tegenvallers in de weg. Aan het eind van de middag stond er een nogal beschamende 2-6 nederlaag op het scorebord. Er zijn nog twee ronden te spelen. Daarin moeten we ons van een beter kant laten zien.

Partijfragmenten met toelichting van de spelers


Patrick Moens – Kees Brinkers: 0 – 1

Stelling na 15….Ld7-c6

Wit heeft in de opening wat te veel tempi verspeeld, waardoor hij op de 16e zet al in een penibele situatie verzeild is geraakt. Vanuit de diagramstelling volgde 16.0-0?. Dit verliest geforceerd. De lange rokade ziet er echter ook niet aantrekkelijk uit: na 16.0-0-0 b5 17.La2 a5 heeft zwart een veelbelovende koningsaanval. Misschien biedt 16.Kf1 nog de beste mogelijkheid tot behoud. De partij ging verder met 16….Pf6-g4 17.g2-g3 De5-h5 18.h2-h4 Pg4-e5 19.f2-f4? (met 19.Le2 kan wit langer tegenstand bieden) 19….Pe5xc4 en wit geeft op.


Arthur Hugaert – Jan Cheung: 1 – 0 (tussenstand 1 – 1)

Stelling na 13.f4-f5

De partij ging verder met 13….g6xf5!? In deze gesloten stelling is het voor zwart belangrijk dat er telkens mogelijkheden blijven om de stelling te verbeteren. Na 13….Pc6 14.a3 Ld7 15.c4!? ontstaat en stelling waarin dat niet zo is. Merk op dat in plaats van 14….Ld7, de zettenreeks 14….gxf5 15.exf5 d5 niet speelbaar is vanwege de kwetsbaarheid van de diagonaal d3-h7: 16.Pxd4! exd4 17.f6 Lxf6 18.Dh5 Te8 19.Tf4 met een winnende aanval. 14.e4xf5 f7-f6 Misschien was hier de zet 14….Pd5 beter geweest, om zo snel mogelijk de loper op c8 in het spel te krijgen, zo nodig ten koste van een pion:  14….Pd5!? 15.Pg3 Ld7 16.Pe4 (of 16.Df3 Pf6 17.Dxb7 d5 en de invloed op het centrum is wel een pion waard) 16….Pf6 17.Pxd6 Lc6 18.Pc4 Te8 met invloed op het centrum, ten koste van een pion. 15.Pe2-g3 d6-d5 16.c2-c3 Dit was de beoogde stelling toen zwart besloot tot 13….gxf5. Zodra de loper op c8 in het spel gebracht kan worden, heeft zwart geen problemen meer. De beste mogelijkheid is daarom 16….Ld7! 17.cxd4 e4 18.Lc2 Db6 19.a4 Lh6 met compensatie. Een andere mogelijkheid om spel te zoek is 16….dxc3 17.Lxc3 Kh8 18.a4 Tg8. In de partij dacht zwart dat het paard op e7 slecht stond en dat het naar een beter veld gespeeld kon worden. Het paard op e7 had echter belangrijke verdedigingstaak: het valt f5 aan en het neutraliseert een eventuele dreiging van La3. Na het gespeelde 16….Pe7-c6? 17.Dd1-b3 Kg8-h8 18.c3xd4 e5-e4 19.Ld3-e2 was de compensatie voor de pion te weinig doordat de loper op c8 moeilijk in het spel gebracht kan worden en verloor zwart later de partij.


Leen de Jong – Nick Dubbeldam: 0 – 1 (1 – 2)

Stelling na de 37e zet van zwart

Met wit speelde ik een opening, die ik al een aantal keer met zwart had gespeeld. Het veilige gevoel verdween na de 8e zet van zwart. Het missen van de hoofdvariant kostte de rokade. In het vervolg deed zwart het ook niet helemaal goed. Na dameruil en een vrijwel geforceerde afwikkeling, had ik met het actieve 24.a2-a4  ‘onthoud deze zet’ voor het eerst licht in het voordeel kunnen komen. Ik deed echter een torenzet waarna zwart ook nog kon ruilen om een iets beter eindspel te bereiken. Ondanks het vrijwel zeker weten dat dit eindspel (gelijk aantal pionnen ) te houden moest zijn, deed ik het daarna toch nog verkeerd.  Nadat de loper op b3  (pionnen op a2, b2, c2) zich niet aan ruil kon onttrekken de keuze om dit maar zelf te doen 29.Lb3xe6?  Ke7xe6  aangewezen was de koning naar voren, omdat een formatie na axb3 waarschijnlijk niet veel verschil had uitgemaakt.  Na deze fout ging het snel.

In de diagramstelling volgde helaas 38.Ke3-e2?  Ke5-e4 en wit gaf hier terecht op. De computer geeft hier 38.a4 bxa4 39.bxa4 Kf5 40.Kf2 Ke4 41.Kg3 Kd3 42.Kxg4 Kxc3 43.Kf3 Kb3 44.Ke2 Kxa4 45.Kd2 Kb3 46.Kc1 en is net op tijd voor b1 of de zwarte koning opsluiten op de a-lijn. Al met al een verdiende nederlaag en wat geleerd van het eindspel.


Frans Bottenberg – Gertjan Verhaeren: ½ – ½ (1½ – 2½)


Bas van Doren – Leslie Tjoo: 1 – 0 (1½ – 3½)

Stelling na de 20e zet van zwart

Met zwart kwam ik heel behoorlijk uit de opening en rond de 13e zet dacht ik zelfs wat beter te staan. Het vervolg speelde ik echter minder goed. I.p.v. een Paard op c3 te ruilen en de achtergebleven pion op c3 onder druk te zetten (wat mijn tegenstander het meest vreesde zoals hij bij de gezamenlijke analyse aangaf) , koos ik voor gekunstelde manoeuvres om mijn stelling verder te versterken. Het werkte echter contraproductief uit, want hierdoor kon juist wit zijn stelling verbeteren en koste het mij veel bedenktijd. Op de 20e zet was de diagramstelling ontstaan. Hier speelde wit 21.Pa4-c5 waarna ik enigszins onder tijdsdruk, dacht het paard wel te moeten slaan gezien de dreiging van Pxb7 en Pxa6. Maar na 21….Le7xc5 22.d4xc5 Pb6-d5 23.Lb3xd5 e6xd5 24.De2-d3 stond zwart wel erg passief en in feite verloren. Ik wist het nog tot de 40e zet vol te houden, maar moest mij toen gewonnen geven. Thuis liet Fritz echter zien dat 21.Pc5 helemaal geen goede zet was van wit! Zwart beschikt namelijk over de tactische mogelijkheid van 21….Pxd4 ! En na 22.Pxd4 Lxc5 staat zwart weliswaar niet direct gewonnen maar wel een pion voor.

Een gemiste kans dus!


Bernard Evengroen – Ivo Lagendijk: 0 – 1 (1½ – 4½)


Wim Versporten – Henk de Kleijnen: ½ – ½ (2 – 5)

Stelling na de 25e zet van zwart

Wit (Wim Versporten, deze competitie nog ongeslagen) speelde mijn favoriete opening en het evenwicht werd niet verbroken, al moest ik secuur opereren. Na 17 zetten bood ik remise aan, wat na lang nadenken werd afgeslagen. ,,Daar heb ik geen twee uur voor gereden,” lichtte mijn tegenstander na afloop toe. Zijn aandringen in het vervolg werd hem vervolgens bijna fataal. In lichte tijdnood besloot wit in de diagramstelling tot 26.a2-a4?, wat geforceerd tot pionverlies leidt. Er volgde 26….a6-a5! 27.b4xa5 Tc7xc5 28.a5-a6 b7xa6 29.Le2xa6 Tc8-a8 30.La6-b5 Le8xb5 31.a4xb5 Ta8xa1 32.Tf1xa1 Tc5xb5. Het restant van de partij demonstreerde echter weer eens hoe lastig toreneindspelen vaak zijn. Natuurlijk probeerde ik voor de winst te gaan, maar wit verdedigde nauwgezet. Remise.


Wouter Schönwetter – Randy van Houtte: 0 – 1 (2 – 6)

Zwart aan zet

Dit was de eerste externe wedstrijd na het overlijden van Erich Karstan. De ronde begon met een mooie speech van Peter Ypma en een imponerende minuut van stilte voor Erich. Daarna moest er toch geschaakt worden. Maar wat maakt een schaakpartij nog uit na zo’n groot verlies?

Na een rustige opening begon ik, beetje bij beetje, de controle over de partij te verliezen. Mijn tegenstander pakte de open lijn, die ik niet meer veroveren kon. Nadat ik ook nog een verkeerde verdediging koos, won mijn tegenstander een pion. In de diagramstelling speelde hij Lh3, wat een vrij vervelende zet is. 15 zetten later gooide ik de handdoek in de ring. Ik speelde geen goede partij en dit moet de laatste twee rondes beter, zodat we wellicht nog degradatie kunnen ontlopen.


 Uitslagen

Messemaker 1847 2 Landau Axel

2 – 6

1

Jan Cheung Arthur Hugaert

0 – 1

2

Leen de Jong Nick Dubbeldam

0 – 1

3

Kees Brinkers Patrick Moens

1 – 0

4

Frans Bottenberg Gertjan Verhaeren

½ – ½

5

Henk de Kleijnen Wim Versporten

½ – ½

6

Wouter Schönwetter Randy van Houtte

0 – 1

7

Leslie Tjoo Bas van Doren

0 – 1

8

Bernard Evengroen Ivo Lagendijk

0 – 1