In de thuiswedstrijd tegen het Utrechtse Oud Zuylen wist ons vlaggeschip geen vuist te maken en de wedstrijd werd vrij kansloos verloren. Weliswaar begin de wedstrijd goed door een snelle overwinning van Peter 1 op bord 1, maar daar stond een bijna net zo snelle nederlaagf van Peter 2 op bord 2 tegenover. Ook op de andere borden was er weinig reden tot vreugde en uiteindelijk wist alleen Ben nog een overwinning te nehalen. Daar stonden echter vier andere nederlagen tegenover. Hieronder de verslagen van de teamleden.

Peter S:

Een vreemde gewaarwording voor mij: na 20 zeten stond ik met zwart al volkomen gewonnen en na ca. 2 uur spelen was ik als eerste klaar. Mijn tegenstander had blijkbaar een slechte dag: hij speelde erg oppervlakkig en ik had me dan ook nauwelijksc hoeven inspannen om deze partij te winnen.

Peter Y:

Na de eerste ronde was ik even in de veronderstelling dat ik iets van het schaakspel begreep. Vandaag bleek echter dat dit ijdele hoop was. Tijdens een groot deel van de partij dacht ik dat ik mijn tegenstander positioneel aan het wegschuiven was. Plotseling stond mijn koning echter mat. Als ik eerlijk ben, snap ik eigenlijk nog steeds niet waarom ik minder stond. Het feit dat mijn tegenstander dat wel doorzag, geeft aan dat hij volledig terecht heeft gewonnen.

Jan:

Met wit speelde ik tegen Marcel van Os. Er kwam een Siciliaanse opening op het bord. Na de openingsfase konden beide spelers niet veel anders dan hun zetten herhalen. Omdat ik toch zin had in een middagvullend programma zocht ik naar een plan dat deze zettenherhaling zou voorkomen. In de wetenschap dat het een duidelijk mindere zet was, voerde ik g2-g4 uit waardoor mijn Koning op de tocht kwam te staan. De rest van de partij moest ik keepen en heeft zwart ongetwijfeld gewonnen gestaan. Middels een pionneneindspel g+h pion tegen een h pion kon ik uiteindelijk toch nog remise bereiken.

Henk-Jan:

Met zwart ging ik het zoals gewoonlijk weer proberen met een koningsindische partij. Mijn tegenstander speelde een opening die ik iets meer dan 10 jaar geleden voor het laatst tegen mij kreeg op een Nederlands Kampioenschap tegen Robin van Kampen. Met behulp van een goede voorbereiding kwam ik die partij heel goed uit de opening. Tijdens mijn partij vandaag wist ik mij alleen nog maar enkele ideeën uit die eerdere partij te herinneren, waardoor ik het helemaal verkeerd speelde en al snel slecht kwam te staan. Door wat onnauwkeurige zetten stond mijn dame ingesloten en was het verloren.

Ben:

Met zwart speelde ik tegen de zeker niet zwakke invaller Amindo Naarden. Ik kreeg mede daardoor niets van mijn voorbereiding op het bord en de variant die ik wel tegen kreeg beloofde mij niet veel winstkansen. Het werd een interessante partij waarin wit zo rond zet 20 gevaarlijk kwam opzetten op de koningsvleugel. Ik vreesde al een moeilijk middagje, maar ik verdedigde actief en kwam licht in het voordeel met een zwart paard op e3. Wit nam daar geen genoegen mee en offerde een kwaliteit tegen die gekke knol. Dat gaf onvoldoende tegenspel en ik kon gaan bedenken hoe ik het ontstane eindspel moest gaan winnen. Het kostte nog wel wat tijd, maar zetje voor zetje nauwkeurig spelend wist ik, nog steeds met een kwal meer, de belangrijke pion op e4 te veroveren, waardoor de witte stelling zou instorten. Mijn tegenstander gaf terecht op na die 56ste zet van zwart. Jullie begrijpen dat ik met een blij hoofd thuiskwam….

Arjan:

Met wit kreeg ik in eerste instantie de voorbereiding op het bord, maar zwart week al snel af met een zet die niet al te vaak wordt gespeeld en ik verder niet had bekeken. Echt bekend was het voor mijn tegenstander ook niet, want we verbruikten beiden veel tijd. Ik leek er beter uit te komen met een koning die op f2 gevoelsmatig toch wat prettiger stond dan zijn collega op f8. Ik kon daar echter niet van profiteren en in de tijdnoodfase wist zwart met een tijdelijk kwaliteitsoffer af te wikkelen naar een dame-eindspel met een pion meer. Deze pion stond in no-time op a2 en kon op zet 40 zelfs promoveren, ware het niet dat de zwarte koning dan mat zou gaan met f4-f5. Na de 40e zet besteedde mijn tegenstander bijna het volledige extra half uur om de winst te vinden, maar slaagde daar niet in. Helaas hielp ik hem een handje door met nog alle tijd, onbegrijpelijk, niet eenvoudig de pion op a2 met schaak op te halen, waardoor een vermoedelijke remise op slag veranderde in een nul.

Ed:

Met zwart spelend kende ik veel ideeën in de opening, maar blijkbaar niet alle finesses. Op zet 13 had ik een prettige stelling kunnen bereiken, maar dan had ik de sleutelzet ..,Ta4 als vervolg moeten zien, om de witte pion op d4 onder vuur te nemen. Met een uur op de klok dacht ik 38 minuten na, maar vond de beste voortzetting niet. Ik ging een lange combinatie in, maar zoals zo vaak zie je dan in de verte ergens een zet over het hoofd. Zo ook nu en na een afwikkeling bleef ik een pion achter. Ik dacht nog enige compensatie te hebben, maar mijn tegenstander maakte het bekwaam af.

Wim:

Na een rustige Engelse opening had ik rondom de 15e zet de optie een zetherhaling ‘af te dwingen’. Maar ja, zo’n korte remise met wit in een teamwedstrijd leek me niet verstandig. Stom, stom, stom… In plaats daarvan koos ik voor een tijdrovende (zowel op de klok als op het bord) lopermanoeuvre: Ld2-e3-f4-d2 in drie achtereenvolgende zetten. Daar was ik natuurlijk niets mee opgeschoten en mijn tegenstander greep zijn kans door met Lg7xPc3 en Dxa2 een pion te winnen. Het gemis van zijn loper op g7 en de onhandige positie van de dame op a2 gaf me voldoende tegenspel en spoedig won ik mijn pion terug met wederom een gelijke stelling. “Ik wilde eigenlijk remise aanbieden” zei Nieuwenhuis na afloop, maar helaas voor ons deed hij dat niet. Zijn ‘aanval’ op mijn koning was makkelijk te pareren, maar niet zoals ik het deed en met open ogen trapte ik in een truuc die mijn dame kostte. De slechte nacht die onze captain had begrijp ik volkomen!

Rob:

Ondanks een kleine onnauwkeurigheid van mijzelf in de opening (damegambiet), kwam ik via een kleine omweg toch in een hoofdvariant terecht die ik de vrijdag nog had bekeken. Mijn tegenstander probeerde met c5 tegenspel te creëren, hij deed dit echter te vroeg waardoor ik actief stukkenspel en een mooi centrum overhield. Halverwege de wedstrijd werd er onder druk nog een fout gemaakt, waardoor ik een pion kon winnen. Helaas maakte ik een rekenfout, waardoor ik een variant ten onrechte afschreef tijdens de schermutselingen rondom de pionwinst. Hierdoor kreeg ik flink wat tegenspel te verduren. Een tweede mindere zet zorgde ervoor dat er een stelling ontstond waarbij ik twee pionnen extra had tegen een kwaliteit. De torens van mijn tegenstander waren te actief om met de pionnen te kunnen gaan lopen. In een stelling waarbij de computer een score van 0.00 aangaf werd er remise aangeboden. Na kort te hebben gekeken of er nog iets in zat, heb ik die remise aangenomen.

Erik:

Met zwart kwam ik op bord 3 iets minder uit de opening. Om onder de druk van wit uit te komen ruilde ik in het vroege middenspel een toren tegen een paard en een centrumpion. Ook al stond ik qua materiaal gezien achter, ik had voldoende compensatie met een sterke loper en een mooie open lijn waardoor de kansen ongeveer in evenwicht waren. In het vervolg van de partij probeerden beide spelers het initiatief naar zich toe te trekken, maar het evenwicht werd niet meer gebroken en de partij eindigde met zettenherhaling. Het was erg jammer dat het team verloor, maar voor mij persoonlijk een prima eerste wedstrijd van het seizoen.


Zie de uitslagen en standen van klasse 1A.

Het vlaggenschip van Messemaker had als openingswedsterijd een verre uitwedstrijd tegen het Groningse Sissa 2 (promovendus van vorig seizoen) op het programma. Dat leidde in de aanloop naar de wedstrijd tot een uitvoerige maildiscussie over de wijze van vervoer: ontspannend in de trein (maar wel langdurig mede vanwege een omleiding), meer dan twee uur in de auto (vermoeiend voor de chauffeur) of wellicht kan die autorit een stuk korter duren (Arjan)? Uiteindelijk werden er een trein-ploeg en een auto-ploeg geformeerd, reden er daarnaast twee teamleden met de auto op eigen gelegenheid en bleek één teamlid al een paar dagen eerder naar Groningen te zijn afgereisd. Ondanks deze versnippering (en ook nog een wegblokkade bij Hoevelaken) waren alle spelers keuirg op tijd in Groningen aanwezig.

Deze wedstrijd moest het team maar liefst drie invallers opstellen, die oneerbiedig uit het tweede team geplukt waren. In het verslag van het tweede team is te lezen wat de gevolgen hiervan waren voor dat team.

Hoe dan ook, het was een spannende en gelijkopgaande wedstrijd, dat laatste in alle opzichten: de treinploeg scoorde 50%, de overigen tezamen eveneens; de chauffeurs scoorden ondanks hun vermoeiende reis 50%; de invallers scooorden 50%; de “jeugdspelers” (“jeugd” in dit geval ruim gerekend: t/m 25 jaar) scoorden 50%; de eerste 5 borden scoorden even goed (50%) als de onderste 5 borden; de witspelers scoorden even goed (50%) als de zwartspelers.
Al vroeg in de wedstrijd won Peter Ypma een keurige aanvalspartij (en deze keer tegen zijn gewoonte in op overzichtelijke wijze). Enigszins onnodige nederlagen van kopman Henk-Jan Evengroen en invaller Jan Cheung deden de balans naar Sissa overhevelen. Wij boften vervolgens met een gelukkige overwinning van Erich Karstan (door tijdsoverschrijding!), maar daar stond een terechte nederlaag van Wim Heemskerk tegenover.

Het was tegen het eind van de middag dan ook erg spannend, toen er nog 2 partijen bezig waren bij de stand 4,5-3,5 voor Sissa 2, met een zeer goede (maar nog niet meteen gewonnen) stelling voor onze man Ed Roering en een moeilijk (maar nog niet verloren) toreneindspel voor onze Jan Evengroen. Het liep goed af: Ed wist zijn partij te winnen en Jan maakte op knappe wijze remise.
Een redelijke seizoenstart waar het team tevreden over was en daarom was de stemming na afloop in de plaatselijke Chinees dan ook prima.

Hieronder de individuele partijverslagen:

Bernard Evengroen

Als invaller mocht ik op het onderste bord meedoen in het eerste team. In een voor mij onbekende opening kwam ik door de alom bejubelde zet e6-e5 in een prima middenspel. Helaas wist ik dit niet af te maken en haalde hiermee een remise binnen.
Henk-Jan Evengroen

Ik kreeg met wit een Wolga-gambiet tegen mij. Hierbij heb ik een aantal keer met één variant verloren. Mijn tegenstander speelde ook dezelfde variant, maar bleek het zelf ook niet helemaal te kennen. Ik wilde hier gebruik van maken, maar maakte hierdoor juist een fout, waardoor ik mijn pion terug verloor. Om niet met een mindere stelling op remise te hoeven spelen, besloot ik tot een wat actievere oplossing die uiteindelijk ook kansen bood. Deze pakte ik helaas niet en zorgde er met een blunder voor dat het snel afgelopen was.
Wim Heemskerk

Het klinkt misschien vreemd, maar na 1.e4 stond ik voor een lastige keuze. Een aantal Sissa-spelers kiest na 1…. c5 voor 2.c3 en dat had ik uitgebreid voorbereid. Maar mijn tegenstander (Van Assendelft) kiest meestal voor open Siciliaans. Na enige overpeinzingen ging ik toch maar voor 1…. c5 in plaats van mijn gebruikelijke (solide!) Frans en er ontstond een scherpe stelling met tegengestelde rokades. In een (voor mij in ieder geval te) ingewikkeld middenspel koos ik voor een te snelle aanval en kreeg de deksel op mijn neus. Wit verdedigde secuur en sloeg ondertussen wat pionnetjes, waarna hij het rustig uitschoof.

Peter Ypma

De laatste tijd heb ik met wisselend succes de moderne verdeiging gespeeld. Deze partijen hebben mij echter wel kennis gegeven hoe je tegen dit systeem moet spelen. Aangezien mijn tegenstander vandaag toch de moderne verdediging durfde te spelen, kon ik het plan die de grootmeester Gavrilov onlangs tegen mij speelde, kopiëren. Mijn tegenstander had hier geen goed antwoord op en ik kreeg steeds meer activiteit. Deze activiteit wist ik om te zetten in materiaalwinst en daarmee de partijwinst.
Peter Scheeren

In een koningsindische partij offerde mijn tegenstander met wit een pion om het thematische sterke veld e4 voor zijn paard te verkrijgen. Na ruil van dit paard door mijn goede loper ontstond er een middenspel met zware stukken en ongelijke lopers. Na een dubbel kwaliteitsoffer (d.w.z. zowel van wit als van zwart) moest wit kiezen: ofwel afwikkelen naar een minder staand toreneindspel, ofwel met een pion minder de dames op bord houden. Hij koos terecht voor het laatste en had vanwege mijn ongelukkig opgestelde stukken voldoende spel voor de pion. Uiteindelijk eindigde de partij na een zetherhaling in remise.

Jan Evengroen

Met zwart speelde ik tegen Renze Rietveld en kreeg ik dezelfde opening op het bord waarmee ik tijdens het ONK in Dieren van hem verloren had op een vrij kansloze manier. Dit was een goede reden om op de heenweg wat voorbereiding te doen. Deze keer ging het hierdoor een stuk beter. Met een 4,5-4,5 tussenstand had ik een lastig toreneidspel, dat ik gelukkig kon keepen en hiermee het matchpunt binnenhaalde.

Arjan van der Leij

Mijn tegenstander verraste mij met het ongebruikelijke olifantengambiet (1.e4 e5 2.Pf3 d5) en kreeg eenvoudig gelijk spel. Toen ik even later lichtzinnig het zwarte Da5 onderschatte (in een stelling waarin ik lang had gerokeerd) stond ik matig, maar gelukkig verraste mijn tegenstander me opnieuw, ditmaal met een remiseaanbod. Hoewel ik daarvoor niet naar Groningen was afgereisd kon ik dit aanbod moeilijk weigeren.

Ed Roering

Na de eerste zet van mijn tegenstander had ik al een vermoeden dat hij een invaller was, want die zet was ik in mijn voorbereiding bij niemand tegen gekomen. Toen hij mijn vierde zet, een wat ongebruikelijke, bijna a tempo beantwoordde, twijfelde ik daar echter weer aan. Hij speelde ook nog eens een zet waarvan ik het minst voor ogen had hoe het ook al weer verder moest. Het kostte mij dan ook al meteen een kwartier om zaken te reconstrueren. En dat wil je niet, met wit spelen en na 5 zetten al een kwartier kwijt zijn. Al snel deed mijn tegenstander het echter niet zo slim en zaten we opeens in een Benoni! Wel met twee extra tempi voor mij! En dat wil je weer wel 🙂 Ik werd ook gelijk wat rustiger over de kracht van mijn tegenstander. Omdat ik enkele jaren geleden de Benoni zelf ook speelde zat ik inmiddels op bekend terrein. Ik speelde volgens de bekende thema’s, hetgeen niet gezegd kon worden van mijn tegenstander. Al enige tijd zag ik aan zijn lichaamstaal dat hij niet goed wist wat nog te doen. Hij liet zijn koning in het midden staan en begon een soort van koningsaanvaal door zijn pionnen naar voren te brengen. Omdat hij echter niet genoeg stukken erbij kon betrekken werd het nooit gevaarlijk voor mij. Uiteindelijk ‘offerde’ hij al dan niet bewust een pion, maar toen stond ik gewoon een gezonde pion voor. Toen ik ook nog eens de manoeuvre Ta1-a3-h3 vond stond ik compleet gewonnen. Ik won nog een tweede pion, op de damevleugel dit keer, en ook zijn koning stond erg onveilig. Uiteindelijk had ik op zet 37 de partij kunnen beëindigen met een kwaliteitswinst. Wel na een paardoffer, dat echter niet aangenomen had mogen worden. Met niet zoveel tijd zag ik dat niet en bleef ongeveer +4 staan. De rest van de partij was heerlijk om te spelen. Allebei dame en toren en ik twee pionnen meer en hij een onveilige koning. Dat zou ik altijd gaan winnen, zeker met een increment van een halve minuut. Een prachtige uitvinding voor dit soort stellingen! Gewoon een schaakje geven en je hebt weer 30 seconden erbij. De computer ziet natuurlijk meteen hoe ik het sneller had kunnen doen, maar zoals het ging haalde ik uiteindelijk op de 63e zet de vis op het droge. Ruil van alle zware stukken was onvermijdelijk, waarna het pionneneindspel gewonnen zou zijn. Toen ik om mij heen keek bleek er nog één partij aan de gang te zijn, en hoe! Gelukkig was het Jan, een van degenen die je zoiets wel toevertrouwt. Doorgaan tot de laatste snik en nooit opgeven. En dat werd beloond en het matchpunt was binnen. Heb je niet voor niets bijna vier uur in de auto gezeten!

Erich Karstan

Om niet met een geïsoleerde centrumpion te moeten spelen, vermeed ik met zwart in een Tarrasch-verdediging terecht te komen. Ten onrechte, want zoals het nu ging kreeg wit een vervelende druk op mijn centrumpionnen. Er ontstond een gecompliceerd middenspel met veel manoeuvreerwerk dat beide spelers veel tijd kostte. Vooral mijn tegenstander verbruikte wel erg veel van zijn kostbare tijd. En vlak nadat ik een ernstige fout had gemaakt, ging hij (ondanks de 30 seconden increment!) bij het uitvoeren van zijn (overigens zeer goede) 28e zet door zijn vlag. Een fortuinlijke overwinning.

Jan Cheung

Op het bord kwam de Chebanenko-variant van het Slavisch (c7-c6 and a7-a6). Tijdens de voorbereiding werd dit systeem niet onder de loep genomen, maar aangezien ik in het verleden heel veel partijen had gespeeld van dit systeem, was het geen onbekend terrein voor me. Toen de zwarte stelling ingesnoerd dreigde de worden, offerde zwart een pion om tegenkansen te creëren. Na een hele tijd de stelling bekeken te hebben, had ik 2 opties: de pion behouden, waarbij zwart nog kleine tegenkansen had, of naar een gunstig eindspel af te wikkelen, waarbij wit een goed paard had tegen een slechte loper. Ik koos voor de laatste optie omdat de spelvoortzetting me beter lag. Thuis achter de laptop was het siliconen monster het niet totaal eens met mijn beslissing. Ondanks de slechte loper was er nog niks aan de hand omdat de pionnenstructuur nog niet volledig was vastgelegd. Laten we teruggaan naar de partij. Voor een menselijke tegenstander was de zwarte stelling moeilijk te spelen en om nog tegenkansen te creëren offerde zwart tijdelijk een pion. In deze fase van de partij liet mijn gevoel voor gevaar mij in de steek. Wits reactie op het tijdelijke pionoffer was niet sterk genoeg waardoor zwart kans kreeg om een lijn te openen. De stelling was toen al min of meer gelijk, toen wit een pion sloeg en een derde mogelijk van zwart overzag. De zwarte loper werd niet meer slecht en met twee vrijpionnen was hij veel sterker dan het paard. De partij was toen eigenlijk al beslist. Wit besloot het paard te offeren voor twee pionnen in de hoop om het aantal pionnen van zwart te reduceren, maar het kon de nederlaag niet verhinderen.


Laatste stand in klasse 1A