Erich Karstan
1956 – 2018

In het licht van het droevige nieuws over het plotselinge en onverwachte overlijden van Erich is dit verslag natuurlijk volstrekt onbelangrijk. Het was de laatste teamwedstrijd voor Erich. Het is, achteraf bezien, een bizar toeval dat hij juist in deze wedstrijd geen partij heeft gespeeld omdat er voor hem geen tegenstander was. Erich was een sterk schaker en een zeer zachtmoedig en aimabel mens. Wij zullen hem missen. Wij zullen hem heel erg missen.

 

 

 

Partijfragmenten met toelichting van de spelers


Erich Karstan – NO: 1 – 0 (regl.)


Frans Bottenberg – Martin Krijger: 1 – 0 (tussenstand 2 – 0)

stelling na 26….Lg7-f6

Zwart wint de e-pion terug, maar gaat snel ten onder aan de open h-lijn en de diagonaal a2-g8: 27.Lg5xf6 Te6xf6 28.Th1-h6 Dc7xe7 29.Ta1-h1 De7-g7 30.De2-c4+ Tf6-f7 31.Th6-h8+ zwart geeft op.


Ben Snethorst – Leen de Jong: 0 – 1 (3 – 0)

 

stelling na 19.Da7-c5

Met zwart spelend offerde ik op de 13e zet een pion om een paard met tempowinst op d4 te krijgen, om zodoende het spel van wit te verlammen.  Gefixeerd door de verschillende manieren om een kwaliteit aan dit avontuur kunnen overhouden overzag ik echter de witte tegenkans, een paardvork op c7, waardoor ik zelf een kwaliteit achter kwam te staan. Zie diagramstelling. Ondanks achterstand in materiaal en de lelijke dubbelpion op de e-lijn, is het oordeel van stockfish nog steeds goed voor mij (-2.08). Aangewezen is 19…. Lxf1 20.Lxf1 Tc8 21.Da7 Pb3  met blijvend voordeel. Helaas, het eerder niet aan zien komen van de paardvork bleek niet goed voor het zelfvertrouwen. Het idee blij te moeten zijn met remise resulteerde in een slechte poging tot zetherhaling. Er volgde 19….Ta8-c8? 20.Dc5xe5 ook niet gezien. Na 20….Le2xf1 21.Kg1xf1 Pf6-g4 22.De5-h5 Pd4-b3? 23.Dh5xg4 Pb3xa1 is de zwarte stand echt verloren (volgens de computer was 22….Pxf2 nog net iets beter geweest voor zwart). In het vervolg opereerde mijn tegenstander wat te aarzelend: 24.Lc1-e3 Kg8-h8 25.Dg4-e2? Tc8-c2  en het was weer gelijk. Ik kon daarna door mat te dreigen pion b2 gratis ophalen. Een tactisch grapje (….Pxe3) met gedwongen terugslaan met de f-pion resulteerde in een structuur (nu een dubbelpion op de e-lijn voor wit) waar de 2e rij niet meer te verdedigen was. Een wat gelukkige overwinning dus.


Kees Brinkers – Sebastiaan Koedoot: ½ – ½ (3½ – ½)

stelling na 25….e5-e4

Na een partij waarin niet veel opwindends gebeurde, dacht ik een klein voordeel in het eindspel te hebben dankzij de actieve positie van mijn toren. Zwarts laatste zet, 25….e4!, hielp mij echter uit die droom. Zwart dreigt een vrijpion te creëren waardoor wit geen tijd heeft om op c4 te nemen: 26.Txc4?? e3 27.fxe3 fxe3 28.b4 (er dreigde mat op de onderste rij) 28….Te8  en de promotie van de e-pion valt niet te stoppen. Daarom speelde ik 26.Kb1-c1 (ook 26.Te6 en 26.a3 leiden tot remise). Er volgde 26….e4-e3 27.f2xe3 f4xe3 28.Kc1-d1 Tf8-f1+ 29.Kd1-e2 Tf1-f2+ 30.Ke2xe3 Tf2xc2 31.Ke3-f3 Tc2xb2 en een tiental zetten later werd remise overeengekomen.


Sjaak Spiegels – Bernard Evengroen: 0 – 1 (4½ – ½)

Met zwart kreeg ik een wat onbekende variant voor mijn kiezen. Mijn tegenstander speelde vrij snel in de partij een variant waar ik niet erg bekend mij was. Het gevolg was dat ik het loperpaar had, maar wel in een gesloten stellingen, waar mijn tegenstander iets meer ruimte had. In de diagramstelling had ik de ruimte teruggewonnen, maar had mijn tegenstander een sterk paard op d4. In deze fase van de partij had ik het gevoel dat het belangrijk was om op het juiste moment het paard op d4 te slaan met mijn loper.

Ik besloot in de diagram stelling het paard te pakken en daarna met mijn dame op f5: 1.…Lg7xd4 2.c3xd4 Dd5xf5. In deze stelling zijn er weliswaar lopers van ongelijke kleur wat de remisekansen vergroot, maar door zware stukken en 3 losse pionnen voor wit had ik aanzienlijke winstkansen, schatte ik in. Het bleek echter niet nodig om dit te bewijzen omdat mijn tegenstander een paar zetten later zijn loper cadeau deed. Mijn positiviteit over zwarts stelling moet misschien iets gerelativeerd worden omdat ik deze stelling in een vluggerpotje tegen mijn vader niet tot een succesvol einde wist te brengen.


Kees van den Nieuwendijk – Wouter Schönwetter: 0 – 1 (5½ – ½)

stelling na 23.Ta1-d1

Na een rustige opening, waarbij mijn tegenstander zo’n beetje alle stukken ruilde die hij kon ruilen, besloot ik op mijn koningsvleugel een aanval op te zetten op de vijandige koning. Echter besloot mijn tegenstander hetzelfde te doen, waardoor een gevaarlijke stelling ontstond (zie diagram). Wit speelde als laatste zet 23.Ta1-d1. Dit was een beetje een onhandige zet, want deze zet maakt d4 nog sterker (wat ik toch al van plan was om te spelen). 23….d5-d4 24.Dg5-g4. Is de enige goede zet van wit. Na 24.Lxd4 komt Txd4. Als wit in een andere variant, na 23….d4 24.Txd4 probeert, speelt zwart 24….Txd4 25.Lxd4 e5, wat vrij vervelend voor wit is.

Wit deed na zijn 24ste zet nog een remiseaanbod, maar dat kon ik gezien de stelling niet aannemen. 24…..d4xe3 25.Td1xd8 e3-e2. Even een tussenzetje om de pion op f4 mee te pakken. 26.Tg3-e3 Th8xd8 27.Dg4xe2 Lc7xf4 28.Te3xe6?. Wit dacht hierbij de pion terug te winnen, maar 28….Lf4-e5 sluit de witte toren in. Nadat wit de toren tegen de loper ruilde + 1 pion, werd het nog erg gevaarlijk, want de zwarte koning staat open en de zwarte velden zijn zwak. Nadat ik de dames met veel moeite afgeruild had (nadat mijn koning helemaal naar c8 gelopen was), kon ik de wedstrijd rustig uitspelen.


Rick van de Breevaart – Jan Cheung: 0 – 1 (6½ – ½)

stelling na 20.Pa4-b2

Zwart had tijdens de partij alle ambities van wit op beide vleugels weten te verhinderen. Als er een partij tevreden is met deze stelling, dan is het zwart. De vraag is nu hoe zwart zijn stelling kan verbeteren. Met het rustige 20….Le6 21.De1 Tdc8 22.Pba4 kan wit de stelling nog in evenwicht brengen. In deze stelling werd er 20….d6-d5!? gespeeld. Later bleek dat het argument om deze zet te spelen een rekenfout bevatte. Wit reageerde al snel met 21.Pc3xd5 Pf6xd5 22.e4xd5. Nu heeft de geplande zet 22….c3 geen resultaat na 23.d6! Dc6 24.Dd3! Na 24….Le6 25.Pc4 Lxc4 26.Dxc3 Lxd6 27.Dxc4 Dxc4 28.bxc4 Le7 staat de stelling ondanks een pluspion van wit, gelijk. Zwart koos een andere voortzetting, om de stelling te impliceren: 22….Ld7-e6 23.Pb2xc4 Le6xd5. Nauwkeuriger was 23….Txd5 24.Dc3 Txd1+ 25.Rxd1 f6 met compensatie voor de pion. Nu volgt ongeveer dezelfde voortzetting met het verschil dat de zwarte stukken minder optimaal staan. 24.Dd2-a5! Zwart heeft nog steeds compensatie voor de pion, maar wit heeft vergeleken met de stelling op de 20e zet nu niks te vrezen.

stelling na 39….a6-a5

Zwart heeft de pion inmiddels teruggewonnen. Er is een moeilijk eindspel ontstaan. Wit heeft een gedekte vrijpion op c4, maar deze is moeilijk in beweging te brengen. De pion op a5, die op dezelfde kleur staat als de kleur van de loper, pakt uit in zwarts voordeel, omdat het wit belemmert om de pionnenmassa op de damevleugel in beweging te brengen. Zwarts plan om zelf op de koningsvleugel een vrijpion te creëren, is gemakkelijk te realiseren door de actieve koning en door de zwakke velden rondom de witte pionnen op de koningsvleugel. Voor wit is het zaak om zo snel mogelijk de damevleugel te mobiliseren. Na 42.c5 Kf6 43.c6 Ke7 42.Kg2 Lc5 45.Pb5 g5 46.h3 is remise het meest denkbare resultaat voor beide partijen. In de partij werd gespeeld: 42.Pc7-e6+? Deze zet zou naar later blijkt, teveel tijd kosten. 42….Kg5-f6 43.Pe6-d8 g7-g5 44.Pd8-b7 g5-g4+ 45.Kh3-g2 Lf2-b6 Blijkbaar was 46.c5 de bedoeling van 42.Pe6+, maar na 46…gxf3+ 47.Kxf3 e4+ zijn de zwarte pionnen op de koningsvleugel veel gevaarlijker dan wits c-pion. De partij ging verder met 46.a2-a3 g4xf3+ 47.Kg2xf3 e5-e4+ 48.Kf3-e2 Kf6-e5 49.c4-c5 Lb6-c7 50.b3-b4 a5xb4 51.a3xb4 Ke5-d5 en zwart won later de partij.


Leslie Tjoo – Joost van Eenennaam: ½ – ½ (7 – 1)

stelling na de 73e zet van wit

Na de opening stond het ongeveer gelijk, maar met wit kon ik niet een goed plan bedenken en speelde ik wat weifelend. Daardoor wist zwart het initiatief naar zich toe te trekken en kwam ik in de verdrukking. Uiteindelijk resulteerde dit in pionverlies en kwam er een eindspel op het bord met aan beide zijden toren en paard en 6 zwarte pionnen tegenover 5 witte. Ik wist echter complicaties in de stelling aan te brengen waar zwart niet adequaat op reageerde. Hierdoor verzwakte de zwarte pionnenstructuur, kreeg ik de overhand en kwam ik een pion voor te staan. Ik had duidelijk de beter stelling en in de thuisanalyse liet Fritz zien dat ik op de 67e zet een winst had gemist. Niet veel later kwam de diagramstelling op het bord. Na 74….b2-b1(D) speelde ik enigszins in tijdnood en na enig nadenken 75.Tb7xb1 waarna volgde 75….Kd6xe7 76.Tb2-b5 Ke7-d6 en niet lang daarna berustte ik in de remise. Direct na afloop lieten een aantal teamgenoten mij echter zien dat ik met 75.e8(P)+ een gewonnen stelling had kunnen bereiken. Jammer dus van de gemiste winst, maar met de uitslag van 1-7 kunnen wij natuurlijk alleen maar tevreden zijn.


Uitslagen

Messemaker 1847 2 ZSC

7 – 1

1

Erich Karstan NO

1 – 1 regl.

2

Jan Cheung Rick van de Breevaart

1 – 0

3

Frans Bottenberg Martin Krijger

1 – 0

4

Leen de Jong Ben Snethorst

1 – 0

5

Kees Brinkers Sebastiaan Koedoot

½ – ½

6

Bernard Evengroen Sjaak Spiegels

1 – 0

7

Leslie Tjoo Joost van Eenennaam

½ – ½

8

Wouter Schönwetter Filip Borst

1 – 0

De thuiswedstrijd van het 4e team tegen het 1e team van Ridderkerk eindigde in een verlies. Het eindigde met twee borden winst en twee met remise voor ons team. Deze uitslag van 3-5 was toch wel een beetje te verwachten. Ridderkerk staat op de 2e plaats en heeft alleen nog maar verloren van WSV2 uit Waddinxveen dat bovenaan staat.
Bij een club met 1 team in de competitie kun je een paar sterke tegenstanders verwachten en dat kwam ook zo uit: de eerste drie spelers hebben een rating dik boven de 1700. De speler aan het eerste bord zelfs 1850!Lees verder

Het uitvoeren van de rokade

In het vorige clubblad zijn we begonnen met het toelichten van een aantal spelregels (schaakregels) die door de FIDE zijn opgesteld. Er is toen uiteengezet hoe de zetten moeten worden uitgevoerd. Vanaf 1 januari 2018 is een aantal FIDE-regels veranderd en dus moeten we alert zijn op de nieuwe regels. Nu betreffen de nieuwe regels niet het onderwerp waarover we het de vorige keer hebben gehad, namelijk hoe de eigen stukken verzet en de vijandelijke stukken worden geslagen. Wel is het van belang nog even terug te komen op het slaan van een vijandelijk stuk door gebruik te maken van twee handen. Er werd gesteld dat dit niet is toegestaan. Maar wat als dit toch wordt gedaan? Ik herinner mij ooit toeschouwer te zijn geweest bij een partij waar dit gebeurde en ik had het idee dat de witspeler met de ene hand een paard op f3 pakte en met de andere een vijandelijk stuk op d5; een onreglementaire zet dus. Het gebeurde in wederzijdse tijdnood (er waren toen nog geen bonusseconden), waarna de zwartspeler onmiddellijk reageerde met een tegenzet. Welnu, het slaan van een stuk door gebruik te maken van twee handen wordt beschouwd als een onreglementaire zet en wordt dienovereenkomstig bestraft. De straf is dat de tegenstander van de uitvoerder van de onreglementaire zet twee minuten bedenktijd erbij krijgt. Let er wel op dat een zet pas is voltooid als ook de klok is ingedrukt. Het verzetten van de klok mag alleen door de arbiter worden gedaan. Als een speler tweemaal in één partij deze fout maakt, zal de arbiter de partij voor hem verloren verklaren. Dus spelers: let op uw zaak!

Dit keer gaan we in op het uitvoeren van de rokade.
Voor alle duidelijkheid nog even de regels voor het rokeren.

Rokeren is niet toegestaan als:

  1. de koning is verzet;
  2. de toren waarmee men wil rokeren is verzet;
  3. zich een stuk van welke kleur bevindt op de velden tussen de koning en de toren waarmee men wil rokeren;
  4. de koning aangevallen staat door één of meer stukken;
  5. de koning zich verplaatst over een veld dat door een vijandelijk stuk wordt bestreken;
  6. de koning op een veld wordt geplaatst dat door een vijandelijk stuk wordt bestreken.

Dit betekent dat rokade wel is toegestaan als:

  • de toren staat aangevallen; of
  • de toren wordt verplaatst over een veld dat door een vijandelijk stuk wordt bestreken.

We gaan er bij de beschrijving van het uitvoeren van de rokade van uit dat aan de voorwaarden 1 t/m 6 wordt voldaan. De rokade is een reglementaire zet die daarom ook met één hand moet worden uitgevoerd. Dat wil dus zeggen dat zowel de koning als de toren met één hand van het bord worden genomen en pas daarna op hun nieuwe veld worden geplaatst. Maar let op: als je eerst de koning aanraakt en daarna de toren, moet je de rokade uitvoeren. Als je eerst de toren aanraakt en daarna de koning, mag je de rokade niet meer uitvoeren en kan je alleen maar een reglementaire zet uitvoeren met de aangeraakte toren. De koning blijft op zijn oorspronkelijke plaats staan! De rokade met de andere toren op een later tijdstip. Maar ook bij het plaatsen van de stukken moet je oppassen. Als je eerst de koning op zijn nieuwe veld plaatst, moet je de rokade voltooien. De koning heeft namelijk een onreglementaire zet gedaan als onderdeel van een reglementaire zet. Zet je eerst de toren neer, dan wordt dat beschouwd als een reglementaire zet die niet meer ongedaan kan worden gemaakt. De koning moet op zijn oorspronkelijke plaats worden teruggezet. Samengevat: wil je rokeren, pak dan eerst de koning en daarna de toren en zet ze ook in die volgorde op hun nieuwe veld.

Wat te doen als je tegenstander de rokade niet volledig volgens de regels uitvoert maar waarbij de koning en toren op hun juiste veld terechtkomen en de klok is ingedrukt? Het beste lijkt om dit te accepteren; je mag protesteren, maar het hoeft niet. De bewijslast ligt immers bij degene die protesteert. De problemen kunnen echter komen als je zelf de rokade niet goed uitvoert en de tegenstander er anders over denkt.

Volgende keer zullen we ingaan op de wijze waarop pionpromotie moet worden uitgevoerd, hoe remise aan te bieden en hoe een partij op te geven.