Messemaker 2 behaalt eerste matchpunt van het seizoen

Na twee nederlagen in de eerste twee ronden, kon Messemaker 2 in de derde ronde het eerste wedstrijdpunt van dit seizoen noteren door een 4 – 4 gelijkspel in de thuiswedstrijd tegen HWP Sas van Gent 3. Die uitslag kwam wel met enig fortuin tot stand. Aan het eerste bord overschreed de tegenstander van Leen in min of meer gelijke stelling de tijd en aan het zevende bord kreeg Leslie op de twintigste zet pardoes een stuk cadeau, waarop zijn tegenstander direct opgaf. Aan het tiende bord gaf invalster Annie gedurende lange tijd uitstekend partij tegen haar tegenstander met bijna 600 (!) punten hogere rating. Dat vergde wel veel bedenktijd en dat wreekte zich uiteindelijk. Ook Jan had een sterke tegenstander getroffen en in zijn partij bleek maar weer eens dat in zo’n geval één onnauwkeurigheid fataal kan worden. De partijen van Erich, Frans en Henk eindigden op min of meer regelmatige wijze in remise. Dit bracht de stand op 3½ – 3½. De partij van Kees tegen Etienne van Leeuwen moest de beslissing brengen. Kees had met zwart in het vroege middenspel een kwaliteit gewonnen, zonder dat wit daar enige compensatie tegenover kon stellen. De opgelopen materiële achterstand leek de witspeler echter te inspireren. Met een aantal provocerende zetten wist hij zijn resterende stukken optimaal te activeren en dreigingen tegen de zwarte koning te creëren. De activiteit van de witte stukken bleek uiteindelijk voldoende om de materiële achterstand te compenseren, waardoor ook deze laatste partij in remise eindigde.

Partijfragmenten met toelichting van de spelers


Henk de Kleijnen – Emile Cardon: ½ – ½

Slotstelling

Was ik in de eerste wedstrijd als laatste klaar, nu liet ik met wit spelend als eerste – na ruim twee uur spelen – een resultaat noteren. Ditmaal ‘slechts’ een halfje tegen een degelijke, veel bedenktijd gebruikende en voorzichtig opererende tegenstander. In het vroege middenspel behaalde ik een kleine plus in de vorm van een geïsoleerde zwarte c-pion, maar dat bleek niet voldoende om een vol punt te pakken. Ook Fritz oordeelde gunstig, maar niet meer dan 0.43. De eindstelling rechtvaardigt m.i. een puntendeling. Oordeel zelf.


André Galle – Frans Bottenberg: ½ – ½ (tussenstand: 1 – 1)

Stelling na 18.De7-b4

De laatste zet van wit 18. De7-b4 ging vergezeld van een remiseaanbod. In de veronderstelling dat de stelling in evenwicht was en dat wit vlak daarvoor een kans op voordeel had gemist, nam ik het aanbod aan. Na afloop bleken beide veronderstellingen evenwel onjuist. Zwart staat beter in de slotstelling, na een concreet vervolg 18….e5 (zwart kan ook met bijvoorbeeld 18….Da6 de dames op het bord houden) 19.Dxb6 axb6 20.Lg3 f6 heeft zwart de betere loper en de betere pionnenstructuur. Achteraf vrij eenvoudig te zien, maar tijdens de partij bleek ik niet in staat mijn winstkansen te onderkennen.


Chris Ghysels – Leslie Tjoo: 0 – 1 (2 – 1)

Stelling na de 19e zet van zwart

Met zwart offerde ik in de opening een pion voor aanvalskansen en meer activiteit. Wit verdedigde zich echter nauwkeurig en ik verzuimde de pion terug te winnen toen ik de kans daarvoor kreeg. In de diagramstelling staat wit nog steeds een pion voor en heeft zwart weinig compensatie. Na een zet als 20.Le3 heeft wit de overhand. Mijn tegenstander dacht lang na, maar speelde toen tot mijn verbazing 20.Tf1-d1??. Om na 20….De7xc5 gelijk op te geven. Hij vertelde in de gezamenlijke analyse dat bij de berekeningen van de verschillende varianten hij steeds Td1 wilde spelen, wat hij dus ook deed. Maar hij vergat om eerst 20.Le3 te doen. Soms zit het tegen, soms zit het mee zal ik maar zeggen.


Erich Karstan – Rudi Pauwels: ½ – ½ (2½ – 1½)

Stelling na de 19e zet van wit

Ik had de opening wat ongelukkig gespeeld en mijn stukken op de a-lijn maken een rare indruk. Zwart had hier van kunnen profiteren met 19….Ta8! 20.Txb5 (Gezonder is 20.Tcc1 Ta4 21.Pc3 Pxc3 22.bxc3 Tfa8 met iets beter spel voor zwart) 20….Pb6 21.Pd2 (Vooral niet 21.Tb3? Ld5 22.Ta3 Pc4) 21….Ld5 22.b3 Ta7 en wit zit in de problemen. Zwart speelde echter: 19….b5-b4?! en na: 20. Pa2-c1 Tc8-a8 21.Tc5-a5 werden alle torens via de a-lijn geruild en werd het eindspel snel remise gegeven.


Annie de Jong – Marnix van der Zalm: 0 – 1 (2½ – 2½)


Rudy van de Wynkele – Leen de Jong: 0 – 1 (3½ – 2½)

Met zwart speelde ik de gesloten Siciliaanse opening, met de witte opstelling f4 en Pc3.  Op een flankopmars is een centrumopstoot ‘in dit geval d5’ het aangewezen antwoord. Had ik het hier maar bij gelaten. Door ook nog b5 te doen, stond ik na 14 zetten slecht. Na een fout van wit kwam ik even in het voordeel, maar door 2 keer iets te overzien kwamen de vijandelijke stukken over de witte velden binnen. In het vervolg verbruikten we veel tijd. In een lastige stand voor zwart ging wit op de 35e zet door zijn tijd heen. Een gelukkige onterechte overwinning dus.


Jan Cheung – Marc Lacrosse: 0 – 1 (3½ – 3½)

Stelling na 20…a6-a5

Objectief gezien staat het gelijk. Het witte paard is ongeveer even sterk als de zwarte loper. Toch heeft zwart een klein succesje geboekt in de zin dat wit moeilijk c6-c5 kan verhinderen. Als zwart erin slaagt om c6-c5 te spelen, dan wordt de loper sterker dan het paard. 21.De3-c3 a5-a4 22.e2-e4 Dd8-b6 23.Pg2-e3 Tf8-d8 24.Ta1-c1 h7-h5 25.h2-h4 Le7-f6 26.e4-e5 Lf6-e7 Nu mist wit een belangrijke kans om het zwarte tegenspel uit te stellen door de dame op het ideale veld e4 te zetten: 27.Dd3. In de partij volgde 27.Tc1-c2 Db6-b7 28.Dc3-d3 c6-c5 29.d4-d5 c5-c4 30.Dd3-d2. Aangewezen was 30.De2 exd5 31.Df3! om het evenwicht te behouden. Nu volgde 30….Le7-c5 Het witte centrum stortte in elkaar en zwart won uiteindelijk de partij.


Etienne van Leeuwen – Kees Brinkers: ½ – ½ (4 – 4)

Stelling na 27.Pb3-d4!?

Zwart heeft een kwaliteit buitgemaakt en bij rustige voortzetting van de partij is dat waarschijnlijk wel voldoende voor de winst. Om complicaties te scheppen heeft mijn tegenstander daarom in de diagramstelling de provocerende – en objectief gezien niet de beste – zet 27.Pb3-d4!? gespeeld. Ta4 staat aangevallen en bovendien is 28.Pc6 een dreiging. Na het kalme 27….Ta6 28.Pf3 had ik het voordeel kunnen consolideren, maar ik meende een nog betere mogelijkheid te zien: 27…..De7-d7? vanuit de redenering dat wit nu gedwongen is het paard naar e2 te spelen, omdat op 28.Pf3 Txf4 volgt. Wit heeft echter veel beter, namelijk: 28.e5-e6! Er volgde 28….f7xe6 29.Pd4xe6 Het paard is taboe omdat Ta4 nog steeds hangt. Ik zag niets beters dan 29….Ta4-e4 waarop volgde 30.Pe6-g5 Te4-e8 31.f4-f5! Zwart heeft nog steeds voordeel, waarschijnlijk winnend voordeel, maar het initiatief is op wit overgegaan. In het vervolg van de partij, die nog tot de 49e zet duurde, waren er volgens de computeranalyse nog vele mogelijkheden voor mij geweest om de partij in mijn voordeel te beslissen. Die mogelijkheden bleken echter niet aan mij besteed, waaruit maar weer eens bleek dat het schaakspel eigenlijk veel te moeilijk voor mij is. De winst had ons een extra matchpunt opgeleverd. Mea culpa!

De computer geeft overigens aan dat de sterkste voortzetting voor zwart in de diagramstelling 27….cxd4! is. Na 28.Dxa4 dxc3 wint zwart met zijn verbonden vrijpionnen, bijvoorbeeld 29.Dc6 Da7+ 30.Kh1 Df2! 31.Tg1 d4 en de zwarte pionnen zijn niet te stuiten.


Uitslagen

Messemaker 1847 2 HWP Sas van Gent 3

4 – 4

1 Leen de Jong Rudy van de Wynkele

1 – 0

2 Jan Cheung Marc Lacrosse

0 – 1

3 Kees Brinkers Etienne van Leeuwen

½ – ½

4 Erich Karstan Rudi Pauwels

½ – ½

5 Frans Bottenberg André Galle

½ – ½

6 Henk de Kleijnen Emile Cardon

½ – ½

7 Leslie Tjoo Chris Ghysels

1 – 0

8 Annie de Jong Marnix van der Zalm

0 – 1